11.1 Terminologie
Autotroof (planten): kunnen organische moleculen maken
Heterotroof (dieren): nemen organische moleculen op via voeding
Herbivoren
Carnivoren
Omnivoren
11.2 Variaties in spijsverteringsstelsels
Eencellige organismen & sponzen: intracellulaire vertering
Endocytose (variaties: fagocytose/pinocytose)
Multicellulaire organismen: extracellulaire vertering = binnen
spijsverteringsholte
Onvolledig spijsverteringsstelsel (mond = anus) vs. Volledig (mond ≠
anus)
Cnidaria: (onvolledig) gastrovasculaire holte
1 opening
Geen specialisatie
Verteringsenzymen worden in holte vrijgegeven
Platwormen: (onvolledig) gastrovasculaire holte
Vertakte holte
Via farynx worden verteringsenzymen vrijgegeven
, Gedeeltelijk verteerd voedsel wordt binnen gezogen
Nematoden: (volledig) eenvoudige, buisvormige darm
Complexe diersoorten: (volledig) gespecialiseerde gebieden voor
verschillende functies
Fragmentatie/opslag
Chemische vertering
Absorptie
Defecatie
11.3 Het menselijk spijsverteringsstelsel: overzicht
Mond + keel (farynx): opname + afbraak
Slokdarm (oesophagus): transport naar maag
Maag: mechanische & enzymatische afbraak
Dudodenum, jejenum, ileum (dunne darm): afbraak + absorptie
Geassocieerde verteringsorganen (pancreas, lever, galblaas)
Dikke darm (colon) en blinde darm (caecum): opname +
concentratie
Endeldarm (rectum) en aars (anus): opslag afval
11.4 Een beetje histologie: wand spijsverteringskanaal
11.5 Mond & keelholte
11.5.1 Functie
Mechanische afbraak door tanden en tong
Speeksel (van speekselklieren autonoom ZS)
Water
Buffer voor neutrale pH
Mucine