Anatomie
- Lymfe: de vloeistof (plasma + weefselstoffen zoals hormonen en
enzymen)
- Lymfevaten: de transportwegen (capillairen en grotere verzamelvaten)
- Lymfocyten: de gespecialiseerde afweercellen
- Lymfoïde organen en weefsels: strategische locaties zoals de milt, rood
beenmerg, tonsillen, thymus en lymfeknopen.
- Lymfeknopen: filteren schadelijke stoffen ( er zijn er ong. 450 en zijn 1-25
mm groot)
- Ductus lymphaticus dexter en de ductus thoracicus -> de 2 grootste
verzamelvaten voor lymfe.
- Macrofagen: fagocyteren, aangeboren immuniteit
- Reticulaire cellen: maken reticulaire weefsels aan
- Lymfocyten: afweercellen, nestelen zich vast op de reticulaire vezels.
- Trabekels: zorgen voor soort inwendig skelet van de lymfeknoop
- Tonsillen: amandelen
- Tonsilla pharyngea (= adenoïd): 1 neusamandel
- Tonsillae palatinae: 2 keelamandelen
- Tonsilla lingualis: 1 tongamandel
- Thymus (= zweverik): 2 lobben gelegen achter het borstbeen
- T-cellen: cruciale witte bloedcellen in ons afweersysteem die
ziekteverwekkers en gemuteerde lichaamscellen, zoals kankercellen,
opsporen en vernietigen.
- Epitheliale cellen: helpen bij uitrijpen T-cellen.
- Apoptose: geprogrammeerde celdood
- Milt (lien of splen): gelegen linksboven in buikholte, lateraal t.o.v.
pancreas.
- Immuunsysteem: geheel van cellen & factoren die de mogelijkheid
hebben een onderscheid te maken tussen ziekteverwekkende
deeltjes/organismes en afwijkende lichaamseigen stoffen/cellen.
- Pathogeen: de indringer (bv. bacterie)
- Antigeen: specifieke eiwit op de wand van de indringer dat de reactie
uitlokt.
- Aangeboren immuunsysteem: het geheel van algemene
afweermechanismen die effectief zijn tegen elke binnengedrongen
schadelijke stof.
- Verworven immuunsysteem:
Verschillen onderling qua samenstelling maar kunnen niet los
van elkaar worden gezien
- Fysieke barrières: alle mechanische afsluitingen van ons lichaam tegen
de buitenwereld. Hiertoe behoren de huid, slijmvliezen en de normale flora.
- Stratum corneum: hoornlaag (= de opperste huidlaag)
- Darmflora: commensale flora die zich volledig heeft gekoloniseerd in de
dikke darm.
- Fagocyten: cellen die aan fagocytose doen en die indringers eten
- Natural killer (NK) cellen: (lymfocyten uit rode beenmerg, in milt en
andere lymfoïde organen) vallen geïnfecteerde cellen aan.
, - Macrofagen: monocyten die die bloedbaan verlaten
- Cytokines: eiwitten die een cel vrijstelt om omringende cellen te
mobiliseren
- Complementsysteem: bestaat uit 16 verschillende plasma-eiwitten, die
we complementfactoren noemen. In normale omstandigheden zijn ze
inactief maar wanneer ze een vreemd deeltje opmerken, activeren ze
elkaar via een cascade van reacties. Hierbij “complementeren” ze elkaar
en werken ze samen tegen het pathogeen.
- Ontsteking: fysiologische reactie op weefselschade.
- De 4 mediatoren: histamine, CRP, prostaglandines en pyrogenen
- Tekenen van ontsteking: pijn, roodheid, lokale warmte, zwelling en
functieverlies
- Celgemedieerde immuniteit: een onderdeel van het aangeboren
immuunsysteem dat ziektewekkers bestrijdt die zich binnenin
lichaamscellen bevinden, zoals virussen en bacteriën.
- Tc: cytotoxische T-cellen
- B-lymfocyten: produceren eiwitten die we antilichamen noemen
- Antilichaamgemedieerde of humorale immuniteit: deel van
verworven immuunsysteem dat zich richt op vrij rondwzemmende
ziekteverwekkers in bloed en lichaamsvloeistoffen.
- APC: antigen presenting cell
- Th-cellen: T-helpercellen
- Cavum nasi: neusholte -> gastransport, bevochtigen, verwarmen en
zuiveren van lucht, reukwaarneming
- Pharynx: keelholte -> gastransport. Opgedeeld in 3 segmenten:
nasopharynx, oropharynx en de laryngopharynx
- Larynx: strottenhoofd -> gastransport en stemvorming
- Trachea: luchtpijp -> gastransport en zuiveren ingeademde lucht
- Bronchi: bronchiën -> gastransport
- Bronchioli: bronchiolen -> =
- Alveoli: longblaasjes -> gasuitwisseling
- Conchae: neusschelpen -> vergroten contact oppervlak
- Uvula: huig -> speelt rol afsluiting neusholte en buis van Eustachius
- Buis van Eustachius: verbind middenoor met neus-keelholte
- Epiglottis: strotklepje
- Cartaligo thyroidae: schilkraakbeen
- Cartaligo cricoidae: ringkraakbeen
- Cartilago arytenoidae: stelkraakbeen
- Basis: rustend op diafragma
- Apex: de punt aan bovenzijde
- Longhilum: de toegangspoort voor vaten en bronchiën
- Pleura: longvlies van dubbel membraan dat de longen beschermt en
verbindt met de thoraxwand
- Pariëtale pleura: bekleedt binnezijde ribbenkast
- Viscerale pleura: bekleed longoppervlak.
- Surfactantproducerende cellen: produceren een vloeistof die de
oppervlaktespanning verlaagt en voorkomt dat de blaasjes inklappen