7.1 Inleiding
Kinderen die door een lichamelijke functiebeperking moeilijkheden ondervinden om te participeren
aan de maatschappij of gehinderd worden in hun groei, ontwikkeling en/of zelfontplooiing, noemen
we kinderen met een fysieke of lichamelijke beperking.
- Deze groep is zeer heterogeen.
o Kinderen in een rolstoel.
o Kinderen die zich verplaatsen met krukken.
o Kinderen die een arm verloren hebben.
o Enz.
o Soms sprake van een meervoudige beperking.
- Zowel een medisch als sociaal aspect (historisch en cultureel perspectieven).
- Een beter begrip van lichamelijke beperkingen kan maatschappelijke inclusie, aanvaarding en
respect in de hand werken. “Een beperking hoeft niet tot een handicap te leiden.”
7.2 Terminologie
- Voor de doelgroep ‘kinderen met een fysieke beperking’ worden verschillende benamingen
gebruikt.
o Lichamelijk of fysiek beperkten.
o Motorisch beperkten.
o Orthopedisch beperkten.
o Fysiek belemmerden.
o Kreupelen.
o Gebrekkigen.
- De term motorische beperking is te restrictief (= beperkt), aangezien de impact op het
functioneren veel breder is dan enkel het motorische (bv. zindelijkheid, leerproblemen,
communicatieproblemen, verstandelijke beperkingen, …)
- Term beperking: standpunt ICF.
Personen met een fysieke of lichamelijke
beperking =
- Personen die door een lichamelijke
functiebeperking moeilijkheden
ondervinden om te participeren aan de
maatschappij of gehinderd worden in
hun groei, ontwikkeling en / of
zelfontplooiing
1
, 7.3 Definiëring, oorzaken en classificatie
- Personen met een fysieke beperking:
o Vertonen tijdelijke, blijvende of recidiverende motorische belemmeringen.
o Worden gehinderd in hun groei, ontwikkeling en handhaving.
o Hun toestand interfereert met de mogelijkheden het lichaam te gebruiken.
De belemmeringen vinden hun oorsprong in neurologische (= alles wat te maken heeft de
hersenen, ruggenmerg of zenuwen), orthopedische (= beenderen en gewrichten), musculaire
(= spieren), metabolische stoornissen (= stofwisseling) of traumata (= verwondingen die het
gevolg zijn van geweld of kracht van buitenaf).
- Oorzaken:
o 30% prenataal (= voor de geboorte)
Genetisch
Infecties
Intoxicatie (bv. alcohol, geneesmiddelen, drugs)
Ziekte moeder (bv. diabetes, fysieke beschadigingen,…)
o 60% perinataal (= tijdens de geboorte)
Zuurstofgebrek
Trauma en traumatische bloedingen
Prematuriteit
o 10% postnataal (= na de geboorte)
Traumata
Infecties
- Fysieke beperkingen worden ingedeeld op verschillende wijzen:
o Aangeboren <> verworven.
o Met hersenbeschadiging <> zonder hersenbeschadiging.
o Plaats van aandoening (bv. extremiteiten, rug).
o Oorzaken (bv. ongevallen, ziekten).
- Aard van de aandoening:
o Neurologische aandoeningen.
Cerebrale parese
Hydrocefalie
Neuraalbuisdefecten
Poliomyelitis
Niet aangeboren hersenletsel (NAH)
o Musculaire problemen (= spieraandoeningen).
Spierdystrofie
Spieratrofie
o Orthopedische problemen.
Amputatie
Juveniele idiopathische artritis
2