Hoofdstuk 1 - Luisteren en lezen
Begrippen die je moet kennen:
- Receptieve, productieve vaardigheden
- Mondelinge, schriftelijke vaardigheden
- Verwerkingsniveaus: kopiërend, beschrijvend, structurerend, beoordelend niveau
- Strategieën
- Driefasenmodel: sterke, gedeelde, losse sturing
- Authentieke teksten
- Scaffolding
- Tekstsoorten: informatief, prescriptief, narratief, artistiek-literair
- Transparante woorden
- Betekenisvolle situaties
- Modeling
- Doeltaal, voertaal
- Leesvaardigheid en luistervaardigheid
- Lees- en luisterstrategieën
- Leeswijzen: oriënterend, globaal, intensief, selectief/gericht, genietend lezen
- Skimmen en scannen
- Lesfasen
- Hypothesen formuleren en verifiëren
- TPR: Total Physical Response
1. INLEIDING
Opfrissing
a) bouwstenen
1. woordenschat & grammatica
b) leren bouwen: woordenschat en grammatica inzetten bij
1. leesvaardigheid (begrijpen wat je leest)
2. luistervaardigheid (begrijpen v gesproken tekst)
3. schrijfvaardigheid
4. spreekvaardigheid
5. mondelingen interactie
c) deze nieuwe aangeleerde vaardigheden doelgericht inzetten
1. eenvoudige boodschappen correct begrijpen en overbrengen in een
betekenisvolle context
voorbeelden: leesvaardigheid of luistervaardigheid?
- de leerlingen lezen een tekst luidop (geen)
- de lln maken koekjes obv een recept (lees)
- de lln beluisteren een frans fragment waarin iemand zijn hobby’s voorstelt. De lln vertellen daarna
in hun eigen woorden in het Nederlands wat er in het fragment werd verteld (luister)
Conclusie:
Leesvaardigheid = begrijpen van een geschreven tekst (niet hardop lezen)
Luistervaardigheid = begrijpen van een gesproken tekst (niet luisteren zonder meer)
Vaak w meerdere taalvaardigheden aangesproken
- Een tekst samenstellen op basis van gegeven zinnen (= Lezen en schrijven )
- Een beluisterd Frans weerbericht navertellen in het Frans (= Luisteren en spreken)
1
,Didactiek vreemde talen en taalvaardigheid Frans
Gelijkenissen tss leesvaardigheid en luistervaardigheid
1) Beide zeer belangrijke vaardigheden
Luisteren: radio, nieuws, weerbericht, liedjes, station
Lezen: affiches, verhalen, strips, gebruiksaanwijzingen
2) Beide receptief => belangrijke input
Kennis v woorden, structuren
Productieve vaardigheden
Cultuur
Luisteren vinden lln vaak moeilijker dan lezen
Geschreven tekst vs 1 luisterstroom: alles aan elkaar en zelf docoderen, maakt veel moeilijker,
kan niet hernemen, tempo volgen zoals het is)
Schrijfwijze vs uitspraak: uitspraak niet kennen is moeilijk en omgekeerd
Akkoord of niet akkoord
Luistervaardigheid komt elke les aan bod
Visie vreemdetaalonderijws: doeltaal is voertaal => Frans als voertaal in de klas
Om lln het niet moeilijk te maken, kan je als leerkracht de teksten van de luisteroefening mee
aanbieden
Zodra je een tekst aanbied tijdens het luisteren, w de focus gelegd op het lezen
(leesvaardigheid)
Visie taalonderwijs: aansluiten bij realiteit; niet dagdagelijks als je luistert, dat je de tekst erbij
krijgt => niet realistisch (je wil lln daarop voorbereiden)
Een hoofdstuk in een handboek start meestal met een leestekst rond een bepaald thema. Meestal
wordt deze tekst ook ingesproken zodat de leerlingen tijdens het lezen ook kunnen luisteren.
=> Wat zijn hiervan voordelen / nadelen?
Voordeel
• Leren uitspraak en schrijfwijze kennen
Nadeel
• Je kan strategieën inzetten => gaat niet met eigenschappen aan de slag
Aanbreng woordenschat: eerst focussen op uitspraak (verkiezen van luisterfragmenten)
2
,Didactiek vreemde talen en taalvaardigheid Frans
Goede teksten
4 aandachtspunten;
1) Tekstsoorten
o Informatief (bv. Kalenderblaadjes, weerbericht, Franse karrewiet)
o Narratief (verhalen)
o Artistiek-literair (bv. Gedicht)
o Prescriptief (bv. Stappenplan, reclameboodschap)
➔ Variëren belangrijk!
2) Authentiek + realistisch
Authentieke, realistische luist erteksten => voordelen
Verschil moedertaalspreker vs nederlandstalige leerkracht die frans spreekt (uitspraak & tempo)
▪ Succeservaring als ze de Franstalige verstaan
▪ Natuurlijke accent
▪ Visie: voorbereiden op realiteit/werkelijke leven
▪ Beter voorbereiden op tempo
Verschillende bronnen vs altijd dezelfde bron
Visie: realistisch & authentieke teksten
➔ Uitdaging maar mogelijk
3) Zone v naaste ontwikkeling
Figuur 1: lees en luisterteksten mogen ruimer
zijn, kunnen strategieën inzetten, tekstmateriaal
mag rijkere taal hebben voor receptief
Belangrijk inzicht bij keuze (authentiek) tekstmateriaal
4) Scaffolding
= Hulp en ondersteuning aanbieden bij verschillende lln
Moeilijke tekst?
Aanpassen v vragen => vragen naar zaken die wel goed verstaanbaar zijn (succeservaring)
o Lln aanleren dat het normaal is dat ze niet altijd alles begrijpen in een tekst of fragment
Luistertekst: zelf voorlezen als vorm v ondersteuning?
Nee, bij realiteit blijven (visie), authentiek materiaal
Gaat trager => kan als tussnestap (begin 5de leerjaar) , maar wel werken naar zelfstandig luisteren
Moeilijkheidsgraad aanpassen adhv de vragen
Open vs gesloten vragen
Gedetailleerde vs eenvoudige vragen
Andere criteria
• Lln moeten nood voelen om taal te leren
o Inhoud gericht op interesses
o Interdisciplinair werken (niet-talig vak in het frans leren)
▪ Bv. La petite encyclopédie, petit loup (boekje)
o Prescriptieve teksten, acties laten uitvoeren
▪ Bv. Weerbericht van nu opzoeken op website, films die nu in de bioscoop zijn
• Teksten die er zich goed toe lenen om strategieën te trainen (bv betekenis woorden)
• Past binnen thema
Opmerking leesteksten: tekst (ook lay-out) niet aanpassen!
3
, Didactiek vreemde talen en taalvaardigheid Frans
2. DOELEN
Verwerkingsniveaus
Eindtermen
Extra doelen voor lezen
= lezen als vrijetijdsbesteding, plezier
Opgenomen in ERK
In vlaanderen niet opgenomen in eindtermen/minimumdoelen Frans
Vooral narratieve en artistiek-literaire teksten – afhankelijk v interesse
Tip: teksten en boekjes ter beschikking stellen in de klas
4