Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages
Summary

Samenvatting Kinder- en jeugdpsychiatrie | Nature & Nurture | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages

Deze studienotities behandelen Hoofdstuk 1 van Kinder- en jeugdpsychiatrie aan KU Leuven, met focus op nature versus nurture in de ontwikkeling van kinderen. Dit document is gebaseerd op zowel lesmateriaal als eigen notities. De kernonderwerpen omvatten normale ontwikkelingsstadia, genetica, erfelijkheid, tweelingstudies (the Jim Twins), gedragsgenetica, en trauma-gerelateerde symptomen zoals vermijding en arousal-problemen. Deze notities bieden een solide basis voor het begrijpen van hoe genetische en omgevingsfactoren psychiatrische stoornissen bij kinderen bepalen, essentieel voor examenvoorbereiding.

Content preview

Kinder- en jeugdpsychiatrie
Hoofdstuk 1: nature en nurture
Inleiding

 Zelden 1 enkele oorzaak bij psychiatrische stoornissen kinderen —> bijna altijd combinatie
persoonlijke kwetsbaarheid (= nature) en gebeurtenissen in het leven (= nurture)
 Normale ontwikkeling = mijlpalen van fysieke, cognitieve, taal- en socio-emotionele
ontwikkelingen —> worden (ongeveer) op specifieke leeftijden bereikt
o Loopt verder gedurende volledige leven
o Verschillende leeftijden van mijlpalen = belangrijk —> volwassenen hebben vaak de
neiging om kinderen iets te veel te zien als kleine volwassenen
 Verwachten vaak dingen van kinderen die ze niet kunnen
 Op adolescente leeftijd nog altijd ontwikkeling van bepaalde dingen —> vaak verwacht dat
adolescenten alles onder controle hebben, maar vaak helemaal niet zo
 Ontwikkeling = bepaald door nature EN nurture
o Genen = wat al vast ligt bij moment van conceptie
o Omgeving = levenservaringen (binnen EN buiten gezin) + biologische omgeving
o Belangrijke vraag = hoeveel van elk en hoe
 Relatieve bijdragen = tweeling- en adoptiestudies = natuurlijke experimenten die genetische
en omgevingseffecten scheiden
o Adoptie = biologische vs opvoedende ouders
 Minder gedaan —> geen zuiver experiment
o Tweelingen
 Identieke tweelingen die apart opgroeien —> mooi natuurlijk experiment
waarbij genetica identiek is, maar omgeving anders
 Monozygote vs dizygote tweelingen die samen opgroeien

Genetica en omgeving

 Individu ≠ onbeschreven blad —> genetische opmaak bepaald “startpositie” en
ontwikkelingsmogelijkheden
 The Jim Twins = identieke tweelingen die gescheiden werden op 4w na geboorte (reünie op
39j)
o Jim 1
 Hond genaamd “Toy”
 Vindt wiskunde en carpentry leuk, haat spelling
 Getrouwd met een Linda
 Gescheiden en hertrouwd met een Betty
 Bewakingsagent
 Zoon vernoemd naar James Allan
 Kettingroker van het merk “Salems”
 Heeft een Chevrolet
o Jim 2
 Hond genaamd “Toy”
 Vindt wiskunde en carpentry leuk, haat spelling

,  Getrouwd met een Linda
 Gescheiden en hertrouwd met een Betty
 Deputy sherrif
 Zoon vernoemd naar James Alan
 Kettingroker van het merk “Salems”
 Heeft een Chevrolet
o Genen = belangrijke indicator persoonlijkheid
 Klassiek beeld genetica
o Chromosomale afwijkingen (bv trisomie 21 of autisme)
o Monogentische afwijkingen (bv Huntington)
o Polygenetische afwijkingen (additief, multiplicatief, epistatisch = gen-gen interactie)
 Nieuw beeld genetica
o Gedragsgenetica (= tweelingstudie) —> indien concordantie groter bij monozygote
tweelingen vs dizygote tweelingen = genetisch (want opgegroeid in zelfde omgeving)
 Door te vergelijken = uitspraken maken over erfelijkheidsgraad

Erfelijkheid

 Erfelijkheid = mate waarin variantie voor een bepaald kenmerk in de bevolking bepaald is
door genetische verschillen
 Erfelijkheid = 2x (rMZ – rDZ)
o Positieve emotionaliteit = 0,5%
o Negatieve emotionaliteit = 0,44%
o Artistieke interesse = 0,39%
o Sociabiliteit = 0,37%
o Politieke oriëntatie = 0,40%
 Bv autisme = veel minder bij dizygoten vs bij monozygoten —> erfelijkheid grote impact
 Bv alcoholisme = kleiner verschil tussen mono- en dizygoten —> lage erfelijkheid
 Mensen ook met verschillende mogelijkheden geboren
o Bv sport —> niet iedereen even sportief of evenveel talent —> bij bv intelligentie
veel meer taboe
 Behalen goede schoolresultaten = 62% erfelijk —> 38% omgevingseffect
o Bv persoonlijkheid
o Bv hoe goed kind in staat is zichzelf te dwingen dingen te doen dat ze niet graag
doen
o Niet alle factoren erfelijkheid even goed gekend
 PPD/autisme = 70-90% genetische factoren —> aandeel genetica zegt iets over waar je
behandeling moet gaan zoeken
o Zeer erfelijke dingen vaak moeilijker te beïnvloeden door therapie
 Bv autisme = geen biologische EN geen therapeutische oplossing
o 2 belangrijke opmerkingen
 Niets is niet voor een stukje genetisch
 En niets is 100% genetisch

Nurture

, Omgeving = veel meer dan alleen “gezin” en “opvoeding” —> opvoeding alleen bepaald niet
alles, maar ook bv rol voor buurt waarin je opgroeit (veiligheid, stad vs platteland,…)
 Biofysisch milieu —> omgeving begint mee te spelen vanaf conceptie
o Pre- en perinataal
 Baarmoederlijk milieu
 Bv langdurig hoge stress tijdens zwangerschap = effecten op baby
—> hersenen groeien in badje van verhoogd cortisol en adrenaline
 Geboortecomplicaties
 Bv prematuriteit
o Toxiciteit
 Voeding
 Bv middelengebruik tijdens zwangerschap
 Suiker en snoep niet persé slecht, maar ook niet goed —> E-
nummers kunnen schadelijk zijn, maar suiker zelf doet weinig
 Pollutie
 Steden = minder hoog IQ bij kinderen vs platteland
 Infecties
 Bv bepaalde virale infecties (bv zika) die leiden tot malformaties
o Hersentrauma —> indien op jonge leeftijd hersentrauma = veranderingen
mogelijkheden kind
 Vaak preventie mogelijk door dragen van helm
 Omgeving
o Gezin —> extreme gezinsomstandigheden gaan grote impact hebben op kinderen
 Koestering, sensitief ouderschap
 Eerste 1000 dagen = belangrijk hoezeer ouders beschikbaar zijn om
te beantwoorden aan noden —> moment hechting
o Afwezige ouders in deze periode = langdurige effecten —>
vooral de extremen geven problemen
 Waarden, regels en toezicht
 Belangrijk om vanop jonge leeftijd te leren omgaan met “nee” —>
teveel verwennen = averechts effect op gezondheid
 Stimulatie, motivatie en hulp
 Zoeken naar dingen die aansluiten bij wat kind interesseert en
talent voor heeft
 Probleem = ouders stellen vaak school voorop voor latere geluk kind
—> veroorzaakt veel ellende als het onhaalbaar is voor kind
o Onderwijs = goed indien niet te extreem —> belangrijk dat kind zich goed voelt op
school en zin heeft om naar school te gaan
 Problemen als school niet omkijkt naar bv pesterijen, prestatiedruk opvoert
en alleen maar regels oplegt = schoolethos
o Vrienden, buurt en hobby’s
 Moeten passen bij aard kind (bv kind met autisme niet altijd gediend door
geforceerd te worden om vrienden te maken)
o Cultuur, welvaart en zorg

,  Menselijke context/omgeving = essentieel voor normale ontwikkeling —> bv
wolvenkinderen = kinderen opgegroeid zonder menselijk contact in eerste levensjaren
o Sociale regels aanleren lukt meestal nog, maar voor spreken al te laat op bepaalde
leeftijd
 Potentieel dat kind al tekenen beperking had voor het achtergelaten werd vs
taal leren op latere leeftijd onmogelijk
 Nuture = gedeelde vs unieke invloeden
o Gedeelde invloeden = alle invloeden die kinderen in eenzelfde gezin meer gelijk
maken
 Studieresultaten vaak meer gedeeld —> ouders die kinderen stimuleren
voor school gaan dit meestal voor alle kinderen doen
o Unieke invloeden = alle invloeden die kinderen in eenzelfde gezin meer verschillend
maken
 Veel grotere impact vs gedeelde omgeving

Genetica en omgeving

 Belangrijk voor ouders om common impact te hebben op social media gebruik kinderen
 Online gedrag —> 16-jarige kiezen gedeeltelijk hun online engagementen conform met hun
genetische achtergrond
o Ook voorkeuren voor voedingsmiddelen bij fruit en groenten grotendeels genetisch
bepaald
o Bij gamen niet zo’n impact van genetica —> eerder uniek
 Genetica en omgeving niet altijd onafhankelijk van elkaar —> overerfbaarheid kan
toenemen over tijd
o Als genetische lading toeneemt, gaat er ook een correlatie zijn met een
omgevingsinvloed die op dezelfde manier toeneemt
 3 manieren voor interactie gen-omgeving —> bv moeilijk temperament bij kind
o Passief = dezelfde genen die bij kind “een moeilijk temperament” veroorzaken,
zorgen bij ouders voor negatieve opvoedingsaanpak
o Evocatief = het moeilijk temperament van het kind evoceert een negatieve
opvoedingsaanpak bij de ouders
o Actief = “niche-picking” = een kind met een moeilijk temperament kiest een
omgeving met antisociale elementen
 Als een kind bepaalde kwaliteiten heeft, zijn dit vaak ook kwaliteiten van de ouder (bv talent)
 Passieve rGE
o Kind ontvangt genetische voorbeschiktheid (talent of kwetsbaarheid) en komt in
omgeving die door diezelfde genetische voorbeschiktheid vorm gegeven wordt
 = dubbele dosis
o Talent = geërfd —> komt in positief voedende omgeving terecht DOOR diezelfde
genen bij ouders
o Kwetsbaarheid = geërfd —> komt in negatief voedende omgeving terecht die vorm
gegeven wordt DOOR diezelfde genen bij ouders
 Bv agressiviteit = 40-60% overerfbaar —> kans dat agressief (genetisch) kind
opgroeit in gezin waar ouder ook agressief is = groter

Document information

Study
Uploaded on
August 9, 2026
Number of pages
44
Written in
2024/2025
Type
Summary
$5.39

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
5
Followers
0
Items
15
Last sold
15 hours ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions