Aardrijkskunde
Niveau: Vwo
,Hoe kan ik leren?:
- Video’s met tips kijken
- Samengevat boekje samenvatten en leren (85 bladzijden)
- Oefenen met oude examens
- Examenspreekuur kijken
Examen tips:
In een vraag zouden de volgende algemene termen kunnen voorkomen:
- Geef een oorzaak/reden/argument: een enkele zin volstaat, tenzij er om meer
redenen etc. wordt gevraagd
- Leg uit: meestal gaat om een oorzaak-gevolgrelatie.
- Beredeneer: Bij een redenering moet je vaak in stappen een denkproces aangeven.
- Beschrijf: Hier gaat het vaak om een proces. Beschrijf wat je ziet + uitleg.
Het aantal stappen is te zien aan het aantal punten dat je kunt verdienen.
Let bij het beantwoorden op de volgende zaken:
- Herhaal het belangrijkste deel van de vraag in je antwoord.
- Als er één argument wordt gevraagd, geef er dan ook maar één.
- Markeer stukken in de bron die je moet lezen.
Dimensies:
Demografische dimensie: Je let hierbij op zaken die te maken hebben met
bevolkingskenmerken: geboorte, sterfte, migratie, huwelijken en echtscheidingen.
Economische dimensie: Hier gaat het onder andere om het scheppen van inkomen,
werkgelegenheid of de bijdrage aan de betalingsbalans.
Fysische dimensie: Deze dimensie heeft betrekking op de natuurlijke omgeving. Denk aan
klimaat, delfstoffen, plantengroei, bodemvruchtbaarheid, reliëf en grondsoort.
Sociaal-culturele dimensie: Bij deze dimensie gaat het bijvoorbeeld over taal, religie,
geschiedenis, kunst en gewoonten.
Politieke dimensie: Hier gaat het onder andere om de politieke invloed van overheden en
belangengroepen en om de verdeling van macht in een gebied.
Schaalniveaus:
Mondiaal niveau: de wereld
Continentaal niveau: werelddeel
, Nationaal niveau: landelijk
Regionaal niveau: provincie, streek of landsdeel
Lokaal niveau: plaatselijk
Fluviaal niveau: stroomgebied van een rivier
Oorzaak: Welke gebeurtenis zorgt ervoor dat het te verklaren verschijnsel zich voordoet?
Gevolg: Dit is het te verklaren verschijnsel.
Geografisch beeld:
Een geografisch beeld van een gebied bevat een beschrijving van vier soorten kenmerken:
- De ligging
- De gebiedskenmerken
- De bevolkingskenmerken
- De interne en externe relaties
Samenvatting:
De absolute ligging is de daadwerkelijke afstand tussen gebieden. De relatieve ligging is de
afstand uitgedrukt in tijd, kosten of moeite. Door middel van innovaties kan deze afstand
veranderen.
Een centrumland is een rijk en ontwikkeld land. Deze landen leveren hoogwaardige diensten,
hebben een hoog BNP en de economie is vooral gebaseerd op de tertiaire sector. Veel van
deze landen waren vroeger kolonisatoren.
Een semi-perifere land is een minder rijk land, maar de economie groeit snel. De economie is
sterk gericht op de secundaire sector. De industrie is vooral gericht op laagwaardige
eindproducten, dit zijn producten waar weinig kennis en/of kapitaal voor nodig is. In deze
landen is een grote sociale en regionale ongelijkheid de norm. De BRICS landen behoren tot
deze groep.
De periferie bestaat uit de armste en minst ontwikkelde landen. Vaak zijn deze landen
gekoloniseerd geweest. De periferie levert grondstoffen en laagwaardige arbeid, zoals
arbeidskrachten. De economie is vooral gebaseerd op de primaire sector.
A. Wereld: samenhang en verscheidenheid in de wereld
A1. Globalisering en tijd-ruimtecompressie