Introductie: filosoferen over seks(ualiteit)?
Inleiding
Filosofie over seksualiteit is ambigu
● filosofie als nadenken, reflecteren, onbelichaamd
● seksualiteit als lichamelijkheid, voelen
● maar er is een blijvende nood om na te denken over problemen, conflict, morele issues,
nieuwe uitdagingen door technologie → filosofie linken aan concrete maatschappelijke
issues en verandering
Wat is seksualiteit?
● lastig concept
○ subjectief, ervaring
○ nood om objectieve criteria te hebben in wetten en beleid
● beladen concept
○ gevaar, ziekte, zonde, egoïsme, onderdrukking, uitbuiting, geweld - metafysisch
pessimisme
○ welzijn, verbondenheid, gezondheid, liefde, zelfontplooiing - MF optimisme
Aandacht voor seksualiteit in westerse filosofie gegroeid sinds ‘seksuele revolutie’
Conceptuele debatten
Case: Lewinsky affaire (1998)
‘orale seks ≠ seks’ → ‘echte sesk’ = heteroseksuele coïtus → heteronormatief, androcentrisch
Greta Christina: wat is seks?
a. consent: verkrachting ≠ seks, = seksueel geweld
b. conceptueel kader voor m-v is anders dan voor v-v (maagdelijkheid) → voorbij binair
systeem
Kwaliteit en intensiteit
● Gray: seksueel genot is bepalende factor, dus alles kan seks zijn
● Lorde: weinig verschil tussen seks en poëzie, want gaat over dieper gevoel, ervaring
Macht
● erotiek
● pornografie: expliciete seksuele representaties voor opwinding, bepaalde ideeën over en
waardering van vrouwen
Verschillende definities van seks(ualiteit)
● positivisme: lichamelijk, fysiologisch
● sociaal-constructivisme: uitkomst van machtsstrijd, betekenis en context van macht
1
,Paradigma’s
● seksuologie: seks als algemeen, universeel gegeven
○ fysiologische, biologische, medische basis
○ positivistische benadering van seksuele feiten
○ heteronormatief perspectief met focus op reproductie
● sexuality studies: sociohistorisch, variabel gegeven
○ culturele variatie, sociale verhoudingen
○ interpretatieve benadering ifv context, reflexiviteit
○ pluralistische benadering: identiteitsvorming en machtsprocessen
⇒ sociaal constructivisme: focus op complexiteit en veranderlijkheid en impact van
socio-historische ontwikkelingen en tendenzen zoals seksisme, kolonialisme, industrialisering,
secularisering, individualisering, globalisering
⇔ niet ontkenning van biologie: biologie niet zien als primaire drijfveer, maar geheel aan
mogelijkheden voor bepaalde belevingen
Tot slot
● seksualiteit is moeilijk eenduidig te definiëren door verschillende praktijken, gevoelens,
belevingen
● bijzondere aandacht nodig ifv wetgeving, beleid, onderzoek
Ethische perspectieven
Ethisch: wat is (on)aanvaardbaar, (on)wenselijk, (on)rechtvaardig → het goede, wat hoort
⇔ esthetisch: aangenaam, bevredigend
⇔ existentieel: betekenisvol, draagt bij aan goed leven
Normatieve oordelen zijn beïnvloed door ontologische visie
a. Pessimisme: seksualiteit als (oncontroleerbare) drift, dierlijk, vulgair, zondig,
degraderend, dehumaniserend
● dominant in westerse geschiedenis, sinds oudheid aanwezig
● theologische visies, ook verlichtingsdenkers als Kant
● burgerlijk ideaal van zelfbeheersing, controle van het lichaam, sociale
respectabiliteit → basis voor gender, klasse en raciale differentiatie
● Augustinus: veroordeelt lust, enkel voor voortplanting, zo weinig mogelijk
b. Optimisme: positieve visie op erotische liefde of seksualiteit
● verbindende factor, bijdragen tot geluk en welzijn, ander ontmoeten
● intrinsieke waarde: niet louter ifv voortplanting of liefde
Ethische denkkaders
1. deontologie: regels, principes, plichten
2. consequentialisme: gevolgen van handeling itv geluk
3. deugdenethiek: goed eigenschappen, houding
2
,Natuurrechtelijke traditie
a. religieus: Thomas van Aquino
● natuurlijk = zoals schepper wil, Gods plan in menselijke anatomie → goed
● onnatuurlijk = gebruik van geslachtsorganen niet gericht op voortplanting → slecht
! Christine Gudorf: theologe met kritiek op androcentrische theologie: clitoris wijst op nut
van seks buiten voortplanting, vrouwelijk genot, holebi, positieve lust maar monogaam
b. seculier: Thomas Nagel
● natuurlijkheid: onderscheid mensen-dieren: menselijke psychologie met vermogen tot
intersubjectiviteit en wederzijdse erkenning
● natuurlijk = intersubjectief, vermogen tot wederkerigheid, relatie
● pervers = enkel subject of object: masturbatie, fetisjisme, exhibitionisme, sadisme,
masochisme
● pervers ≠ immoreel (ander schaden)
Kant: objectivering en dehumanisering
● moreel: autonomie van persoon respecteren
● seksualiteit degradeert menselijkheid omdat verlangen naar geslacht, niet naar persoon
● menselijkheid en morele seksualiteit is enkel mogelijk in huwelijk door bredere vorm van
wederkerigheid
Radicaal feminisme: seksualiteit is patriarchale constructie
● kritiek op seksuele objectivering
● kritiek op huwelijk als patriarchaal construct
Liberalisme: [consent]
● mens is soeverein over zichzelf in geest en lichaam → vrij om met lichaam te doen wat
hij wilt
○ zo lang anderen niet schaadt
○ zichzelf schaden mag
○ anderen schaden mag indien wederzijdse instemming
● tolerant voor verschillende vormen an seksualiteit: bdsm, prostitutie
● consent = noodzakelijke en voldoende voorwaarde als
1. wilsbekwaamheid: in staat om in te stemmen
2. afwezigheid van (directe, fysieke) dwang
3. volenti non fit iniuria: als toestemming geen onrecht
⇔ consent en onderdrukking
John Stuart Mill: over onderdrukking van vrouwen in burgerlijk huwelijkscontract
→ machtsverhouding mee in rekening nemen
● consent enkel geldig als iemand macht heeft om nee te zeggen
● reële vrijheid
⇔ seks als voorwerp in contract? verhouding tussen consent en relationele waarden als
vertrouwen, respect, zorgzaamheid?
3
, ⇒ consent = noodzakelijk, maar niet voldoende
● veronderstelt interpersoonlijke gelijkheid ⇔ machtsongelijkheid, sociale of economische
druk
● veronderstelt vermogens die soms aangetast zijn (dementerenden)
● impliceert idee dat individuen hun lichaam bezitten, er vrij over kunnen beschikken ⇔
embodied selves
● veronderstelt niveau van (zelf)kennis die mensen niet steeds hebben
● bekrachtigt idee van (m) vrager en (v) gever → verantwoordelijkheid bij v
Fenomenologisch perspectief
aandacht voor eigenheid van seks
1. steeds gevoelsdimensie die niet te regelen of beheersen is in ‘contractuele relatie’
2. intersubjectief: communicatie, leerproces van aandacht en respect voor verlangens en
beleving van partner
3. relationele waarden van respect, empathie, zorgzaamheid, verantwoordelijkheid in joint
action
Hedonisme (Russell): seksualtieit ifv menselijk geluk
● belangrijk: vrijheid, rekening houden met jaloezie en genderongelijkheid
● compromis tussen volledige promiscuïteit en levenslange monogamie
○ toelaatbaar: seks voor huwelijk (mits anticonceptie) en echtscheiding
○ niet: economische transactie; door vrouwen toegang tot arbeidsmarkt of inkomen
voor huishoudelijk werk
Feminist ethics of care
● zorgzaamheid, verantwoordelijkheid, autonomie én vertrouwen, betrokkenheid,
solidariteit
● contextuele ethische praktijken > abstracte regels, ethics from below
● aandacht voor grass roots moralities: erkenning van kwetsbaarheid en zorgzaamheid in
context communities
Tot slot
● Giddens: seksualiteit en intimiteit is veranderd
○ individualisering, gendergelijkheid, democratische relatie- en
samenlevingsvormen
○ → meer vrijheid, ook angst en onzekerheid
● Bauman: de-ethicized intimacy
○ permissiviteit, narcisme, tijdelijke exclusiviteit (seriële monogamie)
○ paradoxaal verlangen naar vrijheid en geborgenheid
→ blijvende nood aan reflectie door nieuwe uitdagingen en verschuivingen
4