Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 10 out of 125 pages
Summary

Psychologie van Individuele Verschillen (deel 1) Samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 10 out of 125 pages

Zeer volledige samenvatting van alle hoofdstukken: omvat powerpoint slides en mondelinge toelichting in hoorcolleges. Meteen geslaagd in eerste zittijd dankzij deze samenvatting (14/20).

Content preview

DEEL I: PSYCHOLOGIE VAN
INDIVIDUELE VERSCHILLEN

HS 1: doelstelling en geschiedenis
1.1 INLEIDING
er bestaan grote verschillen tussen mensen: iedereen is anders
• op vlak van fysiek voorkomen
• maar ook psychologisch
o spreken over “de gemiddelde persoon” is spreken over iemand die niet bestaat
o als we menselijk gedrag, gedachten, gevoelens willen begrijpen is er nood aan een
psychologie van individuele verschillen


psychologie van individuele verschillen = psychologische discipline met als studieobject het
beschrijven en verklaren van enerzijds verschillen tussen mensen in de emoties die ze ervaren en
anderzijds verschillen binnen mensen van het ene moment op het andere
• onderzoek naar emoties als belangrijk onderdeel van onze PH
o gevoelens (blijheid, kwaadheid, verdriet, …) kleuren ons leven: ze reguleren ons gedrag,
bepalen onze voor- en afkeuren, liggen aan de basis van ons welzijn, etc.
o emoties = reacties op gebeurtenissen die voor ons van belang zijn
§ mensen verschillen sterk in de emoties die ze ervaren
- inter-individuele verschillen: relatief stabiele verschillen tussen
mensen in hoe ze zich doorgaans voelen
- vb: sommigen vaak enthousiast ⟷ anderen vaak somber
§ mensen verschillen in de emoties die ze ervaren van de ene situatie op de andere
- intra-individuele verschillen: mensen vertonen emotionele
schommelingen over de tijd
- vb: ene moment enthousiast ⟷ andere moment somber
• er zijn grote verschillen…
o … TUSSEN mensen in de emoties die ze ervaren
o … BINNEN mensen van het ene moment op het andere
o dergelijke verschillen bestaan niet enkel op vlak van emoties maar ook op vlak van
gedrag, gedachten, persoonlijkheid, intelligentie, …


1.2 DOELSTELLING
verschillende takken uit psychologie zijn begaan met ontdekken van “algemene wetmatigheden”
• vb: oorzaken van emoties, sociale gevolgen van emoties, neurale processen bij emoties, …
• zoektocht naar algemene wetmatigheden is belangrijk en waardevol
o MAAR niet het hele plaatje
o WANT er zijn grote verschillen tussen & binnen mensen (= onderwerp van PID)


psychologie van individuele verschillen
• ↔ algemene psychologie (functieleer, sociale psychologie, biologische psychologie)
• BESCHRIJVEN:
1

, o van verschillen:
§ op welke vlakken verschillen mensen van elkaar / van zichzelf?
§ wat zijn de belangrijkste verschillen?
§ vb: agressie, intelligentie, PH, …
o van verbanden tussen verschillen:
§ met wat hangen die verschillen samen?
• VERKLAREN:
o van verschillen:
§ wat ligt aan de basis van deze verschillen?
§ vb: genetica, opvoeding, biologie, cultuur, leergeschiedenis, …
- gedeelde invloeden: omgevingsinvloeden gedeeld met broer/zus
(ouders, familie, school, cultuur, huis, …)
- niet-gedeelde invloeden: omgevingsinvloeden uniek per individu
(hobby’s, klasgenoten, vrienden, …) -> belangrijker voor persoonlijkheid
• illustratie: mentaal welzijn tijdens COVID
o mensen ervaren eenzelfde gebeurtenis op verschillende manieren
o had niet op iedereen negatieve impact want sommigen werden net gelukkiger
• psychologische discipline die niet in isolatie bestaat
o heeft implicaties voor alle toepassings-gebieden van de psychologie en daarbuiten
(organisatiepsych., schoolpsych., klinische psych., theorie en onderzoek)


1.2.1 wat?

1.2.1.1 beschrijven van verschillen


• (vooral) tussen mensen (tussen individuen, tussen mannen en vrouwen, tussen leeftijden, …)
• (in mindere mate) binnen mensen (over de tijd en in verschillende situaties)


meerdere soorten verschillen mogelijk:


interindividuele verschillen tussen individuen
verschillen




intraindividuele verschillen binnen één individu
verschillen




2

, intergroepverschillen verschillen tussen groepen
(geslacht, leeftijd, cultuur)




interindividuele verschillen in profielen
verschillen in patroon van reageren
in intraindividuele
verschillen




mensen kunnen psychologisch gezien op verschillende vlakken van elkaar verschillen:
• twee deeldomeinen
o persoonlijkheid
§ = PID van persoonlijkheid
o cognitief functioneren
§ = PID van intelligentie en cognitieve stijlen
- intelligentie (IQ): prestaties op cognitieve taken (= product)
- cognitieve stijlen: manier van verwerken bij cognitieve taken (= proces)


1.2.1.2 beschrijven van verbanden tussen verschillen


verschillen op vlak van ene variabele in verband brengen met verschillen op vlak van andere variabele
om een ev. samenhang te onderzoeken




3

,1.2.2 doel?
• zicht krijgen op structuur van verschillen tussen mensen en hoe deze verschillen op
verschillende vlakken onderling samenhangen
• verschillen verklaren
o verschillende niveaus
§ proximale verklaringen = factoren die in tijd & ruimte min of meer samengaan
met de te verklaren (verbanden tussen) verschillen
- vb: fysiologie, emoties, …
§ distale verklaringen = factoren die in tijd & ruimte verderaf liggen
- vb: evolutionaire theorieën, genen, gebeurtenissen uit kindertijd, …


1.2.3 door wie?

expliciete theorieën over verschillen impliciete theorieën over verschillen
de theorieën en bevindingen in de de impliciete opvattingen die elk mens heeft
wetenschappelijke en publieke wereld over de over de aard en oorzaken van menselijk gedrag
aard en oorzaken van verschillen tussen mensen en verschillen tussen mensen
kenbaar voor anderen (publicatie) niet rechtstreeks kenbaar voor anderen
doorgaans door wetenschappers uitgevonden doorgaans door leken uitgevonden en door
en geformuleerd wetenschappers onthuld of door media
beschreven
behoort tot domein van PID behoort tot domein van persoonsperceptie en
sociale cognitie
kunnen onrechtstreeks onderzocht worden via
inferenties die persoon in kwestie maakt
elk mens is een (impliciet) diderentieel psycholoog


de twee zijn niet onafhankelijk maar beïnvloeden elkaar:
• expliciete theorieën worden gecontamineerd door impliciete theorieën:
o via de wetenschapper
§ deze is ook een leek met eigen vooroordelen en partijdigheid
§ belangrijk dat wetenschapper zich hiervan bewust is
§ “Mismeasure of Man” (Gould): beter eigen vooroordelen en opvattingen
erkennen dan doen alsof ze er niet zijn of ze genegeerd kunnen worden
o via de proefpersoon
§ onderzoek is onderhevig aan demand edects, zelfrepresentatie, etc.
§ vb: in vragenlijstonderzoek waarin men zichzelf of anderen beoordeelt zijn
antwoorden gekleurd door impliciete theorieën van diegene die rapporteert
• impliciete theorieën worden gecontamineerd door expliciete theorieën:
o onderzoeksresultaten verspreiden zich via media, wetenschappelijke literatuur, … en
bepalen mee hoe we verschillen tussen mensen percipiëren
§ vb: labels zoals ‘hoogsensitief’, ‘narcistisch’, ‘introvert’


belang van goed correct interpreteren en communiceren van onderzoeksresultaten door
wetenschappelijk opgeleide psychologen




4

,1.3 GESCHIEDENIS


1.3.1 de benaming differentiële psychologie (PID)
• Henri & Binet (l’Année Psychologique, 1895): “La Psychologie Individuelle”
o nieuwe discipline
o oplossen van twee problemen:
§ hoe variëren psychische processen van individu tot individu
§ hoe variëren psychische processen onderling binnen een individu
• William Stern (1900): “Über Psychologie der individuellen Di9erenzen: Ideen zu einer
di9erentiellen Psychologie”
o eerste gebruik van term diderentiële psychologie
o drievoudige taakomschrijving:
§ beschrijven: beschrijven van aard en grootte verschillen in psychisch leven
tussen individuen en groepen (vb: rassen, geslachten, klassen)
§ methoden: hoe manifesteren deze verschillen zich? (vb: schrift, uitdrukking)
§ verklaren: welke factoren bepalen deze verschillen? (vb: erfelijkheid, cultuur)
• Robert Yerkes (1913): “comparatieve psychologie”
o eenheid in takken van psychologie die vergelijken
o inzicht krijgen in mens via vergelijking met andere soorten zoals apen
o object of vergeleken groepen van ondergeschikt belang zolang men de vergelijkende of
correlationele methode gebruikt


opmerkingen:
• “individuele psych”: term niet langer gebruikt om PID aan te duiden
o te veel connotatie met specifieke psychoanalytische theorie van Adler
o verwijst ook naar intraindividuele verschillen binnen één persoon (= personologie)
• “comparatieve psych.”: focus op experimentele dierstudies
• “diderentiële psych.”: term niet meer zo vaak gebruikt
o domein te groot geworden (intelligentiepsych. en persoonlijkheidspsych.)
o als overkoepelende term voor PID


1.3.2 meten en beschrijven van individuele verschillen

1.3.2.1 Oude China
bronnen vanaf 2.000 v.C.
• regelmatige testafnames van ambtenaren voor al dan niet toekennen van positie, promotie, …
o muziek, boogschieten, rekenkunde, schrijven, etc.
o bij organisatie van maatschappij ging men ervan uit dat rekening gehouden moest
worden met mensen hun vaardigheden om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen


1.3.2.2 Pythagoras
570 v.C. – 500 v.C.
• centrale figuur van het broederschap dat zich toelegde op theologie, filosofie, wetenschap
• broederschap was zeer selectief: regels en geloften van geheimhouding
• ontwikkelde toelatingstest obv “leer van fysionomie”
o innerlijke persoonlijkheidseigenschappen (vb: kunnen zwijgen) worden afgeleid uit
uitwendige en observeerbare persoonskenmerken (vb: gelaatsuitdrukking en houding)

5

,1.3.2.3 Plato
427 v.C. – 347 v.C.
• stelt dat geen twee personen exact gelijk geboren worden dus mensen verschillen van elkaar
wat betreft hun natuurlijke begaafdheden
• beschrijft ideale staat als individuen die taken toegewezen krijgen waarvoor best geschikt
• militaire geschiktheidstest om soldaten van ideale staat te selecteren


1.3.2.4 Theophrastus
327 v.C. – 287 v.C.
• schrijft boek over karakters met beschrijving van verschillende persoonlijkheidstypen
o vb: de veinzer, de vleier, …
• eerste systematische studie van karakterverschillen in westerse filosofie


1.3.2.5 Juan de Dios Huarte y Navarro
1530 – 1589
• “Examen de ingenios para las ciencias”: boek met grote invloed (vertalingen, herdrukkingen)
• grote individuele verschillen zowel in intelligentie als in specifieke vaardigheden met als
oorzaken: lichaamssappen, klimaat, brein, …
• verschillende beroepen vereisen verschillende vaardigheidspatronen
o belang van goede professionele diagnostiek door de staat
o jongeren verplichten het kennisdomein te bestuderen waarvoor meest geschikt
§ voordeel voor staat
§ voordeel voor individu: geen tijd en moeite verspillen
• relevantie vandaag
o cf. oriënteringsproeven, ijkingstoetsen, toelatingsexamens, …


1.3.2.6 Francis Galton
1822 – 1911
• neef van Darwin
• sterk geïnteresseerd in individuele verschillen
o exclusieve aandacht voor gemiddelde vergelijkt hij met toerist die na bezoek aan
Zwitserland zou zeggen “if the mountains could be thrown into its lakes, two nuisances
would be got rid at once”: niet kijken naar gemiddeldes want niet interessant maar
rekening houden met individuele verschillen want veel leerrijker
• pionier in…
o ontwerpen van allerlei meetinstrumenten om verschillen te meten
§ fluitjes voor gehoorafstand; handdynamometer voor grijpkracht; cardiograaf en
bloeddrukmeter voor emotionele shocks; druk op stoelpoten voor genegenheid
§ meten van ‘mentale kracht’
- obv motorische beperkingen bij personen met mentale handicap
- vaststelling dat uiteenlopende vaardigheden onderling samenhangen
o aanleggen van databestanden
o statistische analyses (aanzet tot correlaties)
o discussies over nature-nurture en eugenetica




6

,1.3.2.7 James McKeen Cattell
1860 – 1944
• doctoraatsstudent van Wundt
o Wundt in eerste plaats enkel geïnteresseerd in algemente wetmatigheden van mens
o toch doctoraat over individuele verschillen en mentale vaardigheden
• eerste professor psychologie in VS
• grote rol in Amerikaanse wetenschap (AAAS, Science)
• geïnteresseerd in ‘mental tests’: metingen van individuele vaardigheidsverschillen
• voorkeur voor elementaire sensorimotorische taken (≈ Galton)
o vb: afstand tussen twee tactiele sensaties


1.3.2.8 Alfred Binet
1857 – 1911
• individuele verschillen in hogere processen zijn sterker dan deze in elementaire
sensorimotorische taken dus focussen op hogere processen
• ontwikkelt “Echelle métrique de l’intelligence” later omgevormd tot “Stanford-Binet test” =
eerste odiciële intelligentietest
o complexere cognitieve vaardigheden meten als maatstaf voor mentale vaardigheden
o ter detectie van zwakbegaafde studenten met nood aan extra begeleiding


1.3.2.9 rest twintigste eeuw
• tijdens wereldoorlogen recrutering voor diverse functies, ontwikkeling gestandaardiseerde
intelligentietesten, detectie van ‘combat stress’ / PTSS
• meting en beschrijving van individuele verschillen in crisis (1960): twee problemen
o meeste gebruikte individuele verschildimensies hebben vrij sterke waardenconnotatie
(vb: intelligentie, vriendelijkheid, impulsiviteit)
§ aan ordening ligt automatisch ordening op goed-slecht schaal vast
§ kritiek leidde in cognitieve domein tot evaluatief neutraler onderzoek naar
cognitieve stijlen (analytische stijl vs holistische stijl)
o problemen met het onderbrengen van mensen in hokjes en het vatten van
persoonlijkheid met treklabels
§ filosofisch-ideologische bezwaren
- desindividuerend
- elk persoon is uniek en kan niet in algemene termen beschreven worden
§ empirische bezwaren
- individuele gedragsverschillen zijn niet consistent over verschillende
tijdstippen en situaties -> persoonlijkheidstrekken bestaan niet ->
persoonlijkheidsconcept klopt niet
¨ assumptie: cross-situationele consistentie
¨ in realiteit: cross-situationele inconsistentie




7

,1.3.3 proximale verklaringen van individuele verschillen
psychologische verklaringen = schrijven individuele verschillen toe aan verschillen op
basisvaardigheden of basisdimensies van de persoonlijkheid
• illustratie Plato: ontleedt ziel in twee delen (‘rationele ziel’: intellect – ‘irrationele ziel’: verlangen)
• illustratie Huarte: belangrijkste individuele verschildimensies geassocieerd met wat toen
belangrijkste cognitieve functies waren: begrijpen, geheugen, verbeelding
o prediken is verbeelding / filosofie en theologie is begrijpen
o begrijpen en verbeelden sluiten elkaar uit (je kan maar 1 talen hebben)
§ bijzondere structuur van voornaamste vaardigheidsdimensies
§ compensatie tussen vaardigheden


1.3.3.1 biologische verklaringen: humorale theorie
Hippocrates (460 v.C. – 370 v.C.) & Galenus (130 – 200)
• in het lichaam nemen de vier oerelementen (lucht, aarde, vuur, water) de vorm aan van vier
sappen (of humores): bloed, zwarte gal, gele gal, slijm
• een ziekte is stoornis in evenwicht tussen de vier sappen (te veel slijm, te weinig bloed, …)
• met een overwicht in elk van de vier sappen is een bep. temperament verbonden
o nog steeds weerspiegeld in huidig taalgebruik
o maar geen empirische ondersteuning




1.3.3.2 biologische verklaringen: frenologie
Gall (1758 – 1828) & Spurzheim (1776 – 1832)
• twee assumpties:
(1) mentale functies obv specifieke processen gelokaliseerd in welbep. hersengebieden
(2) intensiteit mentale functies gereflecteerd in omtrek en externe topografie van schedel
• taxonomie van 35 mentale functies: 21 adectieve vermogens plus 14 intellectuele vermogens




8

,1.3.4 distale verklaringen van individuele verschillen

1.3.4.1 horoscopale astrologie
• sinds voor 1.000 v.C. in Babylonië / vanaf 400 v.C. dierenriem met 12 tekens
• basisidee: relatieve positie van planeten op moment van geboorte bepalen / beïnvloeden en
hangen samen met persoonlijkheid en gebeurtenissen in levensloop
• evidentie
o onbestaande voor verbanden
o gevaarlijke implicatie dat leren en ervaringen slechts ondergeschikte rol spelen
o hoewel: onderzoek over geboorteseizoensgebondenheid van schizofrenie
§ 10% hoger aantal gevallen van schizofrenie in maart-april
§ gebrek aan UV tijdens zwangerschap als mogelijke verklaring
§ heeft echter niets met stand van planeten te maken


1.3.4.2 nature vs nurture
debat over relatieve belang van:
• ↔ constellatie die mens bij geboorte meekrijgt
• ↔ leren en ervaring


nature nurture
Plato (427 v.C. – 347 v.C.) John Locke (1632 – 1704)
• reminiscentietheorie • verzet zich tegen idee van aangeboren
o kennis is kennis van vormen in universeel aanvaarde ideeën
objectieve werkelijkheid • geest is ‘tabula rasa’: eenvoudige ideeën
o ziel is eeuwig en onafhankelijk worden ontvangen in de geest
van lichaam en bezit al kennis • via reflectie resulteren eenvoudige
van de vormen ideeën in complexe ideeën
o leren is naar boven halen van wat
we reeds weten
• grote nadruk op constellatie en
aangeboren eigenschappen

Augustinus (354 – 430)
• ziel is immaterieel en onverwoestbaar
• vermogens van ziel zijn aangeboren
René Descartes (1596 – 1650)
• aanvankelijk: alle mensen hebben van bij
de geboorte hetzelfde vermogen – rede –
om waar van vals te onderscheiden
• later: verschillen bij geboorte maar
vermogen kan getraind worden


1.3.4.3 John B. Watson
1878 – 1958
• een van de grondleggers van het behaviorisme
• persoonlijkheid is conditionering van S-R associaties
• individuele verschillen zijn resultante van verschillen in leergeschiedenis
o ongeacht aangeboren talenten is leergeschiedenis determinerende factor bij vorming
van persoonlijkheid

9

, 1.3.4.4 Charles Darwin
1809 – 1882
• begin negentiende eeuw had natuurlijke theologie veel aanhang
o schepping is statisch (na 6 dagen voltooid)
o argument van de ontwerper (organismen zijn zo goed aangepast dankzij wijze schepper)
• obv systematische observatie besloot Darwin:
o schepping is dynamisch en steeds in evolutie
o natuur zorgt zelf voor aangepastheid van organismen via natuurlijke en seksuele selectie
• “On the origin of species by means of natural selection” (1859)
o nakomelingen erven die (variatie in) eigenschappen over van de expemplaren die meer
succes hadden om te overleven en zich voort te planten
§ genen spelen een belangrijke rol
§ opkomst evolutionaire psych.


1.3.4.5 Francis Galton
1822 – 1911
• geïnspireerd door Darwin
• bestudeerde overerving van mentale eigenschappen
• idee dat genialiteit erfelijk is
o stamboommethode
§ genialiteit = .025% besten
§ studie van 1.000 genieën in 300 families
§ neem meest prominente figuur en kijk of er bij familie nog genieën voorkomen
o conclusies
§ in families van genieën komen meer genieën voor dan obv toeval te verwachten
§ hoe kleiner verwantschap hoe kleiner kans op genialiteit
§ genialiteit uitsluitend bepaald door erfelijke constellatie
§ “nature prevails enormously over nurture”
- maar toch rol van milieu
- confounding van gelijkaardig milieu in stamboommethode
• verregaande eugenetische conclusies: belangrijk om kwaliteit menselijk ras te verbeteren door
mechanismen van natuurlijke selectie te versterken dus voortplanting van ‘goede’ individuen
bevorderen en voortplanting van ‘slechte’ individuen tegengaan


1.3.4.6 rest twintigste eeuw
eugenetica = streeft naar het verbeteren van de genetische samenstelling van een bevolkingsgroep
• populair in jaren ’20-’30: gedwongen sterilisatie, huwelijkswetten, immigratiewetten, Nazisme
• nature-nurture discussie is allesbehalve vrijblijvend en nog steeds actueel
o niet zozeer of-of maar en-en
o vb: testen om syndroom van Down op te sporen voor begin van het leven
• eindideaal van eugenetici is wereld met perfecte mensen dus geen individuele verschillen




10

Document information

Study
Uploaded on
August 28, 2026
Number of pages
125
Written in
2024/2025
Type
Summary
$13.32

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
21
Last sold
3 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions