Ontwikkelingspsychologie:
oefenvragen
1. Van wie is de psychoanalytische theorie: Freud
2. Van wie in de psychosociale theorie?: Erikson
3. Wie beschreef de klassieke conditionering?: Watson
4. Wie beschreef de operante conditionering?: Skinner
5. Welke psycholoog wordt gekoppeld aan de sociaal-cognitieve
leertheorie?-
: Bandura
6. Van wie is de cognitieve ontwikkelingspsychologie?: Piaget
7. Van wie is het bio-ecologisch model?: Bronfenbrenner
8. Van wie is de socioculturele theorie?: Vygotsky
9. Freud: welk stadium hoort bij de geboorte tot 12-18 maanden?:
Oraal
10. Freud: welk stadium hoort bij 12-18 maanden tot 3 jaar?:
Anaal
11. Freud: Wel stadium hoort bij 3 tot 5-6 jaar?: Fallisch
12. Freud: Welk stadium hoort bij 5-6 jaar tot adolescentie?:
Latentie
13. Freud: Welk stadium hoort bij adolescentie tot
volwassenheid?: Genitaal
14. Erikson: welk stadium hoort bij geboorte tot 12-18
maanden?: vertrouwen vs wantrouwen
15. Erikson: welk stadium hoort bij 12-18 maanden tot 3 jaar?:
autonomie vs schaamte en twijfel
16. Erikson: welk stadium hoort bij 3 tot 5-6 jaar?: initiatief vs schuld
17. Erikson: welk stadium hoort bij 5-6 jaar tot adolescentie?: vlijt vs
minderwaardigheid
18. Erikson: welk stadium hoort bij adolescentie?: identiteit vs
identiteitsverwarring
19. Erikson: welk stadium hoort bij eerste volwassenheid?: intimiteit
vs isolement
20. Erikson: welk stadium hoort bij volwassenheid?: generativiteit vs
stagnatie
21. Erikson: welk stadium hoort bij rijpheid?: integriteit vs wanhoop
, Ontwikkelingspsychologie:
oefenvragen
22. Piaget: welk stadium hoort bij geboorte tot 2 jaar?:
sensomotorisch
23. Piaget: welk stadium hoort bij 2 tot 7 jaar?: pre-operationeel
24. Piaget: welk stadium hoort bij 7 tot 12 jaar?: concreet operationeel
25. Piaget: welk stadium hoort bij 12 jaar tot volwassenheid?:
formeel operationeel
26. Bronfenbrenner: welke 5 omgevingsniveau's omschrijft hij?:
microsysteem, mesosysteem, exosysteem, macrosysteem en chronosysteem.
27. microsysteem: dagelijkse, directe omgeving waarin kinderen leven.
, Ontwikkelingspsychologie:
oefenvragen
28. mesosysteem: connecties tussen verschillende aspecten van het microsysteem (dus
bijvoorbeeld door het te linken met het microsysteem van directe omgeving).
29. exosysteem: algemenere invloeden als sociale instituties.
30. macrosysteem: overkoepelende culturele invloeden waaraan een individu
blootstaat.
31. chronosysteem: alle andere systemen, denk aan normatieve en niet normatieve
gebeurtenissen die door de tijd heen gebeuren.
32. Welke 4 principes van groei omschrijft het boek?: Cefalocaudaal principe,
proximodistaal principe, principe van hiërarchische integratie en principe van onafhankelijkheid
van systemen.
33. Welke 4 reflexen heeft een baby vanaf de geboorte?: schrikreflex,
knipperreflex, zuigreflex en kokhalsreflex
34. Welke reflex ontwikkeld zich na de geboorte als eerste?:
zoekreflex
35. Welke 8 type intelligenties heeft Gardner omschreven in zijn
theorie van meervoudige intelligenties?: Muzikale, Lichamelijke, Logisch-mathematische,
taalkundige, ruimtelijke, interpersoonlijke, intrapersoonlijke en natuurlijke.
36. Tussen welke IQ-scores wordt een mens als zwakbegaafd
bestempeld?: -
71-84
37. Tussen welke IQ-scores wordt een mens licht zwakzinnig
genoemd?: 50 - 55 tot 70
38. Tussen welke IQ-scores wordt een mens matig zwakzinnig
genoemd?: 35 - 40 tot 50 - 55
39. Tussen welke IQ-scores wordt een mens ernstig zwakzinnig
genoemd?: 20 - 25 tot 35 - 40
40. Bij welke IQ-scores wordt een mens diep zwakzinnig genoemd?:
minder dan 20
- 25
41. welke 4 vormen van zelfbeeld worden benoemd bij de
kindertijd?: intellectueel, sociaal, emotioneel en fysiek
42. welke 5 stappen omschrijft Dodge bij sociale
probleemoplossing?: vinden van relevante sociale aanwijzingen, interpreteren en evalueren
oefenvragen
1. Van wie is de psychoanalytische theorie: Freud
2. Van wie in de psychosociale theorie?: Erikson
3. Wie beschreef de klassieke conditionering?: Watson
4. Wie beschreef de operante conditionering?: Skinner
5. Welke psycholoog wordt gekoppeld aan de sociaal-cognitieve
leertheorie?-
: Bandura
6. Van wie is de cognitieve ontwikkelingspsychologie?: Piaget
7. Van wie is het bio-ecologisch model?: Bronfenbrenner
8. Van wie is de socioculturele theorie?: Vygotsky
9. Freud: welk stadium hoort bij de geboorte tot 12-18 maanden?:
Oraal
10. Freud: welk stadium hoort bij 12-18 maanden tot 3 jaar?:
Anaal
11. Freud: Wel stadium hoort bij 3 tot 5-6 jaar?: Fallisch
12. Freud: Welk stadium hoort bij 5-6 jaar tot adolescentie?:
Latentie
13. Freud: Welk stadium hoort bij adolescentie tot
volwassenheid?: Genitaal
14. Erikson: welk stadium hoort bij geboorte tot 12-18
maanden?: vertrouwen vs wantrouwen
15. Erikson: welk stadium hoort bij 12-18 maanden tot 3 jaar?:
autonomie vs schaamte en twijfel
16. Erikson: welk stadium hoort bij 3 tot 5-6 jaar?: initiatief vs schuld
17. Erikson: welk stadium hoort bij 5-6 jaar tot adolescentie?: vlijt vs
minderwaardigheid
18. Erikson: welk stadium hoort bij adolescentie?: identiteit vs
identiteitsverwarring
19. Erikson: welk stadium hoort bij eerste volwassenheid?: intimiteit
vs isolement
20. Erikson: welk stadium hoort bij volwassenheid?: generativiteit vs
stagnatie
21. Erikson: welk stadium hoort bij rijpheid?: integriteit vs wanhoop
, Ontwikkelingspsychologie:
oefenvragen
22. Piaget: welk stadium hoort bij geboorte tot 2 jaar?:
sensomotorisch
23. Piaget: welk stadium hoort bij 2 tot 7 jaar?: pre-operationeel
24. Piaget: welk stadium hoort bij 7 tot 12 jaar?: concreet operationeel
25. Piaget: welk stadium hoort bij 12 jaar tot volwassenheid?:
formeel operationeel
26. Bronfenbrenner: welke 5 omgevingsniveau's omschrijft hij?:
microsysteem, mesosysteem, exosysteem, macrosysteem en chronosysteem.
27. microsysteem: dagelijkse, directe omgeving waarin kinderen leven.
, Ontwikkelingspsychologie:
oefenvragen
28. mesosysteem: connecties tussen verschillende aspecten van het microsysteem (dus
bijvoorbeeld door het te linken met het microsysteem van directe omgeving).
29. exosysteem: algemenere invloeden als sociale instituties.
30. macrosysteem: overkoepelende culturele invloeden waaraan een individu
blootstaat.
31. chronosysteem: alle andere systemen, denk aan normatieve en niet normatieve
gebeurtenissen die door de tijd heen gebeuren.
32. Welke 4 principes van groei omschrijft het boek?: Cefalocaudaal principe,
proximodistaal principe, principe van hiërarchische integratie en principe van onafhankelijkheid
van systemen.
33. Welke 4 reflexen heeft een baby vanaf de geboorte?: schrikreflex,
knipperreflex, zuigreflex en kokhalsreflex
34. Welke reflex ontwikkeld zich na de geboorte als eerste?:
zoekreflex
35. Welke 8 type intelligenties heeft Gardner omschreven in zijn
theorie van meervoudige intelligenties?: Muzikale, Lichamelijke, Logisch-mathematische,
taalkundige, ruimtelijke, interpersoonlijke, intrapersoonlijke en natuurlijke.
36. Tussen welke IQ-scores wordt een mens als zwakbegaafd
bestempeld?: -
71-84
37. Tussen welke IQ-scores wordt een mens licht zwakzinnig
genoemd?: 50 - 55 tot 70
38. Tussen welke IQ-scores wordt een mens matig zwakzinnig
genoemd?: 35 - 40 tot 50 - 55
39. Tussen welke IQ-scores wordt een mens ernstig zwakzinnig
genoemd?: 20 - 25 tot 35 - 40
40. Bij welke IQ-scores wordt een mens diep zwakzinnig genoemd?:
minder dan 20
- 25
41. welke 4 vormen van zelfbeeld worden benoemd bij de
kindertijd?: intellectueel, sociaal, emotioneel en fysiek
42. welke 5 stappen omschrijft Dodge bij sociale
probleemoplossing?: vinden van relevante sociale aanwijzingen, interpreteren en evalueren