Hoofdstuk 1: Verlangen naar wijsheid
1. Oorsprong van filosofie
1.1. Verwondering Verwondering → zoeken naar antwoorden/verklaringen
1.2. Magisch denken Invloed uitoefenen op verloop gebeurtenissen → Rituelen
- Vroeger en nu
- Nut ervan niet bewezen
- Vb. Colaflesje Bosjesmannen
- Vb. Voodoo
- Vb. edelstenen en kristallen
1.3. Mythisch denken Mogelijke antwoorden/verklaringen op grote vragen →Verhalen: Mythen
Kenmerken Mythe:
- Een verzonnen verhaal dat van generatie op generatie werd overgeleverd.
- Geeft een verklaring voor het ontstaan van de wereld en voor natuurverschijnselen.
- De verklaring is gebaseerd op bovennatuurlijke krachten zoals goden en halfgoden.
- De goden en halfgoden krijgen antropomorfe eigenschappen toebedeeld.
➔ Antropomorfisme = mythische figuren krijgen menselijke eigenschappen toebedeeld
, - Vb. Demeter (seizoenen)
- Vb. Droomtijd Aboriginals
- Vb. Donder en bliksem
1.4. Mythe doorprikt Goden in de oudheid: antropomorf en onvoorspelbaar → onzeker
Mythische verklaringen → niet echt betrouwbaar en vrij willekeurig
Dus: om grote vragen op te lossen
→ geen verhalende tradities
→ wel rationeel tot antwoorden komen
2. Filosofie Filosofie: philosophia = philo (die houdt van) + sophia (wijheid)
= het verlangen naar wijsheid
Eerste filosoof: Pythagoras van Samos
- Geleerde, bekende man
- Stelling van Pythagoras
- Filosofie = gericht op doorgronden van ordening heelal
Verlangen om alles te doorgronden → typisch filosofie
Filosofie: geen specifiek studiedomein, kan over alles reflecteren