Paragraaf 4.1
De vraag
De vraag naar een product wordt bepaald door verschillende factoren:
De prijs van het product
De prijs van andere producten
Het inkomen van de consument
De behoeften van de consument
Het aantal consumenten
PAIBC
Vraag wordt kleiner verschuiving naar links
Vraag wordt groter verschuiving naar rechts
De collectieve vraaglijn = geeft het verband weer tussen de prijs en de
gevraagde hoeveelheid
Ceteris paribus = alle andere factoren dan de prijs van het product zijn
constant
Betalingsbereidheid = de prijs die de consument maximaal bereid is te
betalen voor het product
Er is een onderscheid tussen twee veranderingen van de vraaglijn:
1. Verschuiving op of langs de vraaglijn
- als de prijs van het product verandert
2. Verschuiving van de vraaglijn
- als iets anders dan de prijs van het product veranderd
Het aanbod
Het aanbod van het product wordt bepaald door verschillende factoren:
De prijs van het product
De prijzen van de productiefactoren (arbeid, kapitaal,
natuur)
- stijging kosten ondernemer moet een hogere prijs vragen om
dezelfde winst te maken geen hogere prijs ondernemer haakt
af, minder aanbod
De kwaliteit van de productiefactoren arbeid en kapitaal
- arbeid: scholing, ervaring, specialisatie
- kapitaal: technologische ontwikkeling
Natuurlijke omstandigheden
Het aantal producenten
PPKNA
,De collectieve aanbodlijn = geeft het verband weer tussen de prijs en
de aangeboden hoeveelheid
De leveringsbereidheid = de prijs die de producent minimaal wil
ontvangen
Er is een onderscheid tussen twee varianten van de collectieve aanbodlijn:
1. De standaard aanbodlijn
- positief verband tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid
- een hoge verkoopprijs een hogere winst per product meer
aanbod
- snijpunt met de y-as = minimale leveringsbereidheid
2. De verticale aanbodlijn
- de aangeboden hoeveelheid staat vast en is onafhankelijk van de
prijs
Er is ook een onderscheid tussen twee veranderingen van de aanbodlijn:
1. Verschuiving op of langs de aanbodlijn
- als de prijs van het product verandert, verandert het aanbod
2. Verschuiving van de aanbodlijn
- als iets anders dan de prijs van het product verandert
Marktevenwicht = de situatie waarin de vraag naar een product en het
aanbod van een product aan elkaar gelijk zijn
Marktevenwicht berekenen:
1. Stel Qa en Qv aan elkaar gelijk
2. P = de evenwichtsprijs
3. Bereken de evenwichtshoeveelheid
- p invullen in Qa of Qv
Vraag- en aanbodmodel
Bij een prijs boven het marktevenwicht → aanbodoverschot →
prijs daalt → vraag stijgt → sommige producenten vallen uit → weer
evenwicht.
Bij een prijs onder het marktevenwicht → vraagoverschot → prijs
stijgt → nieuwe producenten komen, deel consumenten haakt af →
weer evenwicht.
In het vraag- en aanbodmodel gaan we ervan uit dat er sprake is van
volkomen concurrentie. Een markt van volkomen concurrentie voldoet
aan 4 kenmerken:
1. Veel vragers en aanbieders
- een vrager/aanbieder heeft geen invloed op de prijs
, 2. Homogene goederen
- consumenten ervaren geen verschil tussen goederen en hebben
daarom geen voorkeur
3. Transparante markt
- vragers en aanbieders zijn op de hoogte van prijzen en
verhandelde hoeveelheden
4. Vrije toe- en uittreding
- iedereen kan de markt betreden
Volkomen concurrentie wordt ook wel de perfecte marktvorm genoemd en
bestaat eigenlijk alleen in theorie.
Surplus
We maken in het vraag- en aanbodmodel onderscheid tussen het
consumentensurplus en het producentensurplus.
1. Consumentensurplus
- het verschil tussen de betalingsbereidheid en de te betalen prijs
- betalingsbereidheid = de prijs die de consument max. bereid is om
te betalen.
2. Producentensurplus
- het verschil tussen de te ontvangen prijs en de leveringsbereidheid
- leveringsbereidheid = de prijs die de producent minimaal wil
ontvangen
Totale surplus = consumenten- + producentensurplus. Volgens sommige
economen is het totale surplus een beperkte maatstaf voor welvaart.
Andere economen zien het juist als een maatstaf voor de economische
doelmatigheid van de marktuitkomst.
Surplus stijgt productiefactoren doelmatiger ingezet → welvaart neemt
toe
Surplus daalt minder doelmatig ingezet → welvaart daalt
Maximaal surplus = Pareto-efficiëntie → niemand kan erop vooruitgaan
zonder dat een ander erop achteruitgaat. Dit geldt bij volkomen
concurrentie zonder overheidsingrijpen.
Surplus berekenen op 2 manieren:
1. Met een grafiek
-0,5 x basis x hoogte
2. Met een formule
Bij Qa:
1. Qa = 0 → minimale leveringsbereidheid
2. Prijs invullen in Qa → hoeveelheid stuks bij die prijs
3. 0,5 x (prijs – minimale leveringsbereidheid) x hoeveelheid stuks