H0: ALGEMEEN
1. BELANGRIJK BERICHT
- Raadpleeg uw studiedeelfiche “Bestuursrecht”:
- In Canvas werken we met modules. U vindt gaandeweg per module:
o 1: de lesopname,
o 2: de slidepresentatie,
o 3: (desgevallend) te lezen respectievelijk te raadplegen wetgeving, rechtspraak, adviezen,
rechtsleer en
o 4: modelvragen én –antwoorden.
- De lesopnames en slidepresentaties zijn een belangrijke leidraad/kapstok maar volstaan op zichzelf
niet!
- Deze moeten door de student (zelfstudie!) worden aangevuld met het handboek: A. Mast, J. Dujardin,
M. Van Damme en J. Vande Lanotte , “Overzicht van het Belgisch administratief recht”, Mechelen,
Kluwer, uitgave 2021. Kortom, (zie nog infra) het handboek moet effectief het hele semester door
worden geraadpleegd en (uiteraard op hoofdlijnen) worden beheerst met het oog op het examen.
o Handboek moet niet integraal gekend zijn, maar het helpt om de leerstof aan te vullen
- Leerdoel/te behalen leerresultaat: grondig (verdiepend) beheersen van de basisbegrippen,
basistechnieken, basisrechtsregels en -beginselen van (de klassieke leerstukken van) het bestuursrecht.
- De student moet zich de begrippen, technieken en rechtsregels die het bestuursrecht beheersen eigen
hebben gemaakt.
o Technieken? Je moet bijvb. weten wat een schorsing of vernietiging is, wat een intrekking is,
een optrekking is, wat een vergunning is, wat een erkenning is,…
Het zijn begrippen, maar het zij ook technieken, die in elke tak van het bestuursrecht
hetzelfde zijn
- Hij/Zij moet ze kennen, begrijpen, paraat mondeling kunnen toelichten én toepassen (d.w.z. kunnen
illustreren aan de hand van één of meer voorbeelden). Aan de wezensbestanddelen en kenmerken van
een juridisch concept moet inhoud, betekenis én draagwijdte kunnen worden gegeven.
Bestuursrechtelijke concepten moeten ook van elkaar kunnen worden onderscheiden (bv. concessie
openbare werken, concessie openbare diensten, domeinconcessie, enz.).
2. TE KENNEN STOF
- 1: lesopnames en slidespresentaties
- Handboek “Overzicht van het Belgisch administratief recht”: Mast e.a. Editie 2021 (handboek enkel op
hoofdlijnen)
o Inleiding (p.1-92) : volledig
Niet zomaar zeggen ‘niet te kennen’, want er staan al enkele belangrijke onderdelen van
het bestuursrecht in opgenomen
o Eerste boek (p. 97-272) : volledig
Handelt over de RP en indeling van de bestuurlijke organisatie
o Tweede boek (p.275-340) : volledig
Ambtenarenrecht (personeel dat de overheid tewerkstelt)
o Derde boek (p.345 e.v.: (enkel hoofdstukken I, II, III en VI)
, 2
Goederenrecht = administratief zakenrecht
o Vijfde boek (p. 921-993): (m.n. Hoofdstuk II (bestuurlijke vernieuwingen: motivering en
openbaarheid van bestuur))
Rechtsbescherming tegenover de overheid
o Soms zal bovendien in de slides uitdrukkelijk worden verwezen voor de uitleg van een begrip
(bijvb. begrip “administratieve overheid”) naar pagina’s in het vijfde boek, in welk geval die
aangeduide pagina’s behoren tot de te kennen stof.
- LET WEL: consulteer de slides en de Panopto-opnames om de meest recente wetswijzigingen te kennen
3. EXAMEN
- Het examen bestaat uit 2 onderdelen:
- 1: Het schriftelijk examengedeelte (60% ) bestaat uit vier (verdiepende) vragen:
o Je krijgt er 3-4 examenvragen
o Er wordt gepolst naar uw verdiepend inzicht in begrippen, concepten, bestuurlijke indelingen
waarbij:
Hoe meer je weet, hoe meer punten je krijgt
Uitleggen wat een begrip betekent, waartoe het dient, wat de juridische
grondslag is, wezenskenmerken uitleggen, en ook nog een voorbeeld geven om
te laten zien dat je het begrepen hebt
(1) deze worden gesitueerd in de cursus
(2) gedefinieerd en uitgelegd
(3) waarvan de rechtsgrond wordt aangeduid (aangevuld met rechtspraak/rechtsleer)
(4) de wezenskenmerken en toepasselijke rechtsregels worden beschreven, en
(5) aan de hand van een voorbeeld worden geïllustreerd
o Tijdens het schriftelijk examengedeelte (in groep) mag de BAMA-codex (deel Staats- en
bestuursrecht) worden gehanteerd (ongeveer 75 minuten)
o De student wordt beoordeeld op de volgende beoordelingscriteria : (1) kennis, (2) structuur, (3)
nauwkeurigheid (4) inzicht en (5) toepassingsvermogen.
- 2: Het mondeling examengedeelte (40%) dat dezelfde dag wordt georganiseerd omvat twee beknopte
begripsvragen:
o Er wordt gepeild naar uw mondelinge parate kennis van bestuursrechtelijke begrippen en
concepten (ongeveer 10 minuten)
Enkel begrippen: erkenning, schorsing, vernietiging, administratieve overheid,
bestuursbeslissing,…
o Het begrip/concept wordt uitgelegd en ad rem (helder en nauwkeurig) gesitueerd in de cursus
met een voorbeeld. Tijdens het mondeling gedeelte mag het wetboek NIET worden gehanteerd,
o De student wordt beoordeeld op de volgende beoordelingscriteria: (1) parate kennis, (2)
mondelinge vaardigheid, (3) helderheid en nauwkeurigheid.
- Feedbackmoment is individueel, op aanvraag: vraag en modelantwoord zijn dan opnieuw beschikbaar,
en dan is het slaagpercentage veel hoger dan zij die niet naar de feedback komen
- 3: Quotering: (4 x 15 = 60) + (2 x 20 = 20) = 100 punten. Dat totaal wordt herleid naar 20 punten.
o Enkel het eindtotaal wordt (bij 0,50 en 0,75) afgerond naar de hogere eenheid (geen
tussentijdse afrondingen!!)
o Er wordt in geen geval een bijkomende “vervangende” vraag gesteld.
,3
, 4
H1: INHOUD
1. WAT HOUDT BESTUURSRECHT IN?
- Het ‘staatsrecht’ bestaat uit het grondwettelijk recht en het bestuursrecht (= administratief recht):
o Het staatsrecht (het recht dat de staat beheerst) kent 2 grote takken: grondwettelijk recht en
bestuursrecht
o A: grondwettelijk recht: regels betreffende de vestiging, de structuur en de uitoefening van het
overheidsgezag
Indeling van de Belgische staat, evolutie unitaire staat naar federale België
Inrichting van en verhouding tussen de staatsmachten
WM, UM, RM
Grondrechten van de burgers (tegenover de staatsmachten)
Rechten en vrijheden van de burger
o B: bestuursrecht: regeling van de staatstaak na afscheiding van wetgeving en rechtspraak
Vooral kijken naar wat de UM doet
WM en RM terzijde laten
Het omvat de voorschriften van de bestuurlijke bedrijvigheid of activiteit van
‘administratieve overheden’ (in wezen van de ‘uitvoerende macht’)
De voorschriften waaraan dat bestuur onderworpen is
Formele definitie versus inhoudelijke definitie
- Er is geen materieel-inhoudelijke definitie van het ‘bestuursrecht’
o Daarom vooral kijken naar de organen
- Om aan het begrip ‘bestuursrecht’ inhoud te geven geldt een deels ‘organieke’ en een deels
‘functionele’ benadering:
o Het bestuursrecht normeert het handelen van de staatsorganen die (organiek) tot de UM
behoren.
Echter: de UM zoals die beschreven wordt door de GW dekt niet het hele subject van
het moderne bestuursrecht. Het gaat om handelingen die uitgaan van een ‘bestuur’ of
een ‘administratieve overheid’ die (functioneel) beschikt over eenzijdige
beslissingsbevoegdheid of ‘imperium’ en derhalve beslissingen neemt of kan nemen die
‘derden’ binden (zgn. derdenbinding).
Zo’n administratieve overheid kan een publiekrechtelijke RP zijn (bijvb. VDAB,
De Lijn, Universiteit Gent) of een privaatrechtelijke RP (bijvb. VUB)
o Het kan een publiekrechtelijke vorm hebben, als publiekrechtelijk
orgaan
o Het kan een privaatrechtelijke vorm hebben, als privaatrechtelijk
orgaan
Ook zij kunnen kwalificeren voor sommige handelingen die ze
stellen als bestuur, als administratieve overheid
Bijvb. een professor van VUB die een examen afneemt en een
quotering geeft, dan treedt die op als een orgaan van de
administratieve overheid, die van de decreetgever bevoegdheid
heeft gekregen om eenzijdig examenbeslissingen te nemen