• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 114 pages
Summary

Menselijke Genetica - Samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 114 pages

Deze samenvatting behandelt vak Menselijke Genetica aan de Universiteit Antwerpen. Dit document is ideaal voor het volgen van lessen en examenvoorbereiding, met duidelijke schema's en stap-voor-stap uitleg van complexe biologische processen.

Content preview

1. Genetische regulatie
1.1. Overzicht
❥ We hebben twee soorten van genregulatie
❣ Cis acting: regulerend stukje DNA/RNA ligt op dezelfde streng als hetgeen dat het reguleert
⤷ Reguleert op mRNA niveau via 5’ en 3’ UTR
⤷ Wordt gebonden door trans activerende eiwitten en
miRNA’s
⤷ Veel voorkomend; vooral miRNA binding op 3’ UTR
⤷ Reguleert 1 gen of allel
⤷ Bv.: de promotor, de enhancer
❣ Trans acting: regulerend stukje RNA/eiwit dat diffundeert van buitenaf (en dus niet op dezelfde streng ligt
dan het reguleert)
⤷ Eiwit of RNA migreert door diffusie en reguleert dus op
(lange) afstand
⤷ Bindt op regulatorisch element (een korte DNA-sequentie)
⤷ Reguleert beiden allelen van een gen
⤷ Kan meerdere genen tegelijkertijd reguleren
❣ Regulatie is altijd een combinatie van zowel cis als trans acting regulatie/regulatoren
⤷ Vb.1: enhancer (cis) en transcriptiefactor (trans) die erop bindt
⤷ Vb.2: miRNA bindende sequentie (cis) en miRNA (trans) die erop bindt

Oranje: cis acting regulatoren
In mRNA liggen deze in de 5’ en 3’ UTR
Groen: een eiwit, een trans acting
regulator (niet alle eiwitten zijn dat)
miRNA (rood) (trans acting regulator)


1.2. de promotor, enhancer en silencer
De promotor
❥ = sequentie waaraan RNA-polymerase II bindt om nadien een groot transcriptiecomplex te vormen
❥ Net achter de promotor ligt de transcriptiestartplaats
❥ De promotor sequentie = een cis-acting sequentie van 70-100 bp lang
❥ Componenten van de promotor (niet alles hoeft aanwezig te zijn voor de transcriptie):
❣ BRE: transciption factor IIB (TFIIB) recognizing
element
❣ TATA box: TATA A/T AA G/A sequentie
❣ Inr: initiator element (bindt aan RNA-
polymerase II)
❣ DPE: downstream core promotor element
(herkent door TFII)




P a g i n a 1 | 12

,Enhancer, silencer, boundaries en transcriptiefactoren
❥ Cis-sequenties van 4-9 bp lang en zowel up- als downstreams
❥ Enhancer: versterken de genexpressie + kunnen ver liggen van de promotor
❥ Silencer: onderdrukken de genexpressie




❥ Boundary sequenties
❣ Aangereikt met CCCTC-binding proteins (vb. CTCF)
⤷ CTCF = zink finger insulator protein; bindt consensus sequentie met 3 repeats van CCCTC die de
interactie tussen promotor en enhancer kan beperken
❣ Insulator: blokkeren de interactie tussen enhancer en promotor door regulatorische eiwitten te binden
❣ Barrière elementen: zitten tussen euchromatine en heterochromatine en reguleren het in- en uitpakken
van DNA (en bepaald dus welke stukken euchromatine en
welke heterochromatine zijn)
❥ Transcriptiefactoren
❣ DNA-bindende eiwitten: binden cis-acting sequenties
❣ Zijn combinatorial; dit wil zeggen dat verschillende TF
tegelijkertijd sequenties kunnen binden
❣ Worden gemoduleerd door co-activatoren en -
repressoren die inwerken via eiwit-eiwit interacties

1.3. Topologically associating domains (TADs)
Overzicht
❥ = genomische regio’s/domeinen afgebakend door boundaries waarin
promotor-enhancer interacties plaatsvinden (vb. de zink-finger motief
zoals die hierboven is afgebeeld)
❥ Bij in- of uitpakking tot hetero-/euchromatine worden vaak volledige
domeinen in-/uitgepakt
❥ Interacties vanuit het domein naar
buiten toe lukt niet
❥ TAD’s zijn dus ook een functionele
unit van genen
❥ Inversies en deleties t.h.v. de boundaries kunnen leiden tot…
❣ Geen expressie van een bepaald gen (A): enhancer is door een
inversie verhuist naar een andere TAD
❣ Fusie van 2 TAD’s (B): de boundary is verwijderd geweest door een
deletie


P a g i n a 2 | 12

,Voorbeelden van DNA bindende motieven binnenin transcriptiefactoren
1. Zink-finger motief: herkent DNA-sequentie waar het op moet binden en heeft verschillende functies
❣ Het zink-ion stabiliseert d e eiwitvouwing door te reageren met histidine en cysteïne residu’s




2. Leucine-zipper motief
❣ Structuur waarbij in een α-helix, leucine aan 1 zijde van de helix zitten
❣ In een monomeer zitten deze aan 1 zijde
❣ In een dimeer zitten deze aan weerzijden van elkaar zodanig dat ze kunnen interageren
⤷ In DNA zullen ze binden met elkaar en over het DNA kruisen

1.4. RNA splicing en RNA-editing
RNA splicing




1. Specifieke nucleotide in de branch site (in het
intron) doet een nucleofiele aanval op de splice
donor (op de eerste nucleotide van het intron bij de
5’ splice site)
2. De laatste nucleotide van de exon doet een
nucleofiele aanval op de splice acceptor (op de
laatste nucleotide van het intron)
3. Resultaat; de exonen zijn gekoppeld aan elkaar en
het intron wordt afgesplitst van de mRNA streng

❥ Er bestaan ook cis-acting regulatorische RNA-
elementen van 6 bp lang die de splicing kunnen
beïnvloeden
❣ Twee soorten:
⤷ Splice enhancers: bevorderen splicing
⤷ Splice silencers: inhiberen splicing
❣ Kunnen zowel exonisch als intronisch zijn [ESX
en ISX, met X of E(nhancer) of (S(ilencer)]
❣ Reguleren splicing door in te werken op de splice
donor en splice acceptor
❣ Zorgen voor alternatieve splicing…




P a g i n a 3 | 12

, Alternatieve splicing
a) Normaal
b) Alternatieve donor (groen)
c) Alternatieve acceptor (groen)
d) Exon skipping (kan kiezen tussen 1 of 2, met 2 exon skipping)
e) Alternatieve exonen (kan kiezen tussen 1 of 2)
❥ De verschillende mogelijke transcripten die kunnen worden gevormd dankzij
alternatieve splicing worden isovormen genoemd
❥ Vaak worden specifieke transcripten gevormd per weefsel of bij bepaalde
ontwikkelingsstadia
1

2
1
2
❥ Voorbeelden van alternatieve splicing in de mens




± verwijst naar de mogelijkheid van de peptide om aan-/afwezig te zijn




Het CDKN2A-gen

❥ Uniek gen dat codeert voor 2 eiwitten
(tumor suppressoren)
❥ Doet aan alternatieve splicing om
verschillende isovormen te produceren




1.5. Trans-acting eiwitten: de regulatie van ijzer
❥ Regulatie is nodig zodanig dat de accumulatie van Fe2+/Fe3+ wordt vermeden welke toxisch is
❥ Hoe: door ferritine of transferrine te
reguleren
❣ Ferritine: stockeert overmaat aan ijzer
en voorkomt toxiciteit
❣ Transferrine: zorgt voor ijzer opname
en transport
❥ Regulatie gebeurt door trans-acting
elementen
❣ Reguleert de translatie (# eiwitten) maar niet de transcriptie (# mRNA) zodat regulatie snel kan optreden
❣ Regulatie gebeurt door IRE-BP (iron response element binding protein) welke binden op IRE in 5’ UTR (bij
ferritine) of 3 ‘UTR (bij transferrine)



P a g i n a 4 | 12

Document information

Study
Uploaded on
August 6, 2026
Number of pages
114
Written in
2024/2025
Type
Summary
$12.90

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
6
Followers
0
Items
39
Last sold
3 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions