Hoofdstuk 1: inleiding tot de psychiatrie
Inleiding
Psychiatrie = medisch specialisme dat zich bezighoudt met patiëntenzorg, wetenschappelijk
onderzoek en onderwijs op gebied van psychiatrische ziekten
Psychiatrische ziekten = aandoeningen gekenmerkt door afwijkingen psychische functies die
gepaard gaan met lijdensdruk en/of sociaal disfunctioneren
o Psychiatrisch ziektebeeld niet altijd even duidelijk —> toestand waarin patiënt
verkeert waarbij iets misloopt met 1 of meerdere psychiatrische functies waardoor
persoon hier last van krijgt
Bv raar gedrag en handelingen, maar patiënt heeft hier geen last van —>
ziek? Als ziek beschouwd door maatschappij?
3 grote psychische functies = trias psychica —> 3-deling van status mentalis
o Cognitief (= logos) = denken en waarnemen (= op hersenniveau)
Bewustzijn, aandacht en oriëntatie
Geheugen
Intellectuele functies
Waarnemen
Denken
o Affectief (= thymos) = gevoelsleven
Stemming = op langere termijn (dagen of weken)
Affect = onmiddellijke emotie
Bv lachen om grapje op begrafenis
o Stemming = verdriet
o Affect = lachen om grapje dat gemaakt werd
o Conatief (= eros) = motivatie en wil
Psychomotoriek
Motivatie en gedrag
Iets dat misloopt met status mentalis ≠ psychische ziekte, maar combinatie van stoornissen
in verschillende domeinen kan wijzen op onderliggend psychiatrisch probleem
Afwijkende psychische functie
Afwijkingen psychische functie niet altijd even duidelijk
Duidelijke afwijkingen
o “mijn buurman spuit gifgas langs de TV mijn woonkamer binnen op bevel van de
CIA” = denkstoornis
Psychose tgv waanzin
o “Ik hoor de stem van mijn overleden vader die mij opdraagt zelfmoord te plegen” =
waarnemingsstoornis (≠ denkstoornis)
Hallucinatie
Soms minder duidelijke afwijkingen
o “ik zag daarnet iemand voorbij lopen en dacht dat het mijn overleden moeder was”
, Vrij frequent fenomeen —> normaal indien ze meteen beseffen dat dit niet
mogelijk is
o “iedereen is tegen mij, ze willen mij kapot” —> kan waan zijn, maar kan ook extreem
uitgedrukte mening van iemand zijn die niet noodzakelijk psychiatrische diagnose
moet krijgen
o “Ik sta er zo slecht voor dat ik beter uit het leven kan stappen” —> kan
psychopathologie zijn indien persoon dit persistent denkt en denkt dat andere
mensen hetzelfde zijn = denkstoornis
MAAR, deze gedachten komt frequent wel eens fluctuerend bij mensen
voor —> niet perse pathologisch
Psychiatrie = meer dan enkel stellen diagnose of behandelrichtlijn uitvoeren —> vaak
verschillende lagen in oorzaak psychiatrische problematiek
o Psychiater zal problematiek patiënt niet snel toeschrijven aan 1 specifieke oorzaak,
maar probleem proberen begrijpen vanuit verschillende lagen die met elkaar
interageren (= interactief-gelaagd model)
Psychologisch
Biologisch
Relationeel
Sociaal
o Psychiater zal problematiek patiënt niet enkel proberen verklaren vanuit
diagnostische analyse, maar ook (en vooral) hem/haar als mens proberen begrijpen
“verstaan” van patiënt —> psychiater als persoon komt aan zet
Van mens op mens bepalen hoe iemand met bepaald profiel en VG op
bepaalde manier gaat reageren op situatie
Patiënt proberen begrijpen in waar gevoel en denkpatroon vandaan
komt
Conclusies afhankelijk van persoon tot persoon (+ mede-afhankelijk
van eigen ervaringen en opvattingen)
Interactief-gelaagd model
Gelaagd-interactief model = verschillende lagen binnen persoon
Cluster Niveau Domein Beschrijving
Sociaal P+3 Zingeving Wijze waarop persoon zichzelf als deel van
groter geheel ervaart dat zin kan geven aan
zijn/haar bestaan.
Mate waarop visie patiënt helpt of hindert om
wereld te aanvaarden
P+2 Maatschappelijke Wijze waarop persoon zichzelf in brede
context maatschappelijke context ervaart —>
professionele ontplooiing, activiteiten
maatschappij, sociale relaties,…
Pathologie/gezondheid op niveau
maatschappelijke organisatie
P+1 Partner-, gezins- en Wijze waarop persoon zichzelf als speler in
, familierelaties nauwe en intieme relaties beschaouwd
Vaardigheden om relaties aan te gaan en te
onderhouden
Ziekte en gezondheid in dynamiek systeem
Psychisch P Het zelf/individu Bewustzijn, aandacht, waarneming, denken,
stemming, motivatie,…
veranderingen functies, indien hindering
functioneren = symptomen en vormen basis
om in syndromale samenhang te leiden tot
diagnose psychiatrisch ziektebeeld
Biologisch P-1 Functionele Functie van en connectiviteit tussen systemen
hersencircuits en
orgaansystemen
P-2 Neuronale en gliale Trofische toestand neuronen, celdegeneratie,
cellulaire R-densiteit en -functie en second messenger
mechanismen systemen
P-3 Genetische basis Variaties in genoom —> duplicaties, deleties,
studie van regio’s, genen repeat sequenties,
single nucleotide polymorfismen, etc in
verband gebracht met psychopathologie
Epigenetische patronen
Algemene beschrijving lagen
o Persoonsniveau = alle domeinen gaan evalueren en kijken welke functies veranderd
zijn —> diagnose volgens DSM-5
Waarom bepaalde functieproblemen? Functie? Systemen (limbisch, NT,
stressrespons,…)
Neuronen het probleem? Genetische variatie waardoor probleem?
o Verschillende lagen interageren en beïnvloeden elkaar —> epigenetisch en
methylatiepatronen kunnen stresskwetsbaarheid beïnvloed MAAR kunnen ook
beïnvloed worden door bv traumatische ervaringen eigen gezin
Sommige psychiaters gaan nog verder —> bv vrouw met depressie zelf niet ziek, maar
relatie met partner is ziek waardoor we relatie moeten gaan behandelen
o Ook bv iemand die zich maatschappelijk niet goed voelt
Depressie = vaak complex probleem —> verschillende redenen
o Zingeving = kijken of iemand nog zin heeft in het leven/dit kan vinden
Vereenvoudig interactief-gelaagd model bij depressie —> in interactie en afhankelijk van
waar probleem zit andere behandeling noodzakelijk
o Sociaal
P+3 = zingeving —> ziet zin van leven niet meer in
Gevoel voor “zin van het leven” versterken via existentiële therapie
P+2 = maatschappelijke context —> voelt zich waardeloos in samenleving
en niet gewaardeerd
R/ integratie in maatschappij bevorderen via herstelgerichte werking
P+1 = partner-, gezins- en familierelaties —> ernstige problemen in relatie
of gezin of VG ernstig misbruik of verwaarlozing
, R/ gezins- en relatietherapie
o Psychologisch (P) = het zelf/individu als persoon —> bepaalde persoonlijkheids-
kenmerken die maken dat hij/zij zich voortdurend angstig en bedreigd voelt
R/ individuele psychotherapie
o Biologisch
P-1 = functionele hersencircuits en orgaansystemen —> dysfunctie limbisch
systeem
R/ neuromodulatietechnieken
P-2 = neuronale en gliale cellulaire mechanismen —> serotonerge NT hypo-
actief
R/ antidepressiva
P-3 = genetische basis —> genetische variaties die kwetsbaarheid verhogen
en/of epigenetische veranderingen tgv trauma
Het psychiatrisch onderzoek: observatie en anamnese
Observatie = belangrijk —> psychiatrisch onderzoek begint in wachtzaal
o Hoe stappen ze? (Levendig vs eerder traag)
o Handgreep
o Hoe begroeting?
Uiterlijk —> uiterlijk conform of jonger dan kalenderleeftijd, verzorgd of onverzorgd,
bijzonderheden aan kleding, kapsel, make-up
Contactname —> wijze van begroeten, wederkerigheid contact, wel of geen contactgroei
tijdens gesprek
Houding —> vriendelijk, coöperatief, kil, prikkelbaar, joviaal, schuchter, gespannen,
dwingend, aanklampend, manipulerend, onderdanig
Klachtenpresentatie —> met gevoel, onverschillig, gedreven, belle indifference, emotieloos,
zakelijk, alsof het over iemand anders gaat
o Bv mensen die qua symptomen ernstig depressief zijn maar doen alsof er weinig aan
de hand is vs mensen die heel levendig vertellen maar doen alsof leven onleefbaar is
Veel afhankelijk van persoonlijkheid patiënt
Gevoelens/reacties bij onderzoeker —> neutraal, sympathie, medeleven, geamuseerd,
machteloosheid, irritatie, afstandelijkheid
o Belangrijk in te schatten hoe wij als arts patiënt ervaren
o Ook belangrijk hoe patiënt met omgeving omgaat —> hoe jij persoon ervaart
correleert waarschijnlijk ook met hoe omgeving patiënt ervaart
Anamnese psychiatrie = gelijkaardig aan anamnese somatische geneeskunde —> enkele
specifieke kenmerken
o Accent op subjectieve symptomen/beschrijving door patiënt over wat hij/zij ervaart
o Psychiatrisch onderzoek = observatie patiënt tijdens anamnese
o Symptoom-anamnese + sociale en biografische anamnese
o Instrument psychiater om patiënt te begrijpen = psychiater zelf
Interactie patiënt-psychiater = cruciaal voor juiste diagnose
Anamnese = 6 delen —> 3 afspraken om alles volledig in beeld te brengen
o Speciële anamnese = zorgvuldig bevragen hoofdklacht patiënt