NEDERLANDS 4 – SAMENVATTING TAALBESCHOUWING
Taalbeschouwing
= nadenken over taalgebruik en nadenken over de belangrijkste aspecten van het
taalsysteem (= taalsystematiek).
Taalbeschouwing leert leerlingen het eigen en andermans taalgebruik te beschouwen.
Daardoor leren ze situaties zelfstandiger en beter aanpakken.
Systematiek van het Nederlands taalvaardiger worden.
Nadenken over de communicatieve competentie:
o Vb. Gebruik van synoniemen, eufemismen, dialecten, vaktaal,
spreekwoorden, vergelijkingen, poëzie, pictogrammen, mondelinge vs.
schriftelijke communicatie, individuele en sociale aspecten van taalgebruik,
…
Onomatopee = klanknabootsing
Aspecten van taalbeschouwing
Nadenken over de communicatieve competentie:
o Vb. Gebruik van synoniemen, eufemismen, dialecten, vaktaal,
spreekwoorden, vergelijkingen, poëzie, pictogrammen, mondelinge vs.
schriftelijke communicatie, individuele en sociale aspecten van taalgebruik,
…
Via taalbeschouwing
o Beter inzicht in het taalsysteem
o Leren hoe Nederlands in elkaar zit:
Hoe zinnen opgebouwd zijn, hoe via bijvoeglijke naamwoorden een
tekst rijker maken, …
Nadenken over taalgebruik:
o Taalkundige competentie
o Taalelementen: klanken, letters, woorden, zinnen en teksten,
spellingvormen, betekenissen
o Nadenken over taalgebruik = nadenken over hoe mensen luisteren,
spreken, lezen en schrijven.
Nadenken over taalsystematiek:
o Over klanken, woorden (opbouw, soorten), woordcombinaties (zinsdelen,
zinnen, alinea’s), betekenissen, spellingvormen
Waarom lessen taalbeschouwing?
ü Situaties zelfstandiger en beter aanpakken!
ü Taalvaardiger worden
ü Openstaan voor culturele verschillen
ü Vergroten van onze culturele kennis
ü Beter inzicht in het taalsysteem
ü Verbeteren van spellingvaardigheid
ü Meer inzicht in systematiek van moderne, vreemde talen
, NEDERLANDS 4 – SAMENVATTING TAALBESCHOUWING
Situering in het taalonderwijs
Nadenken over …?
WAARNEMEN BEGRIJPEN EN INTERPRETEREN VERWERKEN
zich verwonderen verwoorden redeneren
zich verbazen bespreken beoordelen
stilstaan bij verklaren toepassen
verkennen vergelijken besluiten
zich vragen stellen verbanden leggen verbeteren
herkennen begrippen ordenen aanpassen
plezier beleven
onderzoeken
creatief denken
Om te kunnen reflecteren op taal redelijke mate ‘metalinguïstisch
bewustzijn’
o Zichzelf spontaan verbeteren
o Op taal van anderen letten en daar opmerkingen over maken
o Rond kleuterleeftijd
, NEDERLANDS 4 – SAMENVATTING TAALBESCHOUWING
Uitgangspunten
ü Doel = taalvaardigheid van leerlingen verbeteren, taalgevoeliger en taalweerbaar
maken
ü Impliciete kennis aan de oppervlakte brengen
ü Vanuit rijke contexten werken, vanuit echte communicatieve gebruikssituaties
ü Taal in haar geheel bekijken (zins- en woordleer)
ü Met oog voor meertaligheid
ü Correcte terminologie (om over verworven inzichten/kennis te praten)
ü Inductief onderwijs
ü Motiverend en uitdagend (vertrekken van reële behoefte, garanties bieden op
succeservaring)
ü De onderzoeksactiviteit ligt bij de leerlingen (onderzoekende houding)
ü Met de leerkracht als expert en ervaren gids … (lkr staat centraal,
kennisoverdrager)
hoge eisen aan de lkr: soepelheid om creatief inspelen op opvallende
taalverschijnselen die lln aanbrengen, vindingrijkheid, verwondering (werkvormen)
om taal in vraag te stellen.
Taalbeschouwing in de klas
Drie vormen:
1. Incidentele taalbeschouwingsmomenten
2. Volledige les (voorbereid / EDI )
3. Lessenreeks rond thema
Taalbeschouwing in de praktijk
ü Wanneer ben jij met taal bezig? Voortdurend, toevallig of doelgericht, bewust of
onbewust, …
ü Waarom ben jij met taal bezig? Een goede beurt maken, om dingen te brengen,
omdat je het boeiend vindt, …
INCIDENTELE OF OCCASSIONELE TAALREFLECTIE spontaan ontstaan vanuit een
concrete situatie.
INTENTIONELE OF EXPLICIETE AANPAK bewust gepland en doelgericht opgezet door
de lkr
Taalbeschouwing via expliciete directe instructie
Zelfontdekkend leren
Onderzoeken van taalverschijnselen, hypotheses formuleren en tot conclusie
komen
Via EDI
o Leerdoelen formuleren
o Structuren en denkstappen expliciet voordoen en verwoorden
o Stappenplannen of taalbeschouwingsstrategieën
o Geleide inoefening met onmiddellijke feedback
o Verwoorden van redenering, niet enkel geven van juist antwoord
Taalbeschouwing
= nadenken over taalgebruik en nadenken over de belangrijkste aspecten van het
taalsysteem (= taalsystematiek).
Taalbeschouwing leert leerlingen het eigen en andermans taalgebruik te beschouwen.
Daardoor leren ze situaties zelfstandiger en beter aanpakken.
Systematiek van het Nederlands taalvaardiger worden.
Nadenken over de communicatieve competentie:
o Vb. Gebruik van synoniemen, eufemismen, dialecten, vaktaal,
spreekwoorden, vergelijkingen, poëzie, pictogrammen, mondelinge vs.
schriftelijke communicatie, individuele en sociale aspecten van taalgebruik,
…
Onomatopee = klanknabootsing
Aspecten van taalbeschouwing
Nadenken over de communicatieve competentie:
o Vb. Gebruik van synoniemen, eufemismen, dialecten, vaktaal,
spreekwoorden, vergelijkingen, poëzie, pictogrammen, mondelinge vs.
schriftelijke communicatie, individuele en sociale aspecten van taalgebruik,
…
Via taalbeschouwing
o Beter inzicht in het taalsysteem
o Leren hoe Nederlands in elkaar zit:
Hoe zinnen opgebouwd zijn, hoe via bijvoeglijke naamwoorden een
tekst rijker maken, …
Nadenken over taalgebruik:
o Taalkundige competentie
o Taalelementen: klanken, letters, woorden, zinnen en teksten,
spellingvormen, betekenissen
o Nadenken over taalgebruik = nadenken over hoe mensen luisteren,
spreken, lezen en schrijven.
Nadenken over taalsystematiek:
o Over klanken, woorden (opbouw, soorten), woordcombinaties (zinsdelen,
zinnen, alinea’s), betekenissen, spellingvormen
Waarom lessen taalbeschouwing?
ü Situaties zelfstandiger en beter aanpakken!
ü Taalvaardiger worden
ü Openstaan voor culturele verschillen
ü Vergroten van onze culturele kennis
ü Beter inzicht in het taalsysteem
ü Verbeteren van spellingvaardigheid
ü Meer inzicht in systematiek van moderne, vreemde talen
, NEDERLANDS 4 – SAMENVATTING TAALBESCHOUWING
Situering in het taalonderwijs
Nadenken over …?
WAARNEMEN BEGRIJPEN EN INTERPRETEREN VERWERKEN
zich verwonderen verwoorden redeneren
zich verbazen bespreken beoordelen
stilstaan bij verklaren toepassen
verkennen vergelijken besluiten
zich vragen stellen verbanden leggen verbeteren
herkennen begrippen ordenen aanpassen
plezier beleven
onderzoeken
creatief denken
Om te kunnen reflecteren op taal redelijke mate ‘metalinguïstisch
bewustzijn’
o Zichzelf spontaan verbeteren
o Op taal van anderen letten en daar opmerkingen over maken
o Rond kleuterleeftijd
, NEDERLANDS 4 – SAMENVATTING TAALBESCHOUWING
Uitgangspunten
ü Doel = taalvaardigheid van leerlingen verbeteren, taalgevoeliger en taalweerbaar
maken
ü Impliciete kennis aan de oppervlakte brengen
ü Vanuit rijke contexten werken, vanuit echte communicatieve gebruikssituaties
ü Taal in haar geheel bekijken (zins- en woordleer)
ü Met oog voor meertaligheid
ü Correcte terminologie (om over verworven inzichten/kennis te praten)
ü Inductief onderwijs
ü Motiverend en uitdagend (vertrekken van reële behoefte, garanties bieden op
succeservaring)
ü De onderzoeksactiviteit ligt bij de leerlingen (onderzoekende houding)
ü Met de leerkracht als expert en ervaren gids … (lkr staat centraal,
kennisoverdrager)
hoge eisen aan de lkr: soepelheid om creatief inspelen op opvallende
taalverschijnselen die lln aanbrengen, vindingrijkheid, verwondering (werkvormen)
om taal in vraag te stellen.
Taalbeschouwing in de klas
Drie vormen:
1. Incidentele taalbeschouwingsmomenten
2. Volledige les (voorbereid / EDI )
3. Lessenreeks rond thema
Taalbeschouwing in de praktijk
ü Wanneer ben jij met taal bezig? Voortdurend, toevallig of doelgericht, bewust of
onbewust, …
ü Waarom ben jij met taal bezig? Een goede beurt maken, om dingen te brengen,
omdat je het boeiend vindt, …
INCIDENTELE OF OCCASSIONELE TAALREFLECTIE spontaan ontstaan vanuit een
concrete situatie.
INTENTIONELE OF EXPLICIETE AANPAK bewust gepland en doelgericht opgezet door
de lkr
Taalbeschouwing via expliciete directe instructie
Zelfontdekkend leren
Onderzoeken van taalverschijnselen, hypotheses formuleren en tot conclusie
komen
Via EDI
o Leerdoelen formuleren
o Structuren en denkstappen expliciet voordoen en verwoorden
o Stappenplannen of taalbeschouwingsstrategieën
o Geleide inoefening met onmiddellijke feedback
o Verwoorden van redenering, niet enkel geven van juist antwoord