15.1 Signalisatie via chemische boodschappers
Vier mechanismen van celcommunicatie:
1. Direct celcontact: gap junctions – desmosomen, etc.
2. Neurale signalisatie via synapsen : neurotransmitter beïnvloedt de
postsynaptische cel
3. Endocrien signalisatie via bloed: hormoon bereikt vele cellen
verspreid in lichaam
4. Paracriene signalisatie: invloed op nabijgelegen cellen
Hormoon
Wordt gesecreteerd in de extracellulaire vloeistof en
getransporteerd door bloed
Kan op afstand inwerken
Alleen doelcellen met receptor kunnen reageren
Paracriene/autocriene
regulatoren
Worden niet via bloed
getransporteerd
Cellen reguleren elkaar
binnen een orgaan of
beïnvloeden zichzelf
Feromonen
Worden vrijgesteld in het
milieu voor communicatie
tussen individuen van 1
species
Definitie van hormoon vervaagt:
Sommige neurotransmitters worden via het bloed getransporteerd en
ageren als neurohormonen
Bv. NA vrijgesteld door de bijnier coördineert de activiteit van hart,
lever, bloedvaten bij stress
Bv. ADH wordt vrijgezet door de hypothalamus naar de hypofyse
Hormoonproductie en release wordt dikwijls direct of indirect gereguleerd
door het zenuwstelel
, Bv. hypothalamo-hypofysaire as
15.2 Endocriene klieren
Het endocrien systeem omvat alle
organen en weefsels die hormonen
produceren
Endocriene klieren, gespecialiseerd in de
secretie van hormonen
Ook organen, zoals de lever, die
hormonen secreteren naast andere
functies
Exocriene klieren secreteren hun
producten, zoals speeksel of melk, in
een kanaal voor transport naar de
buitenwereld toe
15.3 Chemische klassen van
hormonen
Moleculen die werken als hormonen en moeten 2 basiskarakteristieken
vertonen:
1. Voldoende complex zijn op regulatorische informatie te kunne
vervoeren naar de doelcellen
2. Voldoende stabiel zijn om te weerstaan aan afbraak alvorens de
doelcellen te bereiken
Drie chemische klassen voldoen aan deze criteria:
1. Peptiden en proteïnen
ADH, insuline, GH
Glycoproteïnen – LH, TSH
2. Aminozuurderivaten (amine-hormonen)
Catecholamines (tyrosine)
Schildklierhormonen (tyrosine)
Meltonine (tryptofaan)
3. Steroïden (lipiden, cholesterolderivaten)
Geslachtssteroïden (testis, ovarium, placenta)
Corticosteroïden (enkel door adrenale cortex)
Polypeptiden Amines Steroïden