Arrestenlijst Contractenrecht 2014/2015
Week 1
HR 18 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4405, NJ 1983/723 (Plas/Valburg).
Leerstuk: Afbreken in precontractuele fase
Essentie: Het gevolg van het afbreken van gevallen buiten een rompovereenkomst worden door de
eisen van redelijkheid en billijkheid bepaald.
HR 1 oktober 1999, NJ 2000, 207 (Geurtzen/Kampstaal).
Leerstuk: uitzondering op vernietigingsgronden art. 6:233
Essentie: “de wederpartij kan zich niet op vernietigbaarheid van een algemene voorwaarde
beroepen, wanneer zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met dat beding bekend was of
geacht kon worden daarmee bekend te zijn”. Omstandigheid kan zijn dat de partijen al langer zaken
met elkaar doen en de algemene voorwaarden al bij een eerdere gelegenheid ter hand werden
gesteld.
HR 6 april 2001, NJ 2002, 385 (VNP/Havrij).
Leerstuk: uitgezonderde partij van bescherming art. 6:233-234 via art. 6:235 lid 3
Essentie: VNP: “ze zijn mij niet feitelijk ter hand gesteld”. Hof: “door het verwijzen en de
mededelingen is er voldoende mogelijkheid geboden voor het inzien” en “VNP hanteert eenzelfde
soort bedingen in haar eigen algemene voorwaarden”. HR: “Hof had hier moeten vaststellen of het
ter hand stellen onmogelijk/mogelijk was geweest”.
HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337, NJ 2005/467 (CBB/JPO).
Leerstuk: afbreken in precontractuele fase
Essentie: hierin ontwikkelde de Hoge Raad een strenge maatstaf voor het beoordelen van de
schadevergoedingsplicht.
Hoofdregel: afbreken mag in beginsel door de contractsvrijheid
Wel bleef de plicht om gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen.
Tenzij: afbreken onaanvaardbaar wordt geacht op grond van:
- totstandkomingsvertrouwen; dus bevestiging arrest Baris/Riezenkamp (of
- andere omstandigheden van het geval)
HR 2 december 2011, NJ 2011, 574 (Linthorst/Echoput).
Leerstuk: stilzwijgende aanvaarding door art. 3:35
Essentie: “..gaat de wederpartij na een confrontatie met de algemene voorwaarden de overeenkomst
aan zonder nog over de algemene voorwaarden te reppen, dan zal al spoedig de conclusie op haar plaats
zijn dat die voorwaarden stilzwijgend door haar zijn aanvaar. Er is hier namelijk voldoende vertrouwen
gewekt.” Verdere omstandigheden die wijzen op stilzwijgende aanvaarding:
- verwijzen in offertes en hierop is niet gereageerd
- het gaat om professionele partijen
- in opdrachtbevestiging is er opnieuw verwezen naar offertes
HR 1 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6755, NJ 2013/142 (Greenib/Van Dam).(*)
Leerstuk: Afbreken in precontractuele fase
Essentie: In het arrest CBB/JPO heeft de Hoge Raad nadere regels geformuleerd omtrent de
precontractuele fase, waarmee de Hoge Raad gas lijkt te hebben teruggenomen met betrekking tot
de bescherming van de wederpartij van de afhakende onderhandelingspartner.
Week 1
HR 18 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4405, NJ 1983/723 (Plas/Valburg).
Leerstuk: Afbreken in precontractuele fase
Essentie: Het gevolg van het afbreken van gevallen buiten een rompovereenkomst worden door de
eisen van redelijkheid en billijkheid bepaald.
HR 1 oktober 1999, NJ 2000, 207 (Geurtzen/Kampstaal).
Leerstuk: uitzondering op vernietigingsgronden art. 6:233
Essentie: “de wederpartij kan zich niet op vernietigbaarheid van een algemene voorwaarde
beroepen, wanneer zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met dat beding bekend was of
geacht kon worden daarmee bekend te zijn”. Omstandigheid kan zijn dat de partijen al langer zaken
met elkaar doen en de algemene voorwaarden al bij een eerdere gelegenheid ter hand werden
gesteld.
HR 6 april 2001, NJ 2002, 385 (VNP/Havrij).
Leerstuk: uitgezonderde partij van bescherming art. 6:233-234 via art. 6:235 lid 3
Essentie: VNP: “ze zijn mij niet feitelijk ter hand gesteld”. Hof: “door het verwijzen en de
mededelingen is er voldoende mogelijkheid geboden voor het inzien” en “VNP hanteert eenzelfde
soort bedingen in haar eigen algemene voorwaarden”. HR: “Hof had hier moeten vaststellen of het
ter hand stellen onmogelijk/mogelijk was geweest”.
HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337, NJ 2005/467 (CBB/JPO).
Leerstuk: afbreken in precontractuele fase
Essentie: hierin ontwikkelde de Hoge Raad een strenge maatstaf voor het beoordelen van de
schadevergoedingsplicht.
Hoofdregel: afbreken mag in beginsel door de contractsvrijheid
Wel bleef de plicht om gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen.
Tenzij: afbreken onaanvaardbaar wordt geacht op grond van:
- totstandkomingsvertrouwen; dus bevestiging arrest Baris/Riezenkamp (of
- andere omstandigheden van het geval)
HR 2 december 2011, NJ 2011, 574 (Linthorst/Echoput).
Leerstuk: stilzwijgende aanvaarding door art. 3:35
Essentie: “..gaat de wederpartij na een confrontatie met de algemene voorwaarden de overeenkomst
aan zonder nog over de algemene voorwaarden te reppen, dan zal al spoedig de conclusie op haar plaats
zijn dat die voorwaarden stilzwijgend door haar zijn aanvaar. Er is hier namelijk voldoende vertrouwen
gewekt.” Verdere omstandigheden die wijzen op stilzwijgende aanvaarding:
- verwijzen in offertes en hierop is niet gereageerd
- het gaat om professionele partijen
- in opdrachtbevestiging is er opnieuw verwezen naar offertes
HR 1 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6755, NJ 2013/142 (Greenib/Van Dam).(*)
Leerstuk: Afbreken in precontractuele fase
Essentie: In het arrest CBB/JPO heeft de Hoge Raad nadere regels geformuleerd omtrent de
precontractuele fase, waarmee de Hoge Raad gas lijkt te hebben teruggenomen met betrekking tot
de bescherming van de wederpartij van de afhakende onderhandelingspartner.