5.1 Inleiding
Dialogische gerichtheid op elkaar
- Baby’s hebben een bijzondere aandacht voor de menselijke stem:
o Hoge tonen
o Ritmische patronen
- Pasgeborenen zien de dingen scherp op een afstand van 20 centimeter.
- Baby’s zijn vanaf de geboorte geïnteresseerd in ronde vormen, opvallende contrasten en
scherpe contouren, eenvoudige patronen en trage bewegingen. Dit typeren het menselijk
gelaat.
- Babytaal: taal van volwassenen gericht naar baby’s. Babytaal kenmerkt zich door:
o Hoge tonen
o Traag spreektempo
o Eenvoudig taalgebruik
o Traag spreektempo
- Vanaf de eerste levensmaanden wordt de moeder-baby-interactie gekenmerkt door
gezamenlijke momenten van ritmische synchronisatie:
o Gemoedstoestand
o Gedrag
o Vocalisaties
o Ademhaling
o Hartslag
- Dove ouders met een dove baby hebben dezelfde afstemmingsprocessen, met het verschil
dat deze ouders de auditieve input vervangen door visuele en tactiele processen:
o Meer oogcontact
o Meer positieve mimiek
o Meer communicatiegerichtere aanrakingen
5.2 Beschrijving van de doelgroep
- Audiologische classificatie & orthopedagogische classificatie
- Audiologische classificatie: indeling volgens twee dimensies:
o Graad gehoorverlies
o Aard gehoorverlies (lokalisatie van de gehoorstoornis)
- Gehoorstoornissen behoort tot de meest voorkomende langdurige lichamelijke aandoening.
- De impact van doof of slechthorend zijn naargelang:
o Aard en graad gehoorstoornis.
o Leeftijd waarop het gehoorprobleem optreedt.
o Mate waarin de gesproken taal via het gehoor toegankelijk is.
o Omgeving waar men opgroeit.
o De plaats die gebarentaal en meertaligheid krijgen.
o Contacten met dove leeftijdsgenoten.
- Verschillende delen van het oor:
o Uitwendige oor
Oorschelp
1
, Gehoorgang
o Middenoor
Trommelvlies
Trommelholte met gehoorbeentjes: hamer,
aambeeld en stijgbeugel
Buis van Eustachius
o Binnenoor
Slakkenhuis (= cochlea)
Evenwichtsorgaan
- Geluid…
o Bestaat uit trillingen van luchtdeeltjes die zich als golven door de lucht verplaatsen.
o Bestaat uit verschillende golfbewegingen.
o Iedere volledige golfbeweging noemt men een trilling.
o Het aantal trillingen dat een geluidsbron per seconde voortbrengt, noemt men de
frequentie.
o De frequentie van de geluidsgolf is het aantal rillingen per seconde en wordt
uitgedrukt in Hertz (Hz).
- Twee belangrijke kenmerken van trilling / golf
o Geluidssterkte (luid en zacht): Decibel
o Toonhoogte (hoog en laag): Hertz
- Geluidssterkte:
o Geluidsgolven oefenen een druk uit op de oppervlakten waarmee ze in aanraking
komen.
o Deze druk kan gebruikt worden als een maat voor de intensiteit of de geluidssterkte.
o Internationaal: referentiepunt van 0 DB. = drukniveau waarop horende mensen
geluid beginnen waarnemen.
o Eenheid: decibels (dB).
- Toonhoogte:
o Het aantal trillingen dat een geluidsbron per seconde voortbrengt, noemt met de
frequentie.
o Eenheid: Hertz (Hz) Bv.: 30 Hz een frequentie van 30 trillingen per seconde.
o Menselijk oor: 20 – 20000Hz
o Hoe hoger de frequentie, hoe hoger de toon
o Eenheid: Hertz (Hz)
2