Onderzoeksparadigma's, dataverzameling & kwaliteitscriteria
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Kwalitatief Onderzoek (WO/HBO, jaar 1/2), gebaseerd op algemeen aanvaarde kwalitatieve onderzoeksmethodologie
(bijvoorbeeld Baarda, Bleijenbergh, Mortelmans). Niet gebaseerd op één specifiek verplicht studieboek.
Inhoud: 1. Wat is kwalitatief onderzoek — 2. Onderzoeksparadigma's — 3. Interviews — 4. Observatie — 5.
Focusgroepen — 6. Coderen van data — 7. Validiteit en betrouwbaarheid — 8. Triangulatie — 9.
Onderzoeksethiek — 10. Begrippenlijst — 11. Oefenvragen
1. Wat is kwalitatief onderzoek?
Kwalitatief onderzoek is gericht op het diepgaand begrijpen van betekenissen, ervaringen en
processen, veelal via niet-numerieke data zoals tekst, beeld of gesproken taal, in tegenstelling tot
kwantitatief onderzoek, dat werkt met numerieke data en statistische generalisatie.
Kwalitatief onderzoek is met name geschikt wanneer een onderzoeksvraag zich richt op het 'hoe' en
'waarom' van een verschijnsel, in plaats van op het meten van de omvang of frequentie ervan.
Doordat kwalitatief onderzoek doorgaans met kleinere steekproeven werkt, ligt de nadruk op
diepgang in plaats van generaliseerbaarheid naar een bredere populatie.
, 2. Onderzoeksparadigma's
Een onderzoeksparadigma is een fundamenteel stelsel van aannames over de aard van de
werkelijkheid (ontologie) en hoe kennis daarover verkregen kan worden (epistemologie), dat de
keuzes binnen een onderzoek stuurt.
Paradigma Kernaanname
Positivisme Er bestaat één objectieve werkelijkheid die door onderzoek kan worden ontdekt,
onafhankelijk van de onderzoeker
Interpretivisme/constructivisme Werkelijkheid wordt sociaal geconstrueerd en is afhankelijk van perspectief;
onderzoek richt zich op het begrijpen van betekenisgeving
Kritisch paradigma Onderzoek is gericht op het blootleggen en veranderen van
machtsverhoudingen en ongelijkheid
Kwalitatief onderzoek wordt vaker geassocieerd met het interpretivistische paradigma, omdat het
primair gericht is op het begrijpen van subjectieve betekenisgeving, in plaats van het objectief meten
van een vooraf gedefinieerde werkelijkheid.