• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 126 pages
Summary

Samenvatting Strafrecht (eerste bachelor Rechtspraktijk) 17/20

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 126 pages

Een zeer uitgebreide samenvatting/ studeerblok met: voorbeelden, theorie, oefeningen (inclusief oplossingen), ... om zeker te zijn voldoende kennis op te doen voor het vak/ examen Strafrecht: eerste bachelor, UCLL Limburg, afstudeerrichting Rechtspraktijk. Gebaseerd op alle slides + notities uit de lessen om zo tot 1 geheel te komen. Resultaat: 17/20 Moest je interesse hebben of nog vragen hebben over dit document mag je altijd een berichtje sturen via dit platform.

Content preview

Algemeen
15% PE + 85% examen
Actualiteit bijhouden!!  2 testen  ook op examen 1 actualiteitsvraag
2de zit  100% schriftelijk examen

Hoofdstuk 1: De strafwet

1. Wat is Strafrecht?

1.1 Het strafrecht is publiek recht
Het is de overheid die d.m.v. het Openbaar Ministerie een persoon ter
verantwoording roept omdat hij de normen die in deze maatschappij gesteld zijn,
in het strafrecht overtreden heeft.
Het slachtoffer is geen partij in het strafproces, maar maakt het burgerlijk luik uit
als de partij die schadevergoeding eist!!

1.2 Welke gedragingen zijn strafbaar?
 In het strafrecht gaat het om menselijke gedragingen:
• Actieve gedraging (bv. diefstal) of het nalaten een bepaalde handeling
te stellen (bv. nalaten hulp te bieden aan persoon in nood)
• Een gedraging die op zich niet strafbaar is, maar die strafbaar wordt door
het ongewilde gevolg (bv. verkeersongeval met verwondingen omwille van
ernstig gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg; een zware fout)
• Het gaat altijd om gedragingen van mensen  dieren zijn niet strafbaar

1.3 Onder welke voorwaarden?
• De wet bepaalt welke elementen aanwezig moeten zijn opdat een
gedraging een misdrijf uitmaken.
• Misdrijf: al de elementen die in de wet opgesomd staan, moeten aanwezig
zijn.
• Bv. valsheid in geschriften (art. 451 Sw.):
 De wet stelt dat valsheid in geschriften enkel strafbaar is als ze gepleegd
is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. = intentie moet
er zijn om iemand schade toe te brengen!

1.4 In welke omstandigheden?


• Verschillende gedragingen kunnen al dan niet strafbaar zijn, zwaarder of
minder zwaar strafbaar zijn naargelang de omstandigheden waarin ze zich
voordoen.
• De straffen na dezelfde feiten variëren naargelang de omstandigheden:
(zie handboek p. 33 en later in cursus)

1

, - Wettige verdediging (art. 14 Sw.)
- Uitlokking (art. 103 Sw.)
- Verzwarende bestanddelen  bv. Politieagent duwen of slaan bij
aanhouding
= verzwaren een straf, rechter moet hier rekening mee houden
- Persoon met een openbare functie
- Verzwarende factoren  bv.voorbedachtheid
= verzwaren een straf, rechter kan hier rekening mee houden
- Overige

1.5 Tegenover welke personen?
De hoedanigheid van de dader en het slachtoffer maken dikwijls een verschil
uit in het strafrecht:
Bv. slachtoffer is een gehandicapt persoon, minderjarig of een persoon met een
maatschappelijke functie: straffen zijn zwaarder!
Misdrijven gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie of
met een openbare functie, gepleegd naar aanleiding van de uitvoering van die
functie, maken dikwijls een verzwarend bestanddeel uit voor verschillende
misdrijven (Welke personen: art. 79 Sw.)


1.6 Sancties en/of maatregelen
-Onderscheid tussen strafrecht en moraal
 Strafrecht bevat gedragingen die door de wet als strafbaar
bepaald worden

- Sancties: evolutie van straf (repressief) naar sanctie (preventie en
herstel)

- Uitgangspunt nieuwe Strafwetboek:
Vrijheidsberoving = ‘ultimum remedium’ (laatste redmiddel)
 Doel: er wordt uitgegaan dat elke straf aangepast moet zijn aan de
persoon van de veroordeelde
 Strafniveaus (8) waarbinnen de rechter kan werken om een
aangepaste straf uit te spreken
 Ook nieuwe maatregelen of straffen zoals dienstverleningsstraf (niet
hetzelfde als werkstraf) en verlengde opvolging

(mogelijke stelling over materieel vs formeel strafrecht op examen!!)

1.7 Welke publiekrechtelijke organen zijn bevoegd en op welke
manier?
Strafrecht = materieel strafrecht + strafprocesrecht
 Materieel strafrecht = geheel van rechtsregels waardoor bepaalde
gedragingen strafbaar worden gesteld en worden gesanctioneerd

 sancties: strafwetboek (Sw.) + bijzondere strafwetten

2

, formeel strafrecht = Strafprocesrecht = strafprocedure = strafvordering =
het geheel van regels betreffende de opsporing, de vervolging en berechting van
personen die verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd (alles over
de procedure)

 beschreven in het wetboek van strafvordering (Sv.)
(mogelijke stelling over materieel vs formeel strafrecht op examen!!)


2. Legaliteitsbeginsel!! (art. 1, Sw.)
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat alleen de wet kan bepalen welke
gedragingen strafbaar zijn én welke straffen daarop staan. Het is één van de
belangrijkste basisprincipes van het strafrecht.

DOEL  de bescherming van het individu en de rechtsonderhorige, tegen de
willekeur van de overheid.

Dit beginsel bestaat uit twee onderdelen:
2.1 Nullum crimen sine lege = Geen misdrijf zonder wet.
 een gedraging is pas strafbaar als ze in de wet beschreven staat.
2.2 Nullum poena sine lege = Geen straf zonder wet.
 de rechter moet de wet volgen en toepassen, hij mag niet strenger zijn dan in
de wet voorzien.
D.w.z. slechts bestraffing voor misdrijf als bij wet voorzien dat het een
misdrijf uitmaakt en als er straf voorzien is voor overtreding misdrijf. +
dat de rechter zich hier ook aan moet houden en niet van mag afwijken.
BELANGRIJK OP EXAMEN!!!!!

grondwetartikelen niet kennen voor examen!!


2.3. Gevolgen legaliteitsbeginsel:
De bronnen van het strafrecht enkel terug te vinden in de wet (de
gwoonte kan geen bron van strafrecht zijn)
 De strafwet moet strikt geïnterpreteerd worden (rechter mag niet
afwijken)
 zoals het in de wet staat moet het ook toegepast worden
 De strafwet kan niet terugwerken in de tijd (de regels van NU gelden)
 De Belgische strafwet enkel van toepassing op het Belgisch
grondgebied (ongeacht nationaliteit)
Voorbeelden zie HB p36


3. De niet-retroactiviteit van de strafwet (art. 2 Sw.)
= De niet-terugwerkende kracht in de tijd
Aanduiden!


3

, - Een strengere strafwet kan niet retroactief toegepast worden.
 zou anders ingaan tegen legaliteitsbeginsel: het is onmogelik feiten te
bestraffen die op het ogenblik dat ze begaan werden nog niet als misdrijf
omschreven en dus niet strafbaar waren.

-Een mildere strafwet kan wel retroactief toegepast worden.
 volgens Art. 2, Sw. Wordt de mildste straf toegepast
Is een gedraging strafbaaren met welke straffen?
 men moet uitgaan van het tijdstip van de feiten:
- Bedoelde gedraging toen in de wet bepaald als misdrijf?  feiten strafbaar
- Bedoelde gedraging toen nog niet in de wet bepaald als misdrijf  feiten
niet strafbaar


4. De werking van de strafwet in de ruimte (art. 3 en 4 Sw.)
Ruimtelijke gelding van de strafwet wordt bepaald door het
territorialiteitsbeginsel
 Territorialiteitsbeginsel:
- Voor misdrijven, gepleegd in België geldt de Belgische strafwet, ongeacht
de nationaliteit van de pleger van het misdrijf;
- Een afwijking hiervan is enkel mogelijk als het in de wet bepaald is. (bv.
Terrorisme-misdrijf)
 Voor alle misdrijven, gepleegd op Belgisch grondgebied, geldt de
Belgische strafwet.


4.1 Misdrijven gepleegd in België
 Wat is het grondgebied van het Rijk?
- Het eigenlijk territorium
- De territoriale zee
- Vreemde schepen in Belgische havens
- Misdrijven begaan aan boord van Belgische schepen
- Het luchtruim boven het Belgisch grondgebied en de territoriale wateren
- Misdrijven begaan door personen verbonden aan het Belgisch leger in het
buitenland
- Ambassades, consulaten en gebouwen van internationale of
supranationale instellingen in België gelegen


4.2 Misdrijven gepleegd buiten België
 Ze zijn strafbaar in België bij uitzondering én als dat zo in de wet
voorzien is (cf. legaliteitsbeginsel): cf. art. 6 tot 14 VT Sv.:
- Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren (Boek II, Titel 8)
- De dubbele incriminatie (dubbele inbeschuldigingsstelling)
 Voor bepaalde misdrijven geldt een universalisme, art. 10ter VT Sv. (cf. OPO
Strafvordering)


4

Table of contents

  1. 01 1. Wat is Strafrecht? 1
    1. 1.1 Het strafrecht is publiek recht 1
    2. 1.2 Welke gedragingen zijn strafbaar? 1
    3. 1.3 Onder welke voorwaarden? 1
    4. 1.4 In welke omstandigheden? 1
    5. 1.5 Tegenover welke personen? 2
    6. 1.6 Sancties en/of maatregelen 2
    7. 1.7 Welke publiekrechtelijke organen zijn bevoegd en op welke manier? 2
  2. 02 2. Legaliteitsbeginsel!! (art. 1, Sw.) 3
    1. Dit beginsel bestaat uit twee onderdelen: 3
    2. 2.3. Gevolgen legaliteitsbeginsel: 3
  3. 03 3. De niet-retroactiviteit van de strafwet (art. 2 Sw.) 3
  4. 04 4. De werking van de strafwet in de ruimte (art. 3 en 4 Sw.) 4
    1. 4.1 Misdrijven gepleegd in België 4
    2. 4.2 Misdrijven gepleegd buiten België 4
    3. 4.3 De werking van de strafwet t.o.v. personen 5
  5. 05 5. Interpretatie van de strafwet 5
    1. 5.1 Niet verboden in de wet 5
    2. 5.2 Strikte interpretatie 5
    3. 5.3 Analoge interpretatie 5
    4. 5.4 Uitzondering 5
    5. 5.5 Evolutieve interpretatie 5
    6. 5.6 Tijdsgebonden interpretatie 6
    7. 5.7 Conclusie 6
  6. 06 6. De bronnen van het strafrecht 6
  7. 07 7. De strafgerechten: organigram 6
  8. 08 Hoofdstuk 1 : Cases (1/3 van de punten op examen) 6
    1. Case 1, p48. 7
    2. Case 2, p49. 7
    3. Case 3, p49 7
    4. Case 4, p50 7
  9. 09 Afdeling 1. Definitie 8
    1. 1.2.1 Een menselijke gedraging 8
    2. 1.2.2 Een strafbare gedraging 8
    3. 1.2.3 Een door de wet bestrafte gedraging 8
    4. 1.3 Het morele bestanddeel: Art. 7 Sw. 9
    5. Vier categorieën van misdrijven: 9
    6. 1.4 Het verzwarende bestanddeel: Art. 8 Sw. 9
  10. 10 Afdeling 2. De strafbare poging 10
    1. 2.1 het voornemen om een misdrijf te plegen 10
    2. 2.2 Het begin van uitvoering 10
    3. 2.3 Niet voltooien van het misdrijf buiten de wil van de dader 10
    4. 2.4 Bestraffing van de poging 10
    5. 4. Belangrijk onderscheid 11
  11. 11 Kort overzichtschema 11
    1. 2.5 De deelnemers: 12
    2. 2.6 Het criminele aanbod: 12
  12. 12 3.1 Vooraf: 12
    1. a) Wederrechtelijkheid 13
    2. b) Toerekeningsvatbaarheid 13
    3. c) Strafwaardigheid 13
    4. 3.2 Definitie: Art. 10 Sw. 13
  13. 13 3.3 Gebod of toelating van de wet: 14
  14. 14 3.4 Bevel van de overheid 14
  15. 15 3.5 Noodtoestand: Art. 13 Sw. 14
    1. Toepassingsvoorwaarden 15
    2. Belangrijke nuance 15
  16. 16 3.6 Wettige verdediging: Art. 14 Sw. 15
    1. De voorwaarden: 15
    2. misdrijven die niet door wettige verdediging gerechtvaardigd worden: 16
  17. 17 3.7 Wettig verzet in geval van misbruik door de overheid: Art. 15 Sw. (uitzonderlijk toegepast!) 16
    1. Voorwaarden 16
    2. Voorbeelden 17
  18. 18 3.8 Toestemming van het slachtoffer 17
    1. 1. Rechtsgoederen waarover men vrij kan beschikken 17
    2. 2. Rechtsgoederen waarover men niet vrij kan beschikken 17
    3. Uitzondering: euthanasie 18
  19. 19 4.2 De indeling van de misdrijven volgens materiële uitvoeringswijze: 18
    1. Aflopende en voortdurende misdrijven 18
    2. Enkelvoudige en voortgezette misdrijven 19
    3. 4.2.3 Gelegenheidsmisdrijven en gewoontemisdrijven 21
  20. 20 Afdeling 1. Daderschap en deelneming 22
    1. 1.1 De dader: 22
    2. 1.2 Rechtspersonen: 22
    3. 1.3 Strafbare deelneming: Art. 19 Sw. 22
  21. 21 Afdeling 2. Doorwerking van de verzwarende bestanddelen en verzwarende factoren 23
    1. 2.1. Objectieve verzwarende bestanddelen/ factoren: 23
    2. 2.2 Subjectieve verzwarende bestanddelen/ factoren 23
  22. 22 Afdeling 3. Schuldontheffingsgronden 24
    1. 3.1 Onweerstaanbare dwang: 24
    2. 3.2 Onoverkomelijke dwaling: 24
  23. 23 Afdeling 4. Gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid 25
    1. 4.1 Geestesstoornis: (Art. 25) 25
    2. Drieledig onderscheid 25
    3. Voorwaarden voor internering 26
    4. Dronkenschap en invloed van drugs 26
    5. Samengevat (kort) 27
    6. 4.2 Minderjarigheid – Art. 26 Sw. 27
    7. Algemeen principe 27
    8. Onderscheid volgens leeftijd 27
    9. Samengevat (kort) 28
  24. 24 Hoofdstuk 3: oefeningen: Cases pag. 98 – 105. 28
  25. 25 5.1 – Verzwarende bestanddelen of factoren 1 29
  26. 26 5.2 – Verzwarende bestanddelen of factoren 2 29
  27. 27 5.4 – Poging 1 30
  28. 28 5.5 – Poging 2 30
  29. 29 5.6 – POGING 3 31
  30. 30 5.7 – Strafbare deelneming 1 31
  31. 31 5.8 – Rechtvaardigingsgrond: bevel van de overheid 32
  32. 32 5.9 – Rechtvaardigingsgrond: gebod of toelating van de wet 33
  33. 33 5.10 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER) 33
  34. 34 5.11 – Wettige verdediging (noodweer) 33
  35. 35 5.12 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER 3) 34
  36. 36 5.13 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER 4) 35
  37. 37 5.14 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER 5) 35
  38. 38 5.15 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER 6) 36
  39. 39 5.16 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER 7) 36
  40. 40 5.17 – RECHTVAARDIGINGSGROND: WETTIGE VERDEDIGING (NOODWEER 8) 37
  41. 41 5.18 – Noodtoestand 37
  42. 42 5.19 – Toestemming van het slachtoffer 38
  43. 43 5.20 – RECHTVAARDIGINGSGROND: TOESTEMMING VAN HET SLACHTOFFER 2 38
  44. 44 5.21 – Onoverkomelijke dwaling 39
  45. 45 5.22 – SCHULDONTHEFFINGSGROND: ONOVERKOMELIJKE DWALING 2 39
  46. 46 5.23 – Onweerstaanbare dwang 40
  47. 47 5.24 – GRONDEN VAN NIET-TOEREKENBAARHEID 40
  48. 48 1.1 Straf of sanctie 41
    1. Onderscheid tussen de strafrechtelijke sancties en de niet-strafrechtelijke sancties 42
  49. 49 1.2 van de straf: art. 27 Sw.: 42
    1. 1° Maatschappelijke afkeuring 42
    2. 2° Herstel van het maatschappelijk evenwicht en van de schade 43
    3. 3° Rehabilitatie en re-integratie van de dader 43
    4. 4° Bescherming van de maatschappij 43
  50. 50 1.3 Verzwarende factoren en de discriminerende drijfveer: 44
  51. 51 Straf of sanctie 45
    1. Definitie sanctie 45
    2. Strafrechtelijke sancties 45
    3. Verschil straf en sanctie 46
    4. STUDIETIP 46
  52. 52 Doelstellingen van de straf: art. 27 Sw.: 46
  53. 53 Verzwarende factoren (art. 28 Sw.) 46
    1. Verzwarende bestanddelen vs verzwarende factoren 47
    2. Belangrijk onderscheid 47
  54. 54 Discriminerende drijfveer (art. 29 Sw.) 47
    1. Inzicht nieuwe strafrecht 47
  55. 55 Verzachtende omstandigheden (art. 30 Sw.) 47
    1. Definitie 47
    2. Kenmerken 48
  56. 56 Belangrijk onderscheid 48
  57. 57 Voorlichtingsrapport (art. 31 Sw.) 48
    1. Definitie 48
    2. Doel 48
    3. Functie 48
    4. Voorbeeld 49
  58. 58 STUDIETIP 49
  59. 59 Advies (art. 32 Sw.) 49
    1. Definitie 49
    2. Doel 49
    3. Kenmerken 49
  60. 60 Afdeling 2. Verschoningsgronden 50
    1. Definitie (art. 33 Sw.) 50
    2. Gevolg 50
    3. Verschil met rechtvaardigingsgrond! 50
  61. 61 Belangrijk onderscheid (BELANGRIJKE examenvraag) 50
    1. Soorten verschoningsgronden 51
    2. twee algemene verschoningsgronden: 52
    3. Verschoningsgronden vs verzachtende omstandigheden 52
  62. 62 Straffen voor natuurlijke personen (art. 36-37 Sw.) 53
    1. Hoofdstraffen 53
    2. Bijkomende straffen (art. 37 Sw.) 53
    3. uitzondering niveau 1: 53
  63. 63 Straffen voor rechtspersonen (art. 38–40 Sw.) 54
    1. Hoofdstraffen (art. 38 Sw.) 54
    2. Bijkomende straffen (art. 39 Sw.) 54
  64. 64 STUDIETIP 55
  65. 65 Afdeling 5. Vrijheidsbenemende straffen 55
    1. Behandeling onder vrijheidsberoving (art. 42 Sw.) 56
  66. 66 Afdeling 6. Vrijheidsbeperkende straffen 56
    1. Straf onder elektronisch toezicht (art. 43 Sw.) 56
    2. Probatiestraf (art. 44 Sw.) 57
    3. Werkstraf (art. 45 Sw.) 57
    4. Andere vrijheidsbeperkende straffen: 58
  67. 67 Afdeling 7. Veroordeling bij schuldigverklaring 58
    1. Veroordeling bij schuldigverklaring (art. 51 Sw.) 58
  68. 68 Afdeling 8. Vermogensstraffen 59
    1. Geldboete (art. 52 Sw.) 59
    2. Nieuw systeem 59
    3. Verbeurdverklaring (art. 53 Sw.) 59
    4. Verruimde verbeurdverklaring (art. 54 Sw.) 60
    5. Toepassing 60
    6. Geldstraf op basis van voordeel (art. 55 Sw.) 60
    7. Toepassing 61
    8. Kenmerken 61
    9. Verschil met verbeurdverklaring 61
    10. STUDIETIP 61
  69. 69 Afdeling 9. Specifieke straffen voor rechtspersonen 61
    1. Dienstverleningsstraf (art. 56 Sw.) 61
    2. Kenmerken 61
    3. Inzicht 62
    4. Verbod om activiteit uit te oefenen (art. 57 Sw.) 62
    5. Kenmerken 62
    6. Gevolg bij niet-naleving 62
  70. 70 Afdeling 10. Andere straffen 62
  71. 71 Afdeling 11. Straftoemeting 62
  72. 72 Herhaling — art. 60 Sw. 62
    1. Begrip herhaling 62
    2. Art. 60 Sw. 63
    3. Voorwaarden voor wettelijke herhaling 63
    4. Facultatieve en wettelijke herhaling: 63
    5. Belangrijke begrippen: 63
  73. 73 Eendaadse samenloop — art. 61 Sw. 64
    1. Art. 61 Sw. 64
    2. Gevolg van eendaadse samenloop= 65
    3. Voorbeeld 65
  74. 74 Meerdaadse samenloop — art. 62 Sw. 65
    1. Art. 62 Sw. 66
    2. Voorbeeld 66
    3. Hoofdstraffen bij meerdaadse samenloop: 66
    4. Opslorping van straf 66
    5. Bijkomende straffen: Algemeen principe 67
    6. Verplichte bijkomende straffen 67
    7. Voorbeelden van bijkomende straffen 67
    8. Belangrijk onderscheid 67
    9. Verschil met eendaadse samenloop 67
  75. 75 Toerekening van de hechtenis voor de einduitspraak — art. 63 Sw. 68
    1. Algemeen principe 68
    2. Art. 63 Sw. 68
    3. Voorbeeld 68
    4. Andere straffen dan gevangenisstraf: 69
  76. 76 Afdeling 12 — Opschorting en uitstel 69
  77. 77 Opschorting van de uitspraak van de veroordeling — art. 64 Sw. 69
    1. Definitie 69
    2. Voorwaarden 69
    3. Herroeping van de opschorting 70
    4. Voorbeeld uit de notities 70
    5. Verschil met vrijspraak 70
  78. 78 Uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen — art. 65 Sw. 70
    1. Definitie 70
    2. Soorten uitstel: 70
    3. Belangrijke kenmerken 71
    4. Geen uitstel mogelijk voor (staan in artikel) 71
    5. Aanpassing van probatievoorwaarden 71
    6. Herroeping van het uitstel: 71
    7. Rol van de strafuitvoeringsrechtbank 72
    8. Praktische opmerking uit de les 72
    9. Belangrijk verschil met opschorting: 72
  79. 79 Voorafgaande titel: Gemeenschappelijke bepalingen 73
    1. Art. 79 Sw. – Belangrijke begrippen en definities 73
    2. Art. 81 Sw. – Benaming “bloedverwant” 73
  80. 80 Titels te kennen in boek 2: 73
  81. 81 Hoofdstuk 1 – Misdrijven tegen het leven 73
    1. Afdeling 1 – Doden met het oogmerk om te doden 73
    2. Doodslag – Art. 96 Sw. 74
    3. Moord – Art. 97 Sw. 74
    4. Verzwaarde doodslag – Art. 98–102 Sw. 75
    5. Uitgelokte doodslag – Art. 103 Sw. 76
    6. Bijkomende straf – Art. 104 Sw. 77
    7. Verzwarende factoren – Art. 105 Sw. 77
  82. 82 Afdeling 2 – Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid 78
    1. Art. 106 Sw. – Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid 79
    2. Art. 107 Sw. – Dodelijk verkeersongeval 79
    3. Art. 108 Sw. – Verzwarende factor 80
  83. 83 Hoofdstuk 3 – Misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksueel zelfbeschikkingsrecht en de goede zeden 80
    1. Afdeling 1 – Toestemming en seksuele zelfbeschikking 80
    2. Art. 132 Sw. – Toestemming met betrekking tot het seksueel zelfbeschikkingsrecht 80
    3. Art. 133 Sw. – Beperkingen aan toestemming door minderjarigen (100% op examen) 81
    4. Basismisdrijven 81
    5. Verzwaarde misdrijven 82
    6. Verzwarende factoren – Art. 150 Sw. 84
    7. Examenaanpak bij zedenzaken 84
  84. 84 Afdeling 4 – Gemeenschappelijke bepalingen 85
    1. Art. 187 Sw. – Weigering tot verlenen van technische medewerking 85
    2. Art. 188 Sw. – Sluiting van de inrichting 86
    3. Art. 189 Sw. – Verblijfs-, plaats- of contactverbod 86
    4. Art. 190 Sw. – Verbod tot het uitoefenen van bepaalde activiteiten 87
    5. Art. 191 Sw. – Overzending van de rechterlijke beslissing 87
    6. Art. 192 Sw. – Bescherming van de identiteit van het slachtoffer 88
  85. 85 Hoofdstuk 4 – Misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit 88
    1. Afdeling 1 – Opzettelijke misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit 88
  86. 86 Gewelddaden – Art. 193 Sw. 89
    1. Definitie 89
    2. Belangrijke elementen van art. 193 89
    3. Lichamelijk letsel 90
    4. Schade aan de gezondheid 91
    5. Gevolgen van gewelddaden – Art. 194–197 Sw. 91
  87. 87 Verzwarende bestanddelen 93
    1. Art. 198 Sw. – Voorbedachtheid 93
    2. Andere verzwarende bestanddelen 93
  88. 88 Uitgelokte gewelddaden – Art. 203 Sw. 93
  89. 89 Verzwarende factoren – Art. 204 Sw. 94
    1. Studietip 94
  90. 90 Afdeling 2 – Aantasting van de fysieke of psychische integriteit door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid 94
    1. Art. 217 Sw. – Integriteitsaantasting door ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid 95
    2. Twee belangrijke verschillen met het oude strafrecht 95
    3. Drie noodzakelijke elementen 95
    4. Hoe kan het gebrek aan voorzorg ontstaan? 96
    5. Art. 218 Sw. – Verkeersongeval 97
  91. 91 Hoofdstuk 6 – Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteit 97
    1. Afdeling 2 – Belaging (stalking) 97
    2. Art. 237 Sw. – Belaging 98
    3. Art. 238 Sw. – Verzwaarde belaging 98
    4. Art. 239 Sw. – Verzwarende factoren 99
  92. 92 Hoofdstuk 7 – Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer 99
    1. Afdeling 1 – Misdrijven inzake discriminatie, aanzetting tot haat en negationisme 99
    2. Art. 249 Sw. – Definitie van discriminatie 99
    3. Art. 250 Sw. – Aanzetting tot discriminatie of rassenhaat 100
    4. Art. 251 Sw. – Verspreiding van raciale denkbeelden 100
    5. Art. 252 Sw. – Deelneming aan een groepering die discriminatie of segregatie verkondigt 100
    6. Art. 253 Sw. – Discriminatie door een persoon met openbare functie 101
    7. Art. 254 Sw. – Discriminatie bij toegang tot goederen of diensten 101
    8. Art. 255 Sw. – Discriminatie binnen arbeidsrelaties 101
    9. Art. 256 Sw. – Negationisme 102
    10. Art. 257 Sw. – Seksisme 102
  93. 93 Hoofdstuk 8 – Misdrijven met betrekking tot het in gevaar brengen van personen 102
    1. Afdeling 1 – Hulpverzuim 102
    2. Art. 299 Sw. – Hulpverzuim 103
    3. Art. 300 Sw. – Niet-naleving van een bevel tot hulpverlening 103
    4. Art. 301 Sw. – Verzwarend bestanddeel 103
    5. Art. 302 Sw. – Rechtvaardigingsgrond 104
    6. Art. 303 Sw. – Strafuitsluitende verschoningsgrond 104
    7. Art. 304 Sw. – Verzwarende factor 104
  94. 94 Afdeling 2 – Misbruik van de zwakke toestand van personen 105
    1. Art. 306 Sw. – Definitie 105
    2. Art. 307 Sw. – Verzwaard misbruik van de zwakke toestand 105
    3. Art. 308 Sw. – Misbruik van de zwakke toestand met de dood tot gevolg 105
    4. Art. 309 Sw. – Bijkomende straf 106
  95. 95 Afdeling 4 – Verkeersbelemmering 106
    1. Art. 317 Sw. – Verkeersbelemmering 106
    2. Art. 318 Sw. – Gevaarlijke verkeersbelemmering 106
    3. Art. 319–321 Sw. – Verkeersbelemmering met ernstige gevolgen 107
  96. 96 Hoofdstuk 9 – Misdrijven tegen het privéleven 108
  97. 97 Afdeling 1 – Misdrijven betreffende het geheim van communicatie, privégegevens en brieven 108
    1. Art. 342 Sw. – Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens 108
    2. Art. 344 Sw. – Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen 108
    3. Art. 346 Sw. – Onwettig bezit of terbeschikkingstelling van afluistermateriaal 109
    4. Art. 347 Sw. – Schending van het briefgeheim 109
  98. 98 Afdeling 2 – Schending van plaatsen die tot woning dienen 110
    1. Art. 348 Sw. – Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats 110
    2. Art. 349 Sw. – Verzwarend bestanddeel 110
    3. Art. 350 Sw. – Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats 111
    4. Art. 351 Sw. – Weigering tot ontruiming of uithuiszetting 111
  99. 99 Afdeling 3 – Bescherming van het beroepsgeheim 111
    1. Art. 352 Sw. – Schending van het beroepsgeheim 111
    2. Art. 353 Sw. – Afwijkingen van het beroepsgeheim 112
  100. 100 Afdeling 5 – Bescherming van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen 112
    1. Art. 356 Sw. – Schending van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen 112
  101. 101 Afdeling 6 – Gemeenschappelijke bepaling 113
    1. Art. 357 Sw. – Strafuitsluitende verschoningsgrond: bevel van een meerdere 113
  102. 102 Valsheid in geschriften 113
    1. Voorwaarden van een geschrift 113
    2. Beschermde geschriften – Art. 451–453 Sw. 114
    3. Vervalsing 114
    4. Bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden – Art. 452–453 Sw. 115
  103. 103 Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederen 115
    1. Diefstal en afpersing – Art. 463–464 Sw. 115
    2. Diefstal – Art. 463 Sw. 115
    3. Algemene verzwarende factoren – Art. 474 Sw. 115
    4. Diefstal met geweld of bedreiging en afpersing – Art. 467–469 Sw. 116
  104. 104 Bedrog 116
    1. Misbruik van vertrouwen of andermans kwetsbare toestand 116
    2. Oplichting en bedriegerij – Art. 479–485 Sw. 117
    3. Overige vormen van bedrog 118
  105. 105 Heling – Art. 501 Sw. 118
    1. Art. 501 Sw. – Heling 119
    2. Verband met diefstal 119
  106. 106 Misdrijven met betrekking tot de beschadiging en vernieling van goederen 120
    1. Brandstichting – Art. 505 Sw. 120
    2. Brandstichting bij nacht – Art. 510 Sw. 120
    3. Verzwarende factoren 120
    4. Art. 512 Sw. – Veroorzaken van brand door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid 121
  107. 107 Vandalisme 121
    1. Art. 514 Sw. – Vandalisme 121
    2. Vandalisme met ernstige schade tot gevolg 121
    3. Art. 517 Sw. – Vandalisme aan een goed met bijzonder belang 121
    4. Art. 518–521 Sw. – Vandalisme met geweld of bedreiging 122
    5. Art. 522 Sw. – Vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten 122
    6. Verzwarende factoren: 122
  108. 108 Misdrijven betreffende informaticasystemen 122
    1. Hacking 122
  109. 109 Informaticasabotage – Art. 531 Sw. 123
    1. Verzwaarde sabotage 123
    2. Art. 533 Sw. 124
  110. 110 Misdrijven tegen de rechtsbedeling 124
    1. Belemmering van onderzoeksdaden en beveiligings- of bewaringsmaatregelen 124
    2. Valse getuigenis, valse verklaring en meineed – Art. 649 Sw. 125
  111. 111 Belemmering van de uitvoering of niet-naleving van een rechterlijke beslissing 125
    1. Familieverlating – Art. 676 Sw. 125

Document information

Study
Uploaded on
May 27, 2026
Number of pages
126
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.71

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
hoedjevanpapier
4.0
(1)
Sold
3
Followers
0
Items
8
Last sold
1 month ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions