KORTE HISTORIEK
TUSSEN WO II EN 1970
• Na WO II:
• sterke verstedelijking door wederopbouw
• Vele infrastructuurprojecten en grote industriële ontwikkelingen
• Geen overkoepelende visie
• Weinig sturing
TUSSEN WOII E N 1970
• Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Stedenbouw (1962)
• Eerste nationaal wettelijk kader voor ruimtelijke ordening
• Introducteert plannen van aanleg (algemene en bijzondere)
• Introducteert bouwvergunning
• Kondigt opmaak van Gewestplannen aan
ALGEMENE EN BIJZONDERE PLANNEN VAN AANLEG
• Hiërarchisch planningsysteem
ALGEMENE PLANNEN VAN AANLEG
• Globaal plan voor gemeente of groot deel ervan
• Bestaat uit:
• Bestemming van gronden
• Bestemmingen in ruime zin: woongebied, industriegebied, landbouwgebied, groengebied…
• Ook bebouwingsmogelijkheden in brede zin
• Bindend voor burger en overheid
• Niet verplicht maar gemeentes werden aangemoedigd
• Werden later grotendeels vervangen door Gewestplan
BIJZONDERE PLANNEN VAN AANLEG
• Gedetailleerd plan voor kleiner gebied zoals een wijk, straat
• Bestaat uit:
• Concreter en gedetailleerder dan APA
• Zeer specifieke stedenbouwkundige voorschriften: bouwhoogtes, bouwdieptes, dakvormen, inplanting van gebouw, open ruimte en
wegenis
• Vaak gebruikt voor nieuwe ontwikkelingen
• Verordenend voor burgers en overheid
• BPA mag niet in strijd met APA zijn
• Aftoetsingskader bij bouwvergunningsaanvraag
• Werden opgemaakt tot eind jaren 90, begin 2000 – tot een gemeente een structuurplan had
BPA
BPA Eilandje, 2005 Antwerpen -> afdrukken voorbeelden
BPA Westhoek verkaveling, 1970, De Panne
GEWESTPLAN
• Doel: Vlaanderen systematisch indelen in bestemmingszones
• Plan was gebiedsdekkend
• Vastleggen van bestemmingszones
• Bindend voor zowel burgers als overheid
• Lang proces: studie, adviezen, politieke goedkeuring
• Eerste voorontwerp werd in 1969 goedgekeurd
• Meeste werden opgemaakt in jaren 70
• Antwerpen: KB 3 oktober 1979
• Antwerpen: actualisaties in 2000
1
,BESTEMMINGSCATEGORIEË N
• Woonzones
• Industrie en bedrijfszones
• Landbouwzones
• Natuur- en groenzones
• Recreatiezones
• Gemeenschaps- en nutsvoorzieningen
• Infrastructuurzones
• Overige en specifieke zones (vb. militaire zones)
STRUCTUURPLANNING
• Het Gewestplan en de BPA’s ordende doorheen jaren 70, 80 en 90 van vorige eeuw de ruimte in Vlaanderen
• Er kwam een reactie op… trendbreuk:
• Stadvlucht, grote druk op landelijke gebieden vroegen om meer visie
• Gewestplan en BPA’s waren te rigide en hadden te weinig visie
• Nood aan nieuwe soort planning
• Lange termijn visie
• Samenhang tussen wonen, werken, mobiliteit, natuur en economie
• Op Vlaams niveau ontstond in 1997 het RSV als eerste structuurplan
• Eerste algemene visie op de ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen
• Vlaanderen open en stedelijk
• Stadsvlucht keren
• Steden aantrekkelijker maken
• Duidelijke scheiding tussen stad en platteland
• Herwaarderen van de open ruimte
KENMERKE N:
• Sturend, pro-actief beleid
• Duidelijke visie op de lange termijn
• Concrete acties op de korte termijn (inclusief actieplan)
• Werd goedgekeurd in Vlaams Parlement in 1997
• Structuurplanning werd pas in 1999 verankerd in decreet op ruimtelijke ordening (1999) waar er zowel op Vlaams, provinciaal en gemeentelijk
niveau structuurplannen werden voorgeschreven
• Niet bindend voor burgers, wel beleidsmatig bindend voor overheden
• Vaste opbouw en procedure
OPBOUW:
• informatief
• Richtinggevend
• Bindend gedeelte
RSV
• Wonen:
• 60% van bijkomende woningen in stedelijke gebieden en economische knooppunten
• Zo stedelijke uitspreiding tegen gaan en verdichten stimuleren
• Bedrijvigheid:
• Elke gemeente moet voorzien in lokale bedrijvigheid
• Oppervlakte van ongeveer 5ha per gemeente voor lokale bedrijventerrein
• Behoud van lokale economie, vrijwaren van regionale bedrijventerreinen
• Regionale en grootschalige bedrijventerreinen
• In economische knooppunten
• Speciaal aangeduide zones
• Open ruimte
• Behoud van open ruimte als structurerend element
• Beschermen van landbouw, bos en natuur
• Max 40% van nieuwe ontwikkelingen mag in open ruimte
• Detailhandel
• In stedelijke centra
• In kerngebieden
• Beperken van grootschalige detailhandel buiten kernen
• Mobiliteit
• Ruimtelijke ontwikkelingen afstemmen op openbaar vervoer en knooppunten
2
,RUIMTELIJK PROVINCIAAL STRUCTUURPLAN ANTWERPEN 2001
Het RSPA (2001) was tot februari 2024 het kader voor het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid in Antwerpen. Het bestaat uit een analyse van de
situatie in 2001, een toekomstvisie en bijhorende acties.
Het addendum van 2011 past het plan gedeeltelijk aan, vooral rond wonen en werken, afstemming met het Vlaams beleid en het oplossen van
knelpunten. Het plan stuurt o.a. de ontwikkeling van kleinstedelijke gebieden, wonen, bedrijventerreinen, natuur, landbouw, recreatie en verkeer en
vervoer.
Strategisch struct uurplan Antwerpen, stad Antwerpen (2006)
Het strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen (s-RSA) werd goedgekeurd in 2006 en geactualiseerd na een
evaluatie in 2014. Het plan kiest voor gerichte, strategische ingrepen met een groot effect op stad en omgeving.
Het s-RSA combineert een generiek beleid voor de hele stad, gebaseerd op zeven stadsbeelden (o.a. waterstad,
havenstad en metropool), met een gebiedsgericht actief beleid dat inzet op stadsvernieuwing in strategische zones
zoals ruggengraten, kanalen en (buurt)centra. (bekijk legende op pwp)
STRATEGISCH STRUCTUURPLAN ANTWERPEN, STAD ANTWERPEN (2006)
De Zachte Ruggengraat wil een samenhangend stedelijk ecologisch systeem vormen via vijf
verbonden parken: Scheldepark, Zuiderpark, Schijnvalleipark, Noorderpark en Havenpark.
Deze parken versterken de relatie tussen stad en natuur.
Binnen dit kader is Deurne Noord een strategisch project van het Schijnvalleipark, met als
doel de groene ruimte langs de Ring (het Schijntje) te versterken, de continuïteit te verbeteren
en een groene buffer tegen de Ring te realiseren.
GEMEENTELIJK STRUCTUURPLAN ZAVENTE M (2015)
Algemene visie
Economische groei verzoenen met woonkwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid in een sterk verstedelijkte
luchthavencontext.
Wonen & leefkwaliteit
Behoud woonkernen, gerichte verdichting, betere woonomgeving en aandacht voor geluidshinder.
Economie & luchthavengebonden activiteiten
Luchthaven als motor, ruimte voor bedrijvigheid langs hoofdassen, scheiding van wonen en hinderlijke
functies.
Open ruimte & groenstructuur
Behoud schaarse open ruimte, versterking groenstructuren en buffers tussen wonen en infrastructuur.
Mobiliteit & infrastructuur
Goede bereikbaarheid met minder hinder, focus op openbaar vervoer en fiets, betere inpassing van infrastructuur.
Ruimtelijke structuur & kernversterking
Duidelijke afbakening van functies, versterking van kernen en ruimtelijke samenhang als basis voor RUP’s.
3
, RUIMTELIJKE UIT VOERINGSPLANNEN
• In het decreet van 1999 werd samen met de structuurplanning ook de ruimtelijke
uitvoeringsplannen bepaald
• RUP’s in plaats van BPA’s
• BPA stond los van een overkoepelende visie
• RUP moet gekoppeld zijn aan een overkoepelende visie uit een structuurplan, mag niet strijdig zijn
• Naast bouwregels ook koppeling met ruimtelijke visie en concepten,
• meer beleidsmatig gekoppeld => motivering
BELEIDSPLANNING
Waarom een nieuw planningsinstrument
Structuurplannen waren log, duur en moeilijk aanpasbaar. Ze boden te weinig
flexibiliteit en speelden onvoldoende in op nieuwe uitdagingen zoals klimaat
en demografie.
Nieuwe manier van plannen
Invoering van een dynamischer systeem met meer beleidsflexibiliteit via het
aanbouwmodel: een strategische visie aangevuld met beleidskaders.
Beleidsplanning in Vlaanderen
Vlaanderen start in 2016 met de strategische visie van het Beleidsplan
Ruimte Vlaanderen (BRV). In 2017 wordt beleidsplanning juridisch verankerd
in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Procedure en subsidiariteit
Elk nieuw beleidskader volgt een zware procedure, maar niet alles moet
telkens hernomen worden. De strikte subsidiariteit wordt losgelaten: RUP’s
kunnen steunen op Vlaamse of provinciale beleidsplannen.
Inhoudelijke ambities
Het BRV actualiseert het RSV, bouwt erop voort maar legt de ambities hoger: drastische vermindering en stopzetting van ruimtebeslag, stoppen van
stadsvlucht én welvaartsvlucht, en inspelen op klimaatverandering en hernieuwbare energie.
Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zorgde voor verbeteringen, maar kon stadsvlucht en ruimtebeslag niet stoppen en biedt onvoldoende
antwoorden op nieuwe uitdagingen zoals klimaatverandering en hernieuwbare energie. Daarom is een nieuwe, duurzamere aanpak van de schaarse
open ruimte nodig.
UITDAGINGEN BRV
RUIMTEBESLAG BLIJFT TOENEMEN
• RUIMTEBESLA G?
= Ruimte die gebruikt wordt voor o.a. huisvesting, industrie,
handel, infrastructuur, recreatie, …
• Het ruimtebeslag omvat alle ruimte ingenomen door
nederzettingen zoals wonen, industrie, handel, infrastructuur,
recreatie en serres, inclusief tuinen en parken. In Vlaanderen
bedraagt het ruimtebeslag ongeveer 33% van de oppervlakte. Ook binnen openruimtebestemmingen komt ruimtebeslag voo
GROTE VOETAFDRUK:
• Vlaanderen: 14 inwoners/ha (links)
<> Nederland: 24 inw/ha(rechts)
Het RSV wilde steden en dorpskernen versterken om stadsvlucht en versnippering tegen te gaan. Dit
leidde tot stadsvernieuwing, herontwikkeling van stationsbuurten en investeringen in groen. Daardoor is de groei van het ruimtebeslag vertraagd van 12
naar ongeveer 6 hectare per dag.
• Ruimtebeslag blijft toenemen maar vertraagt:
• 1994: 12ha
• Kentering door RSV
• Daling naar iedere dag 6 a 7 inname open ruimte
• 2013 en 2022 verder gedaald naar 4,6 ha
4