Eleonoor Gholamalizad
H9 transcriptieregeling bij eukaryoten
Reden waarom sommige promotoren minder tot expressie komen is
doordat: is omdat die sequentie moeilijk gevonden wordt, meer afwijkt
van eigenlijke hoge affiniteitssequentie.
Regeling van genexpressie van transcriptie gebeurt ter hoogte van
promotor. In promotor zijn er verschillende consensus sequenties, elk van
deze sequenties kunnen herkend worden door verschillende eiwitten
samen ervoor instaan dat RNA-pol wordt gerekruteerd en kan starten met
transcriptie. Als sequenties ver van consensus eiwitten moeite om
promotor te vinden weinig RNA-pol gerekruteerd.
Bepaling chromosomen kaart van organisme:
- Klein bloedstaal je neemt witte bloedcellen je laat ze stoppen
in de metafase (waar chromosomen heel sterk gecondenseerd zijn)
cellen in hypotone buffer steken (lage zout conc) cellen gaan
veel zout opnemen openbarsten fixeren je kleurt de stof aan
(kleuren dmv Giemsa = bandenpatroon specifiek voor chromosoom
– A/T rijke gebieden)
- Zo kan men chromosoom kaarten vergelijken bij bvb genetische
aandoeningen
- Ontdekking translocaties
= uitwisselingen van chromosoomfragmenten
Door bv foutieve chromosoomfragmenten aan elkaar te lijmen na
dubbele strengbreuken
→ genexpressie thv translocatie is verstoord
→ coderend gedeelte komt onder controle van ander gen
→ onder invloed van promotor van WBC → heel actief = veel delen →
vaak oncogenen of tumorsuppresorgenen betrokken (→ kanker)
DNA in een normale cel: complex van DNA + eiwitten = chromatine
Lichtere delen in celkern: euchromatine
Donkerdere delen celkern: heterochromatine
- DNA is op een gecontroleerde manier verpakt: “beads on a string”
of een paternoster structuur. Deze structuur is DNA die steeds rond
een eiwitkern gebonden is.
, Moleculaire Biologie - Biomedische wetenschappen B1
Eleonoor Gholamalizad
Er zijn dus 8 verschillende histonen in DNA binnen de kern: H1, H2A, H2B,
H3 en H4 (er zijn 2 van elk behalve H1) octameer
- H2A zal associeren (dimeriseren) met een H2B en een H3 met een
H4.
- Deze histonen (behalve H1) zijn positief geladen (heel veel
histidines, lysines, arginines) goede interacties omdat DNA
negatief geladen is (door het fosfaat)
- H1 zit niet in het histon maar is wel met het DNA associeert net als
het binnen en buiten de nucleus komt.
Histon: losse eiwitten
Nucleosoom: groepje histonen waar DNA omheen is gewikkeld
Chromatine: lange keten nucleosomen die in elkaar zijn gedraaid +
opgevouwen
Hoe gaan histonen in het nucleosoom zitten?
histon heeft specifieke structuur: histonfold bestaat uit 3 alfa helices
(waarvan middelste iets langer is) deze 3 a helices gaan met elkaar
associeren doordat de kleineren boven op de groteren gaan liggen
- Verschillende histonen gaan met elkaar interageren doordat lange
alfa helix van 1 histon gaat schuiven tussen de kleine alfa helices
van ander histon dit noemt men een “handshake structuur” (zie
foto op pagina 1)
Pakking van chromatine → doel = DNA korter maken zodat het in de kern
past
- Rond nucleosomen (zie vorige pagina)
- Nucleosomen stapelen
→ nucleosoom langs opzij bekijken: spie vorming → ene naast
andere → blijven stapelen → solenoïde = cirkelvormige beweging
naar opzij
→ solenoïde heeft doormeter van 30 nm