FUNCTIELEER DEEL 2:
HOGERE COGNITIE
HOOFDSTUK 1: DENKEN EN PROBLEEM OPLOSSEN
KENNISCLIP 1: WAT IS DENKEN?
Denken is een heel brede term, er zijn dan ook heel veel verschillende soorten
van denken
Voorbeelden:
Je kunt denken wanneer je een examen oplost
je kan denken aan wat je gaat eten als diner vanavond
je kan nadenken over het feit of je al dan niet een auto gaat kopen, enzo
ja, welke auto je zou kopen
Maar het is niet zo gemakkelijk om precies te weten wat denken juist is. Er
gebeurt veel onbewust, enkel het resultaat van denken komt in het bewust zijn.
Algemeen als je toch een definitie zou willen geven
Denken = een cognitief proces dat gericht is op het begrijpen van de wereld
en het oplossen van problemen. Dat een onmisbaar ingrediënt is in ons leven en
verbeelding, communicatie en taal vervat
Basiseigenschappen van denken
Abstract: denken over dingen die hypotetisch zijn, niet tastbaar of zelfs
onbestaand
o Denken aan de overwinning van België op WK
Symbolisch: gebruik maken van taal, woorden en getallen om te denken
Relationeel: drukt een relatie uit, legt verbanden tussen dingen
o “als het regent, dan neem ik een paraplu mee”
o Verband leggen tussen regen en al dan niet meenemen van paraplu
Loopt soms fout: mensen maken regelmatig redeneerfouten
TAXONOMIE OP GROND VAN AANTAL VRAGEN
JOHNSON-LAIRD (1988)
Aantal eenvoudige ja-nee vragen gesteld om op een gestructureerde manier de
verschillende vormen van denken te categoriseren en toe te lichten
1
,VRAAG 1: HEEFT HET DENKEN EEN DOEL?
Dat is niet zo bij dagdromen (en eventueel gewone dromen).
Dit doelloze denken heeft een aantal romanschrijvers aan het eind van de 19e
eeuw geïnspireerd
Zij gebruiken dan termen als “monologue intérieur” of “stream of
consciousness”
Voorbeeld:
De gedachtengang van een persoon wordt beschreven op een specifieke manier,
namelijk via een fragmentarische zinsbouw. Dat is een uitdrukking van de vele
associaties en gedachtensprongen die zich daarbij voordoen. Het bekendste
voorbeeld komt voor in Ulysses van James Joyce, die de techniek in het laatste
deel van het boek zo ver doorvoert dat zelfs de interpunctie grotendeels
ontbreekt. Het laatste hoofdstuk van Ulysses bestaat uit acht enorme zinnen (elk
bladzijden lang, zonder interpunctie), geschreven vanuit het gezichtspunt van
Leopold Bloom's vrouw Molly.
In die literaire wereld worden dagdromen wel eens vergeleken met
ongestructureerde, somsvan vorm veranderende en redelijk
onvoorspelbare wolken. Denken zonder doel (zoalsdagdromen) gebeurt
buiten bewuste controle, en leidt niet naar een bepaalde bestemming.
o In de wetenschap noemen ze het: “unfocused thinking” of “ill-
defined thinking”
Antwoord op de vraag: heeft denken een doel?
NEE = dagdromen
Om de ja-antwoorden verder op te delen stellen we een volgende vraag
VRAAG 2: LOOPT HET DENKEN DETERMINISTISCH?
Het tegenovergestelde van dagdromen is waarschijnlijk rekenen.
Dat is een duidelijkvoorbeeld focused & well-defined thinking.
We gebruiken een expliciet, bewust, gecontroleerd proces
Stel dat je gevraagd wordt:
o Hoeveel is 20 keer 13?
2 keer 13 is 26 en dan een nul erachter voor de maal 10, dus
260.
2
, o Je bent je waarschijnlijk niet bewust van waar je precies alle
rekenfeiten vandaan haalten hoe je dat doet: 2 keer 13 is 26, dat is
iets dat je weet en je kan oproepen.
o Je bent je echterwel bewust van het plan: Je gaat eerst 2 keer 13
doen, en daarna nog eens vermenigvuldigen
met 10.
o Je zou natuurlijk ook een ander plan kunnen maken: 20 keer 3 is 60;
20
keer 10 is 200; 60 plus 200 is 260.
Maar, en dat is belangrijk, eens je een plan gekozen hebt, heb je eigenlijk
geen keuze meer, de stappen liggen vast.
o Je hebt een heel precies startpunt, een heel precies doel en alles
ertussenin ligt vast
Het is een routineuze toepassing van iets dat door en door
gekend is
Voorbeeld:
Een opgedraaid poppetje draait verder tot het mechanisme helemaal is
leeggedraaid
Men kan dus wel stellen dat rekenen deterministisch verloopt. Elke
volgende stap is bepaald door de huidige toestand
ANTWOORD: Het meeste denken ligt tussen dagdromen en rekenen, tussen de
wolken die rondfladderen in de lucht en de doorgedraaide poppetjes
De meeste soorten van ons denken liggen tussen de twee extremen, dagdromen
en
rekenen, tussen de wolken en de opgedraaide poppetjes.
Dus, in tegenstelling tot dagdromen, heeft veel denken wel een doel (well-
defined) en in tegenstelling tot het rekenen is het meeste denken niet
volledig gedetermineerd
Om die andere vormen van rekenen op te sporen moeten we een volgende vraag
stellen:
VRAAG 3: HEEFT HET DENKEN EEN PRECIES STARTPUNT?
Er is 1 vorm van denken dat wel een doel heeft, al is dat doel niet altijd duidelijk,,
dat zeker
niet volledig gedetermineerd verloopt en dat zich duidelijk onderscheidt van de
3
, andere en dat is
creativiteit.
Creativiteit leidt tot originele en geschikte resultaten
Origineel: term kan discussie over bestaan
o Gaat het om originaliteit in het algemeen of enkel om originaliteit
voor de maker?
o Voor de maatschappij: eerste definitie belangrijk
o Psychologisch standpunt: vanuit de maker belangrijk
Bv. speculaaspasta: zelf origineel in creatieve proces, maar het
eindproduct was het niet, want er bleken 2 of meer gelijke eindproducten
te staan. Blijkbaar bestonden er in Nederland nog andere vormen van dit
product (voorlopers)
o Met andere woorden: originaliteit voor de uitvinder is nog iets
anders dan originaliteit voor de maatschappij
Hoe dan ook,origineel betekent niet “vanuit het niets”: een creatief product is
bijna steeds gebaseerd op al bestaande zaken (dingen, ideeën, principes, …).
Een creatief product kan beschikt of bruikbaar zijn. Het is een duidelijke term,
maar toch kan er was discussie rond ontstaan
Geschikt en bruikbaar is natuurlijk wel duidelijk als het bijvoorbeeld gaat
om originele “gebruiks”-producten (bijvoorbeeld Senseo-koffiemachine),
maar het is minder duidelijk als het gaat om kunst.
o Niet zo gemakkelijk om dan te zeggen dat een product geschikt of
bruikbaar is
Het grote verschil tussen creatieve processen en andere denkprocessen is dat
er bij creativiteit geen duidelijk en expliciet startpunt kent.
Bij de andere denk-soorten is er meestal een duidelijk probleem dat wordt
voorgelegd waarvoor je dan een oplossing zoekt.
Bij creativiteit is dat niet of alleszins veel minder duidelijk het geval.
Je kunt bijvoorbeeld wel beslissen om te gaan zoeken naar een creatieve
oplossing, maar wanneer “wat rond denken” of “dagdromen” stopt en
wanneer het echte creatieve denkproces precies start blijkt toch wat
oonduidelijk
VRAAG 4: IS ER EEN VERHOGING VAN SEMANTISCHE INFORMATIE?
Voorbeeld:
Veronderstel dat je de volgende informatie leest in een krant:
Het slachtoffer werd neergestoken in een bioscoop en stierf ter plaatse. De
4
HOGERE COGNITIE
HOOFDSTUK 1: DENKEN EN PROBLEEM OPLOSSEN
KENNISCLIP 1: WAT IS DENKEN?
Denken is een heel brede term, er zijn dan ook heel veel verschillende soorten
van denken
Voorbeelden:
Je kunt denken wanneer je een examen oplost
je kan denken aan wat je gaat eten als diner vanavond
je kan nadenken over het feit of je al dan niet een auto gaat kopen, enzo
ja, welke auto je zou kopen
Maar het is niet zo gemakkelijk om precies te weten wat denken juist is. Er
gebeurt veel onbewust, enkel het resultaat van denken komt in het bewust zijn.
Algemeen als je toch een definitie zou willen geven
Denken = een cognitief proces dat gericht is op het begrijpen van de wereld
en het oplossen van problemen. Dat een onmisbaar ingrediënt is in ons leven en
verbeelding, communicatie en taal vervat
Basiseigenschappen van denken
Abstract: denken over dingen die hypotetisch zijn, niet tastbaar of zelfs
onbestaand
o Denken aan de overwinning van België op WK
Symbolisch: gebruik maken van taal, woorden en getallen om te denken
Relationeel: drukt een relatie uit, legt verbanden tussen dingen
o “als het regent, dan neem ik een paraplu mee”
o Verband leggen tussen regen en al dan niet meenemen van paraplu
Loopt soms fout: mensen maken regelmatig redeneerfouten
TAXONOMIE OP GROND VAN AANTAL VRAGEN
JOHNSON-LAIRD (1988)
Aantal eenvoudige ja-nee vragen gesteld om op een gestructureerde manier de
verschillende vormen van denken te categoriseren en toe te lichten
1
,VRAAG 1: HEEFT HET DENKEN EEN DOEL?
Dat is niet zo bij dagdromen (en eventueel gewone dromen).
Dit doelloze denken heeft een aantal romanschrijvers aan het eind van de 19e
eeuw geïnspireerd
Zij gebruiken dan termen als “monologue intérieur” of “stream of
consciousness”
Voorbeeld:
De gedachtengang van een persoon wordt beschreven op een specifieke manier,
namelijk via een fragmentarische zinsbouw. Dat is een uitdrukking van de vele
associaties en gedachtensprongen die zich daarbij voordoen. Het bekendste
voorbeeld komt voor in Ulysses van James Joyce, die de techniek in het laatste
deel van het boek zo ver doorvoert dat zelfs de interpunctie grotendeels
ontbreekt. Het laatste hoofdstuk van Ulysses bestaat uit acht enorme zinnen (elk
bladzijden lang, zonder interpunctie), geschreven vanuit het gezichtspunt van
Leopold Bloom's vrouw Molly.
In die literaire wereld worden dagdromen wel eens vergeleken met
ongestructureerde, somsvan vorm veranderende en redelijk
onvoorspelbare wolken. Denken zonder doel (zoalsdagdromen) gebeurt
buiten bewuste controle, en leidt niet naar een bepaalde bestemming.
o In de wetenschap noemen ze het: “unfocused thinking” of “ill-
defined thinking”
Antwoord op de vraag: heeft denken een doel?
NEE = dagdromen
Om de ja-antwoorden verder op te delen stellen we een volgende vraag
VRAAG 2: LOOPT HET DENKEN DETERMINISTISCH?
Het tegenovergestelde van dagdromen is waarschijnlijk rekenen.
Dat is een duidelijkvoorbeeld focused & well-defined thinking.
We gebruiken een expliciet, bewust, gecontroleerd proces
Stel dat je gevraagd wordt:
o Hoeveel is 20 keer 13?
2 keer 13 is 26 en dan een nul erachter voor de maal 10, dus
260.
2
, o Je bent je waarschijnlijk niet bewust van waar je precies alle
rekenfeiten vandaan haalten hoe je dat doet: 2 keer 13 is 26, dat is
iets dat je weet en je kan oproepen.
o Je bent je echterwel bewust van het plan: Je gaat eerst 2 keer 13
doen, en daarna nog eens vermenigvuldigen
met 10.
o Je zou natuurlijk ook een ander plan kunnen maken: 20 keer 3 is 60;
20
keer 10 is 200; 60 plus 200 is 260.
Maar, en dat is belangrijk, eens je een plan gekozen hebt, heb je eigenlijk
geen keuze meer, de stappen liggen vast.
o Je hebt een heel precies startpunt, een heel precies doel en alles
ertussenin ligt vast
Het is een routineuze toepassing van iets dat door en door
gekend is
Voorbeeld:
Een opgedraaid poppetje draait verder tot het mechanisme helemaal is
leeggedraaid
Men kan dus wel stellen dat rekenen deterministisch verloopt. Elke
volgende stap is bepaald door de huidige toestand
ANTWOORD: Het meeste denken ligt tussen dagdromen en rekenen, tussen de
wolken die rondfladderen in de lucht en de doorgedraaide poppetjes
De meeste soorten van ons denken liggen tussen de twee extremen, dagdromen
en
rekenen, tussen de wolken en de opgedraaide poppetjes.
Dus, in tegenstelling tot dagdromen, heeft veel denken wel een doel (well-
defined) en in tegenstelling tot het rekenen is het meeste denken niet
volledig gedetermineerd
Om die andere vormen van rekenen op te sporen moeten we een volgende vraag
stellen:
VRAAG 3: HEEFT HET DENKEN EEN PRECIES STARTPUNT?
Er is 1 vorm van denken dat wel een doel heeft, al is dat doel niet altijd duidelijk,,
dat zeker
niet volledig gedetermineerd verloopt en dat zich duidelijk onderscheidt van de
3
, andere en dat is
creativiteit.
Creativiteit leidt tot originele en geschikte resultaten
Origineel: term kan discussie over bestaan
o Gaat het om originaliteit in het algemeen of enkel om originaliteit
voor de maker?
o Voor de maatschappij: eerste definitie belangrijk
o Psychologisch standpunt: vanuit de maker belangrijk
Bv. speculaaspasta: zelf origineel in creatieve proces, maar het
eindproduct was het niet, want er bleken 2 of meer gelijke eindproducten
te staan. Blijkbaar bestonden er in Nederland nog andere vormen van dit
product (voorlopers)
o Met andere woorden: originaliteit voor de uitvinder is nog iets
anders dan originaliteit voor de maatschappij
Hoe dan ook,origineel betekent niet “vanuit het niets”: een creatief product is
bijna steeds gebaseerd op al bestaande zaken (dingen, ideeën, principes, …).
Een creatief product kan beschikt of bruikbaar zijn. Het is een duidelijke term,
maar toch kan er was discussie rond ontstaan
Geschikt en bruikbaar is natuurlijk wel duidelijk als het bijvoorbeeld gaat
om originele “gebruiks”-producten (bijvoorbeeld Senseo-koffiemachine),
maar het is minder duidelijk als het gaat om kunst.
o Niet zo gemakkelijk om dan te zeggen dat een product geschikt of
bruikbaar is
Het grote verschil tussen creatieve processen en andere denkprocessen is dat
er bij creativiteit geen duidelijk en expliciet startpunt kent.
Bij de andere denk-soorten is er meestal een duidelijk probleem dat wordt
voorgelegd waarvoor je dan een oplossing zoekt.
Bij creativiteit is dat niet of alleszins veel minder duidelijk het geval.
Je kunt bijvoorbeeld wel beslissen om te gaan zoeken naar een creatieve
oplossing, maar wanneer “wat rond denken” of “dagdromen” stopt en
wanneer het echte creatieve denkproces precies start blijkt toch wat
oonduidelijk
VRAAG 4: IS ER EEN VERHOGING VAN SEMANTISCHE INFORMATIE?
Voorbeeld:
Veronderstel dat je de volgende informatie leest in een krant:
Het slachtoffer werd neergestoken in een bioscoop en stierf ter plaatse. De
4