FUNCTIELEER:
TAALPSYCHOLOGIE
LES 1: HOE WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK WERKT
EEN GEVALSTUDIE UIT DE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
NOTITIES BIJ WAT ER WORDT GEZEGD IN DE LES
Dit verhaal gaat over neuropsychologie, taal en hoe wetenschap in de praktijk
werkt
Heel belangrijk om het verhaal van vandaag te begrijpen, ook al gaan er
veel mensen het niet eens zijn met dit verhaal
PROLOOG 1: LITTLE ARITHMETICS
Gemiddelde van 1 + 1 + 1 + = 1
Gemiddelde van X + X + X + X/ 4 = X
Gemiddelde van banaan + appel + peer = ????
PROLOOG 2: APOPHENIA
“Apophenia is the experience of perceiving patterns or connections in random
or meaningless data. The term is attributed to Klaus Conrad by Peter Brugger
who defined it as the “unmotivated seeing of connections” accompanied by a
“specific experience of an abnormal meaningfulness”, but it has to come to
represent the human tendency to seek patterns in random information in
general, such as with gambling and paranormal phenomena.”
dingen zien (patronen etc.) in data
SEMANTISCHE STOORNISSEN IN GEVALSTUDIES
2 VERSCHILLENDE SOORTEN PATIËNTEN
Warrington & Shallice (1984)
1
,= paper beschreven waarin ze 4 patiënten beschrijven met herpes simplex
encephalitis (virus)
als dat virus je hersenen aantast (encephalitis = ontsteking van de
hersenen) dan kan je serieuze problemen hebben
4 patiënten werden doorverweze naar de 2 neuropsychologen door artsen & ze
hebben een probleem met de betekenis van woorden
Reeks van experimentjes, taken ontwikkeld waar de patiënten problemen mee
hadden en waar niet mee
Patiënten werden individueel getest met
o Afbeeldingen
o Woorden (“weet je wat een fiets is?” “kan je zeggen wat een
revolver is?”)
o Omschrijvingen (“het is een heel groot dier met een lange nek, het
is geen met bruine plekken”)
Er werden beelden, woorden, omschrijvingen getoond van natuurlijke concepten
(dieren en planten) en anderzijds artefacten patiënten hadden een duidelijk
uitval voor natuurlijke concepten, voor artefacten konden ze evengoed
antwoorden als gemiddeld (vroeger konden ze wel op alles antwoorden).
Warrington & McCarthy (1987)
1 enkele patiënt met precies het omgekeerde ziektebeeld
Duidelijke uitval op artefacten en normale antwoorden op natuurlijke
concepten
Genoeg om te spreken van een dubbele dissociatie (ook al is het maar 1
patiënt bij de tweede studie) op basis van die eerste groep van patiënten kan
je zeggen: kennis van natuurlijek concepten = moeilijker dan artefacten, daarom
val het uit, maar omdat je een patiënt hebt van de tweede groep gaat deze uitleg
niet meer op
In de neuropsychologie kan je adhv case studies iets zeggen over semantische
stoornissen en je kan daar besluiten uit trekken.
Paper: Agnes Chan, Nelson Butters, Janes Paulsen, David Salmon,
Michael Swenson en Laurence Maloney
Neuropsychologische studie in zeer goed aangeschreven tijdschrift (met een
hoge impactfactor) “Journal of Cognitive Neuroscience”
Ze hebben patiënten met Alzheimer of Huntington in deze cursus focus op
Alzheimer
2
, Gematchte controlegroepen
Instructie voor proefpersoon: “Noem zoveel dieren als je kan in 1 minuut tijd”
Wordt in de literatuur de verbal fluency task genoemd
Wordt getimed en opgenomen en nadien uitgeschreven
“euh… hond, kat … euh, leeuw … euh”
Controlepersoon: “hond, kat, leeuw, olifant”
Wat ze nu doen is de tijd tellen van afstand tussen die paren van dieren
die het meest genoemd worden
o Afstand tussen hond en kat = 1
o Afstand tussen hond en leeuw = 2 (zit er eentje tussen)
o Je kan dan een matrix opstellen met de meest frequentie dieren (zie
tabel ppt)
Je hebt dus 2 groepen: patiënten met Alzheimer & een controle groep
In elke groep verschillende participanten
Dus voor elk van die personen een matrix
Dan een gemiddelde berekenen, wat is gemiddeld de afstand tussen hond
en kat, ...
EEN PAAR WOORDEN OVER MULTIDIMENSIONAL SCALING (MDS)
Veronderstel dat je een landkaart hebt van Amerika en je krijgt een lat: “Bereken
de afstand tussen de steden”
Je komt als je nauwkeurig meet tot een zeer goede benadering & dan
vermenigvuldigen met de schaal van de kaart
Wat MDS doet = het omgekeerde: veronderstel dat je de afstanden krijgt
en je wordt gevraagd om de kaart te reconstrueren wat de locatie van de
steden betreft
o Dit kan je met de hand niet doen
o Het algoritme doet dat voor jou (zie dia voor afbeeldingen hoe dit
eruit ziet)
Het algoritme weet niet dat het over steden gaat in Amerika,
weet niet wat Noord, Zuid, Oost, West is
Maar leg dit op je kaart en het zit er knal op (= perfect)
Je kan dit ook doen voor psychologische gegevens
o Als je de gegevens een plaatsje geeft kan je er ook voor zorgen dat
wanneer deze een kleine afstand ertussen hebben dat die gegevens
dichtbij elkaar staan en wanneer deze een grotere afstand hebben
dat ze ook verder uit elkaar liggen
MAAR : gegevens niet perfect betrouwbaar, de dimensionaliteit is
onbekend
Voorbeeld uit de psychologie:
3
, Vroeger: Markonisten die morsecode’s doorgaven & elke letter en elk cijfer had
zo een code
Ze kenden dit vanbuiten en konden deze codes goed vertalen
o E: .
o 0: - - - - -
o B: - . . .
o X: - . . –
Aan mensen die niet getraind waren hadden ze paren gegeven en dan
moesten deze mensen zeggen: “hetzelfde” of “verschillend” maar deze
paren kwamen snel achter elkaar (B & X lijken al hard op elkaar)
o In de tabel: percentage fouten opgelijst, dit is een matrix zoals die
afstanden
Veel fouten = kleine afstand tussen de codes
Hier doen ze dan MDS op
Je kan proberen om het plaatje te interpreteren, je kan zoeken naar
dimensie, als je kijkt van boven naar onder zie je dat er dingen staan met
veel gegevens en vanonder met een heel kort signaal
o Links (overwegend korte signalen) – rechts (overwegend lange
signalen)
Vooral aantal korte en lange signalen en aantal componenten van zo’n
code is belangrijk bij mensen die niet getraind zijn
Nancy M. Henley
Een psychologische studie van de semantiek van dieren namen
Dieren paren
MDS: dieren die hard op elkaar gelijken liggen dichter bij elkaar, minder
hard op elkaar lijken & verder uit elkaar
Ze vindt 3 dimensies:
o Wilde vs. tamme dieren
o Grootte
o Gelijkenis op een mens
Nadien soortgelijk
experimeent door Lance
Rips
Ook dieren, maar had
er ook bijgezet: “dier,
vogel” – dus de
algemene termen
Aan een nieuwe groep
mensen vraagt: “stel nu dat alle duiven op een geïsoleerd eiland zitten,
4
TAALPSYCHOLOGIE
LES 1: HOE WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK WERKT
EEN GEVALSTUDIE UIT DE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
NOTITIES BIJ WAT ER WORDT GEZEGD IN DE LES
Dit verhaal gaat over neuropsychologie, taal en hoe wetenschap in de praktijk
werkt
Heel belangrijk om het verhaal van vandaag te begrijpen, ook al gaan er
veel mensen het niet eens zijn met dit verhaal
PROLOOG 1: LITTLE ARITHMETICS
Gemiddelde van 1 + 1 + 1 + = 1
Gemiddelde van X + X + X + X/ 4 = X
Gemiddelde van banaan + appel + peer = ????
PROLOOG 2: APOPHENIA
“Apophenia is the experience of perceiving patterns or connections in random
or meaningless data. The term is attributed to Klaus Conrad by Peter Brugger
who defined it as the “unmotivated seeing of connections” accompanied by a
“specific experience of an abnormal meaningfulness”, but it has to come to
represent the human tendency to seek patterns in random information in
general, such as with gambling and paranormal phenomena.”
dingen zien (patronen etc.) in data
SEMANTISCHE STOORNISSEN IN GEVALSTUDIES
2 VERSCHILLENDE SOORTEN PATIËNTEN
Warrington & Shallice (1984)
1
,= paper beschreven waarin ze 4 patiënten beschrijven met herpes simplex
encephalitis (virus)
als dat virus je hersenen aantast (encephalitis = ontsteking van de
hersenen) dan kan je serieuze problemen hebben
4 patiënten werden doorverweze naar de 2 neuropsychologen door artsen & ze
hebben een probleem met de betekenis van woorden
Reeks van experimentjes, taken ontwikkeld waar de patiënten problemen mee
hadden en waar niet mee
Patiënten werden individueel getest met
o Afbeeldingen
o Woorden (“weet je wat een fiets is?” “kan je zeggen wat een
revolver is?”)
o Omschrijvingen (“het is een heel groot dier met een lange nek, het
is geen met bruine plekken”)
Er werden beelden, woorden, omschrijvingen getoond van natuurlijke concepten
(dieren en planten) en anderzijds artefacten patiënten hadden een duidelijk
uitval voor natuurlijke concepten, voor artefacten konden ze evengoed
antwoorden als gemiddeld (vroeger konden ze wel op alles antwoorden).
Warrington & McCarthy (1987)
1 enkele patiënt met precies het omgekeerde ziektebeeld
Duidelijke uitval op artefacten en normale antwoorden op natuurlijke
concepten
Genoeg om te spreken van een dubbele dissociatie (ook al is het maar 1
patiënt bij de tweede studie) op basis van die eerste groep van patiënten kan
je zeggen: kennis van natuurlijek concepten = moeilijker dan artefacten, daarom
val het uit, maar omdat je een patiënt hebt van de tweede groep gaat deze uitleg
niet meer op
In de neuropsychologie kan je adhv case studies iets zeggen over semantische
stoornissen en je kan daar besluiten uit trekken.
Paper: Agnes Chan, Nelson Butters, Janes Paulsen, David Salmon,
Michael Swenson en Laurence Maloney
Neuropsychologische studie in zeer goed aangeschreven tijdschrift (met een
hoge impactfactor) “Journal of Cognitive Neuroscience”
Ze hebben patiënten met Alzheimer of Huntington in deze cursus focus op
Alzheimer
2
, Gematchte controlegroepen
Instructie voor proefpersoon: “Noem zoveel dieren als je kan in 1 minuut tijd”
Wordt in de literatuur de verbal fluency task genoemd
Wordt getimed en opgenomen en nadien uitgeschreven
“euh… hond, kat … euh, leeuw … euh”
Controlepersoon: “hond, kat, leeuw, olifant”
Wat ze nu doen is de tijd tellen van afstand tussen die paren van dieren
die het meest genoemd worden
o Afstand tussen hond en kat = 1
o Afstand tussen hond en leeuw = 2 (zit er eentje tussen)
o Je kan dan een matrix opstellen met de meest frequentie dieren (zie
tabel ppt)
Je hebt dus 2 groepen: patiënten met Alzheimer & een controle groep
In elke groep verschillende participanten
Dus voor elk van die personen een matrix
Dan een gemiddelde berekenen, wat is gemiddeld de afstand tussen hond
en kat, ...
EEN PAAR WOORDEN OVER MULTIDIMENSIONAL SCALING (MDS)
Veronderstel dat je een landkaart hebt van Amerika en je krijgt een lat: “Bereken
de afstand tussen de steden”
Je komt als je nauwkeurig meet tot een zeer goede benadering & dan
vermenigvuldigen met de schaal van de kaart
Wat MDS doet = het omgekeerde: veronderstel dat je de afstanden krijgt
en je wordt gevraagd om de kaart te reconstrueren wat de locatie van de
steden betreft
o Dit kan je met de hand niet doen
o Het algoritme doet dat voor jou (zie dia voor afbeeldingen hoe dit
eruit ziet)
Het algoritme weet niet dat het over steden gaat in Amerika,
weet niet wat Noord, Zuid, Oost, West is
Maar leg dit op je kaart en het zit er knal op (= perfect)
Je kan dit ook doen voor psychologische gegevens
o Als je de gegevens een plaatsje geeft kan je er ook voor zorgen dat
wanneer deze een kleine afstand ertussen hebben dat die gegevens
dichtbij elkaar staan en wanneer deze een grotere afstand hebben
dat ze ook verder uit elkaar liggen
MAAR : gegevens niet perfect betrouwbaar, de dimensionaliteit is
onbekend
Voorbeeld uit de psychologie:
3
, Vroeger: Markonisten die morsecode’s doorgaven & elke letter en elk cijfer had
zo een code
Ze kenden dit vanbuiten en konden deze codes goed vertalen
o E: .
o 0: - - - - -
o B: - . . .
o X: - . . –
Aan mensen die niet getraind waren hadden ze paren gegeven en dan
moesten deze mensen zeggen: “hetzelfde” of “verschillend” maar deze
paren kwamen snel achter elkaar (B & X lijken al hard op elkaar)
o In de tabel: percentage fouten opgelijst, dit is een matrix zoals die
afstanden
Veel fouten = kleine afstand tussen de codes
Hier doen ze dan MDS op
Je kan proberen om het plaatje te interpreteren, je kan zoeken naar
dimensie, als je kijkt van boven naar onder zie je dat er dingen staan met
veel gegevens en vanonder met een heel kort signaal
o Links (overwegend korte signalen) – rechts (overwegend lange
signalen)
Vooral aantal korte en lange signalen en aantal componenten van zo’n
code is belangrijk bij mensen die niet getraind zijn
Nancy M. Henley
Een psychologische studie van de semantiek van dieren namen
Dieren paren
MDS: dieren die hard op elkaar gelijken liggen dichter bij elkaar, minder
hard op elkaar lijken & verder uit elkaar
Ze vindt 3 dimensies:
o Wilde vs. tamme dieren
o Grootte
o Gelijkenis op een mens
Nadien soortgelijk
experimeent door Lance
Rips
Ook dieren, maar had
er ook bijgezet: “dier,
vogel” – dus de
algemene termen
Aan een nieuwe groep
mensen vraagt: “stel nu dat alle duiven op een geïsoleerd eiland zitten,
4