Tandheelkunde
1. Cariës en erosie
1.1 Cariës
1.1.1 Inleiding
• Cariës = tandplakafhankelijke ziekten
• Histologie tanden
o Glazuur
o Dentine
o Pulpa (Nn, Aa en Vv)
• Cariës/tandbederf/demineralisatie: 3 componenten nodig
o Chemisch( glazuur): CaP-hydroxyapatiet
o Flora (B)
▪ Streptococcus mutans → cariësinitiatie
▪ Lactobasillus → cariësprogressie
▪ Dus: tandcariës = ongecontroleerde infectieziekte
o Substraat: organische voedingsbodems: voedselresten → suikers
• Voeding + speeksel → zuren → ontkalking
• Subsurface lesie → white spot → cavitatie
o Cariës begint ALTIJD met white spot
o Reversibel: stoppen suikers etc → CaP komt terug
• Demineralisatie
o Ca5 (PO4)3 (0H) + 4HB + 5H20 <--> 3 CaHPO4.2H20 + 2 Ca2
▪ 4HB = hydroxyl apatite
▪ Dicalcium dihydraat = Brushiet
o 3 CaHPO4.2H20 + 2 Ca2 <--> 5Ca 2+ + 3PO4 3- + 2H20
o VRIJE Calcium en fosfaat ionen → ontkalking
o Tand = ion pomp
▪ Gat: als ionpomp enkel werkt naar buiten
1.1.2 Plaque flora en cariës
• = biofilm
o Microbiologisch
▪ Een heterogene microbiële laag op de tanden die bestaat uit aërobe en
anaërobe B met een intercellulaire matrix
▪ Matrix/tussenstof bestaat uit: hexose polymeren + glycoproteïnen + enkele %
voedselresten in oplossing
o Klinisch: alles wat op tand en gingiva achterblijft na krachtig spoelen
o Na 48u visueel zichtbaar
• B in biofilm: actinomyces, streptokokken, andere B
• Plaque metabolisme
o Biochemische veranderingen → zuren
1
, o Glycolyse
o Vorming polysachariden
▪ Intra-cellulaire polysachariden: glycogeen → w afgebroken → extra
zuurvorming
▪ Extra-cellulaire polysachariden: dextraan (kan afgebroken w door dextrase) en
mutaan (kan niet afgebroken w)
1.1.3 Hypothesen
• Specifieke plaque hypothese
o SM + LB hebben cruciale rol
o Doel: vermijden en bestrijden pathogenen, volledige cariësverwijderingen
o Behandeling: veel boren en grote delen wegnemen
• Ecologische plaque hypothese
o Het gaat niet over een exogene infectie met pathogenen. Het gaat over fysiologische
menselijke flora die pathologisch w
o = dynamische verhouding waarbij omgevingsveranderingen in de biofilm (bv lage pH)
leiden tot veranderingen in de residerende microflora waarbij de balans in de richting
gaat van demineralisatie
o Doel: fysiologisch evenwicht herstellen, onvolledig excaveren, zorgen dat geen biofilm
gevormd w
o Behandeling: letsel hermetisch afsluiten en behandelen met biologische middelen
1.1.4 Pathogenese van cariës
• Biologisch milieu vd tand met biofilm: w al dan niet pathologisch
o Veel suikers → shift richting rode zone → pathologische biofilm
o Goede mondhygiëne: wegnemen biofilm
▪ Voor het slapen gaan: tanden poetsen en NIET meer eten
o White spot = reversibel (speeksel, minder frequent eten, fluoride)
• Protectieve factoren: speeksel, mineralen (F, Ca, P), dieet, poetsbeurten, frequentie v eten
• Pathologische factoren: acidogene B, frequent eten, minder speeksel
1.1.5 Voeding en cariës
• Stephen curve → binnen 5min is pH 5,5
o Normale pH: 7
o Vanaf pH 5,5: demineralisatie
• Frequentie vd kwaliteit: belangrijker is HOEVEEL je eet, niet wat je eet
o >2 tussendoortjes → risico vr cariës
• Sugar clearance time = hoe snel is suiker geklaard uit de mond
o Friet veel schadelijker dan chocolade: blijft lang tss de tanden steken
2
1. Cariës en erosie
1.1 Cariës
1.1.1 Inleiding
• Cariës = tandplakafhankelijke ziekten
• Histologie tanden
o Glazuur
o Dentine
o Pulpa (Nn, Aa en Vv)
• Cariës/tandbederf/demineralisatie: 3 componenten nodig
o Chemisch( glazuur): CaP-hydroxyapatiet
o Flora (B)
▪ Streptococcus mutans → cariësinitiatie
▪ Lactobasillus → cariësprogressie
▪ Dus: tandcariës = ongecontroleerde infectieziekte
o Substraat: organische voedingsbodems: voedselresten → suikers
• Voeding + speeksel → zuren → ontkalking
• Subsurface lesie → white spot → cavitatie
o Cariës begint ALTIJD met white spot
o Reversibel: stoppen suikers etc → CaP komt terug
• Demineralisatie
o Ca5 (PO4)3 (0H) + 4HB + 5H20 <--> 3 CaHPO4.2H20 + 2 Ca2
▪ 4HB = hydroxyl apatite
▪ Dicalcium dihydraat = Brushiet
o 3 CaHPO4.2H20 + 2 Ca2 <--> 5Ca 2+ + 3PO4 3- + 2H20
o VRIJE Calcium en fosfaat ionen → ontkalking
o Tand = ion pomp
▪ Gat: als ionpomp enkel werkt naar buiten
1.1.2 Plaque flora en cariës
• = biofilm
o Microbiologisch
▪ Een heterogene microbiële laag op de tanden die bestaat uit aërobe en
anaërobe B met een intercellulaire matrix
▪ Matrix/tussenstof bestaat uit: hexose polymeren + glycoproteïnen + enkele %
voedselresten in oplossing
o Klinisch: alles wat op tand en gingiva achterblijft na krachtig spoelen
o Na 48u visueel zichtbaar
• B in biofilm: actinomyces, streptokokken, andere B
• Plaque metabolisme
o Biochemische veranderingen → zuren
1
, o Glycolyse
o Vorming polysachariden
▪ Intra-cellulaire polysachariden: glycogeen → w afgebroken → extra
zuurvorming
▪ Extra-cellulaire polysachariden: dextraan (kan afgebroken w door dextrase) en
mutaan (kan niet afgebroken w)
1.1.3 Hypothesen
• Specifieke plaque hypothese
o SM + LB hebben cruciale rol
o Doel: vermijden en bestrijden pathogenen, volledige cariësverwijderingen
o Behandeling: veel boren en grote delen wegnemen
• Ecologische plaque hypothese
o Het gaat niet over een exogene infectie met pathogenen. Het gaat over fysiologische
menselijke flora die pathologisch w
o = dynamische verhouding waarbij omgevingsveranderingen in de biofilm (bv lage pH)
leiden tot veranderingen in de residerende microflora waarbij de balans in de richting
gaat van demineralisatie
o Doel: fysiologisch evenwicht herstellen, onvolledig excaveren, zorgen dat geen biofilm
gevormd w
o Behandeling: letsel hermetisch afsluiten en behandelen met biologische middelen
1.1.4 Pathogenese van cariës
• Biologisch milieu vd tand met biofilm: w al dan niet pathologisch
o Veel suikers → shift richting rode zone → pathologische biofilm
o Goede mondhygiëne: wegnemen biofilm
▪ Voor het slapen gaan: tanden poetsen en NIET meer eten
o White spot = reversibel (speeksel, minder frequent eten, fluoride)
• Protectieve factoren: speeksel, mineralen (F, Ca, P), dieet, poetsbeurten, frequentie v eten
• Pathologische factoren: acidogene B, frequent eten, minder speeksel
1.1.5 Voeding en cariës
• Stephen curve → binnen 5min is pH 5,5
o Normale pH: 7
o Vanaf pH 5,5: demineralisatie
• Frequentie vd kwaliteit: belangrijker is HOEVEEL je eet, niet wat je eet
o >2 tussendoortjes → risico vr cariës
• Sugar clearance time = hoe snel is suiker geklaard uit de mond
o Friet veel schadelijker dan chocolade: blijft lang tss de tanden steken
2