Samenvatting
Belangrijke artikelen
Belangrijke arresten
Belangrijke begrippen
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Bijeenkomst 1.1.............................................................................................................. 2
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, paragraaf 2.2 t/m 2.6.......................................2
Bijeenkomst 1.2............................................................................................................ 13
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, paragraaf 2.1 en hfdst. 3...............................13
Week 2........................................................................................................ 20
Bijeenkomst 3............................................................................................................... 20
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, hfdst. 4..........................................................20
Bijeenkomst 4............................................................................................................... 30
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, hfdst 5...........................................................30
Week 3........................................................................................................ 36
Bijeenkomst 5............................................................................................................... 36
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, paragraaf 6.1 t/m 6.3, hfdst. 7.......................36
Bijeenkomst 6............................................................................................................... 45
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, hfdst. 8..........................................................45
,Week 1
Bijeenkomst 1.1
Sleutel tot het burgerlijk procesrecht, paragraaf 2.2 t/m 2.6
Een procedure wordt vaak gepresenteerd als een ultimum remedium, iets
waartoe overgegaan wordt als er geen andere mogelijkheden zijn.
Vanaf het jaar 2000 zijn er verschillende programma’s gelanceerd om
alternatieven voor gerechtelijke procedures (ADR, alternative dispute
resolution) te stimuleren.
- De Europese unie streeft ook naar het bevorderen van ADR (art. 81
lid 2 VWEU), wat heeft geresulteerd in de mediationrichtlijn met als
doel om mediation en bemiddeling een meer solide basis te geven.
- Uiteraard mag dit er nooit toe leiden dat de gang naar de rechter
wordt belemmerd (dit volgt uit art, 17 lid 2 GW en art. 6 EVRM).
2.2.1. treffen van een regeling
Onderling overleg en afspraken over de onderlinge verhoudingen zorgen
er in ieder geval voor dat partijen niet voor verassingen komen te staan.
Wel bestaat het risico dat het overleg tot niets leidt en dan zijn de kosten
voor niks gemaakt. Die kosten kunnen echter in beginsel in een eventuele
procedure later op grond van art 6:96 BW aan de eis worden toegevoegd
als buitenrechtelijke kosten.
De wet spreekt niet van een regeling maar van een
vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 BW). De wettelijke regeling van
de vaststellingsovereenkomst is erop gericht om partijen zekerheid te
verschaffen over hun rechtspositie. Daarom kan achteraf niet worden
beoogd dat de regeling is strijd is met dwingend recht, maar kan er wel
een beroep worden gedaan op andere gronden van art. 3:40 BW (art.7:902
BW).
De regeling van de vaststellingsovereenkomst maakt het mogelijk die te
misbruiken voor het omzeilen van dwingendrechtelijke bepalingen. De
Hoge Raad heeft daar een stokje voor gestoken door te beslissen dat een
beroep op die bepaling alleen mogelijk is in geval middels een
vaststellingsovereenkomst een einde wordt gemaakt aan een bestaand
geschil.
- Als partijen het oogmerk hadden dwingend recht te omzeilen, kan de
vaststellingsovereenkomst zelf nietig zijn op grond van art. 3:40 BW
(blue taxi-arrest).
Dwingendrechtelijke bepalingen = zijn regels waarvan partijen in een
overeenkomst, zoals een contract of CAO, niet mogen afwijken. Deze
regels zijn bij wet vastgelegd en bedoeld om de belangen van de
samenleving of een zwakkere partij te beschermen. Partijen kunnen niet
iets anders afspreken, ook niet als ze dat beide willen.
,Een regeling is een afspraak met een dispositieve werking, dat wil
zeggen dat de overeenkomst zelf een nieuwe rechtstoestand in het leven
roept, ook als de oude rechtstoestand eigenlijk hetzelfde was.
- Voorbeeld: A claimde eigenaar te zijn van de auto en dat wordt
vastgelegd ins de regeling, terwijl A in feite van het begin af aan
gelijk had.
De regeling kan betrekking hebben op ieder type geschil en kan ook een
deel daarvan betreffen of alleen procedurele afspraken bevatten.
Voor een regeling gelden geen vormvoorschriften (Fens/Van Bezouw-
arrest), deze kan dus ook mondeling ontstaan. Vastlegging heeft de
voorkeur en het liefst op een manier zodat er later geen
meningsverschillen over zullen ontstaan.
Het treffen van een regeling is meestal het goedkoopste, snelste en biedt
zekerheid en voorkomt ergernis.
Nadeel is dat als de regeling niet wordt nagekomen alsnog een vordering
in rechte moet worden ingesteld om een titel te verkrijgen. Een
onderhandse afspraak kan immer niet worden geëxecuteerd. Door de
regeling vast te leggen in een notariële akte kan dit evenwel worden
ondervangen (art. 430 Rv).
2.2.2. mediation
Wanneer bij partijen de wil bestaat om de kwestie te regelen, maar zij dat
naar verwachting niet op eigen kracht kunnen realiseren, kan de hulp van
een mediator worden ingeroepen.
- Hiermee wordt gedoeld op een derde, die onafhankelijk is van
partijen en probeert om partijen bij elkaar te brengen.
- Het doel hiervan is het tot stand brengen van een regeling.
- Partijen kunnen zich in dit proces laten bijstaan door advocaten of
andere adviseurs.
- Mediation heeft geen wettelijke regeling.
- Partijen moeten zelf overgaan op mediation. Bindende afspraken
kunnen hierover niet worden gemaakt, want een afspraak tot
mediation kan een partij niet afhouden van een beroep op de
rechter. De rechter kan dus de partijen niet dwingen om op
mediation over te schakelen, hij kan dit hooguit adviseren (art. 812
lid 2 Rv).
- Mediation heeft dezelfde voor- en nadelen als het zelf treffen van
een regeling. Het verschil is dat partijen ook de kosten van een
mediator moeten betalen (het is dus duurder dan zelf een regeling
treffen).
2.2.3 bindend advies
Partijen bij een rechtsbetrekking kunnen de inhoud van die
rechtsbetrekking nader laten bepalen door een derde (M/Lubbers-arrest).
Dat kan door de nadere invulling van die rechtsbetrekking aan een derde
over te laten (bijvoorbeeld de bepaling van de koopprijs of de hoogte van
, schade) of door die derde een uitspraak te laten doen over een gerezen
geschil. Er wordt dan gesproken van een ‘bindend advies’.
- Voor een bindend advies is een bindend adviseur nodig. In de
praktijk wendt de meest gerede partij zich bij verzoekschrift tot de
voorzieningsrechter, welk verzoek op gewone wijze in behandeling
wordt genomen. De voorzieningsrechter benoemt dan na het horen
van partijen een bindend adviseur. Omdat er geen wettelijke basis
is, wordt in dit verband gesproken van “welwillendheidsbeslissing”.
De rechter behoort zich daarom van een kostenveroordeling te
behouden.
- Het door middel van een bindend advies laten beslissen van een
geschil of een deel daarvan door een of meer derden is een
partijafspraak en wel een vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 lid 1
BW). Het bindend advies zelf gaat deel uitmaken van die
overeenkomst (art. 7:900 lid 2 BW).
2.2.4. arbitrage
De beslissing van een geschil kan ook door partijen worden opgedragen
aan een scheidsrechter.
- Doen zij dit vooraf, dus als er in feite nog geen geschil is, dan wordt
er gesproken van een arbitraal beding.
- Wordt de afspraak na het ontstaan van het geschil gemaakt dan
heeft dit een compromis (art. 1020 lid 2 Rv).
2.2.4.1 arbitrage in en buiten Nederland
De Nederlandse arbitrageregels zijn van toepassing als de plaats van
arbitrage in Nederland is gelegen (art. 1073 lid 1 Rv, zie ook art. 1037 Rv).
De plaats van arbitrage wordt door partijen bepaald en bij gebreke
daarvan door het scheidsgerecht. Voor het geval van een arbitrage buiten
Nederland geven de artt. 1074-1076 Rv een regeling voor de
(on)bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de erkenning en
tenuitvoerlegging van de rechtspraak.
- Aan arbitrage moet een overeenkomst ten grondslag liggen die
schriftelijk tot stand is gekomen (art. 1021 Rv).
- Alle geschillen tussen partijen, ongeacht de grondslag van de
rechtsbetrekking, kunnen door partijen aan arbitrage worden
onderworpen (art. 1020 lid 1 Rv).
- Door de overeenkomst tot arbitrage komt de bevoegdheid van de
burgerlijke rechter met betrekking tot het aan arbitrage
onderworpen geschil te vervallen.
- Arbitrage is gebaseerd op de gedachte dat partijen zelf invulling
kunnen geven aan hun rechtsverhouding en zij zijn dan ook vrij om
zelf te bepalen hoe het scheidsgerecht wordt samengesteld, mits
het aantal arbiters oneven is (art. 1026 Rv).
- Arbitraal hoger beroep tegen einsbeslissing is alleen mogelijk
wanneer partijen dat zijn overeengekomen (art. 1061a Rv).
- Tegen een arbitraal eindvonnis dat gezag van gewijsde heeft
gekregen, staan nog 2 rechtsmiddelen bij de burgerlijke rechter
open, namelijk vernietiging en herroeping de 5
vernietigingsgronden zijn te vinden in art. 1065 lid 1 Rv.