H1: BASISBEGRIPPEN
Wat is wetenschappelijk onderzoek?
- We doen onderzoek om iets te weten te komen
- Kern: onderzoeksvragen beantwoorden – elk onderzoek start vanuit
onderzoeksvraag
Bv. in welke mate ervaren ambulanciers agressie tijdens het werk, hoe frequent
komt agressie voor en welke factoren bepalen de impact ervan?)
“Onderzoek is een - Onderzoek is wetenschappelijk omdat
doelgericht proces we systematisch iets te weten willen komen
waarbij men op - Eveneens wetenschappelijk omdat het
systematische wijze op
basis van een gebaseerd is op voorkennis
onderzoeksontwerp data - Systematisch & transparant
verzamelt en analyseert, stappenplan, werkt toe naar betrouwbaarheid &
om op een betrouwbare validiteit
en valide wijze
- Het is empirisch & onafhankelijk
onderzoeksvragen te
beantwoorden die deel
uitmaken van een STAPPENPLAN
probleemstelling.” Onderzoeksplan: bestaat uit 2 fasen (probleemstelling
+ ontwerpfase)
1. Probleemstelling/doelstelling: 1e denkfase
- Waarbinnen onderzoeksvraag tot stand komt, daarmee begint elk
onderzoek
- Onderzoeksvraag & doel (doelstellingen) komen tot stand
- Weten = wat weet je al over het thema en wat is het doel
(doelstelling)?
- Bij onderzoeksvraag hoort ook mogelijke hypothese
Onderzoeksvraag: wat je precies wil onderzoeken antwoord =
conclusie
Hypothese: voorspelling van het antwoord op de vraag antwoord
= toetsen
2. Onderzoeksontwerp: 2e denkfase
- Hoe ga je aan de slag, via welke methode ga je werken, …
- Waarnemen – meten
- Als dat is bepaald, kan je aan volgende fase beginnen (= verzamelen &
analyseren)
3. Dataverzameling:
- Bestaande gegevens, data, kennis, … verzamelen
- In sommige onderzoeken noemt men verzamelen
waarnemen
4. Data-analyse:
- Analyseren van gegevens die we net hebben
verzameld
5. Rapportage: belangrijk voor de betrouwbaarheid
- Conclusies of toetsen (afhankelijk van OZV of hypothese)
- Bepaald onderzoek komt tot hypotheses
- Ander onderzoek vertrekt uit hypotheses, conclusies
, Conclusie maakt deel uit van de rapportage
Rapportage: antwoord op de onderzoeksvraag
Als je onderzoek begint met doen i.p.v. denken nefaste gevolgen
- Denken = probleemstelling, Onderzoeksontwerp
- Doen = data-verzameling, analyse
- Denken & doen = rapportage
,NK: De empirische cyclus van deductie & inductie
- Fasen van deductie & inductie kunnen elkaar opvolgen
- Binnen zelfde onderzoek
- Maar ook bij een onderzoek dat verder bouwt op ander
onderzoek
Deductie
- Proces van theorie naar data = deductie
- Vertrekt vanuit theorie/ideeën
- Onderzoeksvragen of hypothesen worden hieruit afgeleid
- Antwoorden geformuleerd door te kijken naar de gegevens (data) uit de
realiteit
Inductie
- Vertrekt vanuit waarnemingen, empirische realiteit of data
- Waarnemen met wetmatigheden, op zoek naar wetmatigheden
(KWALITEITS)CRITERIA WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK (= WO)
Ook “wetenschappelijke eisen” genoemd
1. WO is Empirisch
- In eerste instantie empirisch zijn = gericht op zintuiglijk waarneembare
onderwerpen
- Gaan onze onderzoeksvraag beantwoorden o.b.v. empirisme, zintuiglijke
waarneming
- Het moet dus waarneembaar zijn kunnen zien, horen, ruiken, meten,
…
Bv. WO naar het bestaan van God is NIET empirisch (kan God niet waarnemen)
- Empirie = realiteit en werkelijkheid (= tijd en plaatsgebonden)
- Waar kunnen we empirie plaatsen in schema bij dataverzameling
- Onderzoek dat we gaan uitvoeren/waarnemen d.m.v. onze zintuigen
Ogen: observeren
Ruiken: observaties, geurhinder, …
Praten, spreken, gesprek voeren, …
Oren: luisteren naar wat iemand te vertellen heeft, maar ook geluid
Lawaaierige omgevingen hebben ook bepaalde connotatie
MAAR: hebben OZV’en & hypothesen (hoe meten we hypothesen dan?)
- Hoe kan je hypothese empirisch waarnemen, hoe kijken, analyses doen
van resultaat
Bv. door examens (analyseren) + voorafgaande ontwerpfase (examen
opmaken)
O.b.v. die analyse (empirie) kom je tot bepaalde conclusies
Dat kan een bevestiging of een falsificatie van de vooropgestelde
hypothese zijn!
Falsificatie = verwerpen (hangt samen met probabilisme)
- Ze is pas wetenschappelijk als kan worden weerlegd door empirische
gegevens
- Hulpverleners die vaker agressie meemaken, ervaren hogere
stressniveaus
, Data verzamelen, deze kunnen hypothese bevestigen maar ook het
tegendeel
Wanneer ze het tegendeel aantoont noemen we dat
verwerpen/weerleggen
Moet er altijd voor open staan om te verwerpen indien hypothese niet
klopt
Probabilisme – hangt samen met falsificatie (verwerpen) spreken steeds
over kansen
- ONTHOUDEN: het gaat over kansen, niet ‘als-dan’ definities
“Hulpverleners met hoge werkdruk ervaren vaker agressie”
Niet: iedereen met hoge werkdruk zal slachtoffer worden van agressie
Wel: grotere kans hulpverleners onder hoge werkdruk agressie zullen
ervaren
2. Onafhankelijkheid (van de onderzoeker)
- Onafhankelijk onderzoeken mogelijkheid tot aanpassen van
hypothese
- Je mag vertrekken vanuit hypothese die gemaakt is o.b.v. voorkennis –
JA
- MAAR: let op jouw onafhankelijkheid tijdens het onderzoeken
Onafhankelijkheid is nog beter dan neutraliteit
Neutraliteit slaat op objectiviteit gerelateerd aan het
onderzoeksonderwerp
Je moet neutraal blijven t.o.v. het onderzoek, ookal heb je
uitgesproken mening
Stel je krijgt opdracht om een onderzoek te doen – niet zomaar bekomen wat
opdrachtgever wenst, onderzoek wel onafhankelijk doen en niet zomaar wat
opdrachtgever wenst te bekomen!
- Neutraliteit = objectief blijven, geen kant kiezen van het onderwerp dat
je onderzoekt
(KWALITEITS)CRITERIA WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK (= WO)
De belangrijkste kwaliteitscriteria van wetenschappelijk
onderzoek
3. Betrouwbaarheid
- Betrouwbaarheid is een voorwaarde voor validiteit maar is geen
garantie erop
- Slaat op reproduceerbaarheid (gelijkaardig onderzoek = gelijkaardig
resultaat)
Stel je doet je onderzoek opnieuw, met gelijkaardige methoden,
doelgroep, …
Dan ga je gelijkaardige resultaten bekomen, dus niet onderhevig aan
toeval
- Kan in gevaar komen door toevallige fouten of “toevalsfouten” (toeval)
- Zal altijd een rol spelen bij onderzoek – er kunnen fouten optreden
Het toeval bewerkstelligen waardoor je onderzoek niet meer
bruikbaar is
Respondenten kunnen toevallige fouten maken bij invullen
Onderzoeker kan toevallig de resultaten verkeerd interpreteren