KAREL DE GROTE HOGESCHOOL
Educatieve bachelor lager onderwijs
Onderwijsgroep Onderwijs
Campus Zuid, Brusselstraat 45 - 2018 Antwerpen
M:
W:http://praktijkweb.kdg.be
LESVOORBEREIDING
Administratieve gegevens
Naam Julie Lambrechts Stagejaar Praktijk 2
Leerjaar Vijfde leerjaar
School /
Aantal lln. 22 leerlingen
Datum /
Mentor /
Uur /
Domeinoverschrijdende doelen
Leergebied/ Frans Leerdomein/
Spreken
ontwikkelveld(en) Leren leren ontwikkelthema’s
Leren leren
Lesonderwerp L'adjectif démonstratif (ce, cet, cette, ces)
Bedenkingen door mentor
De mentor noteert hieronder enkel de conclusie van de feedback. De concrete feedback vermeldt de mentor in de lesvoorbereiding zelf.
☐ Met deze lesvoorbereiding mag je lesgeven, indien je aan de slag gaat met de feedback op je lesvoorbereiding en in de lesrealisatie.
☐ Deze les diende je te laat in. De mentor geeft geen feedback op deze les. Je mag hierdoor deze les niet of maar gedeeltelijk geven.
☐ Deze les moet je verder uitwerken op het lesvoorbereidingsformulier. Toevoegingen op het bestaand materiaal volstaan niet.
☐ Deze lesvoorbereiding moet je opnieuw maken want…
Beginsituatie
Wat is de inhoudelijke voorkennis van de klasgroep in functie van de kerndoelen?
Kennis van zelfstandige naamwoorden:
- Ze kennen het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en meervoudige zelfstandige naamwoorden. (Bv: le livre (mannelijk),
la maison (vrouwelijk), les livres (meervoud).
Basisbegrip van lidwoorden:
- Ze begrijpen hoe bepaalde lidwoorden (le, la, les) en onbepaalde lidwoorden (un, une, des) functioneren.
Het gebruik van klinkers en medeklinkers:
- Ze kennen het verschil tussen een woord dat met een klinker (ami) of een medeklinker (chat) begint, omdat dit invloed heeft
op de keuze tussen ce en cet.
- Ze kennen de doffe ‘h’
Eenvoudige zinsbouw en zinsvolgorde:
- Ze kunnen al eenvoudige zinnen maken, bijvoorbeeld: C'est un livre. of Voici une maison.
Ze leerlingen kennen de woordenschat rond ziek zijn en het lichaam.
Welke leerlingspecifieke gegevens zijn relevant voor deze les?
1
,Hoe speel je hierop in?
2 Franstalige leerlingen, ook zij volgende de grammatica les mee.
Situering in het leerplan
Geef de juiste leerplandoelen tot op het meest concrete niveau.
Voeg bij lessen ‘muzische vorming’ de conceptcirkel toe.
ZiLL (KOV, 2015)
- TOtg5 Bereid zijn om taal correct, verzorgd en gepast te gebruiken.
Kerndoel
Formuleer 1 tot 3 doelen die je op het einde van de les wenst te bereiken.
De leerlingen kunnen de aanwijzende voornaamwoorden (ce, cet, cette, ces) herkennen en toepassen.
De leerlingen kunnen aanwijzende voornaamwoorden gebruiken in korte gesproken zinnen.
De leerlingen kunnen wat ze in een bepaalde situatie hebben geleerd in nieuwe situaties toepassen.
Leerinhoud
Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die in deze les aan bod komt.
Noteer de schooltaalwoorden (inclusief vaktaal) die je tijdens deze les hanteert.
Welke leerinhouden bied je tijdens deze les aan je leerlingen aan?
Het aanwijzend voornaamwoord (l’adjectif démonstratif)
Ce enkelvoud, mannelijk (un bandage -> ce bandage)
Cet enkelvoud, mannelijk, wanneer het woord begint met een kliner of doffe ‘h’ (un hôpital -> cet hôpital)
Cette Enkelvoud, vrouwelijk (une pommade -> cette pommade)
Ces meervoud, mannelijk of vrouwelijk (Des pilules -> ces pilules)
Welke mogelijke inhoudelijke moeilijkheden kunnen er tijdens deze les zijn voor de leerlingen op klasniveau?
Moeite met de uitzonderingen. Het gebruik van ‘cet’ voor mannelijke woorden die beginnen met een klinker of een doffe H
kan verwarrend zijn voor de leerlingen, omdat dit afwijkt van de reguliere "ce".
Leerlingen kunnen moeite hebben om te onderscheiden welke woorden mannelijk (ce, cet) of vrouwelijk (cette) zijn.
Over welke informatie beschik jij als leerkracht om meer over het onderwerp te weten en dus inhoudelijk expert te zijn?
Begrip van het gebruik van aanwijzende voornaamwoorden in het Frans en de uitzonderingen bij klinkers of doffe H.
Kennis van het geslacht van zelfstandige naamwoorden.
Strategieën om leerlingen te begeleiden bij het begrijpen van grammaticale regels door middel van visuele en praktische
toepassingen, zoals aanwijzingen naar voorwerpen en het categoriseren van woorden.
Bronnen
Noteer handboeken, handleiding van de methode (+lesnummer), naslagwerken, www, documentatie v/d stageschool of hogeschool, …
Casse-cou: livre de l’élève. Plantyn.
Bijlagen
Noteer alle bijlagen die je gebruikt: o.a. zelf ingevuld en bewerkt werkboek en/of extra werkblaadje, zaalplan (bij les LO),…
1. Kader vanuit het werkboek.
2. Kaartjes - speelse inoefening.
2
, Lesverloop in verschillende fasen
K/G/I Timing Onderwijs- en leeractiviteiten Organisatie/ materialen
Je maakt een duidelijk lesscenario waarin je jouw uitleg aan de kinderen uitschrijft in de directe rede. Je noteert alles
wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen … alsook alles wat de leerlingen zullen zeggen, antwoorden, doen …
Vooraf
Tafel
K 1min
1. Lesinstap: voorbereiding (relevante voorkennis opfrissen) Zakje met: 2drinkflessen, 2 eieren, 2boeken, 2
balpennen, 2 zakjes snoep, 2 latten.
Concreet lesdoel: De leerlingen begrijpen dat er dat een zelfstandig naamwoord kan gecategoriseerd
worden in: mannelijk, vrouwelijk, meervoud.
Hier, je suis allée au magasin. Regardez ce qu’il y a dans mon sac.
(Ik toon het zakje van de winkel en haal de voorwerpen er één voor één uit. Ik heb elk voorwerp dubbel en
zet het zo op de tafel, dat ik een keer langs rechts alle spullen heb, en een keer langs links.)
Un livre, une bouteillle, des bonbons, une horloge, une orange, encore un livre,…
Nous pouvons classer ces mots en 3 colonnes. Qui veut venir placer un mot dans la bonne catégorie.
Très bien, nous avons maintenant 3 colonnes. 1 colonne pour les mots masculins, 1 colonne pour les mots
féminins et 1 colonne pour le pluriel.
Ça c'est important pour la leçon d'aujourd'hui.
K 7min
2. Fase 2: Grammatica aanbrengen en toepassen. Zakje met: 2drinkflessen, 2 eieren, 2boeken, 2
balpennen, 2 zakjes snoep, 2 latten.
Concreet lesdoel: De leerlingen kunnen de aanwijzende voornaamwoorden herkennen en toepassen.
Werkboek p19
Qu’est-ce que c’est? Comment dit-on cela en français? C’est un livre, une bouteille, des bonbons, un stylo,
une latte et un œuf.
Et ceci, qu’est-ce que c’est? C’est aussi un livre, une bouteille, des bonbons, un stylo, une latte et un œuf.
Ik geef de voorwerpen weg aan de leerlingen, ik gebruik het aanwijzend voornaamwoord. Ik wijs telkens
aan welk voorwerp ze moeten nemen.
A, viens prendre un livre. Prends ce livre.
B, viens prendre une bouteille. Prends cette bouteille.
C, viens prendre des bonbons. Prends ces bonbons.
D, viens prendre un œuf. Prends cet œuf.
3
, (Ik doe dit voor alle voorwerpen op de tafel op deze manier)
- A, hoe wist je dat je dat boek moest nemen en niet het andere? (Omdat je wees naar dat boek.)
- B, hoe wist je dat je die drinkfles moest nemen en niet de andere? (Omdat je wees naar deze drinkfles.)
- C, hoe wist je dat je die snoepjes moest nemen en niet de andere? (Omdat je wees naar die snoepjes.)
- D, hoe wist je dat je dit ei moest nemen en niet het andere? (Omdat je wees naar dit ei.)
Ik schrijf volgende woorden op het bord:
un livre
un œuf
une bouteille
des bonbons
Ik stel volgende vragen om tot het aanwijzend voornaamwoord te komen en vul het bordschema aan, in de
juiste kleuren.
- Quel livre est petit? (Lln A wijst, ik zeg: oui, ce livre)
- Quel œuf est blanc? (Lln B wijst, ik zeg: ou, cet œuf)
- Quelle bouteille est la plus grande? (Lln C wijst, ik zeg: oui, cette bouteille)
- Quels sont les bonbons rouges? (Lln D wijst, ik zeg: oui, ces bonbons)
Un livre -> ce livre
Un œuf -> cet œuf
Une bouteille -> cette bouteille
Des bonbons -> ces bonbons
Nu zien we de verschillende aanwijzende voornaamwoorden in het Frans. (Ce, cet, cette, ces)
- Ce gebruiken we voor mannelijke woorden (un).
- Cet gebruiken we voor mannelijke woorden in het enkelvoud die starten met een klinker of een doffe H,
dat doen we om de uitspraak makkelijker te maken.
- Cette gebruiken we voor vrouwelijke woorden (une).
- Ces gebruiken we voor woorden die in het meervoud staan (des).
Waarom zeg ik ‘ce stylo’? Ik wijs naar balpen op de tafel. ‘Stylo’ is mannelijk (un).
Waarom zeg ik ‘cette latte’? Ik wijs naar de lat. ‘Latte is vrouwelijk’ (une).
Waarom zeg ik ‘ces livre’? Ik leg de boeken op elkaar en wijs ernaar. Het zijn meerdere boeken.
Waarom zeg ik cet ‘œuf’? Ik wijs naar het ei. Het is un œuf, maar het begint met een klinker.
Prenez votre cahier à la page 19. We overlopen de groene kader in het werkboek.
De woorden die we vorige les geleerd hebben komen hier aan bod.
Als ik specifiek ‘dit’ verband wil zeggen, hoe zeg ik dat dan? Ce bandage.
Klop, want het is een mannelijk zelfstandig naamwoord.
4
Educatieve bachelor lager onderwijs
Onderwijsgroep Onderwijs
Campus Zuid, Brusselstraat 45 - 2018 Antwerpen
M:
W:http://praktijkweb.kdg.be
LESVOORBEREIDING
Administratieve gegevens
Naam Julie Lambrechts Stagejaar Praktijk 2
Leerjaar Vijfde leerjaar
School /
Aantal lln. 22 leerlingen
Datum /
Mentor /
Uur /
Domeinoverschrijdende doelen
Leergebied/ Frans Leerdomein/
Spreken
ontwikkelveld(en) Leren leren ontwikkelthema’s
Leren leren
Lesonderwerp L'adjectif démonstratif (ce, cet, cette, ces)
Bedenkingen door mentor
De mentor noteert hieronder enkel de conclusie van de feedback. De concrete feedback vermeldt de mentor in de lesvoorbereiding zelf.
☐ Met deze lesvoorbereiding mag je lesgeven, indien je aan de slag gaat met de feedback op je lesvoorbereiding en in de lesrealisatie.
☐ Deze les diende je te laat in. De mentor geeft geen feedback op deze les. Je mag hierdoor deze les niet of maar gedeeltelijk geven.
☐ Deze les moet je verder uitwerken op het lesvoorbereidingsformulier. Toevoegingen op het bestaand materiaal volstaan niet.
☐ Deze lesvoorbereiding moet je opnieuw maken want…
Beginsituatie
Wat is de inhoudelijke voorkennis van de klasgroep in functie van de kerndoelen?
Kennis van zelfstandige naamwoorden:
- Ze kennen het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en meervoudige zelfstandige naamwoorden. (Bv: le livre (mannelijk),
la maison (vrouwelijk), les livres (meervoud).
Basisbegrip van lidwoorden:
- Ze begrijpen hoe bepaalde lidwoorden (le, la, les) en onbepaalde lidwoorden (un, une, des) functioneren.
Het gebruik van klinkers en medeklinkers:
- Ze kennen het verschil tussen een woord dat met een klinker (ami) of een medeklinker (chat) begint, omdat dit invloed heeft
op de keuze tussen ce en cet.
- Ze kennen de doffe ‘h’
Eenvoudige zinsbouw en zinsvolgorde:
- Ze kunnen al eenvoudige zinnen maken, bijvoorbeeld: C'est un livre. of Voici une maison.
Ze leerlingen kennen de woordenschat rond ziek zijn en het lichaam.
Welke leerlingspecifieke gegevens zijn relevant voor deze les?
1
,Hoe speel je hierop in?
2 Franstalige leerlingen, ook zij volgende de grammatica les mee.
Situering in het leerplan
Geef de juiste leerplandoelen tot op het meest concrete niveau.
Voeg bij lessen ‘muzische vorming’ de conceptcirkel toe.
ZiLL (KOV, 2015)
- TOtg5 Bereid zijn om taal correct, verzorgd en gepast te gebruiken.
Kerndoel
Formuleer 1 tot 3 doelen die je op het einde van de les wenst te bereiken.
De leerlingen kunnen de aanwijzende voornaamwoorden (ce, cet, cette, ces) herkennen en toepassen.
De leerlingen kunnen aanwijzende voornaamwoorden gebruiken in korte gesproken zinnen.
De leerlingen kunnen wat ze in een bepaalde situatie hebben geleerd in nieuwe situaties toepassen.
Leerinhoud
Je noteert zeer gedetailleerd en eenduidig de leerstof die in deze les aan bod komt.
Noteer de schooltaalwoorden (inclusief vaktaal) die je tijdens deze les hanteert.
Welke leerinhouden bied je tijdens deze les aan je leerlingen aan?
Het aanwijzend voornaamwoord (l’adjectif démonstratif)
Ce enkelvoud, mannelijk (un bandage -> ce bandage)
Cet enkelvoud, mannelijk, wanneer het woord begint met een kliner of doffe ‘h’ (un hôpital -> cet hôpital)
Cette Enkelvoud, vrouwelijk (une pommade -> cette pommade)
Ces meervoud, mannelijk of vrouwelijk (Des pilules -> ces pilules)
Welke mogelijke inhoudelijke moeilijkheden kunnen er tijdens deze les zijn voor de leerlingen op klasniveau?
Moeite met de uitzonderingen. Het gebruik van ‘cet’ voor mannelijke woorden die beginnen met een klinker of een doffe H
kan verwarrend zijn voor de leerlingen, omdat dit afwijkt van de reguliere "ce".
Leerlingen kunnen moeite hebben om te onderscheiden welke woorden mannelijk (ce, cet) of vrouwelijk (cette) zijn.
Over welke informatie beschik jij als leerkracht om meer over het onderwerp te weten en dus inhoudelijk expert te zijn?
Begrip van het gebruik van aanwijzende voornaamwoorden in het Frans en de uitzonderingen bij klinkers of doffe H.
Kennis van het geslacht van zelfstandige naamwoorden.
Strategieën om leerlingen te begeleiden bij het begrijpen van grammaticale regels door middel van visuele en praktische
toepassingen, zoals aanwijzingen naar voorwerpen en het categoriseren van woorden.
Bronnen
Noteer handboeken, handleiding van de methode (+lesnummer), naslagwerken, www, documentatie v/d stageschool of hogeschool, …
Casse-cou: livre de l’élève. Plantyn.
Bijlagen
Noteer alle bijlagen die je gebruikt: o.a. zelf ingevuld en bewerkt werkboek en/of extra werkblaadje, zaalplan (bij les LO),…
1. Kader vanuit het werkboek.
2. Kaartjes - speelse inoefening.
2
, Lesverloop in verschillende fasen
K/G/I Timing Onderwijs- en leeractiviteiten Organisatie/ materialen
Je maakt een duidelijk lesscenario waarin je jouw uitleg aan de kinderen uitschrijft in de directe rede. Je noteert alles
wat je tijdens de les zal zeggen, vragen, (voor)doen … alsook alles wat de leerlingen zullen zeggen, antwoorden, doen …
Vooraf
Tafel
K 1min
1. Lesinstap: voorbereiding (relevante voorkennis opfrissen) Zakje met: 2drinkflessen, 2 eieren, 2boeken, 2
balpennen, 2 zakjes snoep, 2 latten.
Concreet lesdoel: De leerlingen begrijpen dat er dat een zelfstandig naamwoord kan gecategoriseerd
worden in: mannelijk, vrouwelijk, meervoud.
Hier, je suis allée au magasin. Regardez ce qu’il y a dans mon sac.
(Ik toon het zakje van de winkel en haal de voorwerpen er één voor één uit. Ik heb elk voorwerp dubbel en
zet het zo op de tafel, dat ik een keer langs rechts alle spullen heb, en een keer langs links.)
Un livre, une bouteillle, des bonbons, une horloge, une orange, encore un livre,…
Nous pouvons classer ces mots en 3 colonnes. Qui veut venir placer un mot dans la bonne catégorie.
Très bien, nous avons maintenant 3 colonnes. 1 colonne pour les mots masculins, 1 colonne pour les mots
féminins et 1 colonne pour le pluriel.
Ça c'est important pour la leçon d'aujourd'hui.
K 7min
2. Fase 2: Grammatica aanbrengen en toepassen. Zakje met: 2drinkflessen, 2 eieren, 2boeken, 2
balpennen, 2 zakjes snoep, 2 latten.
Concreet lesdoel: De leerlingen kunnen de aanwijzende voornaamwoorden herkennen en toepassen.
Werkboek p19
Qu’est-ce que c’est? Comment dit-on cela en français? C’est un livre, une bouteille, des bonbons, un stylo,
une latte et un œuf.
Et ceci, qu’est-ce que c’est? C’est aussi un livre, une bouteille, des bonbons, un stylo, une latte et un œuf.
Ik geef de voorwerpen weg aan de leerlingen, ik gebruik het aanwijzend voornaamwoord. Ik wijs telkens
aan welk voorwerp ze moeten nemen.
A, viens prendre un livre. Prends ce livre.
B, viens prendre une bouteille. Prends cette bouteille.
C, viens prendre des bonbons. Prends ces bonbons.
D, viens prendre un œuf. Prends cet œuf.
3
, (Ik doe dit voor alle voorwerpen op de tafel op deze manier)
- A, hoe wist je dat je dat boek moest nemen en niet het andere? (Omdat je wees naar dat boek.)
- B, hoe wist je dat je die drinkfles moest nemen en niet de andere? (Omdat je wees naar deze drinkfles.)
- C, hoe wist je dat je die snoepjes moest nemen en niet de andere? (Omdat je wees naar die snoepjes.)
- D, hoe wist je dat je dit ei moest nemen en niet het andere? (Omdat je wees naar dit ei.)
Ik schrijf volgende woorden op het bord:
un livre
un œuf
une bouteille
des bonbons
Ik stel volgende vragen om tot het aanwijzend voornaamwoord te komen en vul het bordschema aan, in de
juiste kleuren.
- Quel livre est petit? (Lln A wijst, ik zeg: oui, ce livre)
- Quel œuf est blanc? (Lln B wijst, ik zeg: ou, cet œuf)
- Quelle bouteille est la plus grande? (Lln C wijst, ik zeg: oui, cette bouteille)
- Quels sont les bonbons rouges? (Lln D wijst, ik zeg: oui, ces bonbons)
Un livre -> ce livre
Un œuf -> cet œuf
Une bouteille -> cette bouteille
Des bonbons -> ces bonbons
Nu zien we de verschillende aanwijzende voornaamwoorden in het Frans. (Ce, cet, cette, ces)
- Ce gebruiken we voor mannelijke woorden (un).
- Cet gebruiken we voor mannelijke woorden in het enkelvoud die starten met een klinker of een doffe H,
dat doen we om de uitspraak makkelijker te maken.
- Cette gebruiken we voor vrouwelijke woorden (une).
- Ces gebruiken we voor woorden die in het meervoud staan (des).
Waarom zeg ik ‘ce stylo’? Ik wijs naar balpen op de tafel. ‘Stylo’ is mannelijk (un).
Waarom zeg ik ‘cette latte’? Ik wijs naar de lat. ‘Latte is vrouwelijk’ (une).
Waarom zeg ik ‘ces livre’? Ik leg de boeken op elkaar en wijs ernaar. Het zijn meerdere boeken.
Waarom zeg ik cet ‘œuf’? Ik wijs naar het ei. Het is un œuf, maar het begint met een klinker.
Prenez votre cahier à la page 19. We overlopen de groene kader in het werkboek.
De woorden die we vorige les geleerd hebben komen hier aan bod.
Als ik specifiek ‘dit’ verband wil zeggen, hoe zeg ik dat dan? Ce bandage.
Klop, want het is een mannelijk zelfstandig naamwoord.
4