Franse Grammatica: Werkwoorden en Tijden
Présent, passé composé, imparfait & futur simple
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Frans (HAVO/VWO onderbouw en bovenbouw). De inhoud behandelt algemeen aanvaarde Franse
grammaticaregels en is niet gebaseerd op één specifiek verplicht studieboek.
Inhoudsopgave
1. Regelmatige werkwoorden op -er
2. Regelmatige werkwoorden op -ir en -re
3. Onregelmatige werkwoorden: être en avoir
4. Onregelmatige werkwoorden: aller en faire
5. Le passé composé: vorming
6. Le passé composé: avoir of être?
7. L'imparfait
8. Le futur simple
9. Persoonlijke voornaamwoorden
10. Ontkenningen
11. Begrippenlijst
12. Oefenvragen met antwoorden
, 1. Regelmatige werkwoorden op -er
De meeste Franse werkwoorden eindigen op -er. Om deze te vervoegen in de tegenwoordige tijd (le
présent), haal je de uitgang -er weg (dit geeft de stam) en voeg je de juiste uitgang toe.
Persoon Uitgang Voorbeeld (parler)
je -e je parle
tu -es tu parles
il/elle/on -e il parle
nous -ons nous parlons
vous -ez vous parlez
ils/elles -ent ils parlent