Hoofdstuk 1: nature en nurture
Inleiding
Zelden 1 enkele oorzaak bij psychiatrische stoornissen kinderen —> bijna altijd combinatie
persoonlijke kwetsbaarheid (= nature) en gebeurtenissen in het leven (= nurture)
Normale ontwikkeling = mijlpalen van fysieke, cognitieve, taal- en socio-emotionele
ontwikkelingen —> worden (ongeveer) op specifieke leeftijden bereikt
o Loopt verder gedurende volledige leven
o Verschillende leeftijden van mijlpalen = belangrijk —> volwassenen hebben vaak de
neiging om kinderen iets te veel te zien als kleine volwassenen
Verwachten vaak dingen van kinderen die ze niet kunnen
Op adolescente leeftijd nog altijd ontwikkeling van bepaalde dingen —> vaak verwacht dat
adolescenten alles onder controle hebben, maar vaak helemaal niet zo
Ontwikkeling = bepaald door nature EN nurture
o Genen = wat al vast ligt bij moment van conceptie
o Omgeving = levenservaringen (binnen EN buiten gezin) + biologische omgeving
o Belangrijke vraag = hoeveel van elk en hoe
Relatieve bijdragen = tweeling- en adoptiestudies = natuurlijke experimenten die genetische
en omgevingseffecten scheiden
o Adoptie = biologische vs opvoedende ouders
Minder gedaan —> geen zuiver experiment
o Tweelingen
Identieke tweelingen die apart opgroeien —> mooi natuurlijk experiment
waarbij genetica identiek is, maar omgeving anders
Monozygote vs dizygote tweelingen die samen opgroeien
Genetica en omgeving
Individu ≠ onbeschreven blad —> genetische opmaak bepaald “startpositie” en
ontwikkelingsmogelijkheden
The Jim Twins = identieke tweelingen die gescheiden werden op 4w na geboorte (reünie op
39j)
o Jim 1
Hond genaamd “Toy”
Vindt wiskunde en carpentry leuk, haat spelling
Getrouwd met een Linda
Gescheiden en hertrouwd met een Betty
Bewakingsagent
Zoon vernoemd naar James Allan
Kettingroker van het merk “Salems”
Heeft een Chevrolet
o Jim 2
Hond genaamd “Toy”
Vindt wiskunde en carpentry leuk, haat spelling
, Getrouwd met een Linda
Gescheiden en hertrouwd met een Betty
Deputy sherrif
Zoon vernoemd naar James Alan
Kettingroker van het merk “Salems”
Heeft een Chevrolet
o Genen = belangrijke indicator persoonlijkheid
Klassiek beeld genetica
o Chromosomale afwijkingen (bv trisomie 21 of autisme)
o Monogentische afwijkingen (bv Huntington)
o Polygenetische afwijkingen (additief, multiplicatief, epistatisch = gen-gen interactie)
Nieuw beeld genetica
o Gedragsgenetica (= tweelingstudie) —> indien concordantie groter bij monozygote
tweelingen vs dizygote tweelingen = genetisch (want opgegroeid in zelfde omgeving)
Door te vergelijken = uitspraken maken over erfelijkheidsgraad
Erfelijkheid
Erfelijkheid = mate waarin variantie voor een bepaald kenmerk in de bevolking bepaald is
door genetische verschillen
Erfelijkheid = 2x (rMZ – rDZ)
o Positieve emotionaliteit = 0,5%
o Negatieve emotionaliteit = 0,44%
o Artistieke interesse = 0,39%
o Sociabiliteit = 0,37%
o Politieke oriëntatie = 0,40%
Bv autisme = veel minder bij dizygoten vs bij monozygoten —> erfelijkheid grote impact
Bv alcoholisme = kleiner verschil tussen mono- en dizygoten —> lage erfelijkheid
Mensen ook met verschillende mogelijkheden geboren
o Bv sport —> niet iedereen even sportief of evenveel talent —> bij bv intelligentie
veel meer taboe
Behalen goede schoolresultaten = 62% erfelijk —> 38% omgevingseffect
o Bv persoonlijkheid
o Bv hoe goed kind in staat is zichzelf te dwingen dingen te doen dat ze niet graag
doen
o Niet alle factoren erfelijkheid even goed gekend
PPD/autisme = 70-90% genetische factoren —> aandeel genetica zegt iets over waar je
behandeling moet gaan zoeken
o Zeer erfelijke dingen vaak moeilijker te beïnvloeden door therapie
Bv autisme = geen biologische EN geen therapeutische oplossing
o 2 belangrijke opmerkingen
Niets is niet voor een stukje genetisch
En niets is 100% genetisch
Nurture
, Omgeving = veel meer dan alleen “gezin” en “opvoeding” —> opvoeding alleen bepaald niet
alles, maar ook bv rol voor buurt waarin je opgroeit (veiligheid, stad vs platteland,…)
Biofysisch milieu —> omgeving begint mee te spelen vanaf conceptie
o Pre- en perinataal
Baarmoederlijk milieu
Bv langdurig hoge stress tijdens zwangerschap = effecten op baby
—> hersenen groeien in badje van verhoogd cortisol en adrenaline
Geboortecomplicaties
Bv prematuriteit
o Toxiciteit
Voeding
Bv middelengebruik tijdens zwangerschap
Suiker en snoep niet persé slecht, maar ook niet goed —> E-
nummers kunnen schadelijk zijn, maar suiker zelf doet weinig
Pollutie
Steden = minder hoog IQ bij kinderen vs platteland
Infecties
Bv bepaalde virale infecties (bv zika) die leiden tot malformaties
o Hersentrauma —> indien op jonge leeftijd hersentrauma = veranderingen
mogelijkheden kind
Vaak preventie mogelijk door dragen van helm
Omgeving
o Gezin —> extreme gezinsomstandigheden gaan grote impact hebben op kinderen
Koestering, sensitief ouderschap
Eerste 1000 dagen = belangrijk hoezeer ouders beschikbaar zijn om
te beantwoorden aan noden —> moment hechting
o Afwezige ouders in deze periode = langdurige effecten —>
vooral de extremen geven problemen
Waarden, regels en toezicht
Belangrijk om vanop jonge leeftijd te leren omgaan met “nee” —>
teveel verwennen = averechts effect op gezondheid
Stimulatie, motivatie en hulp
Zoeken naar dingen die aansluiten bij wat kind interesseert en
talent voor heeft
Probleem = ouders stellen vaak school voorop voor latere geluk kind
—> veroorzaakt veel ellende als het onhaalbaar is voor kind
o Onderwijs = goed indien niet te extreem —> belangrijk dat kind zich goed voelt op
school en zin heeft om naar school te gaan
Problemen als school niet omkijkt naar bv pesterijen, prestatiedruk opvoert
en alleen maar regels oplegt = schoolethos
o Vrienden, buurt en hobby’s
Moeten passen bij aard kind (bv kind met autisme niet altijd gediend door
geforceerd te worden om vrienden te maken)
o Cultuur, welvaart en zorg
, Menselijke context/omgeving = essentieel voor normale ontwikkeling —> bv
wolvenkinderen = kinderen opgegroeid zonder menselijk contact in eerste levensjaren
o Sociale regels aanleren lukt meestal nog, maar voor spreken al te laat op bepaalde
leeftijd
Potentieel dat kind al tekenen beperking had voor het achtergelaten werd vs
taal leren op latere leeftijd onmogelijk
Nuture = gedeelde vs unieke invloeden
o Gedeelde invloeden = alle invloeden die kinderen in eenzelfde gezin meer gelijk
maken
Studieresultaten vaak meer gedeeld —> ouders die kinderen stimuleren
voor school gaan dit meestal voor alle kinderen doen
o Unieke invloeden = alle invloeden die kinderen in eenzelfde gezin meer verschillend
maken
Veel grotere impact vs gedeelde omgeving
Genetica en omgeving
Belangrijk voor ouders om common impact te hebben op social media gebruik kinderen
Online gedrag —> 16-jarige kiezen gedeeltelijk hun online engagementen conform met hun
genetische achtergrond
o Ook voorkeuren voor voedingsmiddelen bij fruit en groenten grotendeels genetisch
bepaald
o Bij gamen niet zo’n impact van genetica —> eerder uniek
Genetica en omgeving niet altijd onafhankelijk van elkaar —> overerfbaarheid kan
toenemen over tijd
o Als genetische lading toeneemt, gaat er ook een correlatie zijn met een
omgevingsinvloed die op dezelfde manier toeneemt
3 manieren voor interactie gen-omgeving —> bv moeilijk temperament bij kind
o Passief = dezelfde genen die bij kind “een moeilijk temperament” veroorzaken,
zorgen bij ouders voor negatieve opvoedingsaanpak
o Evocatief = het moeilijk temperament van het kind evoceert een negatieve
opvoedingsaanpak bij de ouders
o Actief = “niche-picking” = een kind met een moeilijk temperament kiest een
omgeving met antisociale elementen
Als een kind bepaalde kwaliteiten heeft, zijn dit vaak ook kwaliteiten van de ouder (bv talent)
Passieve rGE
o Kind ontvangt genetische voorbeschiktheid (talent of kwetsbaarheid) en komt in
omgeving die door diezelfde genetische voorbeschiktheid vorm gegeven wordt
= dubbele dosis
o Talent = geërfd —> komt in positief voedende omgeving terecht DOOR diezelfde
genen bij ouders
o Kwetsbaarheid = geërfd —> komt in negatief voedende omgeving terecht die vorm
gegeven wordt DOOR diezelfde genen bij ouders
Bv agressiviteit = 40-60% overerfbaar —> kans dat agressief (genetisch) kind
opgroeit in gezin waar ouder ook agressief is = groter