Examenvragen Bank- en
Financiewezen
1. HS1: Ontstaan en ontwikkeling van het geldwezen:
2. Waarom bestaat geld? Welke problemen lost geld op?: Geld vervult 3
functies: ruilmid-del, rekeneenheid, koopkrachtreserve. Door geld verdwijnt de nood aan een
"double coincidence of wants" zoals bij ruilhandel, waardoor transactiekosten dalen en specialisatie
mogelijk wordt.
3. Kan crypto-activa dienen als conventioneel betaalmiddel?: In het
algemeen niet. Een conventioneel betaalmiddel moet functioneren als ruilmiddel, rekeneenheid en
koopkrachtreserve. Crypto-activa zijn zeer volatiel, waardoor ze deze functies niet genoeg vervullen.
Stablecoins zijn wel al stabieler, maar brengen nog steeds liquiditeits- en vertrouwensrisico's met zich
mee. Daarom worden crypto-activa vandaag vooral beschouwd als beleggingen en niet als volwaardige
munten.
4. Wat is een CBDC (digitale euro)? Wat zijn de voor- en nadelen?: Digitale
vorm vd nationale munt, uitgegeven door de centrale bank. => Voordelen: veilig publiek
betaalmiddel, snelle en goedkope betalingen, minder afhankelijk van private betaalmiddelen, sterkere
transmissie van monetair beleid. <=> Nadelen: banken kunnen deposito's verliezen, risico op bank
runs, privacy- en cybersecurityrisico's. => Digitale euro is een modern alternatief voor cash, maar
kan de rol van banken verzwakken.
5. HS2: Financiële intermediatie: Banken- en eurozonecrisis en
beleidsin-grepen:
6. Waarom bestaan banken eigenlijk?: Banken bestaan omdat financiële markten
worden gecon-fronteerd met asymmetrische informatie en transactiekosten. Banken beschikken
over schaalvoordelen, expertise in kredietanalyse en monitoring, waardoor ze spaarders en
kredietnemers eflciënter kunnen samenbrengen dan wanneer beide partijen rechtstreeks met elkaar
zouden handelen.
7. Heeft financiële ontwikkeling altijd een positief effect op
economische groei? Verklaar.: Financiële ontwikkeling stimuleert doorgans de
economische groei doordat spaargeld eflciënter wordt omgezet in investeringen. Vanaf een
bepaald niveau (krediet/BBP > 100%) kan het ettect echter negatief worden door misallocatie van
kapitaal, een te grote financiële sector en een grotere kwetsbaarheid voor financiële crisissen.
8. Waarom is asymmetrische informatie zo'n belangrijk probleem?:
Kredietnemers beschikken over meer informatie over hun risico dan kredietgevers. Dit leidt tot
adverse selection (risicovolle kredietnemers die leningen aanvragen) voor het afsluiten van een contract
, Examenvragen Bank- en
Financiewezen
en moral hazard (kredietnemers die meer risico nemen omdat de bank een deel vh risico draagt)
nadat het contract is afgesloten. Banken verminderen deze problemen via screening, monitoring en
waarborgen.
9. Wat is het essentiële verschil tussen een bail-out en een bail-in?
Wie moet er mogelijks opdraaien in geval van een bail-in?: Bail-in (="inkoop"):
Bank wordt in de eerste
, Examenvragen Bank- en
Financiewezen
plaats gered door haar aandeelhouders, dan de achtergestelde schuldeisers, dan de gewone
obligatiehouders en soms ook grote spaarders (meer dan 100 000 euro). De bank wordt dus van
binnenuit gered. Pas als deze middelen uitgeput zijn, kan een beroep gedaan worden op de bijdrage
van de staat, en dus de belastingbetaler. <=> Bail-out:
Redding op klassieke wijze, zoals in de financiële crisis in 2008. De banken worden meteen gered
met geld van de staat, en dus van de belastingbetaler. In België gebeurde dit met Dexia, Fortis en
KBC. De bank wordt dus van buitenuit gered.
10. Wat is het Next Generations EU fonds?: NGEU: Opgericht na COVID-crisis
om economomisch herstel in EU te ondersteunen. Heeft een omvang van ongeveer 750 miljard
euro, gefinancierd door de Europese Commissie via gezamenlijke schuldemissie op de kapitaalmarkten.
De middelen worden verdeeld via een combinatie van subsidies en leningen aan lidstaten.
Investeringen zijn vooral gericht op digitalisering, economische hervormin-gen en de groene transitie.
Lidstaten moeten nationale herstelplannen indienen en de uitbetaling van middelen is gekoppeld aan
het behalen van afgesproken doelstellingen.
11. Wat is er nieuw aan NGEU?: EU ging voor het eerst op grote schaal
gezamenlijke schuld uitgeven om een economische crisis aan te pakken. Het vormt een
anticyclisch begrotingsbeleid op Europees niveau, de economie wordt tijdens een crisis ondersteund via
extra publieke investeringen. Er is sprake van risicoverdeling tussen lidstaten, omdat de schuld
gezamenlijk wordt gedragen. Hoewel het oflcieel tijdelijk is, vormt het een belangrijk precedent voor
toekomstige Europese crisismaatregelen. Leidde tot discussies tussen lidstaten, vooral bij "zuinige
landen" (Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden) die terughoudend stonden tov verdere financiële
integratie.
12. Waarom wil Europa een Capital Markets Union (CMU)?: Europa is
sterk afhankelijk van banken voor bedrijfsfinanciering, terwijl de VS veel meer gebruikmaakt van
aandelen- en obligatiemarkten. De CMU moet bedrijven alternatieve financieringsbronnen geven,
grensoverschrijdende investeringen stimuleren en de Europese economie minder afhankelijk maken
van banken.
13. Op welke 3 manieren kan de negatieve feedbackloop tussen
banken die obligaties van hun moederland aanhouden, en landen
met hoge schuldgraad waarvan de eigen banken grote schuldeiser
zijn, doorbroken worden?: De meest besproken voorbeelden van opties om de
bllotstelling van banken aan overheidsobligaties in eigen land te vermin-deren zijn: (1) Het opleggen
, Examenvragen Bank- en
Financiewezen
van hogere kapitaalvereisten voor het aanhouden van staatsobligaties door banken (deze zijn nu
vrijgesteld). (2) Concentratiebeperkingen voor het aanhouden van bankobligaties of diversificatieregels
voor staatsobligaties. (3) Beste oplossing: Veilig activum van de eurozone, nl. euro-obligaties als een
risicoloze belegging voor banken.
Financiewezen
1. HS1: Ontstaan en ontwikkeling van het geldwezen:
2. Waarom bestaat geld? Welke problemen lost geld op?: Geld vervult 3
functies: ruilmid-del, rekeneenheid, koopkrachtreserve. Door geld verdwijnt de nood aan een
"double coincidence of wants" zoals bij ruilhandel, waardoor transactiekosten dalen en specialisatie
mogelijk wordt.
3. Kan crypto-activa dienen als conventioneel betaalmiddel?: In het
algemeen niet. Een conventioneel betaalmiddel moet functioneren als ruilmiddel, rekeneenheid en
koopkrachtreserve. Crypto-activa zijn zeer volatiel, waardoor ze deze functies niet genoeg vervullen.
Stablecoins zijn wel al stabieler, maar brengen nog steeds liquiditeits- en vertrouwensrisico's met zich
mee. Daarom worden crypto-activa vandaag vooral beschouwd als beleggingen en niet als volwaardige
munten.
4. Wat is een CBDC (digitale euro)? Wat zijn de voor- en nadelen?: Digitale
vorm vd nationale munt, uitgegeven door de centrale bank. => Voordelen: veilig publiek
betaalmiddel, snelle en goedkope betalingen, minder afhankelijk van private betaalmiddelen, sterkere
transmissie van monetair beleid. <=> Nadelen: banken kunnen deposito's verliezen, risico op bank
runs, privacy- en cybersecurityrisico's. => Digitale euro is een modern alternatief voor cash, maar
kan de rol van banken verzwakken.
5. HS2: Financiële intermediatie: Banken- en eurozonecrisis en
beleidsin-grepen:
6. Waarom bestaan banken eigenlijk?: Banken bestaan omdat financiële markten
worden gecon-fronteerd met asymmetrische informatie en transactiekosten. Banken beschikken
over schaalvoordelen, expertise in kredietanalyse en monitoring, waardoor ze spaarders en
kredietnemers eflciënter kunnen samenbrengen dan wanneer beide partijen rechtstreeks met elkaar
zouden handelen.
7. Heeft financiële ontwikkeling altijd een positief effect op
economische groei? Verklaar.: Financiële ontwikkeling stimuleert doorgans de
economische groei doordat spaargeld eflciënter wordt omgezet in investeringen. Vanaf een
bepaald niveau (krediet/BBP > 100%) kan het ettect echter negatief worden door misallocatie van
kapitaal, een te grote financiële sector en een grotere kwetsbaarheid voor financiële crisissen.
8. Waarom is asymmetrische informatie zo'n belangrijk probleem?:
Kredietnemers beschikken over meer informatie over hun risico dan kredietgevers. Dit leidt tot
adverse selection (risicovolle kredietnemers die leningen aanvragen) voor het afsluiten van een contract
, Examenvragen Bank- en
Financiewezen
en moral hazard (kredietnemers die meer risico nemen omdat de bank een deel vh risico draagt)
nadat het contract is afgesloten. Banken verminderen deze problemen via screening, monitoring en
waarborgen.
9. Wat is het essentiële verschil tussen een bail-out en een bail-in?
Wie moet er mogelijks opdraaien in geval van een bail-in?: Bail-in (="inkoop"):
Bank wordt in de eerste
, Examenvragen Bank- en
Financiewezen
plaats gered door haar aandeelhouders, dan de achtergestelde schuldeisers, dan de gewone
obligatiehouders en soms ook grote spaarders (meer dan 100 000 euro). De bank wordt dus van
binnenuit gered. Pas als deze middelen uitgeput zijn, kan een beroep gedaan worden op de bijdrage
van de staat, en dus de belastingbetaler. <=> Bail-out:
Redding op klassieke wijze, zoals in de financiële crisis in 2008. De banken worden meteen gered
met geld van de staat, en dus van de belastingbetaler. In België gebeurde dit met Dexia, Fortis en
KBC. De bank wordt dus van buitenuit gered.
10. Wat is het Next Generations EU fonds?: NGEU: Opgericht na COVID-crisis
om economomisch herstel in EU te ondersteunen. Heeft een omvang van ongeveer 750 miljard
euro, gefinancierd door de Europese Commissie via gezamenlijke schuldemissie op de kapitaalmarkten.
De middelen worden verdeeld via een combinatie van subsidies en leningen aan lidstaten.
Investeringen zijn vooral gericht op digitalisering, economische hervormin-gen en de groene transitie.
Lidstaten moeten nationale herstelplannen indienen en de uitbetaling van middelen is gekoppeld aan
het behalen van afgesproken doelstellingen.
11. Wat is er nieuw aan NGEU?: EU ging voor het eerst op grote schaal
gezamenlijke schuld uitgeven om een economische crisis aan te pakken. Het vormt een
anticyclisch begrotingsbeleid op Europees niveau, de economie wordt tijdens een crisis ondersteund via
extra publieke investeringen. Er is sprake van risicoverdeling tussen lidstaten, omdat de schuld
gezamenlijk wordt gedragen. Hoewel het oflcieel tijdelijk is, vormt het een belangrijk precedent voor
toekomstige Europese crisismaatregelen. Leidde tot discussies tussen lidstaten, vooral bij "zuinige
landen" (Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden) die terughoudend stonden tov verdere financiële
integratie.
12. Waarom wil Europa een Capital Markets Union (CMU)?: Europa is
sterk afhankelijk van banken voor bedrijfsfinanciering, terwijl de VS veel meer gebruikmaakt van
aandelen- en obligatiemarkten. De CMU moet bedrijven alternatieve financieringsbronnen geven,
grensoverschrijdende investeringen stimuleren en de Europese economie minder afhankelijk maken
van banken.
13. Op welke 3 manieren kan de negatieve feedbackloop tussen
banken die obligaties van hun moederland aanhouden, en landen
met hoge schuldgraad waarvan de eigen banken grote schuldeiser
zijn, doorbroken worden?: De meest besproken voorbeelden van opties om de
bllotstelling van banken aan overheidsobligaties in eigen land te vermin-deren zijn: (1) Het opleggen
, Examenvragen Bank- en
Financiewezen
van hogere kapitaalvereisten voor het aanhouden van staatsobligaties door banken (deze zijn nu
vrijgesteld). (2) Concentratiebeperkingen voor het aanhouden van bankobligaties of diversificatieregels
voor staatsobligaties. (3) Beste oplossing: Veilig activum van de eurozone, nl. euro-obligaties als een
risicoloze belegging voor banken.