Probleem 4
Partijen
- Rami en vader
- Rico
Probleemstelling
Kan Rico vervolgd worden voor mishandeling?
Kan Rami vervolgd worden voor vernieling?
Leerdoelen
Wat is vervolging?
De beslissing van de OvJ om de zaak voor te leggen aan een rechter is een vervolgingsbeslissing.
Vanaf dat moment verloopt er een vervolging tegen de betrokken verdachte. Voor de termen
vervolging en vervolgen bestaat geen specifieke definitie. Desondanks bestaat er een bepaalde mate
van consensus over de betekenis van het begrip vervolging. Het EHRM geeft een ruimere
interpretatie aan het begrip vervolging. In sommige gevallen is het dus mogelijk dat er naar
Nederlandse begrippen nog geen sprake is van vervolging terwijl het EHRM van oordeel is dat dit
reeds het geval is.
De vervolging kan op twee manieren aanvangen;
1. Het OM betrekt een (onderzoeks)rechter bij de strafzaak die zelf een beslissing neemt.
2. Tegen een verdachte wordt een strafbeschikking uitgevaardigd.
Als de officier van justitie naar aanleiding van het voorbereidend onderzoek van mening is dat de
verdachte voor de strafrechter moet verschijnen, zal de officier van justitie hem een dagvaarding
sturen. Dat is een aan de verdachte verzonden oproeping in om op een bepaalde datum en tijdstip te
verschijnen voor de zittingsrechter. Tevens wordt in die oproeping vermeld waarvoor die verdachte
precies terecht moet staan (tenlastelegging).
Een dagvaarding is één van de manieren waarop er een vervolging gestart kan worden. Er zijn nog
andere wijzen waarop een rechter betrokken kan raken bij een zaak die ook als een daad van de
vervolging worden beschouwd. Een ander voorbeeld is in bewaring stellen. Indien de OvJ van mening
is dat de verdachte in bewaring moet worden gesteld, dan vordert de OvJ die bewaring bij de
rechter-commissaris. Alleen een rechter mag de bewaring bevelen en daarom moet de officier de
vordering aan hem richten. Hier is al sprake van een vervolging. Er raakt immers een rechter bij de
zaak betrokken, die zelf een beslissing over de zaak moet nemen.
Wie is in Nederland de vervolgende instantie?
Het OM is een overheidsorgaan dat is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en
andere bij wet vastgestelde taken (art. 24 Wet op de rechterlijke organisatie). Een belangrijke taak
van het OM is het vervolgen van strafbare feiten.
Bij de rechtbanken wordt het OM vertegenwoordigd door de OvJ, bij de gerechtshoven heten de
vervolgende ambtenaren van het OM advocaten-generaal en de afdeling van het OM het parket. De
laatste term wordt overigens ook wel gebruikt om het gebouw waarin het OM een arrondissement
, of ressort zetelt aan te duiden. Het is de thuisbasis van de OvJ en hun ondersteunend personeel
(parketsecretarissen). Alleen het OM (OvJ) is bevoegd tot het instellen van een strafvervolging door
middel van een dagvaarding.
Van een private vervolging zou nooit sprake kunnen zijn in ons land. Het is voor bijvoorbeeld een
slachtoffer van een strafbaar feit niet mogelijk om een strafzaak te beginnen tegen een verdachte.
Een slachtoffer of andere belanghebbende bij vervolging zal dus de vervolgingsbeslissing moeten
afwachten. De mening van het slachtoffer kan uiteraard wel gewicht in de schaal leggen, maar de
autonomie (zelfstandigheid) van de officier ten aanzien van de vervolgingsbeslissing blijft daardoor
onaangeroerd.
Burgers kunnen elkaar wel, via tussenkomst van advocaten, in civielrechtelijke zin dagvaarden. Op
die manier kunnen zij hun geschil laten beoordelen door de rechter, maar van vervolging is geen
sprake.
Strafrechters hebben in principe geen invloed op de beslissing om een verdachte te vervolgen.
Verder heeft OvJ niet alleen het recht om te beslissen of er wel of niet wordt vervolgd, maar deze
heeft ook het alleenrecht op de keuze van het ten laste te leggen feit (waarvoor wordt vervolgd).
Mag deze instantie altijd vervolgen of zijn er situaties denkbaar waarin dit niet mag?
De OvJ heeft in alle strafzaken de keuze om van vervolging af te zien (art. 167 lid 2 Sv). Er wordt in de
regel alleen vervolgd als het algemeen belang dit vordert. Als een zaak op een andere manier kan
worden afgedaan dan vervolging, dan zal vervolging achterwege blijven.
Ten aanzien van de vervolgbeslissing wordt er rekening gehouden met het opportuniteitsbeginsel:
een officier van justitie mag in alle gevallen op grond van beleidsmatige overwegingen de
opportuniteit (wenselijkheid) van een vervolging beoordelen (art. 167 Sv). Deze vrijheid van het OM
brengt verplichting met zich mee:
- Er mag geen sprake zijn van willekeur;
- Er moet een consequent en toetsbaar vervolgingsbeleid worden gevoerd.
De beslissing van de OvJ om in een individuele strafzaak af te zien van vervolging heet een sepot
(seponeren). In sommige gevallen zal het niet eenvoudig zijn om te vervolgen, technisch sepot. Je
hebt te maken met een technisch sepot als er niet is voldaan aan het bewijsminimum, waardoor een
vervolging nooit zou leiden tot een veroordeling door de rechter. Gebrek aan bewijs kan dus een
reden zijn om te seponeren. Een ander geval van een technisch sepot is dat waarbij de OvJ geen
vervolgingsrecht heeft, bijv. omdat de verdachte jonger dan twaalf blijkt te zijn.
In het wetboek van Strafvordering worden regels gegeven ten aanzien van de minimale hoeveelheid
bewijsmateriaal die is vereist voor een bewezenverklaring (art. 342 lid 2 Sv).
Naast een technisch sepot kennen we ook het beleidssepot. Daarbij seponeert de OvJ een zaak die
technisch gezien wel tot een veroordeling zou kunnen leiden. De OvJ kan en mag oordelen dat in
sommige omstandigheden het maatschappelijk belang niet meer vordert dat er een vervolging zal
plaatsvinden. Een dergelijk wordt, omdat men om beleidsmatige redenen van vervolging afziet, een
beleidssepot genoemd.
Ook als de OvJ de zaak niet ernstig genoeg vindt, kan hij kiezen voor een sepot. Het kan echter ook
zijn dat de OvJ de zaak wel ernstig genoeg vindt om te vervolgen, maar hij hier niet voor kiest.
Bijvoorbeeld omdat de verdachte excuses heeft gemaakt, de schade heeft vergoed, beloofd dat hij