• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages
Summary

Samenvatting Collegeaantekeningen Filosofie | Hoofdstuk 1 | Hogeschool Gent | 2026/2027

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages

Dit document bevat collegeaantekeningen voor het vak Filosofie aan Hogeschool Gent, gebaseerd op Hoofdstuk 1 over de oorsprong van de filosofie. De aantekeningen behandelen kernthema's zoals de overgang van mythos naar logos, de drie fundamentele vragen van Kant (epistemologie, ethiek, wijsheid), en filosofische domeinen naar Ferry. Dit materiaal is ideaal voor examenvoorbereiding en helpt je snel de essentiële concepten van dit hogeschoolcursus onder de knie te krijgen.

Content preview

Filosofie
HOOFDSTUK 1: DE OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE


1 Inleiding
Filosofie Grieks > filein = houden van > sophia = Griekse godin v/d
wijsheid
Filosofie is vooral een mannenzaak maar als ze over wijsheid praten dan is
het vrouwelijk. De verwijzingen zijn meestal vrouwelijk
De vrouwelijke intuïtie: verwijzen naar de directe ervaring van
waarheid, zonder een beroep te doen op een redeneerproces.


De oorsprong van de filosofie wordt op 2 manieren beantwoord:
1. Filosofie is zo oud als de mensheid
Iedereen die diepzinnige vragen stelt is filosofisch bezig.
Plato zegt dat filosofie is gestart met verwondering

Verwondering: de bron van onze zoektocht om te begrijpen wat er
zich voordoet in onszelf en de wereld


2. Filosofie is ontstaan in een bepaalde periode in een bepaalde
regio
De klassieke westerse filosofie is ontstaan in 6e eeuw a/d Egeïsche
zee
Ook in andere regio’s ontstonden er filosofieën maar daar hebben
we niets op te zeggen (bv  Upanishaden in India, …)


Het ontstaan v/d westerse filosofie wordt gestart met de overgang van
mythos -> logos
Een wereld met allemaal mythen naar een wereld met rationele
verklaringen.
Die rationele verklaringen verwijzen naar toenemend belang van
observatie, argumentatie en dat natuur uit de natuur wordt verklaard en
niet meer door goden.


Bv ‘de zondeval’  de zondeval (adam en eva). ze mochten geen appel
eten van een specifieke boom, de boom van de kennis en kwaad. Waarom
is het zo slecht om van die boom te eten? De duivel zei: je gaat meer

,krijgen dan de goden, kennis van goed en kwaad. Door een onderscheid te
maken, gaan we lijden. Door dat onderscheid te maken, zijn we uit het
paradijs gevallen zoals de goden
Bv ‘Odysseus en de sirenen’  Odysseus werd verleid door gezang en hij
heeft gezegd tegen zijn bemanning om oordoppen te pakken. Behalve hij
omdat hij toch niet moest bewegen. We moeten verleidingen weerstaan en
onze proberen te beheren
De goden, het bovennatuurlijke valt weg. Het is weer het natuurlijke en
objectieve
Je gaat proberen begrijpen van de natuur (bv  scheiding van de cel, …)
Hoe komt het dat het denken verandert is over de hele wereld?
Verklaring (hypothese) = verstedelijking, landbouw. In de stad komen er
mensen van overal dus je krijgt beperkte cultuur, want iedereen denkt
anders.
De filosofische stap = de goden uitbeelden nr het beeld v zichzelf
XENOPHANES




2 Omschrijving en indeling van de filosofie
2.1 Tussen religie en WTS
Italiaanse filosoof de Crescenzo, 20e eeuw definitie van filosofie
Filosofie bevindt zich tussen religie en WTS.


De WTS bestudeert de wereld van de fenomenen, alles wat
objectiveerbaar, zichtbaar en meetbaar is. Ze gaan opzoek hoe ze die
fenomenen kunnen verklaren en dringen de filo terug. De natuurfilosofie
werd fysica, later waren er ook andere natuurWTS en
sociologie/psychologie


Religie zoekt naar iets absoluuts en biedt troost en zingeving. Het is
voorbij het fenomenale. Religie houdt zich nog altijd bezig met
verschillende vragen, waar WTS geen antwoord kan op geven. (bv  wat
is het verschil tussen een computer en ik)


Filosofie is geen WTS, ook geen mensWTS. Filosofie staat er buiten want
het gaat niet zuiver over het fenomenale maar ook het noumenale

,Het zit tussen mythe/religie en WTS.



2.2 3 grote vragen en domeinen
Kant bracht alle filosofische vragen terug tot 3 essentiële vragen:
1. Wat moet ik weten? Ons denken
2. Wat moet ik doen? Ons handelen ethiek en filosofie
3. Wat mag ik hopen? Onze verwachtingen
=> alles kan je herleiden tot 1 grote vraag ‘WAT IS DE MENS?’


Franse filosoof Ferry, hedendaags
Filosofie houdt zich bezig met: 1. Kennis = objectieve feiten,
werkelijkheid
2. Ethiek = rechtvaardigheid
3. wijsheid = manier wrp we leven,
heil/geluk

2.3 Het huis van de filosofie
Je kan filosofie best indelen a.d.h.v. het soort vragen dat men stelt.
Die van Kant zijn 1. Epistemologie
2. ethiek
En de algemene vraag is wijsgerige antropologie.
Elke indeling hangt af van zijn beperking, nl vragen die afhankelijk van de
manier waarop ernaar gekeken wordt, tot een ander verschillend domein
worden gerekend.




4. de psyche (de
geest)

, Volgens Plato hechten we ons aan 3 fundamentele waarden: 1. Het
ware
2. Het goede
3. Het schone

2.3.1 Waarheid = epistemologie
De epistemologie/kennisleer stelt vragen over waarheid en kennis
Bv  wat is waarheid, wat zijn de grenzen van de kennis, wat is kennis, …


i/d 20e eeuw ontstonden de WTSfilo, de taalfilo en de BWZfilo
 logica houdt zich bezig met de vraag ‘wat is geldig redeneren?’
 WTSfilo buigt zich over de grondslagen v/d kennis van de
afzonderlijke WTS
 Taalfilo behandelt het ontstaan, functie, betekenis, … van de taal


2.3.2 Goedheid en rechtvaardigheid = ethica
 De ethiek onderzoekt het goede, wat goedheid en rechtvaardigheid
is, …
 Politieke en sociale filosofie houdt zich bezig met de
(rechtvaardigde) SL
 Rechtsfilosofie behandelt de vraag naar de aard en de oorsprong
van recht – deontologie/plichtenleer sluit er nauw bij aan


2.3.3 Schoonheid = esthetica
 Esthetica houdt zich bezig met de vraag naar schoonheid en kunst
 Afgeleide deelgebieden zijn kunst- en cultuurfilosofie




3 De pre-socratische filosofie
Pre-socratische filosofie: de filosofie voor Socrates 6e-5e
eeuw v.C.
Zij hebben de eerste stappen gezet naar een nieuw soort denken, vooral
kosmologisch.


6 belangwekkende figuren:

Table of contents

  1. 01 1 Inleiding 1
  2. 02 2 Omschrijving en indeling van de filosofie 2
    1. 2.1 Tussen religie en WTS 2
    2. 2.2 3 grote vragen en domeinen 3
    3. 2.3 Het huis van de filosofie 3
  3. 03 3 De pre-socratische filosofie 4
    1. 3.1.1 Thales van Milete 5
    2. 3.1.2 Anaximander van Milete 5
    3. 3.1.3 Pythagoras 6
    4. 3.1.4 Parmenides en Herakleitos 6
    5. 3.1.5 Democritos 7
  4. 04 4 Filosofie binnen het hoger onderwijs 7
  5. 05 5 Situering 9
  6. 06 6 De sofisten 9
    1. 6.1 Rondtrekkende leraars 9
    2. 6.2 Protagoras: de mens is de maat 10
    3. 6.3 Kritiek van Plato op de sofisten 10
  7. 07 7 Socrates 11
    1. 7.1 Socrates, de ‘horzel’ 11
    2. 7.2 De socratische gespreksvoering 12
    3. 7.3 Mensbeeld 13
  8. 08 8 Thema: waarheid 15
    1. 8.1 De ‘dictatuur’ van het relativisme 15
    2. 8.2 Kinderen van apate (=Godin van bedrog) 15
    3. 8.3 Universalisme, relativisme en waarachtigheid 16
  9. 09 9 Situering 17
  10. 10 10 Zijn en schijn 17
    1. 10.1 De wereld van de vormen 17
    2. 10.2 De allegorie van de grot 18
  11. 11 11 Kennisleer en ethiek 20
    1. 11.1 Drie soorten van weten 20
    2. 11.2 Ethiek: ‘het goede kennen is het goede doen’ 20
  12. 12 12 Mensbeeld en politiek 21
    1. 12.1 Menner en paarden: visie op de menselijke ‘ziel’ 21
    2. 12.2 Mensbeeld en politieke utopie 21
  13. 13 13 De aard van de werkelijkheid 23
  14. 14 14 Situering 25
  15. 15 15 Hilomorfisme: de vorm zit ‘in’ de dingen 25
    1. 15.1 De theologische visie: entelechie 25
    2. 15.2 Trapsgewijze opbouw van de natuur 27
  16. 16 16 Ethica: de deugdenleer 28
    1. 16.1 Eudaimonia 28
    2. 16.2 Ethische en intellectuele deugden 28
    3. 16.3 Deugdenleer: de weg van het midden 29
    4. 16.4 Het begrip catharsis 29
    5. 16.5 Politiek: de mens is een politiek dier 30
  17. 17 17 Thema: over doel en zingeving 30
  18. 18 18 Situering: de hellenistische en romeinse periode 32
  19. 19 19 Het epicurisme 32
    1. 19.1 Epicurus 32
    2. 19.2 Kosmologie: materialisme 32
    3. 19.3 Levenskunst 33
  20. 20 20 Thema: geluk 35
    1. 20.1 Maakt geld gelukkig? 35
    2. 20.2 Verschillende betekenissen van geluk? 35
    3. 20.3 Een gedachte-experiment: de ‘ervaringsmachine’ van Nozick 36
  21. 21 21 Situering 37
  22. 22 22 Het stoïcisme 37
    1. 22.1 Kosmologie: pantheïsme 37
    2. 22.2 Alles is bepaald, het lot bepaalt 38
    3. 22.3 Levenskunst 38
  23. 23 23 Thema: vrijheid 40
    1. 23.1 Handelingsvrijheid en wilsvrijheid 40
    2. 23.2 Vrijheid en verantwoordelijkheid 41
    3. 23.3 Spinoza en Libet omtrent vrije wil 42
    4. 23.4 Het liberalisme 42
  24. 24 24 Situering: de middeleeuwse filosofie als ‘dienstmaagd’ van de religie 44
  25. 25 25 Michel de Montaigne 44
    1. 25.1 De Montaigne als troost voor het gevoel van onvolkomenheid 45
  26. 26 26 Thema: reflectie 46
  27. 27 27 Situering 47
    1. 27.1 René Descartes 48
    2. 27.2 David Hume 49
    3. 27.3 Thema: WTS 52
  28. 28 28 Situering 56
  29. 29 29 De copernicaanse wending van Kant 56
    1. 29.1 Kant 56
    2. 29.2 De zuivere rede en de copernicaanse wending 56
  30. 30 30 Kant VS Benthem: 2 funderingen van ethiek 58
    1. 30.1 De praktische rede en de ethiek van de plicht bij Kant 58
    2. 30.2 Utilitarist Jeremy Bentham en zijn gevolgenethiek 59
    3. 30.3 Tramdilemma van Philippa Foot 59
  31. 31 31 Thema: de waarden van de verlichting 60
    1. 31.1 Politiek 60
    2. 31.2 Economie 61
    3. 31.3 Samenleving 61
    4. 31.4 Godsdienst 61
    5. 31.5 Emancipatie van de vrouw 62
  32. 32 32 Situering 63
  33. 33 33 Voorspel op de romantiek: Jean-Jacques Rousseau 63
  34. 34 34 Arthur Schopenhauer 64
    1. 34.1 De wereld als wil en voorstelling 64
    2. 34.2 Pessimisme 65
    3. 34.3 Uitwegen van het lijden? 66
  35. 35 35 Thema: de romantiek 68
    1. 35.1 Romantiek VS de verlichting 68
  36. 36 36 Friedrich Nietzsche 69
    1. 36.1 Apollo en Dionysos 69
    2. 36.2 Taal als interpretatie 70
    3. 36.3 De wil tot macht (WTM) 70
    4. 36.4 De omkering van alle waarden: herenmoraal en slavenmoraal 71
  37. 37 37 De filosofie in de 20e eeuw 73
  38. 38 38 Hannah Arendts Inter-esse 74
    1. 38.1 Totalitarisme 74
    2. 38.2 De menselijke conditie 74
    3. 38.3 De banaliteit van het kwaad 76

Document information

Study
Uploaded on
August 24, 2026
Number of pages
76
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
13
Last sold
18 hours ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions