Collembola – Springstaarten
-Furcula, springorgaan
-Collofoor, buisje voor vochtregulatie
Protura – Beentasters
-Geen antennen dus gebruiken hun voorpoten als antennen
-Blind
Dipluren – Tweestaarten
-Cerci kunnen draadvormig zijn of haakvormig
Archaeognatha – Rots springers
-Drie staartdelen waarvan de middelste langer is
-Niet vliegen, wel springen
-Geschubd lichaam
Zygentoma – Zilvervisjes
-Drie staartdelen, alle drie even lang
-Kunnen niet vliegen of springen
Ephemeroptera – Eendagsvlieg
-Twee paar vleugels, achterste sterk gereduceerd
-Sub imago met dikke harige vleugels, dus ze vervellen nog 1x terwijl ze wel al
vleugels hebben
Odonata – Libelle
-Korte antennen
-Thorax iets scheef waardoor ze toch hun vleugels naar achter kunnen doen
Anisoptera:
-Ongelijke vleugels, achtervleugels aan de basis breder
Zygoptera:
-Identieke vleugels
Dermaptera – Oorworm
-Achtervleugels opgevouwen onder de korte voorvleugels
-Cerci zijn verharde tanden
Plecoptera – Steenvlieg
-Voorvleugels bedekken de opgevouwen achtervleugels
-Lang
Phasmatodea – Wandelende tak/blad
-Ongevleugeld
Mantodea – Bidsprinkhaan
-Lang pronotum
-Driehoekige kop
-Eieren in schuimpakket