Diversiteit van dieren en evolutie van het bouwplan
Een dier, wat is dat eigenlijk?
- Dieren kunnen op basis van DNA-sequenties onderscheiden worden van
andere organismen.
- Dieren zijn meercellige eukaryoten met verschillende celtypes.
- Geen celwand ( planten, fungi)
- Cellen met
gelijkaardige
structuur en functie
zijn georganiseerd in
weefsels.
- Dieren zijn
heterotroof:
° Herbivoor:
planteneter.
° Carnivoor:
vleeseter.
° Detritivoor:
afvaleter.
- Dieren bewegen zich
actief voort. (Meestal).
- Dieren planten zich geslachtelijk (= seksueel) voort. (Meestal).
- Dieren doorlopen een blasulastadium tijdens hun ontwikkeling.
- Grote diversiteit in vorm en habitat.
Dieren vertonen een grote diversiteit, maar hebben dezelfde
uitdagingen:
- Verkrijgen van voedsel en zuurstof.
- Verwijderen afvalstoffen.
- Evenwicht in water- en zoutbalans.
- In stand houden van de soort.
Oplossingen voor die uitdagingen (en dus bouw en functie) verschillen
naargelang:
° Milieu (bv terrestrisch vs aquatisch).
° Lichaamsgrootte (groot vs klein).
° Levenswijze (bv sessiel vsv rijlevend).
De traditionele stamboom van dieren:
Traditioneel: op basis van lichaamsbouwplan en embryologie.
- Aanwezigheid van weefsels: Parazoa vs. Eumetazoa.
- Lichaamssymmetrie: Radiata vs. Bilateria.
- Aantal kiemlagen: Diploblastica vs. Triploblastica.
- Lichaamsholte: Acoelomata vs. Pseudocoelomata vs. Coelomata.
- Bestemming blastoporus: Protostomia vs. Deuterostomia.
, - Segmentatie
- We beperken ons tot de 9 bekendste stammen (= phyla/phylum):
Weefsels:
- De meeste dieren (Eumetazoa) bezitten echte weefsels en de meeste
celtypes zijn irreversibel.
- Sponzen (Parazoa) hebben geen gedefinieerde weefsels en organen; zijn
eerder ‘celaggregaten’.
- ‘Celtypes’ zijn bij sponzen eerder tijdelijk: transdifferentiatie (celtypes
kunnen in elkaar omgezet worden) en zijn meestal niet gegroepeerd in
weefsels.
Lichaamssymmetrie:
- Asymmetrisch.
- Radiaal symmetrisch: lichaamsdelen rond centrale as. 2 gelijke delen in
eender welk radiaal vlak Radiata.
- Bilateraal symmetrisch: sagittaal vlak. Linker- en rechterhelft
spiegelbeeld. Bilateria.
Een dier, wat is dat eigenlijk?
- Dieren kunnen op basis van DNA-sequenties onderscheiden worden van
andere organismen.
- Dieren zijn meercellige eukaryoten met verschillende celtypes.
- Geen celwand ( planten, fungi)
- Cellen met
gelijkaardige
structuur en functie
zijn georganiseerd in
weefsels.
- Dieren zijn
heterotroof:
° Herbivoor:
planteneter.
° Carnivoor:
vleeseter.
° Detritivoor:
afvaleter.
- Dieren bewegen zich
actief voort. (Meestal).
- Dieren planten zich geslachtelijk (= seksueel) voort. (Meestal).
- Dieren doorlopen een blasulastadium tijdens hun ontwikkeling.
- Grote diversiteit in vorm en habitat.
Dieren vertonen een grote diversiteit, maar hebben dezelfde
uitdagingen:
- Verkrijgen van voedsel en zuurstof.
- Verwijderen afvalstoffen.
- Evenwicht in water- en zoutbalans.
- In stand houden van de soort.
Oplossingen voor die uitdagingen (en dus bouw en functie) verschillen
naargelang:
° Milieu (bv terrestrisch vs aquatisch).
° Lichaamsgrootte (groot vs klein).
° Levenswijze (bv sessiel vsv rijlevend).
De traditionele stamboom van dieren:
Traditioneel: op basis van lichaamsbouwplan en embryologie.
- Aanwezigheid van weefsels: Parazoa vs. Eumetazoa.
- Lichaamssymmetrie: Radiata vs. Bilateria.
- Aantal kiemlagen: Diploblastica vs. Triploblastica.
- Lichaamsholte: Acoelomata vs. Pseudocoelomata vs. Coelomata.
- Bestemming blastoporus: Protostomia vs. Deuterostomia.
, - Segmentatie
- We beperken ons tot de 9 bekendste stammen (= phyla/phylum):
Weefsels:
- De meeste dieren (Eumetazoa) bezitten echte weefsels en de meeste
celtypes zijn irreversibel.
- Sponzen (Parazoa) hebben geen gedefinieerde weefsels en organen; zijn
eerder ‘celaggregaten’.
- ‘Celtypes’ zijn bij sponzen eerder tijdelijk: transdifferentiatie (celtypes
kunnen in elkaar omgezet worden) en zijn meestal niet gegroepeerd in
weefsels.
Lichaamssymmetrie:
- Asymmetrisch.
- Radiaal symmetrisch: lichaamsdelen rond centrale as. 2 gelijke delen in
eender welk radiaal vlak Radiata.
- Bilateraal symmetrisch: sagittaal vlak. Linker- en rechterhelft
spiegelbeeld. Bilateria.