Duitse Grammatica: Naamvallen en Werkwoorden
Der/die/das, de vier naamvallen & werkwoordvervoeging
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Duits (HAVO/VWO onderbouw en bovenbouw). De inhoud behandelt algemeen aanvaarde Duitse
grammaticaregels en is niet gebaseerd op één specifiek verplicht studieboek. De naamvaltabellen zijn
geverifieerd tegen actuele bronnen.
Inhoudsopgave
1. Der, die, das: geslacht van zelfstandige naamwoorden
2. Wat zijn naamvallen?
3. De lidwoorden in alle vier de naamvallen
4. De ein-groep (bezittelijke voornaamwoorden)
5. Wanneer gebruik je welke naamval?
6. Voorzetsels met een vaste naamval
7. Wechselpräpositionen
8. Persoonlijke voornaamwoorden
9. Werkwoordvervoeging: tegenwoordige tijd
10. Het Perfekt (voltooide tijd)
11. Begrippenlijst
12. Oefenvragen met antwoorden
, 1. Der, die, das: geslacht van zelfstandige naamwoorden
In het Duits heeft elk zelfstandig naamwoord een grammaticaal geslacht: mannelijk (der), vrouwelijk
(die) of onzijdig (das). Anders dan in het Nederlands (de/het) is dit geslacht in het Duits vaak niet
logisch af te leiden en moet het per woord worden geleerd.
In het meervoud gebruikt het Duits voor alle geslachten dezelfde vorm: 'die' (bijvoorbeeld: die Kinder,
die Bücher, die Frauen).