Paragraaf 14.1: Cellen in het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is complex door het enorme aantal neuronen, ongeveer 100
miljard, die met elkaar verbonden zijn in een uitgebreid netwerk voor
informatieoverdracht. Neuronen bestaan uit een cellichaam, dendrieten
(uitlopers die impulsen aanvoeren) en een axon (afvoerende uitloper). Een axon
eindigt een synaps een contactplaats waar informatie via impulsen wordt
overgedragen d.m.v. neurotransmitters. Naast neuronen zijn er ook ongeveer
800 miljard gliacellen, die verschillende
ondersteunende functies vervullen, zoals voeding,
bescherming en het vormen van myelineschede (door
de cellen van Schwann) rond neuronen. Bron 1 en 2,
Binas 88A, J.
Er zijn drie typen neuronen:
1. Sensorische neuronen: Ontvangen impulsen
van zintuigcellen en brengen deze naar de
hersenen of ruggenmerg. Hun lange dendrieten
kunnen soms tot 1,5 meter lang zijn, terwijl hun
axon kort is.
2. Schakelneuronen: Bevinden zich in de
hersenen of ruggenmerg en schakelen impulsen
door naar andere neuronen, vaak zonder
myelineschede.
3. Motorische neuronen: Voeren impulsen van de hersenen of ruggenmerg
naar spieren en klieren. Ze hebben korte, vertakte dendrieten en een
langer axon met myelineschede, hoewel sommige in het hoofd geen
myelineschede hebben.
Er zijn 31 paar zenuwen die uit het ruggenmerg komen, bestaande
uit gemyeliniseerde uitlopers van neuronen, omgeven
door bindweefsel en bloedvaten. Deze ruggenmergzenuwen
zijn gemengd en bevatten zowel sensorische als motorische
neuronen, waarbij impulsen in tegengestelde richtingen
bewegen. Daarnaast ontspringen er twaalf paar
hersenzenuwen, waarvan sommige ook gemengd zijn,
terwijl andere uitsluitend sensorisch of motorisch zijn.
Sensorische zenuwen transporteren informatie van de
zintuigen naar de hersenen, terwijl motorische zenuwen spieren aansturen, zoals
die van de ogen. Bron 3
Paragraaf 14.2: Het centrale zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is verdeeld in een centraal zenuwstelsel (CZS) en het
perifere zenuwstelsel. Het perifere ZS verbindt zenuwen uit het CZS met
organen en weefsels. Het CZS omvat de hersenen en het ruggenmerg, waar
onderscheid gemaakt kan worden tussen grijze stof (cellichamen van neuronen)
en witte stof (myeline-omhulde uitlopers). De hersenen worden beschermd door
de schedel, drie hersenvliezen en de bloed-hersenbarrière. Tussen de binnenste
hersenvliezen stroomt dagelijks 400 tot 500 ml hersenvloeistof, dat schokken
opvangt en afvalstoffen afvoert. De bloed-
hersenbarrière voorkomt dat schadelijke stoffen
1
, uit het bloed de hersencellen bereiken, dankzij strakke verbindingen tussen
haarvaten (tight junctions) en de beschermende uitlopers van astrocyten. Alleen
enkele stoffen, zoals alcohol, kunnen deze barrière passeren, terwijl pijnstillers
dat meestal niet kunnen. Bron 4 en 5, Binas 88B en C.
De grote hersenen wegen tussen de 1 en 1,5 kg en bevatten tientallen miljarden
cellen. Ze zijn verdeeld in twee helften, verbonden door de hersenbalk. De grote
hersenen verwerken informatie van zintuigen via zenuwen, ruggenmerg en
hersenstam. Hun taken omvatten het ordenen en verwerken van informatie,
logisch redeneren, bewustzijn, geheugen en emoties. Een belangrijk onderdeel is
het beloningscentrum, dat actief is bij positieve emoties, verlangen en
muziekbeleving. Daarnaast zijn er verschillende centra voor de zintuigen en
motoriek: dit begint altijd in een primaire centra, hier is de bewustwording, in de
secundaire centra vindt de herkenning plaats. Bron 6,7, Binas 88C, 87B
Onderdelen van de grote hersenen:
- Hersenschors: Neuronen geven informatie door.
- Primaire gehoorcentra: Voor bewustwording van geluid.
- Secundaire gehoorcentra: Voor herkenning van muziek en geluiden.
- Primaire motorische schors: Beheert bewegingen, met groepen
neuronen voor verschillende spieren.
- Secundaire motorische schors: Bevat informatie voor soepele
spierbewegingen en motorprogramma's.
- Thalamus: Selecteert zintuigelijke impulsen die naar de hersenschors
gaan.
- Hypothalamus: Betrokken bij homeostase (lichaamsbalans), reguleert
lichaamstemperatuur en dag-nachtritme en produceert neurohormonen
die de hypofyse aansturen, en heeft invloed op voortplanting.
De kleine hersenen coördineren bewegingen door informatie van zintuigen,
hersenstam en ruggenmerg te verwerken. De hersenstam verbindt de grote en
kleine hersenen en speelt een rol bij vitale functies zoals ademhaling en hartslag.
Zenuwbanen kruisen tussen de hersenhelften, waardoor de linkerhersenhelft de
rechterkant van het lichaam aanstuurt en vice versa. Het ruggenmerg, dat
beschermd wordt door wervels, is verbonden met ledematen en organen via 31
paar zenuwen. Sensorische neuronen brengen signalen van de huid naar het
ruggenmerg, terwijl motorische neuronen impulsen naar de spieren sturen.
Reflexen, zoals de kniepeesreflex, verlopen vaak automatisch zonder bewuste
controle. Een reflex is een automatische reactie op een prikkel, waarbij er geen of
weinig bewustwording plaatsvindt. Reflexen in de armen, romp en benen
verlopen via het ruggenmerg, terwijl die in het hoofdgebied via de hersenstam en
hersenzenuwen gaan. De
impulsen volgen een korte route,
de reflexboog, die bestaat uit
zintuigcellen, sensorische
2