Wat is de relatie tussen consumentenvertrouwen, bestedingen en werkloosheid;
C: geeft info over de verwachtingen van consumenten over de ontwikkeling van
de economie. Consumenten vinden dat de prijzen sterk stijgen koopbereidheid
neemt af (uitstellen van aankopen, bv; keuken). Ze gaan sparen.
Bestrijden van werkloosheid doet de ECB door de rente te verlagen. Lage rente
mensen gaan meer lenen en minder sparen. productie neemt toe,
werkloosheid neemt dan af. Toename van geldhoeveelheid is niet alleen
voordelig, het kan leiden tot inflatie (de stijging van het algemeen prijspeil) 1
koopkracht van inkomens daalt (hoeveel goederen & diensten je kunt kopen).
Waarom is deflatie niet goed voor de economie; 2 deflatie: de prijzen dalen.
gevolg dat de mensen hun bestedingen uitstellen, ze denken dat de prijzen nog
verder zullen dalen.
1 Schaarse goederen; als er een offer of inspanning moet worden geleverd om
het goed te maken. (brood; ingrediënten kopen, deeg maken, bakken)
2 Vrije goederen; goederen waar geen schaarse middelen voor worden
opgeofferd. (lucht, inademen)
Waarom is er spanning tussen de behoefte en beperkte middelen; behoefte is
oneindig groot & middelen zijn beperkt. Schaarste dwingt tot keuze. Bij middelen
moet je aan geld, producten en tijd denken, je maakt een afweging.
Waarom gaat economie over kiezen (opofferingskosten); O: de opbrengsten van
het beste, niet gekozen, alternatief. Als iemand kiest voor iets dan offert hij de
waarde van de alternatieven, de andere mogelijkheden, op. Is de keuze gemaakt,
dan blijven de andere behoeften onvervuld.
Interpreteren van een budgetlijn, over de keuze tussen inkomen en vrije tijd;
budgetlijn geeft verschillende keuzemogelijkheden aan bij een gegeven budget.
Tekenen budgetlijn ..X + ..Y = 0X +..Y / +..X +0Y
Berekenen van de opofferingskosten van vrije tijd.
Economie H4 – Hoofdstuk 2 ruil, geld en banken
(Wat is de relatie tussen productie en consumptie; je koopt goederen.)
Hoe kan door specialisatie en arbeidsdeling, de arbeidsproductiviteit (APT)
toenemen; als je je specialiseert in een vak, kan je dit beter dan iemand die er
minder vanaf weet je verdeeld het arbeidsproces in afzonderlijke taken: