HC 2: THEORIE VOCHT
3. VOCHTBEHEERSING IN GEBOUWEN: HOE OPPERVLAKTECON DEN SATIE EN SCHIMMEL
VERMIJDEN?
3.1 CONVECTIEF DAMPTRANSPORT
3.1.1 DE WATERDAMPOVERGANGSCOËFFICIËNT EN DE DIFFUSIEWEERSTAND VAN LUCHTSPOUWEN
• Luchtstromingen in gebouwen zorgen doorgaans voor een goede menging van waterdamp, waardoor
de vochtigheid en dampdruk binnen een ruimte overal ongeveer gelijk zijn.
o Dit in tegenstelling tot temperatuur, die lokaal sterk kan variëren binnen dezelfde ruimte.
o Grote tempratuurverschillen is iets wat je wilt vermijden
• Diffusie van waterdamp in lucht speelt meestal een verwaarloosbare rol.
o Uitzondering: nabij constructie-oppervlakken, waar een stilstaande luchtlaag (grenslaag)
aanwezig is.
• Bij de overgang tussen lucht en wandoppervlak ondervindt waterdamp een zekere weerstand.
o Analoog aan warmteoverdracht wordt dit damptransport beschreven met de
waterdampovergangscoëfficiënt β.
o Juist tegen de muur aan heb je het coëfficiënt nodig
• De dampstroomdichtheid g (kg/m²s) tussen lucht en wandoppervlak wordt hiermee bepaald
• De ‘waterdampovergangsweerstand’ Z (m/s) wordt gedefinieerd als:
o Worden ook dampschermen mee berekend en is heel belangrijke term!!
• Aangezien de afmetingen van het luchtlaagje zowel het convectief warmte- als damptransport
beïnvloeden, is het logisch dat beide overgangscoëfficiënten evenredig zijn:
o met αc de convectieve warmteovergangscoëfficiënt (W/m2K).
• Als standaardwaarden voor de waterdampovergangscoëfficiënt gebruikt men:
o Binnen (vrije convectie):
o Buiten (gedwongen convectie):
• Convectieve overgangsweerstanden voor damptransport zijn klein t.o.v. diffusieweerstanden van
materialen en worden daarom meestal verwaarloosd. Dit heeft verschillende gevolgen:
o De totale diffusieweerstand van een constructie (lucht-op-lucht) is de som van de
diffusieweerstanden van de materiaallagen.
▪ Overgangsweerstanden worden hierbij niet meegerekend, in tegenstelling tot bij
warmtetransport.
▪ Er bestaat geen hygrisch equivalent van de U-waarde, omdat die bij warmte wél
rekening houdt met oppervlakte-overgangen.
o De dampdruk aan het constructie-oppervlak wordt gelijkgesteld aan die van de lucht buiten
de grenslaag.
▪ Uitzondering: bij oppervlaktetemperaturen onder het dauwpunt of bij vochtige
oppervlakken.
1
, HC2 VOCHT
▪ In die gevallen is de dampdruk gelijk aan de verzadigingsdruk en treedt condensatie
of verdamping op. De condensatie- of droogstroom is in dit geval:
▪ Met psat(θw): de verzadigingsdruk, horende bij de temperatuur van de wand
• Vergelijk met warmtetransport alfa-waarden niet verwaarloosbaar
o Je bereikt 0 graden tegen de bakstenen nog
o Opp. T aan binnenkant ligt veel hoger
o Verschillen in temperatuur bestaan ook in dampdruk!! Dat moet je bereken om te weten als
je dampscherm nodig gaat hebben of niet
o ➔ gaan bepalen als we problemen gaan krijgen in onze muur of niet
• De equivalente diffusieweerstand van een luchtspouw in een constructie is gelijk aan 0.
o in luchtspouw gebeurt het damptransport voornamelijk door convectie en NIET door diffusie.
o De weerstand herleidt zich zo tot 2x de waterdampovergangsweerstand.
o en aangezien deze overgangsweerstanden verwaarloosbaar klein zijn, mogen we verder de
diffusieweerstand van een luchtspouw = 0 stellen.
3.1.2 CONVECTIEF DAMPTRANSPORT IN EEN GEBOUW
• Wanneer door luchtstroming waterdamp wordt meegevoerd in een gebouw of constructie, is het
hiermee gepaard gaande waterdampdebiet:
o Termen dampmassadebiet + luchtmassadebiet!!
• De in een gebouw door ventilatie netto afgevoerde dampstroom is dan het verschil tussen de
afgevoerde en aangevoerde dampstroom:
3.1.3 CONVECTIEF DAMPTRANSPORT DOORHEEN CONSTRUCTIE
• Damptransport door constructies gebeurt door dampdrukverschillen (diffusie) en luchtdrukverschillen
(convectie).
• Convectief damptransport vereist naast luchtdrukverschillen ook een luchtdoorlatende constructie.
• Luchtdoorlatendheid kan ontstaan doordat:
o de gebruikte materialen zelf luchtdoorlatend zijn (bv. onbepleisterd betonsteenmetselwerk)
o er luchtlekken aanwezig zijn in de constructie
▪ Voorbeelden van luchtlekken: doorvoeren voor elektriciteit of sanitair, en
aansluitingsvoegen met andere bouwelementen.
2