Les 4: Dispositionele theorieën
4.1 Wat zijn persoonlijkheidstrekken
Persoonlijkheidstrekken = fundamentele en universele bouwstenen van
persoonlijkheid
Persoonlijkheid = typerende kenmerken, karakteristieke
eigenschappen
= unieke combinatie van bouwstenen (trekken)
Dispositie = geneigdheid om zich op een bepaalde manier te gedragen
Twee uitgangspunten van trektheoretici:
- Trekken zijn relatief stabiel in de tijd
- Trekken zijn relatief consistent over situaties
Verschillende visies definitie ‘trek’
Trekken als interne, causale eigenschappen:
- Inwendig
- Verklarend voor gedrag
- Kunnen sluimerend aanwezig zijn (zonder directe manifestatie in het gedrag)
Trekken als louter beschrijvende termen
- Geen veronderstellingen over oorzaak van gedrag
- bv. trekken zijn een categorie van handelingen die vaak voorkomen bij een
individu
4.2 Identificeren van trekken
1. Lexicale benadering
Lexicale hypothese: belangrijke, relevante individuele verschillen zijn gecodeerd in
onze taal
Belangrijkheid van trekken bepaald door drie criteria:
- Gebruiksfrequentie: hoe meer het woord gebruikt wordt, hoe
belangrijker
- Synoniemfrequentie: hoeveel verschillende woorden bestaan er
voor hetzelfde concept
- Cross-culturele universaliteit: van belangrijke eigenschappen
bestaan woorden in verschillende talen/culturen
1
, Persoonlijkheidspsychologie
Woordenboekstudies (adjectieven – passief) en studie van de vrije
beschrijvingen (actieve woordenschat)
2. Statistische benadering
Vertrekpunt = itempool:
- Adjectieven
- Vragen over gedrag, emoties, ervaringen
Factoranalyse
- Doel = identificeren van grote, onderliggende dimensies om aantal items te
reduceren
- Groepeert persoonlijkheidstrekken die sterk correleren en gemeenschappelijke
kenmerken hebben (of tegenpool zijn)
- Items en adjectieven die vergelijkende patronen hebben worden samen
geplaatst (factor of dimensie)
Je moet niet per se op alle items hoog scoren om toch hoog te scoren
op een factor
3. Theoretische benadering
Theorie bepaalt de belangrijkste trekken
Selectie van items in functie van theoretische constructen
Meestal in combinatie met andere benaderingen
Bv. 5 factorenmodel is gebaseerd op lexicale en statistische
benadering
2