Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 42 pages
Summary

Samenvatting Moleculaire Biologie Leerdoelen Deeltoets 2

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 42 pages

(Bijna) alle leerdoelen uitgewerkt voor deeltoets 2 van het vak moleculaire biologie aan de UU.

Content preview

Moleculaire Biologie Deeltoets 2

Leerdoelen les 4
H7. Cel structuur en functie
• Studenten kunnen het verschil aangeven tussen een eukaryotische cel en een prokaryotische cel.
Prokaryotische cel: geen kern, DNA in nucleoid, geen
membraan omgeven organellen, domein Bacteriën en Archaea

Eukaryotische cel: DNA in kern omgeven door dubbel
membraan, membraan omgeven organellen, over algemeen
groter


• De studenten kunnen de verschillende organellen nucleus (met nucleaire lamina), ribosomen, glad
ER, ruw ER, Golgi apparaat, endosomen, lysosomen, vacuoles, mitochondria, chloroplasten,
peroxisomen benoemen en weten wat hun functie is.




Functies:
- Nucleus (celkern): bevat merendeel van de genen
- Ribosomen: eiwit-fabriekjes; maken eiwitten in het cytosol en op het ER-membraan
- Glad ER: geen ribosomen; synthese van lipiden, metabolisme koolhydraten, opslag calcium ionen,
ontgifting
- Ruw ER: oppervlakte gebonden door ribosomen; synthese van secretie eiwitten en
membraaneiwitten, modificatie van eiwitten, productie membranen, distributie transport blaasjes
- Golgi apparaat: distributie centrum; modificeren producten van ER, productie macromoleculen
zoals polysachariden
- Endosomen: voornamelijk betrokken bij het reguleren van de handel in eiwitten en lipiden in de cel
- Lysosomen: blaasje hydrolytische enzymen die macromoleculen afbreken; betrokken bij fagocytose,
autofagie
- Vacuoles: grote blaasjes afkomstig van endomembraan systeem; contractiele vacuoles, voedsel
vacuole, centrale vacuole
- Mitochondria: omzetten van chemische energie brandstof -> ATP
- Chloroplasten: bevatten groen pigment chlorofyl, enzymen en moleculen nodig voor fotosynthese
- Peroxisomen: een gespecialiseerd metabool compartiment; enzymen die waterstof atomen
verwijderen van substraten, produceren daarbij waterstofperoxide

• De studenten weten welke eiwitten gesynthetiseerd worden aan vrije ribosomen en welke aan
membraan gebonden ribosomen.
De eiwitten die worden gemaakt in vrije ribosomen, functioneren meestal binnen het cytosol,
bijvoorbeeld een enzym dat een stap in de glycolyse katalyseert. Ribosomen aan het
endoplasmatisch reticulum zijn betrokken bij de synthese van membraaneiwitten, eiwitten die
verpakt moeten worden (zoals lysozymen) en bij eiwitten die aan het externe milieu van de cel

,worden afgegeven (exocytose). Cellen die zich specialiseren in eiwitsecretie, zoals alvleeskliercellen
die spijsverteringsenzymen afscheiden, hebben vaak zeer veel gebonden ribosomen.

• Studenten weten waar plasmamembraan eiwitten gesynthetiseerd worden en hoe ze op hun plaats
van bestemming komen.
?

• Studenten weten waar eiwitten geglycosyleerd kunnen worden.
Eiwitten worden geglycosyleerd in het ER

• Studenten weten wat het endomembraan systeem inhoudt en welke organellen ertoe behoren.
Het endomembraan systeem (de membranen binnen een cel), is de verzameling van (door
membranen omgeven) compartimenten of organellen binnen een eukaryote cel. Het geheel (de cel)
wordt begrensd door een uit een fosfolipide dubbellaag gevormd celmembraan.

Onderdelen: plasmamembraan, celkern, vacuoom (ER, golgiapparaat, lysosomen, vacuoles en
vesikels)

• De studenten kennen de begrippen fagocytose en autofagie.
Fagocytose: lysosoom fuseert met ge-endocyteerde voedsel vacuole en breekt moleculen af
Autofagie: lysosoom fuseert met vesicle met beschadigd organel

• De studenten weten de functie van het lysosoom en hoe de lysosomale enzymen daar terecht
komen.
Lysosomen zorgen voor de afbraak van macromoleculen. De lysosomale enzymen worden
gesynthetiseerd door membraan gebonden ribosomen in het ER. Er zijn primaire en secundaire
lysosomen. Primaire lysosomen worden gevormd door het ruwe ER en secundaire lysosomen worden
gevormd door het gladde ER.

• De studenten weten hoe er in het trans-Golgi eiwitten gesorteerd worden.
Het Golgi-systeem ligt rond de celkern en ontvangt aan zijn cis-zijde eiwitten die in het ruw
endoplasmatisch reticulum gemaakt zijn. Aan de trans-zijde levert het organel chemisch aangepaste
en gesorteerde eiwitten af.
Eiwitten komen aan de cis-kant in het eerste lumen terecht, vervolgens stappen de eiwitten in een
vesicle en worden naar de tweede Golgi-plak gebracht. Enzovoort, tot de eiwitten aan de voorkant
uit het Golgi-systeem komen.

• Studenten weten de functie van het cytoskelet en dat deze uit drie belangrijke structuren bestaan
(microtubuli, microfilamenten en intermediate filamenten).
Functies cytoskelet:
-> Organisatie cel structuren en activiteiten
-> Vorm cel behouden
-> Interactie met motor-eiwitten voor transport en cel beweging
De die belangrijke structuren: microtubuli, microfilamenten en intermediate filamenten.

• Studenten kunnen aangeven wat de belangrijkste functies zijn van de drie cytoskelet elementen en
hoe deze zijn opgebouwd.
Microtubuli (Tubuline):
Functies: celvorm, organel transport, chromosoom uit elkaar trekken (deling)
Opbouw: + en – uiteinde (geen lading), + uiteinde groeit en krimpt sneller

,Microfilamenten (Actine):
Functies: celvorm en beweging, spiercontractie, cytoplasma stroming (plant)
Opbouw: actine, met motor eiwit myosine

Intermediate filamenten:
Functies: celvorm, lokalisatie organellen
Opbouw: vezelachtige eiwitten, als kabels gedraaid




• Studenten weten dat planten cellen (en schimmels) een celwand hebben, en dierlijke cellen een
extracellulaire matrix die helpt bij ondersteuning adhesie, beweging en regulatie.
^^^

• Studenten weten het verschil tussen plasmodesmata, tight junctions, desmosomen en gap
junctions.
- Plasmodesmata: kanaaltje voor water, moleculen en (soms) RNA -> planten
- Tight junctions: voorkomt lekkage tussen cellen
- Desmosomen: ankers tussen cellen
- Gap junctions: kanaaltjes (vergelijkbaar met plasmodesmata in plantencellen)

H8. Cel membranen
• Studenten weten hoe cellulaire membranen opgebouwd zijn.




• De studenten weten dat membranen vloeibaar zijn, waarin o.a. temperatuur en verschillende
componenten in het membraan een rol spelen in de vloeibaarheid van het membraan.
^^^

, • Studenten weten dat een membraan bestaat uit twee monolagen. Zij weten dat de lipiden
samenstelling tussen de twee monolagen verschilt

-> Membranen hebben een verschillende binnen- en buitenzijde
- Blauw (binnenzijde): ER-lumen, in Golgi en transport blaasjes
en extracellulair
- Roze (buitenzijde): cytosol zijde




• Studenten weten dat de monolaag die gelegen is aan de kant van
het ER lumen, in principe gelijk is aan de monolaag die in de
plasmamembraan in verbinding staat met de exoplasmatische
ruimte.
^^^

• Studenten kunnen aangeven dat membranen carbohydrates (of glycolipiden of glyco-eiwitten)
kunnen bevatten die bv belangrijk zijn bij cel-cel herkenning en weten in welke monolaag die liggen.
- Cellen herkennen elkaar vaak via het binden aan moleculen met suikers op de buitenzijde van de cel
-> Glycoproteïnen
-> Glycolipiden
- De suikers op cellen zijn vaak verschillend tussen soorten, individuen en celtypen

• Studenten weten dat de structuren van membranen leiden tot selectieve permeabiliteit, en dat er
moleculen in het membraan zijn die zorgen voor transport van bepaalde moleculen over het
membraan.
- Plasmamembraan is selectief permeabel
- Eigenschappen die bepalen of iets door een membraan kan diffunderen:
-> Grootte
- Hoe kleiner hoe makkelijker
-> Polariteit/lading
- Polair geladen -> niet
- Apolair (en ongeladen) -> mogelijk

- Transport eiwitten kunnen hydrofiele stoffen de membraan laten passeren
-> Kanaal eiwitten hebben een hydrofiel kanaal waar specifieke moleculen kunnen passeren
-> Bv. Aquaporine voor water

• Studenten weten het verschil tussen vergemakkelijkt transport, ion kanalen, actief transport, co-
transport en bulk transport via exocytose en fagocytose.
- Vergemakkelijkt diffusie: transport eiwit nodig
- Diffusie: geen eiwitten betrokken
- Actief transport: door carrier eiwit, bv. Na-K-pomp
- Co-transport: actief transport van stof drijft indirect het transport van andere stof
- Exocytose: transport blaasjes fuseren met membraan en inhoud komt in extracellulaire ruimte
- Fagocytose: cel neemt deeltje op in een vacuole, vacuole fuseert met lysosoom om inhoud te
verteren

Connected book
 image
Neil A. Campbell, Lisa A. Urry Biology
Publisher: mei 2020 ISBN: 9781292341637 Edition: 12

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
June 24, 2021
Number of pages
42
Written in
2020/2021
Type
Summary
$7.65

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
L66
4.2
(21)
Sold
146
Followers
89
Items
14
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions