levensbeschouwing
Les 1: 26/09
Bio Lauren Brevner = kunstenaar
Levensbeschouwing met GROTE letter → islam, rooms-
katholiek = collectief gestolde antwoord op levensvragen te
geven Bv. moslims geloven in een leven na de dood (kan wel
per moslim variëren)
! verschillen tussen culturen zitten vaker in normen dan waarden !
24 landen op het water om Gaza te bereiken → op internationaal water kan je niet aangevallen worden
Why; waarom RZL voor de leraar?
RZL gaat over de onderkant van die ijsberg ( wat niet zichtbaar is = motivaties, waarden)
Religie = een levensbeschouwing waarin verbondenheid (met jezelf, de anderen, de natuur,
het grotere geheel) centraal staat
= een levensbeschouwing die ruimte laat voor wat de mens overstijgt of het
transcendente
→ zingevingsysteem (levensbeschouwing)
Godsdienst = Een Religieuze Levensbeschouwing waarin ‘geloven in God’ als betekenisvol wordt
ervaren en een doorslaggevende rol speelt in het beantwoorden van de vraag naar
zingeving
Bv. Rooms-katholiek geloof
== een godsdienst is dus een religie (verbondenheid centraal) , maar onderscheidt zich hiervan door
de aanwezigheid en concrete benoeming van een GOD
<-> religie: Boeddhisme (Boedha is geen God)
! overstijgende karakter van god == onnoembaarheid van god (verbod op maken van beelden van God)!
Zingeving Alles wat te maken heeft met de vraag wat zin, betekenis, waarde of kwaliteit geeft
aan het leven en hoe je daarmee om kunt gaan
== de behoefte om te ‘weten’
== de vraag ‘waarom’ stellen (iets typisch menselijk)
→ te maken met geluk en betekenis ; wie zijn leven als niet of weinig zinvol ervaart, zal
moeilijk gelukkig kunnen zijn
2 componenten:
• PASSIEF
= je ontdekt iets (situatie, handeling, …) dat je als zinvol ervaart
→ het overkomt je (gegeven, geschonken, op je pad komen)
• ACTIEF
= zelf zin geven aan je leven
Doel? Leven ervaren als zinvol
• Goesting en richting naar alles wat je leven een DOEL heeft
! proces van zingeving kan ook als uitkomst een gevoel van zinloosheid,
vervreemding of nihilisme (het bestaan heeft geen betekenis) hebben !
Spiritualiteit = vaardigheid om open te staan voor het andere dat aan mij verschijnt en om er zich
mee te verbinden
== voelen, verbeelding en waardering
, • Spirituele instinct is aangeboren (=universeel)
→ de mens als zinzoeker; de drang om zin te geven
== bezieling mens (de kern van het mens-zijn)
• Spiritualiteit uit zich in ons denken, voelen en handelen
• Spiritualiteit is de zoektocht naar balans
→ het vinden van balans + in balans blijven
= kompas in evenwicht vinden ts fysieke, emotionele, intellectuele en
spirituele verlangens
== LEVENBESCHOUWELIJK leren bestaat uit:
Verhalen vertellen Vragen stellen
• Narratieve benadering • Levensvragen (=Vragen)
= nadruk vertellende en verhalende = centraal in leerproces
karakter levensbeschouwelijk leren
→ Betekenis geven • Lln vragen stellen aan leerkracht;
is subjectief proces (verschillende persoonlijke = jij vult met jouw kennis de
interpretaties) ontbrekende puzzelstukjes in het
! zowel verteller als luisteraar zijn subjectief in wereldbeeld van kinderen in
het gesprek ! Wat met levensvragen?
→ verhaal is gekleurde weergave werkelijkheid → vertrouwd maken voor kinderen dat er
→luisteraar is selectief in wat hij hoort altijd wel onbeantwoorde vragen zullen
== interpreteren en betekenis geven; overblijven
== inzicht in hun binnenwereld en waar ze mee
→ kennis is pas betekenisvol als het antwoord zitten (jij kan je zo verbinden)
geeft op een vraag die voor jou zelf relevant is • Vragen van leerkrachten aan lln
Personen <-> personages (niet in het echt kent) = om zo verbinding te maken met de wereld
van een ander
= iemand uitnodigen om zichzelf te laten
zien
== lln begeleiden
Wat is levensbeschouwing?
Bij levensbeschouwing gaat het niet over harde feiten maar over hoe jij ergens PERSOONLIJK tegenoever
staat, hoe jij interpreteert (== het onderzoekende karakter van een levensbeschouwing)
‘je kunt iedere religie een levensbeschouwing noemen, maar niet elke levensbeschouwing is
religieus’
Levensbeschouwelijke stromingen (= levende tradities met antwoorden op levensvragen)
Levensbeschouwing (grote letter) levensbeschouwing (kleine letter)
= GEDEELDE opvattingen over wat het leven de moeite waard = persoonlijk verhaal (subjectief)
maakt en de zingeving = jouw eigen antwoorden op
= persoonsoverstijgend levensbeschouwelijke vragen
= collectief gestolde antwoorden op levensvragen = je persoonlijke kijk op het leven
Verschillende soorten: Betekenis geven:
godsdienstige en niet-godsdienstige, wetenschappelijke, = de wijze waarop wat er van buiten op
sociale, … jou afkomt (voor ied gelijk), bij
bv. islam, rooms-katholiek, jou binnenkomt (uniek), en
atheïsme → moslims welke waarde je hieraan toekent
geloven in een leven na de dood (kan wel per moslim variëren) Bv. jij hebt al verschillende dingen
meegemaakt (kapstokjes = context),
Functies? waar jij dan deze nieuwe
• Veiligheid en structuur bieden indruk/gebeurtenissen aan zal hangen
• Zingeving (een doel geven) (betekenis en waarde geven)
• Steun en troost bieden (…)
, → onderscheiden aan wat je wel en niet
betekenis geeft
! dynamisch proces, dat altijd
maar door gaat !
! je kunt niet, geen persoonlijke
levensbeschouwing hebben; ied heeft
een kijk !
! persoonlijke levensbeschouwing
kan beïnvloedt worden door 1 of
meerdere Levensbeschouwingen !
Secularisering (verwereldlijking): verwijst naar het proces waarbij godsdienst en kerkelijke invloed
afnemen in de samenleving, het maatschappelijk leven scheidt zich van de kerk en het geloof
Normatieve professionaliteit
Normatieve professionaliteit = elk professioneel handelen (=wij als leraar) heeft, behalve
technische (didactische en pedagogische luik) en communicatieve
kwaliteiten ook een MORELE kant
== > leraren dragen niet enkel kennis over, maar ook waarden en
normen
! zelfreflectie en bewustwording eigen gedrag
→ welke waarden staan centraal, en komen onze normen hiermee
overeen?
→ elke keuze in de klas = weerspiegeling van je normen en waarden
! ook ethische kant; waarom en hoe !
= verhouding ts je persoonlijke, professionele en institutionele
identiteit
! begeleiden van leerlingen bij hun levensbeschouwelijke ontwikkeling vraagt van je dat je zelf ook
wat levensbeschouwelijke bagage hebt
== > door na te denken over wie jij bent, hoe jij tegen je leven aankijkt en waar je voorstaat, ontwikkel je je
eigen identiteit
== BEWUST worden van onze normatieve professionaliteit
→ veerkracht, wijsheid en excellentie
Hart → dan ben je met je gevoel daar heel betrokken bij
Ziel = ‘de kern van wie jij bent’
= wat van jou maakt dat jij precies jij bent
= de plek waar jouw eigenheid en echtheid huist
= je levensbron, je kracht (je inspiratie; komende uit jezelf)
== een bezielde leerkracht:
een leerkracht die iemand is, die ergens voor staat, die zijn identiteit voor leerlingen zichtbaar maakt
→ verbinding leggen tussen de wereld buiten school en de wereld met de anderen
→ belangrijke voorbeeldfunctie voor kinderen
, Het kader van de normatieve professionaliteit bestaat uit:
Persoonlijke identiteit = Jijzelf met een buitenkant (hoe we ons tonen) en
een binnenkant (hoe we over onszelf denken en ons voelen)
= jouw waarden en normen waar jij achter staat
= jouw uniek levensverhaal waarin ervaringen, keuzes, … een rol spelen
→ Je persoonlijke identiteit bouw je op door je BEWUST te verhouden tot
VERHALEN
! dynamisch: verandert doorheen tijd
Link begrippen cursus; levensbeschouwelijke biografie
; meervoudige dynamische identiteit
; superdiversiteit
Professionele identiteit = collectieve buitenkant (meer dan jezelf)
== door jouw persoonlijke identiteit te koppelen aan je visie en handelen als
leerkracht ontwikkel je je professionele
= de waarden en normen die je als leerkracht geacht wordt te hebben en waar
te maken
Link begrippen cursus; verbondenheid en sociale
rechtvaardigheid
; antiracisme en dekoloniseren
; verbondenheid en ecologische rechtvaardigheid
Institutionele identiteit = waarden en normen waar zij voor staan, waarvan ze verwachten dat jij deze
waarmaakt
• pedagogisch plan
= de missie, hun rol in de samenleving, waar ze voor willen staan
• levensbeschouwelijke visie
→ professionele en institutionele kunnen soms
botsen (=jij als leerkracht andere visie dan school)
of raken (=jouw visie als leerkracht sluit aan bij die van de school)
Link begrippen cursus; bezield en wereldgericht onderwijs
Context = externe factoren die een invloed hebben op wie je bent en hoe je handelt
Link begrippen cursus; wereldbeeld en deelfacetten
; persoonlijke en collectieve transities
De as van leren en → dingen leren, maar ook afleren
ontwikkelen = reflecteren en bijsturen (wat neem ik verder mee, waar geef ik geen
aandacht meer aan)
= dynamisch en levenslang proces