Godsdienst
Is er een verschil tussen godsdienst en religie?
Godsdienst: een levensbeschouwing waarin de dienst aan en het geloof in
God of Goden essentieel is.
Religie: een levensbeschouwing waarin het zoeken van verbondenheid,
verdieping en spiritualiteit centraal staat, zonder dat het allemaal precies moet
worden gefineerd.
- Boeddhisme is een religie, Islam een godsdienst.
Boeddha is geen god, maar een heilige persoon
Religieus: wordt bij heel veel zaken (vooral ervaringen) gebruikt om aan te
geven dat er iets 'speciaals' was, dat het gevoel dieper ging dan normaal.
Spiritualiteit: afgeleid van het Franse ‘spiritualité’ om dit tussengebied te
kunnen benoemen met een eigen term
Levensbeschouwing als koepelterm
Levensbeschouwing: iedereen heeft een bepaalde kijk op het leven, iedereen
heeft een levensbeschouwing.
Welke waarde, normen, moraal vind ik belangrijk? Wat en kan en wat niet?
Hoe je naar het leven kijkt staat los van enige vorm van religieuze
levensbeschouwing.
De plek waar je geboren bent
- Familie, cultuur, land, werelddeel zijn initieel essentieel in de
levensbeschouwelijke vormig.
Maar:
1. Naarmate we opgroeien zal de mens "ik" leren zeggen en dus ook - tegelijk
- de "ander" ontdekken, en het andere, het vreemde.
2. In onze zeer gediversifieerde samenleving is diversiteit en verschil niet
meer weg te denken.
De aanzetten om zich op het leven te oriënteren zullen ook al gauw niet meer
mono-levensbeschouwelijk zijn.
,Levensbeschouwing: wit
Religie: lichtgroen
Godsdienst: donkergroen
De morele ontwikkeling
Waartoe opvoeden? (Belangrijkste vraag in opvoeding):
- Welke toekomst is er weggelegd voor onze kinderen?
- Zullen zij het even goed en mogelijk nog beter hebben dan wij?
- Zullen onze kinderen gespaard blijven van enige vorm van ‘onheil’ zoals
relatieproblemen, drugs, geweld?
- Zullen onze kinderen (die ook de volwassenen van morgen zijn) sterk genoeg
zijn om hun weg door het leven te vinden?
Wens van alle ouders/opvoeder =
Kinderen die gelukkig mogen zijn en daartoe als ouder/opvoeder kunnen bijdragen!
,Hoe moeten opvoeding en onderwijs eruit zien?
- Veel meningen zijn vaak niet realistisch.
Voorbeelden: "Er moet strenger opgevoed worden" of "De jeugd van
tegenwoordig heeft geen respect meer."
- Respect voor normen en waarden
Er wordt soms gezegd dat jongeren onvoldoende respect hebben.
In werkelijkheid worden in opvoeding en onderwijs altijd
normen en waarden overgedragen.
- Belang voor de opvoeder/KO
Vooraleer we kunnen nadenken over onze rol in de morele
ontwikkeling van kinderen, is het belangrijk om dit
ontwikkelingsdomein te bekijken vanuit de
ontwikkelingspsychologie.
De morele ontwikkeling van een peuter vanaf 2,5 jaar
- Besef van goed en kwaad begint zich te ontwikkelen
- Aan- of afwezigheid van de opvoeder speelt een belangrijke rol
Kind doet rustig zijn zin wanneer mama weg is
- Weten wat niet mag, maar zich niet kunnen inhouden om het toch te doen
Peuter zegt zelf: "Foei, stout, mag niet."
Schuift schuld af op een ander
Zegt dat het “vanzelf” gebeurd is
- Moreel oordeel is afhankelijk van gevolgen
Fout gedrag → bestraft
Goed gedrag → beloond
De morele ontwikkeling van een kleuter
- Een kind neemt de geboden en verboden van de ouders over
Ontstaan van een ‘eigen’ geweten= spiegelgeweten (het weerspiegelt wat
de ouders zeggen en doen)
- Het kind begrijpt nog niet waarom iets goed of slecht is
- Er zijn verschillen ontstaan afhankelijk hoe kinderen thuis opgevoed worden
Wat ouders goed vinden, ziet het kind ook als goed
Wat ouders slecht vinden, ziet het kind ook als slecht
, - Kind is een spiegel van zijn ouders
De morele ontwikkeling volgens Kohlberg
Preconventionele fasen (peuter/kleuter)
Goed = iets niet doen om straf te vermijden
Goed = wat prettig is (beloning, eigen voordeel)
Conventionele fasen (lagereschoolkind)
Goed = wat in de directe omgeving als norm geldt
Goed = wat in ruimere sociale systemen als norm geldt
Postconventionele fasen (adolescent/volwassene)
Goed = gebaseerd op abstracte morele principes (je kiest wat goed is
vanuit je eigen morele overtuiging, niet enkel omdat het een regel is)
Goed = gebaseerd op persoonlijke verantwoordelijkheid en prioriteit
De morele ontwikkeling stimuleren in de kleuterklas
- Helpt kinderen onderscheid maken tussen goed en kwaad
- Leert hun kijken naar wat belangrijk en wenselijk is voor veel mensen
- Wil dat kinderen ontdekken wat waardevol is, zowel voor zichzelf als voor
anderen
- Richt zich minder op vaste waarden, maar meer op een respectvolle houding
tegenover verschillende waarden en normen
Waardeverhalen: openen een nieuwe blik en zetten aan tot nadenken
Is er een verschil tussen godsdienst en religie?
Godsdienst: een levensbeschouwing waarin de dienst aan en het geloof in
God of Goden essentieel is.
Religie: een levensbeschouwing waarin het zoeken van verbondenheid,
verdieping en spiritualiteit centraal staat, zonder dat het allemaal precies moet
worden gefineerd.
- Boeddhisme is een religie, Islam een godsdienst.
Boeddha is geen god, maar een heilige persoon
Religieus: wordt bij heel veel zaken (vooral ervaringen) gebruikt om aan te
geven dat er iets 'speciaals' was, dat het gevoel dieper ging dan normaal.
Spiritualiteit: afgeleid van het Franse ‘spiritualité’ om dit tussengebied te
kunnen benoemen met een eigen term
Levensbeschouwing als koepelterm
Levensbeschouwing: iedereen heeft een bepaalde kijk op het leven, iedereen
heeft een levensbeschouwing.
Welke waarde, normen, moraal vind ik belangrijk? Wat en kan en wat niet?
Hoe je naar het leven kijkt staat los van enige vorm van religieuze
levensbeschouwing.
De plek waar je geboren bent
- Familie, cultuur, land, werelddeel zijn initieel essentieel in de
levensbeschouwelijke vormig.
Maar:
1. Naarmate we opgroeien zal de mens "ik" leren zeggen en dus ook - tegelijk
- de "ander" ontdekken, en het andere, het vreemde.
2. In onze zeer gediversifieerde samenleving is diversiteit en verschil niet
meer weg te denken.
De aanzetten om zich op het leven te oriënteren zullen ook al gauw niet meer
mono-levensbeschouwelijk zijn.
,Levensbeschouwing: wit
Religie: lichtgroen
Godsdienst: donkergroen
De morele ontwikkeling
Waartoe opvoeden? (Belangrijkste vraag in opvoeding):
- Welke toekomst is er weggelegd voor onze kinderen?
- Zullen zij het even goed en mogelijk nog beter hebben dan wij?
- Zullen onze kinderen gespaard blijven van enige vorm van ‘onheil’ zoals
relatieproblemen, drugs, geweld?
- Zullen onze kinderen (die ook de volwassenen van morgen zijn) sterk genoeg
zijn om hun weg door het leven te vinden?
Wens van alle ouders/opvoeder =
Kinderen die gelukkig mogen zijn en daartoe als ouder/opvoeder kunnen bijdragen!
,Hoe moeten opvoeding en onderwijs eruit zien?
- Veel meningen zijn vaak niet realistisch.
Voorbeelden: "Er moet strenger opgevoed worden" of "De jeugd van
tegenwoordig heeft geen respect meer."
- Respect voor normen en waarden
Er wordt soms gezegd dat jongeren onvoldoende respect hebben.
In werkelijkheid worden in opvoeding en onderwijs altijd
normen en waarden overgedragen.
- Belang voor de opvoeder/KO
Vooraleer we kunnen nadenken over onze rol in de morele
ontwikkeling van kinderen, is het belangrijk om dit
ontwikkelingsdomein te bekijken vanuit de
ontwikkelingspsychologie.
De morele ontwikkeling van een peuter vanaf 2,5 jaar
- Besef van goed en kwaad begint zich te ontwikkelen
- Aan- of afwezigheid van de opvoeder speelt een belangrijke rol
Kind doet rustig zijn zin wanneer mama weg is
- Weten wat niet mag, maar zich niet kunnen inhouden om het toch te doen
Peuter zegt zelf: "Foei, stout, mag niet."
Schuift schuld af op een ander
Zegt dat het “vanzelf” gebeurd is
- Moreel oordeel is afhankelijk van gevolgen
Fout gedrag → bestraft
Goed gedrag → beloond
De morele ontwikkeling van een kleuter
- Een kind neemt de geboden en verboden van de ouders over
Ontstaan van een ‘eigen’ geweten= spiegelgeweten (het weerspiegelt wat
de ouders zeggen en doen)
- Het kind begrijpt nog niet waarom iets goed of slecht is
- Er zijn verschillen ontstaan afhankelijk hoe kinderen thuis opgevoed worden
Wat ouders goed vinden, ziet het kind ook als goed
Wat ouders slecht vinden, ziet het kind ook als slecht
, - Kind is een spiegel van zijn ouders
De morele ontwikkeling volgens Kohlberg
Preconventionele fasen (peuter/kleuter)
Goed = iets niet doen om straf te vermijden
Goed = wat prettig is (beloning, eigen voordeel)
Conventionele fasen (lagereschoolkind)
Goed = wat in de directe omgeving als norm geldt
Goed = wat in ruimere sociale systemen als norm geldt
Postconventionele fasen (adolescent/volwassene)
Goed = gebaseerd op abstracte morele principes (je kiest wat goed is
vanuit je eigen morele overtuiging, niet enkel omdat het een regel is)
Goed = gebaseerd op persoonlijke verantwoordelijkheid en prioriteit
De morele ontwikkeling stimuleren in de kleuterklas
- Helpt kinderen onderscheid maken tussen goed en kwaad
- Leert hun kijken naar wat belangrijk en wenselijk is voor veel mensen
- Wil dat kinderen ontdekken wat waardevol is, zowel voor zichzelf als voor
anderen
- Richt zich minder op vaste waarden, maar meer op een respectvolle houding
tegenover verschillende waarden en normen
Waardeverhalen: openen een nieuwe blik en zetten aan tot nadenken