Bedrijfswetenschappen:
Fiscaliteit
1. Geef de 3 kenmerken voor een aangifte van een eenmanszaak.: 1)
Jaarlijks.
2) Personenbelasting.
3) Via tax-on-web
2. Wat is het inkomstenjaar?: Jaar van inkomsten = huidig jaar - 1
3. Wat is het aanslagjaar?: Jaar van aangifte = huidig jaar
4. Wat is een afrekening of bezwaarschrift?: Een terugtrekking van een bedrag of
een bijbetaling aan de fiscus = huidig jaar + 1
5. Welke 4 soorten inkomsten zijn er?: 1) Beroepsinkomsten (loon, pensioen,
uitkering)
2) Inkomsten roerende goederen (dividenden en intresten)
3) Inkomsten onroerende goederen (huur en kadastraal inkomen)
4) Diverse inkomsten (vergoeding geven cursus, allimentatiegeld,...)
6. Wat houdt een voorheffing in?: Een ining van belastingen die op voorhand
gebeurd.
7. Wat houdt een voorafbetaling in?: Een betaling aan de fiscus die op voorhand
werd gedaan.
8. Op wat worden belastingen berekend en wat houdt dat in?: Op het
totaal netto belastbaar inkomen of de grondslag, dit houdt de som van alle inkomsten -
beroepskosten en andere aftrekposten in.
9. Wat zijn de 3 voorwaarden voor de aftrekbare beroepskosten?: 1)
Kost is voor beroepsactiviteit om belastbaar inkomen te verwerven.
2) De kost is belast/gedragen in jaar dat ze je in aftrek wil nemem.
3) Je hebt een bewijs dat deze kost afgetrokken mag worden. (facturen, bonnetjes, overeenkomsten,...)
10. Welke 4 beroepskosten zijn beperkt of gedeeltelijk
aftrekbaar en voor ho-eveel %?: 1) Autokosten (afhankelijk van CO2 uitstoot).
2) Restaurantkosten (69% aftrekbaar mits beroepsactiviteit).
3) Relatiegeschenken/representatie kosten (50% aftrekbaar).
4) Huisvestigingskosten (% van het onroerende goed voor beroepsactiviteit)
11. Geef 3 beroepskosten die volledig aftrekbaar zijn.: 1) Sociale
bijdragen.
2) Premie vrij aanvullend pensioen.
3) Verzekering.
1/
7
, Bedrijfswetenschappen:
Fiscaliteit
12. Geef 2 beroepskosten die niet aftrekbaar zijn.: 1) Geldboete
2) Bepaalde belastingen
2/
7
Fiscaliteit
1. Geef de 3 kenmerken voor een aangifte van een eenmanszaak.: 1)
Jaarlijks.
2) Personenbelasting.
3) Via tax-on-web
2. Wat is het inkomstenjaar?: Jaar van inkomsten = huidig jaar - 1
3. Wat is het aanslagjaar?: Jaar van aangifte = huidig jaar
4. Wat is een afrekening of bezwaarschrift?: Een terugtrekking van een bedrag of
een bijbetaling aan de fiscus = huidig jaar + 1
5. Welke 4 soorten inkomsten zijn er?: 1) Beroepsinkomsten (loon, pensioen,
uitkering)
2) Inkomsten roerende goederen (dividenden en intresten)
3) Inkomsten onroerende goederen (huur en kadastraal inkomen)
4) Diverse inkomsten (vergoeding geven cursus, allimentatiegeld,...)
6. Wat houdt een voorheffing in?: Een ining van belastingen die op voorhand
gebeurd.
7. Wat houdt een voorafbetaling in?: Een betaling aan de fiscus die op voorhand
werd gedaan.
8. Op wat worden belastingen berekend en wat houdt dat in?: Op het
totaal netto belastbaar inkomen of de grondslag, dit houdt de som van alle inkomsten -
beroepskosten en andere aftrekposten in.
9. Wat zijn de 3 voorwaarden voor de aftrekbare beroepskosten?: 1)
Kost is voor beroepsactiviteit om belastbaar inkomen te verwerven.
2) De kost is belast/gedragen in jaar dat ze je in aftrek wil nemem.
3) Je hebt een bewijs dat deze kost afgetrokken mag worden. (facturen, bonnetjes, overeenkomsten,...)
10. Welke 4 beroepskosten zijn beperkt of gedeeltelijk
aftrekbaar en voor ho-eveel %?: 1) Autokosten (afhankelijk van CO2 uitstoot).
2) Restaurantkosten (69% aftrekbaar mits beroepsactiviteit).
3) Relatiegeschenken/representatie kosten (50% aftrekbaar).
4) Huisvestigingskosten (% van het onroerende goed voor beroepsactiviteit)
11. Geef 3 beroepskosten die volledig aftrekbaar zijn.: 1) Sociale
bijdragen.
2) Premie vrij aanvullend pensioen.
3) Verzekering.
1/
7
, Bedrijfswetenschappen:
Fiscaliteit
12. Geef 2 beroepskosten die niet aftrekbaar zijn.: 1) Geldboete
2) Bepaalde belastingen
2/
7