Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 7 out of 72 pages
Summary

Bloed 2 | samenvatting (deel B)

Document preview thumbnail
Preview 7 out of 72 pages

Tweede deel van de samenvatting van de module “Bloed 2”, gebaseerd op slides, lesnotities én de cursus! Duidelijk aangegeven welke inhoud belangrijk is op basis van het lerstofoverzicht opgesteld door de professor.

Content preview

​Diagnose​
​●​ ​perifeer bloed​
​○​ ​leukocytose met volledig spectrum van myeloïde cellen (van myeloblasten tot rijpe​
​neutrofiele granulocyten)​
​■​ ​rijpe neutrofielen en myelocyten > blasten en promyelocyten​
​●​ ​beenmergonderzoek (​​niet​​noodzakelijk voor diagnose !)​
​○​ ↑ ​WBC (van myeloïde reeks)​
​○​ ​hypercellulair met granulocytaire hyperplasie​
​○​ ​soms gepaard met myelofibrose​
​●​ ​moleculair / genetisch onderzoek​
​○​ ​karyotype onderzoek van bloed & beenmerg​
​■​ ​Philadelphia chromosoom (t(9;22))​
​○​ ​RT-PCR onderzoek​
​■​ ​meting van BCR/ABL mRNA fusietranscript op bloed → gebruikt om omvang van de​
​ziekte op te volgen + effect van behandeling beoordelen​
​●​ ​bijkomende afwijkingen​
​○​ ​soms normochrome, normocytaire anemie met weinig reticulocyten​
​■​ ​want BM is gefocust op aanmaak van WBC, waardoor er minder erythropoiese​
​plaatsvindt​
​○​ ​soms trombocytose​
​■​ ​bloedplaatjes normaal of​↑ ​(dus​​geen​​trombocytopenie​​bij CML)​
​○​ ​basofilie​
​○​ ​verhoogd serum vit B12​
​○​ ​vaak verhoogde LDH en hyperuricemie​

​Verloop van ziekte​
​2 fasen​
​1.​ ​chronische fase​
​●​ ​goede QoL​
​●​ ​goed effect van behandeling, meestal ambulant​
​2.​ ​transformatiefase​
​●​ ​CML verandert van karakter (metamorfose) + evolutie naar een myelofibrose of naar een​
​acute, moeilijk behandelbare fase​
​○​ ​acceleratie​
​■​ ​nog steeds beeld van chronische fase CML in perifeer bloed en BM​
​■​ ​maar vluggere groei + minder respons op behandeling​
​○​ ​blastenfase (vroeger: blastencrisis)​
​■​ ​omvorming naar een beeld dat niet onderscheiden kan worden van acute​
​leukemie​
​■​ ​vroeger: bij 70% van de CML​
​●​ ​⅔ myeloide blastenfase​
​○​ ​blasten hebben myeloïde karakter, zoals bij AML​
​●​ ​⅓ lymfoblastische transformatie​
​○​ ​blasten hebben lymfoïde karakter, zoals bij ALL​


​Moleculaire fysiopathologie​
​●​ t​ypische chromosomale afwijking: t(9;22) =​​Philadelphia translocatie​​→ resulterend in BCR-ABL​
​fusiegentranscript​
​○​ ​vroeger: classificatie van CML onder de leukemieën​
​■​ ​door consistente bevinding van deze chromosomale afwijking​
​○​ ​nu: classificatie van CML bij de myeloproliferatieve neoplasieën​
​73​

, ​■​ d ​ oor gemeenschappelijke kenmerken tussen de chronische fase van CML en de​
​andere myeloproliferatieve neoplasieën​
​●​ ​hepatosplenomegalie tgv extra-medullaire hematopoiese​
​●​ ​stamcelziekte​
​●​ ​verhoogd risico op evolutie naar acute leukemie​
​ ​ ​CML ontstaat in de hematopoietische stamcel​

​○​ ​niet alleen de granulocytaire reeks is ingenomen door de proliferatie (en de chromosomale​
​translocatie)​
​○​ ​ook de monocytaire reeks, megakaryocytaire reeks, erytroïde reeks en soms de lymfocytaire​
​reeks​
​■​ ​gezien een deel van de blastenfasen een lymfoid karakter vertonen, is CML een​
​stamcelziekte met mogelijke penetratie in de lymfoide reeks​


​Behandeling​

​Chronische fase CML​
​targeted therapie met tyrosine kinase inhibitoren (TKI)​
​●​ ​werking​
​○​ ​specifieke inhibitoren van de tyrosine kinase activiteit van de BCR/ABL fusieproteïne door​
​blokkade van de ATP-binding site van het ABL-gedeelte​
​●​ ​types​
​○​ ​1e generatie:​​imatinib (Glivec ®)​
​○​ ​dasatinib (Sprycel ®), nilotinib (Tasigna ®), bosutinib (Bosulif ®), ponatinib (Iclusig ®)​
​●​ ​effecten​
​○​ ​patiënten met CML in chronische fase naar hematologische en volledige cytogenetische​
​remissie brengen​
​○​ ​overlevingsvoordeel​
​■​ ​hoog percentage volledige cytogenetische remissie (verdwijnen van Philadelphia​
​chromosoom)​
​■​ ​hoog percentage moleculaire respons (reductie / verdwijnen van BCR/ABL​
​fusietranscript)​
​■​ ​lager percentage van evolutie naar een blastenfase​
​○​ ​bij 50% van de patiënten mogelijk om de medicatie blijvend te stoppen​
​●​ ​voordelen: weinig toxisch effect + hoge activiteit !​

​allogene​​hematopoietische stamceltransplantatie​
​●​ ​verlaten als vroege behandelingsoptie bij patiënten met chronische fase CML​
​○​ ​vervangen door targeted therapie met TKI​
​●​ ​evt. therapeutische optie bij patiënten die resistent zijn voor tyrosine kinase inhibitoren​


​Blastenfase CML​
​moeilijkere behandeling​
​●​ ​tyrosine kinase inhibitoren (dasatinib & ponatinib)​
​●​ ​allogene stamceltransplantatie​


​Chronische lymfatische leukemie (CLL)​
​ ​ ​chronisch: eerder trage proliferatie (maanden tot jaren)​

​●​ ​lymfatisch: van uitgerijpte WBC van het type lymfocyten​
​●​ ​leukemie: resulterend in een verhoogd aantal van dergelijke cellen in het bloed​


​74​

,​pathogenese​
​1.​ ​monoklonale neoplastische proliferatie van kleine, (rijpe) lymfocyten​
​●​ ​meestal B-lymfocyten​
​●​ ​soms (rijpe) T-lymfocyten (vroeger: T-CLL, nu andere terminologieën)​
​2.​ ​opstapeling van lymfocyten in het beenmerg, perifeer bloed en de lymfoïde organen (lymfeklier,​
​lever, milt)​
​●​ ​vergevorderde gevallen: beenmerginsufficiëntie​
​3.​ ​gepaard met immuundeficiëntie tgv vermindering van humorale en cellulaire afweer​

​ CLL gedraagt zich als een indolent non-Hodgkin lymfoom​

​⇒ WHO-classificatie bij de mature B-celneoplasieën​


​Klinische presentatie​
​ ​ l​eeftijd: ouderen​

​●​ ​symptomen​
​○​ ​vaak asymptomatisch → toevallige vondst bij routine bloedonderzoek​
​○​ ​symptomen van​​beenmerginsufficiëntie​​(bij vergevorderde​​gevallen)​
​■​ ​anemie met moeheid​
​■​ ​neutropenie met bacteriële of schimmelinfecties​
​■​ ​trombocytopenie met bloedingen​
​○​ ​immuundeficiëntie​
​■​ ​verminderde humorale immuniteit​
​●​ ​hypogammaglobuline in het serum​
​●​ ​(recidiverende) bacteriële infecties (bv. pneumonieën)​
​■​ ​verminderde cellulaire immuniteit​
​●​ ​herpes zoster of zona (soms als eerste symptoom bij CLL)​
​○​ ​zwelling tgv​​lymfadenopathie​
​○​ ​klachten van splenomegalie (bij vergevorderde gevallen)​
​■​ ​buikpijn, last met vertering​
​○​ ​huidinfiltratie (bij minderheid)​
​●​ ​klinisch onderzoek​
​○​ ​symmetrisch vergrootte lymfeklieren, pijnloos​
​○​ ​splenomegalie & hepatomegalie (bij vergevorderde gevallen)​


​Diagnose​
​perifeer bloed​
​●​ ​lymfocytose:​≥ ​5 * 10​​9​ ​/ l B-lymfocyten​
​●​ ​relatieve lymfocytose: > 70% van de WBC zijn kleine lymfocyten​




​●​ ​onderscheid areactieve lymfocytose bij CLL vs. reactieve lymfocytose​
​○​ ​areactief: monoklonale cellen​
​■​ ​overmaat van één type immonoglobulinen op het membraan van CLL-lymfocyten​
​(kappa of lambda)​
​○​ ​reactief: polyklonale cellen​
​■​ ​normale kappa/lambda verhouding (= 2)​
​75​

, ​●​ ​DD​​monoklonale B-cellymfocytose (MBL)​
​○​ ​B-celpopulatie in bloed < 5 * 10​​9​ ​/ l + geen hepatosplenomegalie​​of lymfadenopathie of​
​extramedullaire ziekte​
​○​ ​1% kans / jaar op evolutie naar CLL​

​beenmerg​
​●​ ​lymfocytaire infiltratie​
​○​ ​monoklonaal​
​■​ ​lymfocyten in BM dragen dezelfde kenmerken als de lymfocyten in het perifeer bloed​
​○​ ​lage immunoglobulinedensiteit​
​■​ ​lager dan andere B-cellymfomen​
​●​ ​CLL-lymfocyten dragen CD5 op hun membraan​

​andere mogelijke afwijkingen​
​●​ ↓ ​RBC: normochrome, normocytaire anemie​
​●​ ​auto-immune hemolyse​
​●​ ↓ ​TRC: trombocytopenie​
​●​ ​neutropenie​
​●​ ​hypogammaglobulinemie = verminderde concentratie van serum-immunoglobulinen​
​●​ ​paraproteïnemie​


​Verloop​
​●​ ​overleving is gecorreleerd met de graad van progressie van de ziekte​
​○​ ​meeste patiënten vertonen geen bijzondere klachten​
​○​ ​> 10 jaar overleving​
​●​ ​prognose schatten obv evt. inherente ongunstige groeieigenschappen van CLL​
​○​ ​bv. factoren zoals deletie van de korte arm van chromosoom 18 of een TP53 mutatie​
​●​ ​evolutie​
​○​ ​normaal geen transformatie naar acute leukemie (​↔ ​CML)​
​○​ ​soms transformatie naar…​
​■​ ​prolymfocytaire leukemie (PLL)​
​■​ ​een meer agressieve vorm van lymfoom (bv. grootcellig lymfoom =​​Richter syndroom​​)​
​○​ ​soms graduele evolutie zonder transformatie​
​■​ ​patiënten sterven van infecties tgv BM-insufficiëntie en immuundeficiëntie​
​■​ ​patiënten sterven van een andere oorzaak dan CLL​


​Behandeling​
​indicaties​​: meestal geen nood aan behandeling, tenzij…​
​●​ ​toename in grootte van de lymfeklieren, al dan niet met klachten die eraan verbonden zijn​
​●​ ​tekens van BM-insufficiëntie (bv. trombocyten < 100 * 10​​9​ ​/ l)​
​●​ ​splenomegalie, die symptomen veroorzaakt of leidt tot hypersplenisme​
​●​ ​auto-immune hemolytische anemie en/of auto-immune trombocytopenie​
​●​ ​sterke toename in aantal WBC (bv. > 100 * 10​​9​ ​/ l)​
​●​ ​ongunstige merkers (bv. del (17p) en/of TP53 mutatie)​

​behandelopties​
​●​ ​chemotherapie op achtergrond verdwenen​
​●​ ​orale niet-chemotherapeutica​
​○​ ​ibrutinib (Imbruvica ®)​​= BTK-inhibitor​
​■​ ​werking: inhibitor van Bruton’s tyrosine kinase (BTK), een tyrosine kinase die van​
​groot belang is voor B-lymfocytproliferatie​
​76​

, ​ ​ ​nieuwe BTK-inhibitoren: acalabrutinib (Calquence®), zanubrutinib (Brukinsa®)​

​○​ ​venetoclax (Venclyxto ®)​​= Bcl2-inhibitor​
​■​ ​werking: inhibitor van Bcl-2​
​■​ ​vaak in combinatie met​​rituximab​
​●​ ​werking: monoklonaal antilichaam gericht tegen CD20, die aanwezig is op het​
​oppervlak van B-lymfocyten​
​●​ ​bij auto-immune hemolytische anemie of auto-immune trombocytopenie​
​○​ ​therapie met corticosteroïden​
​ ​ ​evt. supportieve therapie​

​○​ ​antibacteriële middelen, allopurinol, transfusies, infusies van gammaglobuline​


​Prolymfocytaire leukemie (PLL)​
​ variant van CLL, waarbij de lymfocyten groter zijn en een minder gecondenseerde, minder rijpe kern​
=
​hebben met prominente nucleool​


​Hairy cell leukemie (HCL)​
​ hairy cells (= een bijzondere klasse van B-lymfocyten met harige uitsteeksels van het cytoplasma) in het​
=
​perifeer bloed, beenmerg en de geïnfiltreerde organen (o.a. milt)​




​77​

,​XI.​ ​Myelodysplastische neoplasieën (MDS)​
​myelo = beenmerg; dysplasie = slijtage van beenmerg​


​Myelodysplastische neoplasieën (MDS)​
​= groep van verworven neoplastische aandoeningen van het beenmerg, die zich kenmerken door…​
​●​ ​kwantitatieve en kwalitatieve afwijkingen van de verschillende hematologische reeksen (erytroid,​
​megakaryocytair, granulo-monocytair)​
​○​ ​door ineffectieve hematopoiese gekenmerkt door cytopenie(ën), terwijl het beenmerg een​
​normale / verhoogde cellulariteit vertoont​
​○​ ​morfologische tekens die wijzen op verminderde / veranderde kwaliteit van bloedcellen​
​■​ ​tgv erytroïde reeks​
​●​ ​ringsideroblasten​
​●​ ​kernanomalieën thv erytroblasten​
​■​ ​trombocyten​
​●​ ​voorlopers (megakaryocyten) vertonen abnormale vormen​
​●​ ​vaak gestoorde bloedplaatjesfunctie (trombopathie)​
​■​ ​granulocyten​
​●​ ​verminderde / afwezige granulatie​
​●​ ​gestoorde chemotactische, fagocytaire en adhesieve functies​
​●​ ​ziekten van de hematopoietische stamcel​
​●​ ​toenemende beenmerginsufficiëntie​
​●​ ​verhoogd risico op evolutie naar een​​acute myeloide​​leukemie (AML)​
​●​ ​vnl voorkomend bij oudere patiënten​

​vroeger:​​“preleukemie”​
​●​ ​foute term: insinueert dat MDS altijd evolueert tot acute leukemie​
​●​ ​niet waar, want…​
​○​ ​sommige patiënten overlijden aan MDS, voordat ze leukemie kunnen ontwikkelen​
​○​ ​sommige patiënten kennen lange overleving, zonder evolutie naar AML​

​ orzaken​​: secundair na chemotherapie en/of radiotherapie​​voor andere ziekten (bv. multiple myeloom,​
o
​borstcarcinoom)​


​Classificatie​
​WHO-classificatie​
​●​ ​volwassenen: 8 entiteiten van MDS​
​●​ ​kinderen: 3 entiteiten van MDS​

​groepen onderscheiden obv…​
​●​ ​hoeveelheid blasten in het bloed en beenmerg​
​○​ ​< 5% in beenmerg en < 2% in perifeer bloed ⇒​​MDS with​​low blasts (MDS-LB)​
​○​ ​5-19% in beenmerg en 2-19% in perifeer bloed ⇒​​MDS​​with increased blasts (MDS-IB)​
​○​ ​prognose is gecorreleerd met het % blasten: kans op evolutie naar AML is groter bij MDS-IB​
​●​ ​aanwezigheid van een geïsoleerde deletie van de lange arm van chromosoom 5 (del(5q))​
​●​ ​aanwezigheid van bepaalde mutaties​
​○​ ​bv. mutatie van SF3B1​
​■​ ​genproduct speelt rol in (pre-)mRNA splicing​
​●​ ​= verwijderen van intron-sequenties uit pre-mRNA om mRNA te vormen dat​
​alleen bestaat uit coderende exonsequenties​

​78​

, ​■​ ​mutatie leidt tot…​
​●​ ​aberrante mRNA splicing met down-regulatie van genen die betrokken zijn in​
​mitochondriaal ijzermetabolisme​
​●​ ​defectieve heemsynthese en ijzerstapeling in de mitochondriën → beeld van​
​sideroblastische anemie​
​■​ ​MDS met laag aantal blasten en SF3B1-mutatie (​​MDS-SF3B1​​)​​komt grotendeels​
​overeen met vroegere categorie van MDS met ringsideroblasten (​​MDS-RS​​)​
​ ​ ​histologische kenmerken van het beenmerg (bv. hypoplasie, fibrose)​


​extra categorie​​: myelodysplastische / myeloproliferatieve​​neoplasieën​
​●​ ​= aandoeningen met zowel tekenen van myelodysplasie als van myeloproliferatieve aandoeningen​
​●​ ​chronische myelomonocytaire leukemie (CMML)​
​○​ ​afwijkingen zoals MDS + perifeer jonge myeloïde cellen en verhoogde bloedmonocytose​
​○​ ​DD chronische myeloïde leukemie (CML)​
​■​ ​verschillende prognoses: mediane overleving van 20-40 maanden bij CMML​
​■​ ​CMML vertoont geen Philadelphia chromosoom​


​Klinische presentatie​
​●​ ​symptomen van beenmerginsufficiëntie​
​○​ ​anemie​
​○​ ​infecties​
​○​ ​bloedingen​
​●​ ​CAVE sommige bloedingen en infecties zijn niet in verhouding met aantal trombocyten en​
​neutrofielen​
​○​ ​doordat trombocyten en neutrofielen ook vaak kwalitatieve stoornissen vertonen​
​○​ ​gevolg: normaal / licht gedaald aantal trombocyten of neutrofielen kan gepaard gaan met​
​zware stoornis in de functie ervan​
​●​ ​soms ook…​
​○​ ​splenomegalie​
​○​ ​lymfadenopathie​
​○​ ​tandvleeshypertrofie = gingivale hypertrofie​


​Diagnose​
​●​ ​perifeer bloed​
​○​ ​cytopenie, bicytopenie of pancytopenie​
​○​ ​monocytose (bij chronische myelomonocytaire leukemie (CMML))​
​○​ ​macrocytaire of microcytaire anemie​
​○​ ​laag reticulocytenaantal (BM-insufficiëntie)​
​○​ ​soms vormabnormaliteiten van granulocyten (ontkorreling) en/of bloedplaatjes (te groot/klein)​
​●​ ​beenmerg​
​○​ ​karyotype afwijkingen en mutaties​


​Behandeling​
​bij laag risico MDS​​(bv. < 5% blasten in BM)​
​●​ ​conservatieve behandeling​
​○​ ​transfusies (RBC, bloedplaatjes)​
​■​ ​indien multiple transfusies: ijzerchelatietherapie (bv. deferasirox) om​
​ijzeroverbelasting te vermijden​
​○​ ​AB bij infecties en neutropene koorts​


​79​

Document information

Study
Uploaded on
August 26, 2026
File latest updated on
August 26, 2026
Number of pages
72
Written in
2025/2026
Type
Summary
$19.19

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
StudiumMedicum
4.3
(47)
Sold
430
Followers
22
Items
105
Last sold
1 week ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions