H1 – VAN MASSAMAATSCHAPPIJ NAAR NETWERKMAATSCHAPPIJ
INLEIDING
In dit hoofdstuk staat de overgang van massamaatschappij naar netwerkmaatschappij centraal
® en meer specifiek de implicaties daarvan voor het journalistieke landschap.
— Journalistiek = kind van haar tijd
o Journalistiek evolueert altijd mee met de samenleving
— Eind 19de eeuw werden kranten een massamedium
o = zie 4 factoren
o = voor het eerst kon een groot deel van de bevolking dagelijks nieuws lezen
— In de loop van de 20ste eeuw volgenden radio en televisie
o Nieuwe technologieën zorgden ervoor dat nieuws sneller, directer en visueler
werd
— Journalistiek verandert telkens wanneer de maatschappij & technologie veranderden
4 factoren die journalistiek beïnvloeden (krachten van buitenaf) ® evolutie kranten naar
massamedium onderhevig aan:
1. Politiek: kiesrecht en schoolplicht
— Uitbreiding van het kiesrecht ® stemmen = interesse in politiek & nieuws stijgen
o = meer mensen mogen stemmen ® groeiende vraag naar informatie (= ze
raakten meer geïnteresseerd in de (politieke) actualiteit) ® kranten: breder
publiek richten
— Schoolplicht ® meer mensen konden lezen = hierdoor konden ze eQectief het nieuws
consumeren (= daling van het analfabetisme)
o = grotere afzetmarkt voor kranten
2. Economie: afschaQing zegelbelasting & daling papierprijs
— AfschaQing zegelbelasting = belasting op elke krant (kranten waren toen voor de elite ®
na afschaQing = voor de helft goedkoper)
o Zegelbelasting = soort belasting op kranten
o AfschaQing = kranten goedkoper werden ® meer mensen ze konden kopen =
meer inkomsten = groei van de sector
— Daling v/d papierprijs = meer nieuws werd geproduceerd
o = kranten werden goedkoper & dikker
3. Cultuur: als iedereen de krant leest, wil je ook kunnen meepraten (stimulatie)
4. Technologie (vb. foto’s kunnen toevoegen in kranten …)
— Beelden, schermen
— Technologische innovaties zorgden voor een sneller productieproces & grotere oplages1
1
Oplage = totaal aantal exemplaren van een drukwerk (hier een krant) dat in één keer wordt geproduceerd
of uitgegeven
1
, — Ook het ontstaan van nieuwe massamedia: radio & tv
— Nieuwe technologie verandert de snelheid, vorm en verspreiding van nieuws
o Vb. drukpers ® krant, radio ® live nieuws, tv ® beeld, internet ® 24/7 updates,
sociale media ® participatie & snelheid
— Technologische innovaties = vaak belangrijkste katalysator voor veranderingen
o MAAR zorgen voor een groeiende bezorgdheid = de eQecten van
massacommunicatie op een groot publiek
> vb. propaganda, reclame, verminderde kwaliteit van nieuws …
o Elke nieuwe technologie die geïntroduceerd wordt als gevaarlijk en verslavend
beschouwd ® tv maar ook TikTok … ook radio
> Bv radio: bezorgdheden over eQecten op het publiek (bv propaganda)
> Bv tv: werd geassocieerd let dalende kwaliteit van nieuws
— Vroeger heel wat uitdaging ® technologie heeft dit vergemakkelijkt
— Internet = veranderde alles
o Hierdoor gingen we van de massamaatschappij ® netwerkmaatschappij
Journalistiek: een kind van haar tijd
Internet veranderde ALLES = hierdoor gingen we van massamaatschappij ®
netwerkmaatschappij
— Status quo van een maatschappij uitgedaagd door technologische vernieuwingen
o = technologie doorbreekt telkens de bestaande manier van werken in de
journalistiek
o Status quo = de bestaande, vertrouwde manier waarop nieuws wordt gemaakt &
verspreid
o Technologische vernieuwingen = nieuwe media, apparaten, vormen van
communicatie
> Elke keer wanneer een technologische vernieuwing opduikt, moet
journalistiek zich heruitvinden.
— Impact (radio en televisie) vs. disruptie (internet) en introductie netwerkmaatschappij
o Impact: radio & TV veranderden journalistiek sterk MAAR ze pasten nog binnen
hetzelfde model ® grote mediabedrijven zenden uit, het publiek ontvangt
> = ze hadden dus impact MAAR ze braken het systeem niet volledig open
o Disruptie = internet
> Internet = veel ingrijpender: het verstoort het hele journalistieke ecosysteem
> Iedereen kan publiceren, nieuws verspreidt zich razendsnel, traditionele
media verliezen hun monopolie
> = dit leidt tot de netwerkmaatschappij ® hierin circuleert nieuws via
netwerken van gebruikers, platformen, algoritmes en media
MASSAMAATSCHAPPIJ: DEFINIËRING
Eind 19de eeuw evolutie van kranten als elitemedium tot massamedium + in de loop van de 20ste
eeuw radio & tv
2
,Massamaatschappijtheorie wordt massacommunicatie als volgt gedefinieerd:
Massacommunicatie = éénrichtingsverkeer = lineair proces (one-to-many) ® “het verspreiden
van boodschappen via media start bij de communicator die het via een medium naar een massa
ontvangers verstuurt” (Loisen & Joye, 2018, p.142).
Denk aan het lineair model van Laswell (1948):
= Het bekendste communicatiemodel uit de massamaatschappij
- Who (zender) Says What (boodschap) In Which Channel (Medium) To Whom (ontvanger)
With What eQect (eQect)
Dit model toegepast op de journalistiek/ kenmerken:
— Nieuwsorganisaties hebben een monopolie op nieuwsproductie & nieuwsdistributie
o Waren de enige die het nieuws konden verspreiden en produceren = macht
- Journalisten = gatekeepers ® de poortwachters van de communicatie
o De toegang tot het nieuws = gecontroleerd door journalisten
o Zij beslissen wat er door deze poorten mag gaan = in deze periode hadden ze het
alleenrecht hierop
o Onmogelijk om alles te communiceren ® journalisten beslisten wat er verspreid
werd
- Nieuws wordt in een lineair proces verspreid ® passief en manipuleerbaar publiek
- Weinig/ geen interactie tussen journalisten en hun publiek.
o Gele briefkaart = als je commentaar wou geven, of iets terug wou zeggen ® moest
dit via een gele briefkaart (klachtenkaart) = gebeurde heel weinig
> De enige mogelijkheid om toen feedback te geven
Hoewel we zien dat het communicatie- en nieuwsproces in de
netwerkmaatschappij veel veranderingen hebben ondergaan = blijft dit
communicatiemodel een waardevol instrument
Typerend voor de eerste periode van de massamaatschappijtheorie is een negatieve visie, met
voornamelijk aandacht voor de eQecten van de massamedia op het publiek.
In deze periode domineerde ook een weinig genuanceerde visie op het publiek:
‘De massa’:
— Samengesteld uit een groot aantal mensen zonder veel persoonlijkheid
— OngediQerentieerde samenstelling
o Geen ruimte voor het individu of individuele kenmerken, geen interne orde/
structuur
3
, — Individuen zijn erg beïnvloedbaar en manipuleerbaar door de media
— Vooral negatieve connotaties:
o Verlies van persoonlijkheid (anoniem)
o Potentieel gevaarlijk: ‘massa komt in opstand’
o Beïnvloedbaar
o Heeft weinig agency
— ‘Mass society’ = in die periode was de maatschappij gewoon 1 grote groep
o Wat werd geproduceerd was niet voor een specifieke soort groep ® enkel voor ‘de
massa’
Denk opnieuw aan het communicatiemodel van Laswell:
VB. Jacotte Brokke zegt het gaat regenen via het weerbericht ® dan zal jij jouw paraplu
meenemen
Belang: wordt gebruikt in onderzoeksveld
— Zender: controlestudies = wie controleert de media, wie mag wat zeggen
— Boodschap: inhoudsanalyses = hoe wordt die boodschap gebracht
— Kanaal: media-analyse (radio, tv …)
— Ontvanger: publieksonderzoek = wat vindt het publiek hiervan
— EQect: onderzoek naar media-eQecten
VB. War Of The Worlds
Radio-uitzending ® het leek alsof er een live-verslag werd uitgebracht van een invasie voor
aliens. Hoewel bij het begin van de uitzending vermeld werd dat het om fictie ging, resulteerde
de uitzending in massapaniek waarbij ongeveer een miljoen van de zes miljoen luisteraars de
hulpdiensten opbelden.
Ontwikkeling van communicatiewetenschappen vanuit social sciences
Oorspronkelijk erg negatieve visie op eQecten van media & publiek als passieve massa (cf.
Injectienaaldtheorie, War of the Worlds)
- Enkele bekende studies in de massamaatschappijtheorie die deze negatieve visie
vertegenwoordigen:
o Stimulus responsmodel over conditionering (cf. de hond van Pavlov)
o Injectienaaldtheorie
4