Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 149 pages
Summary

Samenvatting Europees Strafrecht | Alle voorgeschreven literatuur | VU Amsterdam | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 149 pages

Dit document bevat een uitgebreide en thematisch geordende samenvatting van het vak Europees Strafrecht (R_IEStraf) op masterniveau, toegespitst op de opleiding Rechtsgeleerdheid (afstudeerrichting Strafrecht). De samenvatting bundelt de voorgeschreven literatuur, relevante rechtspraak en centrale juridische discussies over de invloed van het Europese recht op het Nederlandse strafrecht en de strafrechtelijke samenwerking binnen de Europese Unie. Deze samenvatting is opgesteld door een student en primair bedoeld als ondersteuning bij de tentamenvoorbereiding. Het document biedt een gestructureerd overzicht van de kern van de voorgeschreven literatuur en helpt complexe onderwerpen begrijpelijk en overzichtelijk te maken. Tegelijkertijd vormt het geen volledige vervanging van de originele literatuur en colleges.

Content preview

Europees strafrecht
Samenvatting van de voorgeschreven literatuur

Week 1: Institutionele uitgangspunten van het
Uniestrafrecht
Literatuur
- A. Klip, European Criminal Law. An Integrative Approach, Cambridge – Antwerp –
Chicago: Intersentia 2021, hfst. 2 en 3, par. 2 en 3.
- Regeerakkoord, hoofdstuk 9b Europese samenwerking, te raadplegen via
https://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerprogramma/9b-europese-
samenwerking.
Jurisprudentie
- HvJ EU 26 februari 2013, C-617/10 (Åklagaren tegen Hans Åkerberg Fransson)


A. Klip, European Criminal Law
Hoofdstuk 2
§ 2.1 Inleiding
Dit hoofdstuk schetst de institutionele en historische ontwikkeling van de Europese Unie
en legt uit hoe de EU is uitgegroeid tot een zelfstandige rechtsorde met grote invloed op
het nationale (straf)recht. Voor het begrijpen van Europees strafrecht is kennis van deze
ontwikkeling onmisbaar: alleen dan wordt duidelijk hoe Unierecht nationale
strafwetgeving en strafvordering beïnvloedt en hoe de EU geleidelijk een eigen
strafrechtsstelsel vormt.

§ 2.2 Van de Europese gemeenschap voor kolen en staal tot de Europese unie
De basis van de EU werd gelegd in 1951 met het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), gevolgd door het EEG-Verdrag en het
Euratom-Verdrag (1957). Deze drie gemeenschappen kregen aanvankelijk afzonderlijke
instituties, maar met het Fusieverdrag van 1965 kwamen één Commissie en één Raad tot
stand.

Uitbreidingen volgden vanaf 1973 (o.a. VK, Ierland, Denemarken) en in latere golven tot
en met de grote uitbreiding van 2004. Pogingen om in de jaren zeventig Europese
bevoegdheden op het terrein van strafrecht te creëren strandden: lidstaten wilden het
strafrecht onder nationale controle houden. Wel bestond bereidheid tot intensievere
samenwerking.

Met de Europese Akte (1986) en vooral het Verdrag van Maastricht (1992) ontstond
de Europese Unie met een driepijlerstructuur:

1. Eerste pijler: Gemeenschapsrecht (interne markt)
2. Tweede pijler: Gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid
3. Derde pijler: Samenwerking op het terrein van justitie en binnenlandse zaken

Het Verdrag van Maastricht opende formeel de weg naar EU-competenties in het
strafrecht, maar gaf de regie in handen van de Raad, waardoor lidstaten hun controle
behielden.




Pagina 1 van 149

,De pijlerstructuur werd definitief afgeschaft met het Verdrag van Lissabon (2007), dat
de EU baseert op twee gelijkwaardige verdragen:

 Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU / TEU) – institutionele structuur
 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU / TFEU) –
bevoegdheden en werking

De EU kreeg één uniform institutioneel kader; de Europese Gemeenschap werd
opgeheven en vervangen door de Unie. De terminologie “Gemeenschap” werd vervangen
door “Unie”.

Naast deze verdragsontwikkeling ontstonden buiten het EU-kader initiatieven zoals het
Schengenakkoord (1985) en de Schengenuitvoeringsovereenkomst (1990), en later
het Verdrag van Prüm (2005). Deze werden uiteindelijk in het Unierecht geïntegreerd.

Na het referendum van 2016 trad het Verenigd Koninkrijk uit de EU per 31 januari 2020;
de relatie wordt sindsdien beheerst door het Trade and Cooperation Agreement
(voorlopig toegepast sinds 1 januari 2021).

§ 2.3 Twee convergerende gebieden: de interne markt en de ruimte van
vrijheid, veiligheid en recht
De EU als nieuwe rechtsorde

Het primaire doel van de Gemeenschap was het creëren van een interne markt. Artikel
26 VWEU definieert deze als een ruimte zonder binnengrenzen met vrij verkeer van
goederen, personen, diensten en kapitaal.

Het Hof van Justitie heeft in klassieke arresten vastgesteld dat het Unierecht een nieuwe
rechtsorde vormt:

 Costa/ENEL (HvJ 1964) – Unierecht heeft voorrang op nationaal recht.
 Internationale Handelsgesellschaft (HvJ 1970) – nationale regels mogen de
zelfstandigheid van Unierecht niet aantasten.

Deze rechtsorde bindt niet alleen lidstaten, maar ook burgers. Nationale rechters moeten
Unierecht toepassen, ongeacht het rechtsgebied (ook in het strafrecht).

Het beginsel van loyale (sincere) samenwerking

Kern van de werking van het Unierecht is artikel 4 lid 3 VEU, het beginsel van sincere
cooperation:

Lidstaten moeten alle passende maatregelen nemen om verplichtingen uit de Verdragen
na te komen en zich onthouden van alles wat de doelstellingen van de Unie in gevaar kan
brengen.

Deze verplichting rust op alle staatsorganen, inclusief wetgever en rechter. Het is een
resultaatsverplichting: lidstaten moeten zorgen dát Unierecht effectief wordt
uitgevoerd, maar mogen zelf bepalen hóe.

Aanvankelijk werd aangenomen dat Unierecht lidstaten niet kon verplichten tot
strafrechtelijke handhaving. Dat veranderde door rechtspraak van het Hof (2005/2007),
waarna de deur werd geopend voor strafrechtelijke verplichtingen. De eerste concrete
uitwerking was Richtlijn 2008/99/EG (milieubescherming door strafrecht).
Verder zijn verordeningen aangenomen over samenwerking en de Europese Openbare
Aanklager (EPPO): Verordening 2017/1939.

De pijlerstructuur en haar nalatenschap

Pagina 2 van 149

,Onder Maastricht bleef het strafrecht primair in de derde pijler. Deze kende:

 Geen directe werking
 Geen algemene handhavingsplicht
 Een sterk internationaalrechtelijk karakter

Toch begon het Hof deze scheiding te doorbreken. In Pupino (HvJ 2005) oordeelde het Hof
dat ook binnen de derde pijler een loyaliteitsverplichting geldt. Met verwijzing naar artikel
1 VEU (pre-Lissabon) stelde het Hof dat effectieve werking van de Unie onmogelijk is
zonder loyale samenwerking, ook in strafzaken.

Deze rechtspraak bereidde de weg voor de volledige integratie onder het Verdrag van
Lissabon.

Eén rechtsorde na Lissabon

Na Lissabon geldt één institutioneel en juridisch kader voor alle beleidsterreinen. De
beginselen van het interne markt-recht zijn nu volledig van toepassing op het gebied
van vrijheid, veiligheid en recht.

Artikel 3 lid 2 en 3 VEU bepaalt dat de Unie:

 Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen biedt;
 Een interne markt tot stand brengt en bevordert.

Artikel 67 VWEU preciseert:

 Lid 1: de Unie vormt een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht met eerbiediging
van grondrechten en nationale rechtsstelsels.
 Lid 3: de Unie waarborgt een hoog niveau van veiligheid via preventie en
bestrijding van criminaliteit, samenwerking tussen autoriteiten, wederzijdse
erkenning en – zo nodig – harmonisatie van strafrecht.

Het beginsel van loyale samenwerking (art. 4 lid 3 VEU) geldt nu ook onverkort in het
strafrecht.

Interne marktprincipes in het strafrecht

Door de samensmelting van interne markt en AFSJ (Area of Freedom, Security and Justice)
werken klassieke Unierechtelijke beginselen door in het strafrecht:

 Indirecte harmonisatie: Unierecht beïnvloedt nationale strafwetgeving zonder
volledige uniformering.
 Lidstaten kiezen zelf of zij handhaving civielrechtelijk, bestuursrechtelijk of
strafrechtelijk vormgeven.
 Waar alle lidstaten strafrecht kiezen, ontstaat single-issue harmonisation (bijv.
EU-fraude).

Het afschaffen van binnengrenzen versterkt de buitengrenzen. In strafrecht speelt echter
niet territoriale verdediging, maar gedragscontrole centraal. Unierecht verplicht lidstaten
zelfs om extraterritoriale bevoegdheden te creëren.

Een belangrijk instrument is wederzijdse erkenning: vrij verkeer van beslissingen,
informatie en bewijs tussen autoriteiten. Anders dan bij de interne markt komt dit niet
direct de burger, maar primair de staten ten goede – een fundamentele verschuiving in
het doel van “vrij verkeer”.




Pagina 3 van 149

, § 2.4 Europese integratie
1. Integratie, harmonisatie en wederzijdse erkenning

Europese integratie wordt omschreven als een voortdurend proces waarin Europese
staten, volkeren en samenlevingen dichter naar elkaar toegroeien (via o.a. euro,
buitenlands/defensiebeleid, onderwijs- en onderzoeksprogramma’s). Brexit laat zien dat
integratie niet voor iedereen een “eenrichtingsweg” is, maar voor de overblijvende
lidstaten lijkt integratie nog steeds vooral lineair.

Harmonisatie heeft een duidelijk juridische connotatie: het is de convergentie van
rechtspraktijken op basis van een gemeenschappelijke standaard. Harmonisatie
veronderstelt verschillen en beoogt die te verminderen, maar niet volledig te elimineren;
volledige eliminatie is unificatie. In een strafrechtelijke context is unificatie in beginsel
geen doel, behalve in een specifiek domein: mededingingsrecht, waar regels direct
toepasselijk zijn en de Commissie directe handhavingsmacht heeft (bijv. boetes opleggen
en eigen beleid voeren).

Wederzijdse erkenning is iets anders dan harmonisatie: het is juist de erkenning van
verschillen (lidstaten willen verschillend blijven), maar men maakt die verschillen
praktisch irrelevant voor samenwerking/handel. Harmonisatie en wederzijdse erkenning
kunnen:

 alternatieven zijn (als harmonisatie politiek niet haalbaar is, kiest men mutual
recognition),
 of naast elkaar worden ingezet.

Voorbeeld van combinatie: Richtlijn 2006/126/EG (rijbewijzen) harmoniseert inhoudelijke
eisen en model/format en verplicht tegelijk tot wederzijdse erkenning van die
(geharmoniseerde) rijbewijzen.

De EU voert daarmee in feite een driesporenbeleid: harmonisatie, wederzijdse
erkenning en integratie. De relatie ertussen blijft vaak vaag (politieke compromissen),
mede omdat kernbegrippen niet strak zijn gedefinieerd.

Taal is de grote uitzondering: wetgeving en rechtspraak bestaan in alle 24 officiële talen,
wat juist harmonisatie bemoeilijkt. Een gemeenschappelijke (juridische) taal zou
harmonisatie kunnen versterken, maar de EU kiest bewust voor meertaligheid.

Need for integration & harmonisation in criminal law: drie motivatieniveaus

Opvallend is dat de noodzaak van integratie/harmonisatie van strafrecht weinig expliciet
wordt besproken, terwijl vóór Maastricht 1992 juist de aanname was dat EU en strafrecht
zo min mogelijk met elkaar te maken moesten hebben. In de praktijk lijkt “integratie” in
de AFSJ (ruimte van vrijheid, veiligheid en recht) vaak meer te zitten in Europese organen
(Europol, Eurojust, EPPO) dan in sterke normatieve uniformering.

De tekst onderscheidt drie niveaus van “rationalisaties”:

1. Macro-niveau (het ideaal / retoriek)
Harmonisatie als vanzelfsprekend doel (“One Europe”, “united we stand”); het is
“onlogisch” dat dezelfde gedraging elders een andere straf kent of überhaupt niet
strafbaar is. Dit blijft vaak retorisch: integratie/harmonisatie wordt nauwelijks
inhoudelijk onderbouwd, maar is politiek zeer krachtig (Maastricht:
strafrechtcompetenties; Lissabon: één institutioneel kader).
2. Meso-niveau (effectiviteit / betere criminaliteitsbestrijding)
Harmonisatie zou misdaadbestrijding effectiever maken, of tot “betere wetgeving”


Pagina 4 van 149

Document information

Study
Uploaded on
May 14, 2026
Number of pages
149
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.51

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Student7890
3.9
(60)
Sold
579
Followers
7
Items
20
Last sold
1 day ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions