INTERNE PRIVAATRECHTSGESCHIEDENIS
Ook stukken van oud BW meenemen nr examen !! (zie ufora)
De lezing van Bely ging over ‘vrouwen’ in de diplomatie in de vroegmoderne periode
• INTERN RECHT
– PERSONEN- EN FAMILIERECHT
– ZAKENRECHT
– VERBINTENISSENRECHT
– ERFRECHT
– HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
PERSONEN- EN FAMILIERECHT
• INLEIDING
– BASISBEGRIPPEN
• RECHTSBEKWAAMHEID
• HANDELINGSBEKWAAMHEID
– VROUWEN
» INLEIDING
» VOOR NAPOLEON
• PRIVAATRECHT
• ongehuwde vrouw
• gehuwde vrouw
• OVERIGE RECHTSTAKKEN
» VANAF NAPOLEON
– KIND
INDELING
- Privaatrecht: onderverdeeld in familierecht en vermogensrecht.
- Vermogensrecht: regelt rechten die in geld waardeerbaar zijn → verkoopbaar.
Romeins recht heeft hier grote invloed gehad.
- Personen- en Familierecht: regelt je positie in relatie tot partners en verbanden;
rechten zijn niet in geld waardeerbaar → onverkoopbaar.
weinig invloed van Romeins recht; sterke invloed van kerk en inheems
gewoonterecht.
- Familierecht in enge zin vs familierecht in ruime zin:
Naast strikt familierecht kan er ook familiaal vermogensrecht bestaan.
BASISBEGRIPPEN
Komen uit de 19de eeuw
Rechtssubjecten: mensen → hebben rechten en verplichtingen.
Vb: een mens.
Rechtsobjecten: dingen → hebben geen rechten en verplichtingen.
, nuance: dieren kunnen een aparte categorie vormen (cf. BBW Dieren).
Rechtspersonen: vb. UGent → hebben rechten en verplichtingen, maar zijn geen
mensen.
o Conclusie: onderscheid rechtssubjecten ↔ rechtsobjecten is niet altijd strikt.
Juridische persoonlijkheid: vermogen om rechten te hebben (rechtsbekwaamheid) en uit
te oefenen (handelingsbekwaamheid).
! het hebben van rechten betekent niet automatisch dat je ze kan uitoefenen.
Rechtsfeiten vs gewone feiten:
Gewone feiten → geen juridische gevolgen.
Rechtsfeiten → juridische gevolgen zonder dat die gewild zijn.
Rechtshandelingen: juridische gevolgen zijn gewenst en bewust.
RECHTSBEKWAAMHEID
= Staat van personen
Vrijheid en gelijkheid
Voor 1795:
Geen vrijheid → sommige mensen (slaven, horigen) hadden geen volledige rechten.
Geen gelijkheid → rechtsbekwaamheid en handelingsbekwaamheid varieerden sterk.
Na invoering van vrijheid en gelijkheid:
In principe heeft iedereen rechten → niemand is meer “rechteloos”.
Rechtstoestand bepaalt rechts- en handelingsbekwaamheid (dus verschillen)
Iedereen is vrij (geen slavernij) en gelijk (ied heeft in principe dezelfde
rechtsbekwaamheid)
HANDELINGSBEKWAAMHEID
VROUWEN
INLEIDING
Handelingsbekwaamheid werd in het verleden vaak bepaald door leeftijd en geslacht.
Leeftijd: logisch als criterium.
Geslacht: vrouwen werden juridisch vaak als onbekwaam beschouwd → vandaag
ondenkbaar, maar destijds normaal.
Bewustwording van deze ongelijkheid is deels gekomen door feministische invloeden
op historici.
Algemene mentaliteit:
Ideaalbeeld vd vrouw: de moeder aan de haard.
Discriminatie gebaseerd op fysieke zwakte en “natuurlijke rol” van vrouwen.
Slechte toegang tot voorbehoedsmiddelen → hoge zwangerschapsrisico’s (1/11000
vandaag vs ¼ in de middeleeuwen)
Juridische positie:
Geen uniform statuut voor vrouwen → meestal benadeling.
Uitzondering: meerderjarigheidsleeftijd:
o Vroeger werden meisjes op 12 meerderjarig, jongens pas op 16.
, o Schijnbaar voordeel, maar in praktijk vaak nadeel → meisjes gingen van
vaderlijke macht naar echtgenoot.
Huwen en handelingsbekwaamheid:
Huwelijk wijzigde de handelingsbekwaamheid van vrouwen niet (1976 expliciet
benadrukt in de wet), had wel sociale gevolgen
BELANGRIJKE FIGUREN EN CONTEXT
Marie Popelin: 1ste vrouw met een rechtendiploma; haar verhaal wordt vaak
vertekend:
o Door haarzelf
o Door medestanders
o Over het belang van de zaak en van het recht
Andere pioniers: Isabelle Gatti de Gamond, Isala Van Diest
Opmerking: juridische discriminatie is minder belangrijk dan de mentaliteit erachter.
VOOR NAPOLEON
Juridisch is een onhuwde vrouw beter geplaatst dan een gehuwde !!
1. Ongehuwde vrouw
Romeinen
Onderscheid: Sui iuris (zelfstandig) vs Alieni iuris (onder patriarchale macht)
o ALIENI IURIS: onder PP (macht van vader of opa)
o SUI IURIS: niet onder PP
Aanvankelijk niet handelingsbekwaam → later onder voogd (PP)
Uiteindelijk verdwijnt deze afhankelijkheid → vrouw kan zelfstandig
optreden zonder man.
Germanen en vroege Middeleeuwen
Vergelijkbaar met Romeinen: aanvankelijk onbekwaam (voogd nodig), later na
volksverhuizingen bekwaam (zelfstandig)
Late Middeleeuwen en Moderne Tijden
Beperkingen in handelingsbekwaamheid blijven bestaan: weer een terugval
o Bijstand door een voogd soms verplicht, soms op verzoek van de vrouw.
o Teksten zijn vaak onduidelijk → praktijk varieerde.
Senatusconsultum Velleianum (RoRe): bescherming van vrouwen bij borgstelling.
o In onze traditie: vrouwen konden niet optreden als borg.
Franse Revolutie
Beperkingen voor vrouwen vielen weg in het burgerlijk recht → volledige
handelingsbekwaamheid voor ongehuwde vrouwen.
CONLUSIE
geen rechtlijnige evolutie → vooruitgang wisselt vaak af met achteruitgang.
o juridische positie soms verbeterd, maar vaak terugval
Ongehuwde vrouw: juridisch beter geplaatst dan gehuwde vrouw → meer
zelfstandigheid en handelingsbekwaamheid.
Maatschappelijk ideaal gehuwde vrouw:
Economisch en moreel gezien werd huwelijk sterk gestimuleerd.
, Praktische problemen voor zelfstandige vrouwen:
1. Verwerven van inkomen: moeilijk voor ongehuwde vrouwen zonder middelen of
beschermers.
2. Maatschappelijke druk om te huwen: onafhankelijkheid sociaal niet altijd
geaccepteerd.
Samenvatting:
Juridisch beter om ongehuwd te zijn (meer rechten en handelingsbekwaamheid).
Economisch en moreel vaak voordeliger om gehuwd te zijn.
2. Gehuwde vrouw
Romeinen
Ook hier onderscheid: Sui iuris vs Alieni iuris
Aanvankelijk stond een gehuwde vrouw onder MANUS vd echtgenoot: afhankelijk
van huwelijk en gebruik (usus)
o Usus: als de man een jaar lang gebruik (usus) van zijn vrouw had, kon hij
macht over haar krijgen.
o vrouw kon deze macht tegenhouden door 3 nachten/jaar niet thuis te slapen.
Normaal had de man niet automatisch macht over zijn vrouw; alleen via speciale
rechtshandelingen of usus.
Conclusie: voor gehuwde vrouwen viel de macht van de echtgenoot bij de Romeinen
uiteindelijk wel mee → er waren mogelijkheden tot behoud van zelfstandigheid.
Van de Germanen tot 1804
geen grote verschillen met de Romeinen
Maritale macht
Man is heer en meester; vrouw moet gehoorzamen.
Bij ongehoorzaamheid: tuchtigingsrecht (mag slaan, zolang niet dodelijk).
Achtergrond: vrouw wordt beschouwd als eigendom van de man.
Verplichtingen van de vrouw:
o Samenwonen
o Getrouwheid (geen overspel)
Relativering van maritale macht
Man heeft ook plichten:
o Zorgen voor inkomen en huis
o Overspel als probleem bij man enkel als leidt tot een schandaal
Letter van de wet ≠ praktijk: rechtbanken en sociale realiteit gaven soms andere
uitkomst.
Handelingsbekwaamheid vs. handelingsbevoegdheid
Gehuwde vrouw: wel handelingsbekwaam, maar niet handelingsbevoegd in concrete
situaties → man is degene die de RH’en concreet stelt (“husband and wife are one
and the husband is that one”)
o Bekwaam: algemeen RH’en kunnen stellen
o Bevoegd: bepaalde concrete RH’en kunnen stellen
Uitzonderingen waar de vrouw wél handelingsbevoegd is:
o Gekke of afwezige man
o Handelaarster (zaken verkopen mits de man akkoord is)
o Huishouden (ruime interpretatie)
Ook stukken van oud BW meenemen nr examen !! (zie ufora)
De lezing van Bely ging over ‘vrouwen’ in de diplomatie in de vroegmoderne periode
• INTERN RECHT
– PERSONEN- EN FAMILIERECHT
– ZAKENRECHT
– VERBINTENISSENRECHT
– ERFRECHT
– HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
PERSONEN- EN FAMILIERECHT
• INLEIDING
– BASISBEGRIPPEN
• RECHTSBEKWAAMHEID
• HANDELINGSBEKWAAMHEID
– VROUWEN
» INLEIDING
» VOOR NAPOLEON
• PRIVAATRECHT
• ongehuwde vrouw
• gehuwde vrouw
• OVERIGE RECHTSTAKKEN
» VANAF NAPOLEON
– KIND
INDELING
- Privaatrecht: onderverdeeld in familierecht en vermogensrecht.
- Vermogensrecht: regelt rechten die in geld waardeerbaar zijn → verkoopbaar.
Romeins recht heeft hier grote invloed gehad.
- Personen- en Familierecht: regelt je positie in relatie tot partners en verbanden;
rechten zijn niet in geld waardeerbaar → onverkoopbaar.
weinig invloed van Romeins recht; sterke invloed van kerk en inheems
gewoonterecht.
- Familierecht in enge zin vs familierecht in ruime zin:
Naast strikt familierecht kan er ook familiaal vermogensrecht bestaan.
BASISBEGRIPPEN
Komen uit de 19de eeuw
Rechtssubjecten: mensen → hebben rechten en verplichtingen.
Vb: een mens.
Rechtsobjecten: dingen → hebben geen rechten en verplichtingen.
, nuance: dieren kunnen een aparte categorie vormen (cf. BBW Dieren).
Rechtspersonen: vb. UGent → hebben rechten en verplichtingen, maar zijn geen
mensen.
o Conclusie: onderscheid rechtssubjecten ↔ rechtsobjecten is niet altijd strikt.
Juridische persoonlijkheid: vermogen om rechten te hebben (rechtsbekwaamheid) en uit
te oefenen (handelingsbekwaamheid).
! het hebben van rechten betekent niet automatisch dat je ze kan uitoefenen.
Rechtsfeiten vs gewone feiten:
Gewone feiten → geen juridische gevolgen.
Rechtsfeiten → juridische gevolgen zonder dat die gewild zijn.
Rechtshandelingen: juridische gevolgen zijn gewenst en bewust.
RECHTSBEKWAAMHEID
= Staat van personen
Vrijheid en gelijkheid
Voor 1795:
Geen vrijheid → sommige mensen (slaven, horigen) hadden geen volledige rechten.
Geen gelijkheid → rechtsbekwaamheid en handelingsbekwaamheid varieerden sterk.
Na invoering van vrijheid en gelijkheid:
In principe heeft iedereen rechten → niemand is meer “rechteloos”.
Rechtstoestand bepaalt rechts- en handelingsbekwaamheid (dus verschillen)
Iedereen is vrij (geen slavernij) en gelijk (ied heeft in principe dezelfde
rechtsbekwaamheid)
HANDELINGSBEKWAAMHEID
VROUWEN
INLEIDING
Handelingsbekwaamheid werd in het verleden vaak bepaald door leeftijd en geslacht.
Leeftijd: logisch als criterium.
Geslacht: vrouwen werden juridisch vaak als onbekwaam beschouwd → vandaag
ondenkbaar, maar destijds normaal.
Bewustwording van deze ongelijkheid is deels gekomen door feministische invloeden
op historici.
Algemene mentaliteit:
Ideaalbeeld vd vrouw: de moeder aan de haard.
Discriminatie gebaseerd op fysieke zwakte en “natuurlijke rol” van vrouwen.
Slechte toegang tot voorbehoedsmiddelen → hoge zwangerschapsrisico’s (1/11000
vandaag vs ¼ in de middeleeuwen)
Juridische positie:
Geen uniform statuut voor vrouwen → meestal benadeling.
Uitzondering: meerderjarigheidsleeftijd:
o Vroeger werden meisjes op 12 meerderjarig, jongens pas op 16.
, o Schijnbaar voordeel, maar in praktijk vaak nadeel → meisjes gingen van
vaderlijke macht naar echtgenoot.
Huwen en handelingsbekwaamheid:
Huwelijk wijzigde de handelingsbekwaamheid van vrouwen niet (1976 expliciet
benadrukt in de wet), had wel sociale gevolgen
BELANGRIJKE FIGUREN EN CONTEXT
Marie Popelin: 1ste vrouw met een rechtendiploma; haar verhaal wordt vaak
vertekend:
o Door haarzelf
o Door medestanders
o Over het belang van de zaak en van het recht
Andere pioniers: Isabelle Gatti de Gamond, Isala Van Diest
Opmerking: juridische discriminatie is minder belangrijk dan de mentaliteit erachter.
VOOR NAPOLEON
Juridisch is een onhuwde vrouw beter geplaatst dan een gehuwde !!
1. Ongehuwde vrouw
Romeinen
Onderscheid: Sui iuris (zelfstandig) vs Alieni iuris (onder patriarchale macht)
o ALIENI IURIS: onder PP (macht van vader of opa)
o SUI IURIS: niet onder PP
Aanvankelijk niet handelingsbekwaam → later onder voogd (PP)
Uiteindelijk verdwijnt deze afhankelijkheid → vrouw kan zelfstandig
optreden zonder man.
Germanen en vroege Middeleeuwen
Vergelijkbaar met Romeinen: aanvankelijk onbekwaam (voogd nodig), later na
volksverhuizingen bekwaam (zelfstandig)
Late Middeleeuwen en Moderne Tijden
Beperkingen in handelingsbekwaamheid blijven bestaan: weer een terugval
o Bijstand door een voogd soms verplicht, soms op verzoek van de vrouw.
o Teksten zijn vaak onduidelijk → praktijk varieerde.
Senatusconsultum Velleianum (RoRe): bescherming van vrouwen bij borgstelling.
o In onze traditie: vrouwen konden niet optreden als borg.
Franse Revolutie
Beperkingen voor vrouwen vielen weg in het burgerlijk recht → volledige
handelingsbekwaamheid voor ongehuwde vrouwen.
CONLUSIE
geen rechtlijnige evolutie → vooruitgang wisselt vaak af met achteruitgang.
o juridische positie soms verbeterd, maar vaak terugval
Ongehuwde vrouw: juridisch beter geplaatst dan gehuwde vrouw → meer
zelfstandigheid en handelingsbekwaamheid.
Maatschappelijk ideaal gehuwde vrouw:
Economisch en moreel gezien werd huwelijk sterk gestimuleerd.
, Praktische problemen voor zelfstandige vrouwen:
1. Verwerven van inkomen: moeilijk voor ongehuwde vrouwen zonder middelen of
beschermers.
2. Maatschappelijke druk om te huwen: onafhankelijkheid sociaal niet altijd
geaccepteerd.
Samenvatting:
Juridisch beter om ongehuwd te zijn (meer rechten en handelingsbekwaamheid).
Economisch en moreel vaak voordeliger om gehuwd te zijn.
2. Gehuwde vrouw
Romeinen
Ook hier onderscheid: Sui iuris vs Alieni iuris
Aanvankelijk stond een gehuwde vrouw onder MANUS vd echtgenoot: afhankelijk
van huwelijk en gebruik (usus)
o Usus: als de man een jaar lang gebruik (usus) van zijn vrouw had, kon hij
macht over haar krijgen.
o vrouw kon deze macht tegenhouden door 3 nachten/jaar niet thuis te slapen.
Normaal had de man niet automatisch macht over zijn vrouw; alleen via speciale
rechtshandelingen of usus.
Conclusie: voor gehuwde vrouwen viel de macht van de echtgenoot bij de Romeinen
uiteindelijk wel mee → er waren mogelijkheden tot behoud van zelfstandigheid.
Van de Germanen tot 1804
geen grote verschillen met de Romeinen
Maritale macht
Man is heer en meester; vrouw moet gehoorzamen.
Bij ongehoorzaamheid: tuchtigingsrecht (mag slaan, zolang niet dodelijk).
Achtergrond: vrouw wordt beschouwd als eigendom van de man.
Verplichtingen van de vrouw:
o Samenwonen
o Getrouwheid (geen overspel)
Relativering van maritale macht
Man heeft ook plichten:
o Zorgen voor inkomen en huis
o Overspel als probleem bij man enkel als leidt tot een schandaal
Letter van de wet ≠ praktijk: rechtbanken en sociale realiteit gaven soms andere
uitkomst.
Handelingsbekwaamheid vs. handelingsbevoegdheid
Gehuwde vrouw: wel handelingsbekwaam, maar niet handelingsbevoegd in concrete
situaties → man is degene die de RH’en concreet stelt (“husband and wife are one
and the husband is that one”)
o Bekwaam: algemeen RH’en kunnen stellen
o Bevoegd: bepaalde concrete RH’en kunnen stellen
Uitzonderingen waar de vrouw wél handelingsbevoegd is:
o Gekke of afwezige man
o Handelaarster (zaken verkopen mits de man akkoord is)
o Huishouden (ruime interpretatie)