SCHRIFT EN BEWEGING – CATHY CRABBE
1. Een correcte schrijfhouding ondersteunt vlot en vloeiend schrijven. Indien kinderen hier moeite mee
hebben corrigeren we niet alleen de houding maar bieden we ondersteuning aan van onderuit, namelijk
vanuit de motorische voorwaarden om een goede schrijfhouding te kunnen handhaven.
Toon aan dat je kinderen observeerde op het vlak van de schrijfhouding aan de hand van de screeningslijst
en een foto van het schrijvend kind dat je bespreekt. Neem de ingevulde screeningslijst mee.
Opvallende bevindingen:
Niayesh hangt met de romp over de tafel, hangt met haar gezicht bij na op haar blad.
evenwicht, romptonus/rompstabiliteit, proprioceptie.
Casper zit steeds met één voet onder zijn zitvlak en op het puntje vooraan op zijn stoel.
evenwicht, houdingscontrole/rompstabiliteit.
Amel zit helemaal onderuit gezakt.
evenwicht, romptonus/rompstabiliteit, proprioceptie.
Anna pengreep (duimdwarsgreep)
fijne motoriek, intramanuele lateralisatie, duimoppositie en vingerdissociatie.
Athena puntje van haar stoel, steun met haar buik tegen de bank.
evenwicht, romptonus/rompstabiliteit.
Bespreek hetgeen je observeerde aan de hand van de theoretische kaders. Vergelijk dus je observaties met
de theorie. Wat zag je en wat denk je dat onderliggend mee een rol kan spelen? Licht toe aan de hand van
concrete voorbeelden.
Observatie Niayesh hangt sterk met haar romp over de tafel en brengt haar hoofd zeer dicht bij het blad.
+ link met theorie De wervelkolom moet voldoende rechtop kunnen blijven en het hoofd mag slechts licht
voorovergebogen zijn. De ideale kijkafstand is ongeveer de lengte van de onderarm.
Onderliggende oorzaak Dit kan wijzen op moeilijkheden met evenwicht, romptonus en rompstabiliteit. De kleine
spieren rond de wervelkolom helpen de romp rechtop houden. Wanneer dit veel inspanning
vraagt, kan een kind naar voren zakken en steun zoeken.
Ook proprioceptie kan meespelen: het kind moet de eigen lichaamshouding kunnen
aanvoelen en bijsturen.
Observatie Casper zit vooraan op zijn stoel en brengt één been/voet onder zijn zitvlak. Hierdoor gebruikt
+ link met theorie hij niet de ideale steunbasis waarbij zitvlak én beide voeten het lichaam ondersteunen.
Voeten op de grond is belangrijk voor een stabiele zithouding.
Onderliggende oorzaak Casper kan op deze manier nog zoeken naar extra stabiliteit en houdingscontrole.
Evenwicht kan dus onderliggend meespelen.
Observatie Amel zit sterk onderuitgezakt: het bekken/zitvlak bevindt zich ver naar voren, terwijl de
+ link met theorie bovenrug steun zoekt tegen de rugleuning.
Hierdoor ontbreekt de rechte oprichting van de romp die gewenst is tijdens het schrijven.
Onderliggende oorzaak Dit kan samenhangen met romptonus, rompstabiliteit en evenwicht. Wanneer het rechtop
houden van de romp veel inspanning vraagt, kan het kind externe steun zoeken en “hangen”
in de stoel. Een stabiele zithouding is belangrijk omdat instabiliteit van de romp ook de fijne
bewegingen van arm en hand kan beïnvloeden.
Ook proprioceptie kan mee een rol spelen in het voelen en corrigeren van de eigen
zithouding.
Observatie Athena zit vooraan op haar stoel en zoekt duidelijk steun met haar buik tegen de tafelrand.
+ link met theorie Normaal zit er een vuistafstand tussen buik en tafel.
Onderliggende oorzaak De buiksteun kan dus een compensatiestrategie zijn om meer stabiliteit te krijgen.
Mogelijk spelen romptonus, rompstabiliteit en evenwicht ook mee.
Door tegen de tafel te steunen vergroot Athena haar steunvlak en hoeft ze haar romp minder
volledig zelfstandig rechtop te houden. Bij een juiste schrijfhouding krijg je enkel steun van
het zitvlak op de stoel, voeten op de grond, onderarmen op je tafel.
1
, Observatie Bij Anna valt vooral de duimdwarsgreep op. De duim kruist over de wijsvinger. Anna schrijft
+ link met theorie vanuit haar pols, ipv vanuit de fijne beweging vanuit haar vingers
Bij een efficiënte fijne motoriek krijge de vingers binnen één hand verschillende functies:
duim en wijsvinger nemen vooral een bewegende functie op, terwijl pink en ringvinger
stabiliseren.
Onderliggende oorzaak Hier kan vooral de intramanuele lateralisatie nog verder in ontwikkeling zijn: de
taakverdeling binnen één hand. Ook duimoppositie, vingerdissociatie en fijne motorische
coördinatie zijn relevant.
Wat heb je ondernomen om deze kinderen zeer gericht te helpen. Waarom koos je net deze aanpak?
Benoem het doel in elke actie.
Ondersteuning nodig bij de onderliggende motorische voorwaarden voor het schrijven.
Moeilijkheden met:
- evenwicht, romptonus, rompstabiliteit en houdingscontrole
- de fijne motoriek, duimoppositie, vingerdissociatie en intramanuele lateralisatie
=> Niet alleen de zichtbare schrijfhouding of pengreep corrigeren, maar ook gericht de onderliggende
vaardigheden stimuleren.
Een stabiele romp vormt namelijk de basis om de meer distale lichaamsdelen, zoals hand en vingers, vrij en
nauwkeurig te kunnen bewegen.
De activiteiten werden niet uitsluitend aan één leerling aangeboden, maar regelmatig geïntegreerd in de
klaswerking (hoekenwerk, schrijfopwarming, tussendoortje…). Zo kregen de leerlingen die hier nood aan
hadden extra oefenkansen zonder dat zij telkens apart werden genomen.
Knijpkaarten in de kieskast -> de duimoppositie en samenwerking tussen duim en wijsvinger stimuleren als
voorbereiding op de pincetgreep en een meer dynamische pengreep.
Strijkparels rijgen -> de pincetgreep verfijnen doordat kleine voorwerpen met duim en wijsvinger worden
opgenomen. Tegelijk worden de oog-handcoördinatie en bimanuele coördinatie gestimuleerd.
Leesbekers stapelen -> vooral de oppositie van de duim stimuleren en de hand- en vingermotoriek verder
verfijnen.
Pompons met een pincet op een schrijfletter letterspoor leggen -> de pincetgreep, duimoppositie en
vingerdissociatie stimuleren. Bij lln die nood hebben aan extra oefening van de intramanuele lateralisatie kan
een klein pomponnetje met ringvinger en pink tegen de handpalm worden gehouden, terwijl duim en
wijsvinger de andere pompons verplaatsen. Zo oefenen de beweegvingers en steunvingers tegelijkertijd hun
verschillende functies.
Letters schrijven in zand met wijsvinger -> de vingerdissociatie stimuleren doordat de wijsvinger gericht
beweegt terwijl de andere vingers niet dezelfde beweging uitvoeren. Daarnaast kan het bewegingspatroon van
de letter op een tactiele en grotere manier worden ingeoefend.
Gerichte schrijfopwarming (vingergymnastiek) -> met de duim iedere vingertop aantikken, met afzonderlijke
vingers ‘regen’ tikken op de bank, met één hand omhoog en omlaag klimmen op het potlood en het potlood
met de vingertoppen draaien.
de duimoppositie, vingerdissociatie en intramanuele leteralisatie (in-handmanipulatie) stimuleren.
Zo worden de vingers voorbereid op de afzonderlijke en fijne bewegingen die nodig zijn tijdens het schrijven.
Bewegingstussendoortjes gericht op evenwicht en rompstabiliteit:
‘De juf zegt’ → opdrachten zoals op één been staan, op de tenen staan en tegelijk de armen boven het hoofd
strekken.
Rad van beweging → bv op één been staan, van het ene naar het andere been springen en drie keer rond de
eigen as draaien om daarna vijf tellen stil te blijven staan.
2
,Yogahoudingen nadoen → de lln nemen verschillende houdingen aan en proberen deze enkele tellen vast te
houden.
Evenwichtsopdrachten op de stip in de rij -> wanneer de lln buiten op hun vaste stip stonden te wachten om
naar binnen te gaan, gaf ik korte opdrachten zoals springen, draaien of op één been staan, waarbij ze binnen
hun eigen bol/stip moesten blijven.
Over een vloerlijn lopen met een pittenzakje op het hoofd: de leerlingen lopen rustig over een lijn zonder dat
het pittenzakje van hun hoofd valt.
Doel: Stimuleren van: het evenwicht, de romptonus, rompstabiliteit, houdingscontrole en proprioceptie.
De lln oefenen om hun lichaam zowel tijdens als na een beweging stabiel te houden, hun romp tegen de
zwaartekracht in op te richten en hun lichaamshouding waar te nemen en bij te sturen. Zowel het statisch
evenwicht (een houding behouden) als het dynamisch evenwicht (het evenwicht bewaren of herstellen tijdens
en na beweging).
Dit is belangrijk voor de schrijfhouding: Een kind moet zijn romp voldoende stabiel en rechtop kunnen houden,
zodat de armen, handen en vingers vrij en gecontroleerd kunnen bewegen.
Tegen welke moeilijkheden liep je aan?
De opvallende schrijfhoudingen waren vaak gewoontes die snel terugkwamen. Wanneer ik een
leerling erop wees, kon die zijn houding meestal aanpassen, maar na een tijdje zakte hij/zij opnieuw
onderuit, ging voorover hangen of zocht opnieuw steun. Alleen verbaal corrigeren was dus
onvoldoende.
Tijdens een schrijfles moest ik mijn aandacht verdelen over de hele klas. Daardoor was het moeilijk om
één leerling gedurende langere tijd gericht te observeren en onmiddellijk bij te sturen.
Motorische ontwikkeling vraagt veel herhaling en tijd. Ik bood verschillende activiteiten aan, maar
binnen een stageperiode is het moeilijk om vast te stellen of bijvoorbeeld de rompstabiliteit of
pengreep hierdoor daadwerkelijk veranderd is.
Hoewel ze gericht werkten aan voorwaarden die ik bij bepaalde leerlingen als aandachtspunt zag,
voerde ik de opdrachten klassikaal uit. Ik had liever nog persoonlijker aan de slag kunnen gaan.
Welke mogelijkheden zie je nog in de toekomst?
- Screening twee keer uitvoeren zodat je kan nagaan of er na een aantal weken (na doelgerichte activiteiten)
vordering is.
- Oefeningen meer differentiëren volgens de noden van de lln bv in de vorm van een kieskast.
Leerlingen die moeite hebben met hun schrijfhouding kunnen bijvoorbeeld extra activiteiten rond evenwicht,
romptonus en rompstabiliteit krijgen, terwijl leerlingen met moeilijkheden rond pengreep meer activiteiten
krijgen rond duimoppositie, vingerdissociatie en intramanuele lateralisatie.
+ 5 screeningsdocumenten meenemen naar het mondeling examen!!
2. Behalve het beoordelen van het eindproduct van het schrijven observeer je als leerkracht ook zeer gericht
de kinderen terwijl ze aan het schrijven of tekenen zijn, om gericht te kunnen bijsturen.
Toon aan dat je kinderen observeerde op het vlak van het schrijfproces aan de hand van de screeningslijst.
Wat zag je bij welk kind? Neem een foto of filmpje mee en de ingevulde screeningslijst.
Opvallende observaties:
- Taim gebruikt zijn steunhand niet, ik moet hem hier aan herinneren en dat doet hij het voor korte tijd wel.
Steunhand onder de tafel, op borstkas. -> Intermanuele lateralisatie
- Anna heeft een foute pengreep (duimdwarsgreep) en schrijft vanuit haar pols. Fijne motoriek, vingerdissociatie,
intramanuele lateralisatie
- Athena heeft moeite met het kruisen van de middenlijn, ze draait zijn romp mee. Middenlijn kruisen, lateralisatie,
coördinatie
- Imaad niet vloeiend, maar eerder ‘stokkend’, denk hard na tijdens het schrijven en heeft hoge pendruk.
Zowel potlood op blad, als vingers op potlood. -> Motorische sturing en automatisatie, tastzin en proprioceptie
- Imaad heeft ook moeite met het binnen de schrijflijnen schrijven. Oog-handcoördinatie, visuomotoriek, ruimteperceptie
3
, Bespreek hetgeen je observeerde aan de hand van de theoretische kaders. Wat zag je en wat denk je dat
onderliggend mee een rol kan spelen? Vergelijk je observaties met de theorie dus.
Licht toe aan de hand van concrete voorbeelden.
Observatie Taim gebruikt zijn steunhand tijdens het schrijven onvoldoende. Hij houdt deze bijvoorbeeld
+ link met theorie onder de tafel of tegen zijn borstkas. Wanneer ik hem eraan herinner om zijn steunhand te
gebruiken, legt hij deze wel op het blad, maar na korte tijd verdwijnt ze opnieuw.
Beide handen hebben tijdens het schrijven een verschillende functie. De schrijfhand is de
beweeghand, terwijl de andere hand als steunhand het blad vasthoudt en indien nodig mee
opschuift. Beide handen werken dus samen aan één taak.
Onderliggende oorzaak Probleem rond intermanuele lateralisatie. Dit is de taakverdeling en samenwerking tussen
beide handen, waarbij één hand de leiding neemt en de andere een ondersteunende functie
krijgt.
Bij Taim lijkt deze taakverdeling nog niet volledig geautomatiseerd. Hij kan zijn steunhand wel
correct gebruiken wanneer ik hem eraan herinner, maar doet dit nog niet spontaan.
Observatie Anna heeft een duimdwarsgreep en haar schrijfbeweging komt sterk vanuit de pols/
+ link met theorie elleboog, in plaats van uit kleine, gedifferentieerde bewegingen van de vingers.
Tijdens het schrijven moet de lln kleine en vloeiende bewegingen met vingers en pols kunnen
maken terwijl de onderarm ontspannen op tafel ligt. Schrijven vraagt dus een verfijnde
motorische sturing en niet dat de beweging voornamelijk vanuit één groter geheel wordt
uitgevoerd.
Onderliggende oorzaak Hier kunnen vooral de fijne motoriek, vingerdissociatie en intramanuele lateralisatie
meespelen.
Bij een efficiënte schrijfbeweging ontstaat binnen de schrijfhand een taakverdeling: bepaalde
vingers zorgen voor de fijne beweging, terwijl andere vingers stabiliteit bieden.
(Ontwikkelingslijn: van totaal naar lokaal: schrijfbewegingen worden steeds verfijnder en
meer vanuit kleinere spiergroepen gestuurd.)
Observatie Bij Athena merk ik dat ze bij bewegingen waarbij ze over haar lichaamsmiddenlijn moet gaan,
+ link met theorie haar romp mee naar de andere kant draait in plaats van enkel met haar arm en hand over de
middenlijn te bewegen.
De lln moet tijdens het schrijven de lichaamsmiddenlijn kunnen kruisen om het volledige
werkvlak te gebruiken. Een rechtshandig kind moet bijvoorbeeld met de rechterhand naar de
linkerkant van het blad kunnen bewegen om daar te starten.
Onderliggende oorzaak Middenlijn kruisen. Athena compenseert de beweging door haar romp mee te draaien,
waardoor haar hand niet onafhankelijk over de lichaamsmiddenlijn beweegt.
Lateralisatie en coördinatie. Om vlot te schrijven moet een kind verschillende lichaamsdelen
onafhankelijk van elkaar kunnen inzetten: de romp blijft relatief stabiel terwijl arm en hand
bewegen. Het kunnen kruisen van de middenlijn hangt samen met de verdere ontwikkeling
van lateralisatie. Het kind leert één lichaamshelft ook aan de andere zijde van het lichaam te
gebruiken. Hierdoor kan een duidelijke voorkeurshand ontstaan die over het volledige
werkveld actief kan blijven.
Observatie Imaad schrijft niet altijd vloeiend, maar eerder stokkend. Hij lijkt tijdens het schrijven hard na
+ link met theorie te denken over de beweging die hij moet uitvoeren.
Voor letters worden motorsiche programma’s opgebouwd. Wanneer die voldoende geoefend
en geautomatiseerd zijn, hoeft een kind niet meer bewust over elke afzonderlijke
schrijfbeweging na te denken en kan het schrijven vloeiender verlopen.
Daarnaast heeft Imaad een hoge pendruk en gripdruk: hij drukt hard met het potlood op het
blad en houdt het potlood stevig vast met zijn vingers. Tastzin en proprioceptie zijn nodig om
druk en spanning tijdens het schrijven te doseren.
Ten slotte heeft hij moeite om zijn letters binnen de schrijflijnen te plaatsen. Bij schrijven
moet een kind voortdurend visuele informatie verwerken en zijn handbeweging op basis
daarvan bijsturen.
Onderliggende oorzaak Motorische sturing/automatisatie: de schrijfbeweging lijkt nog onvoldoende
geautomatiseerd, waardoor Imaad bewust moet nadenken en regelmatig stopt.
Tastzin en proprioceptie: kunnen meespelen bij de hoge pendruk en gripdruk. Hij moet
4
1. Een correcte schrijfhouding ondersteunt vlot en vloeiend schrijven. Indien kinderen hier moeite mee
hebben corrigeren we niet alleen de houding maar bieden we ondersteuning aan van onderuit, namelijk
vanuit de motorische voorwaarden om een goede schrijfhouding te kunnen handhaven.
Toon aan dat je kinderen observeerde op het vlak van de schrijfhouding aan de hand van de screeningslijst
en een foto van het schrijvend kind dat je bespreekt. Neem de ingevulde screeningslijst mee.
Opvallende bevindingen:
Niayesh hangt met de romp over de tafel, hangt met haar gezicht bij na op haar blad.
evenwicht, romptonus/rompstabiliteit, proprioceptie.
Casper zit steeds met één voet onder zijn zitvlak en op het puntje vooraan op zijn stoel.
evenwicht, houdingscontrole/rompstabiliteit.
Amel zit helemaal onderuit gezakt.
evenwicht, romptonus/rompstabiliteit, proprioceptie.
Anna pengreep (duimdwarsgreep)
fijne motoriek, intramanuele lateralisatie, duimoppositie en vingerdissociatie.
Athena puntje van haar stoel, steun met haar buik tegen de bank.
evenwicht, romptonus/rompstabiliteit.
Bespreek hetgeen je observeerde aan de hand van de theoretische kaders. Vergelijk dus je observaties met
de theorie. Wat zag je en wat denk je dat onderliggend mee een rol kan spelen? Licht toe aan de hand van
concrete voorbeelden.
Observatie Niayesh hangt sterk met haar romp over de tafel en brengt haar hoofd zeer dicht bij het blad.
+ link met theorie De wervelkolom moet voldoende rechtop kunnen blijven en het hoofd mag slechts licht
voorovergebogen zijn. De ideale kijkafstand is ongeveer de lengte van de onderarm.
Onderliggende oorzaak Dit kan wijzen op moeilijkheden met evenwicht, romptonus en rompstabiliteit. De kleine
spieren rond de wervelkolom helpen de romp rechtop houden. Wanneer dit veel inspanning
vraagt, kan een kind naar voren zakken en steun zoeken.
Ook proprioceptie kan meespelen: het kind moet de eigen lichaamshouding kunnen
aanvoelen en bijsturen.
Observatie Casper zit vooraan op zijn stoel en brengt één been/voet onder zijn zitvlak. Hierdoor gebruikt
+ link met theorie hij niet de ideale steunbasis waarbij zitvlak én beide voeten het lichaam ondersteunen.
Voeten op de grond is belangrijk voor een stabiele zithouding.
Onderliggende oorzaak Casper kan op deze manier nog zoeken naar extra stabiliteit en houdingscontrole.
Evenwicht kan dus onderliggend meespelen.
Observatie Amel zit sterk onderuitgezakt: het bekken/zitvlak bevindt zich ver naar voren, terwijl de
+ link met theorie bovenrug steun zoekt tegen de rugleuning.
Hierdoor ontbreekt de rechte oprichting van de romp die gewenst is tijdens het schrijven.
Onderliggende oorzaak Dit kan samenhangen met romptonus, rompstabiliteit en evenwicht. Wanneer het rechtop
houden van de romp veel inspanning vraagt, kan het kind externe steun zoeken en “hangen”
in de stoel. Een stabiele zithouding is belangrijk omdat instabiliteit van de romp ook de fijne
bewegingen van arm en hand kan beïnvloeden.
Ook proprioceptie kan mee een rol spelen in het voelen en corrigeren van de eigen
zithouding.
Observatie Athena zit vooraan op haar stoel en zoekt duidelijk steun met haar buik tegen de tafelrand.
+ link met theorie Normaal zit er een vuistafstand tussen buik en tafel.
Onderliggende oorzaak De buiksteun kan dus een compensatiestrategie zijn om meer stabiliteit te krijgen.
Mogelijk spelen romptonus, rompstabiliteit en evenwicht ook mee.
Door tegen de tafel te steunen vergroot Athena haar steunvlak en hoeft ze haar romp minder
volledig zelfstandig rechtop te houden. Bij een juiste schrijfhouding krijg je enkel steun van
het zitvlak op de stoel, voeten op de grond, onderarmen op je tafel.
1
, Observatie Bij Anna valt vooral de duimdwarsgreep op. De duim kruist over de wijsvinger. Anna schrijft
+ link met theorie vanuit haar pols, ipv vanuit de fijne beweging vanuit haar vingers
Bij een efficiënte fijne motoriek krijge de vingers binnen één hand verschillende functies:
duim en wijsvinger nemen vooral een bewegende functie op, terwijl pink en ringvinger
stabiliseren.
Onderliggende oorzaak Hier kan vooral de intramanuele lateralisatie nog verder in ontwikkeling zijn: de
taakverdeling binnen één hand. Ook duimoppositie, vingerdissociatie en fijne motorische
coördinatie zijn relevant.
Wat heb je ondernomen om deze kinderen zeer gericht te helpen. Waarom koos je net deze aanpak?
Benoem het doel in elke actie.
Ondersteuning nodig bij de onderliggende motorische voorwaarden voor het schrijven.
Moeilijkheden met:
- evenwicht, romptonus, rompstabiliteit en houdingscontrole
- de fijne motoriek, duimoppositie, vingerdissociatie en intramanuele lateralisatie
=> Niet alleen de zichtbare schrijfhouding of pengreep corrigeren, maar ook gericht de onderliggende
vaardigheden stimuleren.
Een stabiele romp vormt namelijk de basis om de meer distale lichaamsdelen, zoals hand en vingers, vrij en
nauwkeurig te kunnen bewegen.
De activiteiten werden niet uitsluitend aan één leerling aangeboden, maar regelmatig geïntegreerd in de
klaswerking (hoekenwerk, schrijfopwarming, tussendoortje…). Zo kregen de leerlingen die hier nood aan
hadden extra oefenkansen zonder dat zij telkens apart werden genomen.
Knijpkaarten in de kieskast -> de duimoppositie en samenwerking tussen duim en wijsvinger stimuleren als
voorbereiding op de pincetgreep en een meer dynamische pengreep.
Strijkparels rijgen -> de pincetgreep verfijnen doordat kleine voorwerpen met duim en wijsvinger worden
opgenomen. Tegelijk worden de oog-handcoördinatie en bimanuele coördinatie gestimuleerd.
Leesbekers stapelen -> vooral de oppositie van de duim stimuleren en de hand- en vingermotoriek verder
verfijnen.
Pompons met een pincet op een schrijfletter letterspoor leggen -> de pincetgreep, duimoppositie en
vingerdissociatie stimuleren. Bij lln die nood hebben aan extra oefening van de intramanuele lateralisatie kan
een klein pomponnetje met ringvinger en pink tegen de handpalm worden gehouden, terwijl duim en
wijsvinger de andere pompons verplaatsen. Zo oefenen de beweegvingers en steunvingers tegelijkertijd hun
verschillende functies.
Letters schrijven in zand met wijsvinger -> de vingerdissociatie stimuleren doordat de wijsvinger gericht
beweegt terwijl de andere vingers niet dezelfde beweging uitvoeren. Daarnaast kan het bewegingspatroon van
de letter op een tactiele en grotere manier worden ingeoefend.
Gerichte schrijfopwarming (vingergymnastiek) -> met de duim iedere vingertop aantikken, met afzonderlijke
vingers ‘regen’ tikken op de bank, met één hand omhoog en omlaag klimmen op het potlood en het potlood
met de vingertoppen draaien.
de duimoppositie, vingerdissociatie en intramanuele leteralisatie (in-handmanipulatie) stimuleren.
Zo worden de vingers voorbereid op de afzonderlijke en fijne bewegingen die nodig zijn tijdens het schrijven.
Bewegingstussendoortjes gericht op evenwicht en rompstabiliteit:
‘De juf zegt’ → opdrachten zoals op één been staan, op de tenen staan en tegelijk de armen boven het hoofd
strekken.
Rad van beweging → bv op één been staan, van het ene naar het andere been springen en drie keer rond de
eigen as draaien om daarna vijf tellen stil te blijven staan.
2
,Yogahoudingen nadoen → de lln nemen verschillende houdingen aan en proberen deze enkele tellen vast te
houden.
Evenwichtsopdrachten op de stip in de rij -> wanneer de lln buiten op hun vaste stip stonden te wachten om
naar binnen te gaan, gaf ik korte opdrachten zoals springen, draaien of op één been staan, waarbij ze binnen
hun eigen bol/stip moesten blijven.
Over een vloerlijn lopen met een pittenzakje op het hoofd: de leerlingen lopen rustig over een lijn zonder dat
het pittenzakje van hun hoofd valt.
Doel: Stimuleren van: het evenwicht, de romptonus, rompstabiliteit, houdingscontrole en proprioceptie.
De lln oefenen om hun lichaam zowel tijdens als na een beweging stabiel te houden, hun romp tegen de
zwaartekracht in op te richten en hun lichaamshouding waar te nemen en bij te sturen. Zowel het statisch
evenwicht (een houding behouden) als het dynamisch evenwicht (het evenwicht bewaren of herstellen tijdens
en na beweging).
Dit is belangrijk voor de schrijfhouding: Een kind moet zijn romp voldoende stabiel en rechtop kunnen houden,
zodat de armen, handen en vingers vrij en gecontroleerd kunnen bewegen.
Tegen welke moeilijkheden liep je aan?
De opvallende schrijfhoudingen waren vaak gewoontes die snel terugkwamen. Wanneer ik een
leerling erop wees, kon die zijn houding meestal aanpassen, maar na een tijdje zakte hij/zij opnieuw
onderuit, ging voorover hangen of zocht opnieuw steun. Alleen verbaal corrigeren was dus
onvoldoende.
Tijdens een schrijfles moest ik mijn aandacht verdelen over de hele klas. Daardoor was het moeilijk om
één leerling gedurende langere tijd gericht te observeren en onmiddellijk bij te sturen.
Motorische ontwikkeling vraagt veel herhaling en tijd. Ik bood verschillende activiteiten aan, maar
binnen een stageperiode is het moeilijk om vast te stellen of bijvoorbeeld de rompstabiliteit of
pengreep hierdoor daadwerkelijk veranderd is.
Hoewel ze gericht werkten aan voorwaarden die ik bij bepaalde leerlingen als aandachtspunt zag,
voerde ik de opdrachten klassikaal uit. Ik had liever nog persoonlijker aan de slag kunnen gaan.
Welke mogelijkheden zie je nog in de toekomst?
- Screening twee keer uitvoeren zodat je kan nagaan of er na een aantal weken (na doelgerichte activiteiten)
vordering is.
- Oefeningen meer differentiëren volgens de noden van de lln bv in de vorm van een kieskast.
Leerlingen die moeite hebben met hun schrijfhouding kunnen bijvoorbeeld extra activiteiten rond evenwicht,
romptonus en rompstabiliteit krijgen, terwijl leerlingen met moeilijkheden rond pengreep meer activiteiten
krijgen rond duimoppositie, vingerdissociatie en intramanuele lateralisatie.
+ 5 screeningsdocumenten meenemen naar het mondeling examen!!
2. Behalve het beoordelen van het eindproduct van het schrijven observeer je als leerkracht ook zeer gericht
de kinderen terwijl ze aan het schrijven of tekenen zijn, om gericht te kunnen bijsturen.
Toon aan dat je kinderen observeerde op het vlak van het schrijfproces aan de hand van de screeningslijst.
Wat zag je bij welk kind? Neem een foto of filmpje mee en de ingevulde screeningslijst.
Opvallende observaties:
- Taim gebruikt zijn steunhand niet, ik moet hem hier aan herinneren en dat doet hij het voor korte tijd wel.
Steunhand onder de tafel, op borstkas. -> Intermanuele lateralisatie
- Anna heeft een foute pengreep (duimdwarsgreep) en schrijft vanuit haar pols. Fijne motoriek, vingerdissociatie,
intramanuele lateralisatie
- Athena heeft moeite met het kruisen van de middenlijn, ze draait zijn romp mee. Middenlijn kruisen, lateralisatie,
coördinatie
- Imaad niet vloeiend, maar eerder ‘stokkend’, denk hard na tijdens het schrijven en heeft hoge pendruk.
Zowel potlood op blad, als vingers op potlood. -> Motorische sturing en automatisatie, tastzin en proprioceptie
- Imaad heeft ook moeite met het binnen de schrijflijnen schrijven. Oog-handcoördinatie, visuomotoriek, ruimteperceptie
3
, Bespreek hetgeen je observeerde aan de hand van de theoretische kaders. Wat zag je en wat denk je dat
onderliggend mee een rol kan spelen? Vergelijk je observaties met de theorie dus.
Licht toe aan de hand van concrete voorbeelden.
Observatie Taim gebruikt zijn steunhand tijdens het schrijven onvoldoende. Hij houdt deze bijvoorbeeld
+ link met theorie onder de tafel of tegen zijn borstkas. Wanneer ik hem eraan herinner om zijn steunhand te
gebruiken, legt hij deze wel op het blad, maar na korte tijd verdwijnt ze opnieuw.
Beide handen hebben tijdens het schrijven een verschillende functie. De schrijfhand is de
beweeghand, terwijl de andere hand als steunhand het blad vasthoudt en indien nodig mee
opschuift. Beide handen werken dus samen aan één taak.
Onderliggende oorzaak Probleem rond intermanuele lateralisatie. Dit is de taakverdeling en samenwerking tussen
beide handen, waarbij één hand de leiding neemt en de andere een ondersteunende functie
krijgt.
Bij Taim lijkt deze taakverdeling nog niet volledig geautomatiseerd. Hij kan zijn steunhand wel
correct gebruiken wanneer ik hem eraan herinner, maar doet dit nog niet spontaan.
Observatie Anna heeft een duimdwarsgreep en haar schrijfbeweging komt sterk vanuit de pols/
+ link met theorie elleboog, in plaats van uit kleine, gedifferentieerde bewegingen van de vingers.
Tijdens het schrijven moet de lln kleine en vloeiende bewegingen met vingers en pols kunnen
maken terwijl de onderarm ontspannen op tafel ligt. Schrijven vraagt dus een verfijnde
motorische sturing en niet dat de beweging voornamelijk vanuit één groter geheel wordt
uitgevoerd.
Onderliggende oorzaak Hier kunnen vooral de fijne motoriek, vingerdissociatie en intramanuele lateralisatie
meespelen.
Bij een efficiënte schrijfbeweging ontstaat binnen de schrijfhand een taakverdeling: bepaalde
vingers zorgen voor de fijne beweging, terwijl andere vingers stabiliteit bieden.
(Ontwikkelingslijn: van totaal naar lokaal: schrijfbewegingen worden steeds verfijnder en
meer vanuit kleinere spiergroepen gestuurd.)
Observatie Bij Athena merk ik dat ze bij bewegingen waarbij ze over haar lichaamsmiddenlijn moet gaan,
+ link met theorie haar romp mee naar de andere kant draait in plaats van enkel met haar arm en hand over de
middenlijn te bewegen.
De lln moet tijdens het schrijven de lichaamsmiddenlijn kunnen kruisen om het volledige
werkvlak te gebruiken. Een rechtshandig kind moet bijvoorbeeld met de rechterhand naar de
linkerkant van het blad kunnen bewegen om daar te starten.
Onderliggende oorzaak Middenlijn kruisen. Athena compenseert de beweging door haar romp mee te draaien,
waardoor haar hand niet onafhankelijk over de lichaamsmiddenlijn beweegt.
Lateralisatie en coördinatie. Om vlot te schrijven moet een kind verschillende lichaamsdelen
onafhankelijk van elkaar kunnen inzetten: de romp blijft relatief stabiel terwijl arm en hand
bewegen. Het kunnen kruisen van de middenlijn hangt samen met de verdere ontwikkeling
van lateralisatie. Het kind leert één lichaamshelft ook aan de andere zijde van het lichaam te
gebruiken. Hierdoor kan een duidelijke voorkeurshand ontstaan die over het volledige
werkveld actief kan blijven.
Observatie Imaad schrijft niet altijd vloeiend, maar eerder stokkend. Hij lijkt tijdens het schrijven hard na
+ link met theorie te denken over de beweging die hij moet uitvoeren.
Voor letters worden motorsiche programma’s opgebouwd. Wanneer die voldoende geoefend
en geautomatiseerd zijn, hoeft een kind niet meer bewust over elke afzonderlijke
schrijfbeweging na te denken en kan het schrijven vloeiender verlopen.
Daarnaast heeft Imaad een hoge pendruk en gripdruk: hij drukt hard met het potlood op het
blad en houdt het potlood stevig vast met zijn vingers. Tastzin en proprioceptie zijn nodig om
druk en spanning tijdens het schrijven te doseren.
Ten slotte heeft hij moeite om zijn letters binnen de schrijflijnen te plaatsen. Bij schrijven
moet een kind voortdurend visuele informatie verwerken en zijn handbeweging op basis
daarvan bijsturen.
Onderliggende oorzaak Motorische sturing/automatisatie: de schrijfbeweging lijkt nog onvoldoende
geautomatiseerd, waardoor Imaad bewust moet nadenken en regelmatig stopt.
Tastzin en proprioceptie: kunnen meespelen bij de hoge pendruk en gripdruk. Hij moet
4