• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages
Summary

BECO Toets 4 Samenvatting | Hoofdstuk 11-16 | HAVO | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages

Uitgebreide toetssamenvatting voor Bedrijfseconomie HAVO over rechtsvormkeuze, organisatiestructuur, personeelsbeleid en eigen vermogen. Behandelt hoofdstuk 11 (BV/NV, vereniging, stichting), hoofdstuk 12 (organisatie en maatschappij), hoofdstuk 15 (personeelsbeleid en ontslag) en hoofdstuk 16 (aandelenkapitaal en investeringsbeslissingen). Perfect voor toetsvorbereiding met alle kernconcepten helder uitgelegd en gestructureerd per paragraaf.

Content preview

BECO toets 4 hoofdstuk 11 – keuze rechtsvorm
paragraaf 4; besloten vennootschap en naamloze vennootschap
besloten vennootschap: (bv) vennootschap waarvan het eigen vermogen verdeeld is in
aandelen.

naamloze vennootschap: (nv) vennootschap waarvan het eigen vermogen verdeeld is in
aandelen.

Hoe richt je een bv & nv op: inschrijven van een akte, bij de Kamer van
Koophandel. In de akte staan statuten (naam, plaats, doel, regeling, bedrag van
aandelen). Bv: min. €0,01. Nv: €45.000.
Paragraaf 5; vereniging en stichting
Vereniging: een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen die een bepaald doel willen
verwezenlijken.

Kenmerken: niet in strijd met de wet, winst mag niet onderverdeeld onder de
leden, winst voor een gemeenschappelijk doel en door min. 2 personen opgericht
worden.
Formele vereniging: via een notariële akte  Handelsregister. Hebben volledige
rechtsbevoegdheid. Rechtspersoon. Zijn niet aansprakelijk voor schulden, als ze hun taak goed
hebben ingevuld.

Informele vereniging: geen eisen. Beperkte rechtsbevoegdheid. Bestuursleden zijn
aansprakelijk voor betalingsproblemen.

Stichting: een rechtspersoon zonder leden die met behulp van een vermogen een bepaald doel
wil bereiken, vaak een liefdadigheidsdoel of een bepaald ideaal.

Kenmerken: oprichten bij notariële akte, wel een bestuur géén leden, afhankelijk
van; donaties, legaten en subsidies.


Hoofdstuk 12 – organisatie en maatschappij paragraaf 1; ondernemers en
organisaties
Commerciële organisaties: een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde
doelen willen bereiken; streven naar winst.
Niet-commerciële organisaties: …; hebben een ander doel.
Taken van een leiding: management: een organisatie streeft naar dolen en werkt
deze uit in doelstellingen. Van boven naar beneden; strategische, tactische en
operationele doelstellingen. Ze moeten duidelijk, acceptabel, haalbaar en niet-
strijdig zijn.
Communiceren: het uitwisselen van info tussen een zender en een ontvanger. Deze is intern als
de communicatie plaatsvindt binnen de organisatie en extern als de communicatie plaatsvindt
tussen de organisatie en buitenwereld.

Paragraaf 2; omvang
Absolute omvang: gaat om een meetbare omvang.

, Relatieve omvang: berekenen van de grootte van een onderneming in verhouding tot een
andere onderneming.

afzet regio
van de onderneming ∈een bepaalde bepaalde periode
omzet een
paragraaf 3;
afzet regio
totale ∈een bepaalde bepaalde periode
omzet een
maatschappelijke behoeften
m.b: voldoen aan: leveren van producten, bieden van werkgelegenheid, innovatie, inkomen en
belastingopbrengsten.

Paragraaf 4; m. verantwoord ondernemen
3 p’s: people, planet, profit
Greenwashing: zeggen te doen aan MVO, maar in werkelijkheid niet.
Paragraaf 5; accountant
Kenmerken: controleert de cijfers, beoordeelt de cijfers + beoordeling & stelt de cijfers samen en
geeft een samenstelverklaring af.



Hoofdstuk 15 – personeelsbeleid paragraaf 2; wetgeving ontslag en
Arbo
Belangrijkste opzegverboden (= mag werk niet beëindigt worden) zijn:

 Eerste 2 jaar ziekte van de werknemer  loon moet worden doorbetaald.
 Zwangerschap- en bevallingsverlof.

Wel ontslagen:

 Wil geen scholing volgen.
 Zit in een proeftijd  looptijd van contract loopt af.
 Op staande voet ontslagen worden; schriftelijk instemt met zijn ontslag.

Eindigen voor onbepaalde tijd: overlijdt, pensioen leeftijd, dringende redenen, gewichtige redenen
of failliet.

§3; freelancer: een zzp’er die opdrachten uitvoert waarbij de opdrachtgever betaalt voor het
uitvoeren van de opdracht.

§5; functioneringsgesprek: het doel is de medewerker te helpen zijn functie beter uit te
oefenen, maar ook verbetering van de werkomstandigheden  gericht op de toekomst.

Beoordelingsgesprek: een juiste beslissing nemen over promotie, salarisverhoging of ontslag.
 gericht op het verleden. §6; berekenen loon en loonkosten(?)


hoofdstuk 16 – eigen vermogen
Paragraaf 1; aandelenkapitaal
Geplaatst aandelenkapitaal: het maatschappelijk aandelenkapitaal verminderd met het
bedrag van de niet-uitgegeven aandelen.

Aandeel: een bewijs van deelname in het eigen vermogen van een bv/nv.

Document information

Level
School year
4
Uploaded on
July 5, 2026
Number of pages
7
Written in
2025/2026
Type
Summary
$7.45

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
29
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions