Module 1 – Inleiding in het internationale recht
Spoorstakingsarrest, HR 30 mei 1986.
Voor het vaststellen of de collectieve acties rechtmatig waren, wordt getoetst aan artikel 6,
vierde lid, Europees Sociaal Handvest. Deze bepaling kan eenieder verbinden. Een bepaling is
rechtstreeks toepasbaar als zij naar haar inhoud voldoende duidelijk is om als objectief recht
te functioneren. De acties keerden zich tegen de werkgever, maar richtten zich ook tegen de
overheid, namelijk stiptheidsacties, werkonderbrekingen en stakingen. Onder artikel 6, vierde
lid, ESH kunnen ook dit soort acties, die zich tegen de overheid richten, vallen. De acties
waren dan ook rechtmatig. De Hoge Raad stelde dat de bepaling geen nadere nationale
uitwerking mag behoeven om door de rechter toegepast te kunnen worden.
Module 2 – Subjecten van het internationale recht
Arrest Warrant of 11 April 2000 (Democratic Republic of the Congo);
In deze zaak had België een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de minister
van Buitenlandse Zaken van Congo, omdat hij werd verdacht van ernstige internationale
misdrijven. Congo stelde dat België daarmee de immuniteit van zijn minister had
geschonden. Het Hof gaf Congo gelijk. Een zittende minister van Buitenlandse Zaken geniet
volledige immuniteit tegen strafrechtelijke vervolging door andere staten, ook bij verdenking
van oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid. Die immuniteit betekent niet dat
iemand nooit verantwoordelijk kan worden gehouden, maar wel dat vervolging tijdens de
ambtsperiode door een andere staat niet mag. België moest het arrestatiebevel daarom
intrekken.
Reparation for Inuries Suffered in the Service of the United Nations (1949) Advisory opinion.
Deze advieszaak ontstond nadat een VN-functionaris tijdens zijn werk om het leven was
gekomen. De vraag was of de Verenigde Naties zelf een internationale claim konden instellen
tegen een staat voor schade aan de organisatie en aan haar medewerker. Het Hof oordeelde
dat de VN internationale rechtspersoonlijkheid heeft. Dat betekent dat de VN zelfstandig
rechten en plichten kan hebben onder internationaal recht. Daarom mocht de VN
schadevergoeding eisen wanneer een VN-agent schade lijdt tijdens zijn werkzaamheden.
Deze uitspraak is belangrijk omdat zij bevestigt dat organisaties, net als staten, onder
bepaalde voorwaarden bevoegdheden bezitten die niet uitdrukkelijk zijn toegekend, maar die
geïmpliceerd kunnen worden door de doelstellingen en functies van de organisatie.